Amper 4 op de 10 gecontroleerde webwinkels respecteren de Europese prijsregels: ik trek aan de alarmbel over misleiding en gevaarlijke producten (opinie)


Verzoekschrift 2604/2025
De Europese consument koopt met enkele klikken een speelgoedartikel, oplader, cosmetisch product, huishoudtoestel of kledingstuk bij een verkoper die zich mogelijk duizenden kilometers verder bevindt. De betaling gebeurt onmiddellijk, de bestelling verschijnt korte tijd later aan de voordeur en de consument gaat ervan uit dat een product dat in de Europese Unie kan worden besteld, ook aan de Europese veiligheidsregels voldoet. Net daar ontstaat een gevaarlijke kloof tussen verwachting en werkelijkheid. In 2024 kwamen ongeveer 4,6 miljard zendingen met een waarde van maximaal 150 euro de Europese markt binnen. Dat zijn gemiddeld ongeveer 12 miljoen pakjes per dag en dubbel zoveel als een jaar eerder. De Europese Commissie waarschuwde daarbij zelf dat veel ingevoerde producten niet aan de Europese regels voldoen en dat de massale toestroom risico’s creëert voor consumenten, eerlijke ondernemers en toezichthouders. Ongeveer 70 procent van de Europeanen koopt geregeld online, ook via platformen buiten de Europese Unie. Dat betekent dat productveiligheid en consumentenbescherming niet langer een beperkt juridisch dossier zijn, maar een dagelijkse kwestie die vrijwel ieder Europees gezin kan treffen. (European Commission)
Daarom diende ik verzoekschrift 2604/2025 in
Vanuit die vaststelling diende ik als Belgische burger, namens de Wereldraad voor Publieke Diplomatie en Gemeenschapsdialoog, verzoekschrift 2604/2025 in bij het Europees Parlement. Mijn verzoekschrift had betrekking op consumentenproducten en de Europese interne markt en was gericht op de situatie in alle lidstaten van de Europese Unie. Ik vroeg geen nieuwe verzameling mooie Europese verklaringen, maar een strengere en beter gecoördineerde toepassing van regels die al bestaan. De kern van mijn verzoekschrift was eenvoudig: Europese consumenten hebben niets aan sterke rechten op papier wanneer de pakkans voor overtreders te klein blijft, wanneer nationale toezichthouders niet over dezelfde slagkracht beschikken en wanneer burgers na een probleem moeten uitzoeken welk loket, welke instantie of welke procedure bevoegd is.
Ik baseerde mijn verzoekschrift voornamelijk op twee belangrijke Europese verordeningen. De eerste is Verordening (EU) 2017/2394 betreffende de samenwerking tussen nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de consumentenwetgeving. De tweede is Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid, ook bekend als de Verordening Algemene Productveiligheid of VAPV. Met mijn verzoekschrift wilde ik geen afbreuk doen aan deze bestaande wetgeving. Integendeel: ik wilde dat de Europese Unie de instrumenten die zij zelf heeft gecreëerd consequenter, zichtbaarder en veel krachtiger zou inzetten.
Europa heeft regels, maar regels beschermen niemand zonder handhaving
De Europese Unie beschikt over een uitgebreid stelsel van consumentenrechten. Consumenten moeten correcte informatie ontvangen, mogen niet worden misleid door valse kortingen of verborgen kosten en hebben bij veel aankopen op afstand een herroepingsrecht. Daarnaast mogen alleen veilige producten op de Europese markt worden aangeboden. Het probleem begint echter wanneer een handelaar, verkoper of onlinemarktplaats deze regels niet naleeft. Een recht dat niet snel, begrijpelijk en doeltreffend kan worden afgedwongen, dreigt voor de consument een theoretisch recht te blijven.
Verordening (EU) 2017/2394 creëert daarom een samenwerkingskader voor nationale consumentenautoriteiten. Dat kader moet grensoverschrijdende overtredingen aanpakken wanneer de handelaar en de getroffen consument zich in verschillende landen bevinden. Nationale autoriteiten moeten elkaar kunnen bijstaan, informatie uitwisselen en gezamenlijk optreden tegen wijdverspreide inbreuken. De verordening schrijft bovendien voor dat bevoegde instanties over voldoende middelen, expertise, procedures en bevoegdheden moeten beschikken. Tot de mogelijke onderzoeks- en handhavingsmiddelen behoren het opvragen van informatie, het uitvoeren van inspecties, het verrichten van testaankopen onder een dekmantel en het nemen van voorlopige maatregelen wanneer ernstige schade aan de collectieve belangen van consumenten dreigt.
Op papier vormt dit een stevige basis. In de praktijk blijven de beschikbare middelen, prioriteiten en snelheid van optreden echter sterk afhankelijk van de nationale context. Een grote lidstaat met gespecialiseerde digitale onderzoeksteams kan een complexe internationale webwinkel mogelijk anders benaderen dan een kleinere administratie met beperkte personeelsmiddelen. De Europese consument koopt ondertussen wel op één digitale markt. Een platform kan vanuit één infrastructuur miljoenen burgers in tientallen landen bereiken, terwijl toezicht en klachtenbehandeling nog grotendeels langs nationale lijnen verlopen. Precies die tegenstelling wilde ik met mijn verzoekschrift zichtbaar maken.
Een overtreding stopt niet langer aan de landsgrens
Het klassieke model van consumentenhandhaving vertrok lange tijd van een herkenbare verkoper, een fysieke winkel en een nationale markt. De consument wist waar hij het product had gekocht en kon zich tot een plaatselijke handelaar of instantie wenden. De digitale economie heeft dat model ingrijpend veranderd. Een consument kan een product bestellen via een platform dat in één lidstaat wordt beheerd, bij een verkoper uit een derde land, met betaling via een afzonderlijke financiële dienstverlener en levering via een logistieke keten die verschillende landen doorkruist. Wanneer het product onveilig blijkt, de verkoper onvindbaar is of een terugbetaling wordt geweigerd, begint een zoektocht naar verantwoordelijkheid.
Net daarom is grensoverschrijdende samenwerking geen bijkomstigheid meer. Zij is de kern van moderne consumentenbescherming geworden. De Europese Commissie erkent dat de Consumer Protection Cooperation-regels nationale autoriteiten in de Europese Economische Ruimte in staat moeten stellen gezamenlijk op te treden tegen inbreuken waarbij consument en handelaar zich in verschillende landen bevinden. Nationale autoriteiten en de Commissie voeren bovendien gecoördineerde onderzoeken uit tegen praktijken die consumenten in meerdere lidstaten treffen. (European Commission)
Mijn eerste voorstel: veel meer Europese controlesweeps
Mijn eerste concrete aanbeveling was een aanzienlijke uitbreiding van de Europese controlesweeps. Een sweep is een gecoördineerde controle waarbij nationale handhavingsautoriteiten gelijktijdig websites of digitale diensten onderzoeken op mogelijke overtredingen van het Europese consumentenrecht. De Europese Commissie coördineert deze acties, waarna nationale instanties de geselecteerde websites screenen en handelaars kunnen verplichten om vastgestelde problemen te corrigeren. Een sweep bestaat daardoor uit twee fasen: eerst wordt onderzocht waar mogelijke inbreuken plaatsvinden, daarna volgt de daadwerkelijke handhaving.
Ik beschouw deze sweeps als een bijzonder waardevol instrument omdat zij niet wachten tot duizenden individuele consumenten afzonderlijk schade hebben gemeld. Met een goed voorbereide sweep kan de overheid patronen herkennen: misleidende kortingen, valse beoordelingen, verborgen kosten, onduidelijke abonnementsvoorwaarden, ontbrekende contactgegevens, foutieve informatie over retourrechten of producten die zonder noodzakelijke veiligheidsinformatie worden aangeboden. Door gelijktijdig in verschillende landen te controleren, wordt bovendien voorkomen dat een grote internationale onderneming iedere nationale autoriteit afzonderlijk en jarenlang met dezelfde argumenten confronteert.
Mijn kritiek is niet dat er helemaal geen sweeps plaatsvinden. De Commissie organiseerde in de voorbije jaren controles rond onder meer vliegtickets, consumentenkrediet, digitale inhoud, reisproducten, prijstransparantie, herroepingsrechten, misleidende duurzaamheidsclaims, online beoordelingen, beïnvloeders, tweedehandsgoederen en prijspraktijken. Mijn punt is dat het instrument veel frequenter, structureler en technologisch ambitieuzer moet worden ingezet. De digitale markt verandert niet één keer per jaar. Productaanbiedingen, verkopersaccounts, advertenties en verkooptactieken kunnen binnen enkele uren worden aangepast of opnieuw verschijnen. Handhaving die te traag of te sporadisch verloopt, dreigt altijd achter de commerciële werkelijkheid aan te lopen. (European Commission)
De resultaten tonen waarom meer sweeps noodzakelijk zijn
De resultaten van de Europese prijzensweep van 2025 bewijzen dat gecoördineerde controle geen overbodige administratieve oefening is. Tijdens die actie onderzochten autoriteiten uit 25 landen samen met de Europese Commissie 314 handelaars, voornamelijk rond de prijspraktijken tijdens Black Friday en Cyber Monday. Minstens 30 procent bleek de Europese regels inzake prijsverminderingen niet correct toe te passen. In nog eens 30 procent van de gevallen was aanvullend onderzoek nodig. Slechts 40 procent voldeed volledig aan de onderzochte regels rond prijsverlagingen. Daarnaast gebruikten verschillende handelaars onduidelijke prijsvergelijkingen, misleidende tijdsdruk of zogenaamde drip pricing, waarbij verplichte kosten pas later in het aankoopproces zichtbaar worden.
Voor mij is dat een alarmsignaal. Wanneer bij een gerichte controle slechts vier op de tien onderzochte handelaars volledig blijken te voldoen aan de betrokken prijsregels, kan niemand overtuigend beweren dat bestaande wetgeving automatisch tot correcte marktpraktijken leidt. De cijfers tonen juist het tegenovergestelde: controle maakt overtredingen zichtbaar die zonder onderzoek mogelijk onopgemerkt blijven. Daarom vroeg ik niet alleen om meer sweeps, maar ook om frequentere opvolging. Een handelaar die na een controle tijdelijk een website aanpast, moet niet de kans krijgen om dezelfde techniek enkele maanden later onder een andere vorm opnieuw in te voeren.
Ik pleit daarom voor een permanent Europees controlesysteem waarin traditionele sweeps worden gecombineerd met geautomatiseerde detectie, gegevensanalyse, mysteryshopping en risicogestuurde selectie. De Commissie gebruikte bij de prijzensweep van 2025 al EU eLab, een door artificiële intelligentie ondersteund instrument waarmee toezichthouders mogelijke niet-naleving gerichter kunnen opsporen. Dat is een belangrijke ontwikkeling, maar dergelijke technologie moet volgens mij een vast onderdeel van de Europese handhaving worden en niet alleen een ondersteunend experiment bij afzonderlijke acties. (European Commission)
Mijn tweede voorstel: onlinemarktplaatsen veel strenger controleren
Mijn tweede aanbeveling richtte zich op onlinemarktplaatsen. Deze platformen zijn uitgegroeid tot digitale winkelstraten met een ongeziene schaal. Zij brengen consumenten en verkopers samen, beheren zoekresultaten en aanbevelingen, verwerken betalingen, organiseren advertenties en bepalen vaak hoe prominent een product wordt getoond. Toch wordt bij problemen geregeld verwezen naar de individuele derde verkoper. Voor de consument is dat onderscheid vaak nauwelijks zichtbaar. Hij koopt in een vertrouwde app, ontvangt berichten met het logo van het platform en betaalt via de infrastructuur van dat platform. Pas wanneer een product gevaarlijk blijkt of een terugbetaling uitblijft, ontdekt hij dat de juridische verkoper mogelijk een moeilijk bereikbare onderneming buiten Europa is.
Ik vind daarom dat onlinemarktplaatsen niet mogen worden behandeld alsof zij slechts neutrale prikborden zijn waarop toevallig producten verschijnen. Hoe groter hun commerciële invloed, technische controle en financiële voordeel, hoe groter hun verantwoordelijkheid moet zijn om misleidende, illegale of onveilige aanbiedingen te voorkomen. De Europese regels zijn op dit gebied al aangescherpt, maar de kwaliteit van die regels zal uiteindelijk worden bepaald door de intensiteit waarmee ze worden gecontroleerd.
De actuele Europese onderzoeken tonen hoe breed de mogelijke problemen zijn. Het Europese netwerk van consumentenautoriteiten wees bij onderzoeken naar grote platformen op mogelijke praktijken zoals valse kortingen, kunstmatige verkoopdruk, misleidende informatie over retour- en terugbetalingsrechten, onduidelijke duurzaamheidsclaims, verdachte beoordelingen en moeilijk vindbare contactgegevens. Bij Temu werden onder meer vragen gesteld over kortingen, tijdsdruk, verplichte spelelementen, informatie over minimumaankopen, beoordelingen en de identiteit van verkopers. Bij SHEIN werden vergelijkbare zorgen geformuleerd over prijspraktijken, consumentenrechten, duurzaamheidsclaims en bereikbaarheid. Deze procedures liepen naast onderzoeken onder de Digital Services Act. (European Commission)
Ik haal deze voorbeelden niet aan om vooruit te lopen op de definitieve uitkomst van lopende procedures. Ik vermeld ze omdat ze aantonen dat het probleem structureel en veelzijdig is. Consumentenbescherming op digitale platformen gaat niet alleen over één gevaarlijk product. Het gaat ook over de manier waarop aanbiedingen worden gerangschikt, beoordelingen worden voorgesteld, kortingen worden berekend, verkopers worden geïdentificeerd, klachten worden behandeld en consumenten psychologisch tot een snelle aankoop worden aangezet.
De Verordening Algemene Productveiligheid moet het verschil maken
Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid is sinds 13 december 2024 van toepassing. De verordening moderniseerde het Europese veiligheidskader voor niet-voedingsproducten en hield nadrukkelijk rekening met onlineverkoop. Zij bevat verplichtingen voor producenten, importeurs, distributeurs en aanbieders van onlinemarktplaatsen. De basis blijft duidelijk: alleen veilige consumentenproducten mogen op de Europese markt worden aangeboden.
De nieuwe regels verplichten onlinemarktplaatsen die in de Europese Unie actief zijn onder meer om zich bij het Safety Gate-portaal te registreren en een centraal contactpunt aan te duiden. Tegen het einde van 2025 hadden meer dan 1.200 onlinemarktplaatsen zich geregistreerd. Dat is een belangrijke stap, omdat autoriteiten bij een veiligheidsprobleem snel moeten weten wie zij kunnen contacteren. Maar registratie alleen verwijdert geen gevaarlijk product. Een contactpunt alleen garandeert nog geen snelle reactie. Daarom blijft toezicht nodig op de snelheid waarmee meldingen worden verwerkt, aanbiedingen worden verwijderd en terugkerende verkopers of producten worden herkend.
Ook de Digital Services Act speelt een rol. Die verordening regelt digitale tussenhandeldiensten zoals sociale media, appwinkels en onlinemarktplaatsen en heeft als doel een veiligere digitale omgeving te creëren. Bij platformen komen productveiligheid, consumentenrecht en digitale diensten daardoor steeds vaker samen. Een gevaarlijke aanbieding kan tegelijk een productveiligheidsprobleem, een consumentenrechtelijke inbreuk en een kwestie van platformverantwoordelijkheid zijn. Juist daarom moet samenwerking tussen de verschillende bevoegde diensten beter worden georganiseerd, zodat een consument niet het slachtoffer wordt van institutionele verkokering.
Recordaantal veiligheidswaarschuwingen toont de omvang van het probleem
De meest recente cijfers versterken mijn overtuiging dat strengere handhaving noodzakelijk blijft. In 2025 werden via Safety Gate 4.671 waarschuwingen over gevaarlijke niet-voedingsproducten verspreid. Dat was een stijging van 13 procent en het hoogste aantal dat tot dan toe werd geregistreerd. Cosmetica en speelgoed waren samen goed voor meer dan de helft van de meldingen. Tegelijk steeg het aantal gemelde vervolgmaatregelen met 35 procent. Het ging onder meer om terugroepingen, het uit de handel nemen van producten, grensinterventies en het verwijderen van aanbiedingen van onlinemarktplaatsen. (European Commission)
Men kan deze stijging gedeeltelijk interpreteren als een bewijs dat toezichthouders gevaarlijke producten beter opsporen en vaker actie ondernemen. Dat is positief. Maar hetzelfde cijfer toont ook hoeveel druk er op het systeem staat. Iedere waarschuwing vertegenwoordigt een product dat een risico kan vormen voor gezondheid of veiligheid. Achter statistieken over speelgoed, cosmetica, elektrische toestellen of huishoudproducten staan kinderen, gezinnen en consumenten die erop moeten kunnen vertrouwen dat de Europese markt hen beschermt.
Voor mij volstaat het daarom niet om achteraf tevreden vast te stellen dat een gevaarlijk product uiteindelijk werd ontdekt. De centrale vraag moet zijn hoeveel exemplaren al waren verkocht, hoeveel consumenten daadwerkelijk werden bereikt met een terugroepingswaarschuwing en hoe snel identieke of vrijwel identieke producten opnieuw onder een andere benaming op een platform verschenen. Moderne handhaving moet niet alleen reageren, maar ook voorkomen, voorspellen en herhaling blokkeren.
Mijn derde voorstel: één Europees digitaal klachtenportaal
Mijn derde aanbeveling was de oprichting van één Europees digitaal klachtenportaal. Vandaag bestaan er verschillende instanties en procedures, afhankelijk van het soort probleem, het betrokken land en de vraag of de klacht nationaal of grensoverschrijdend is. Een consument kan terecht bij een handelaar, een nationale consumenteninstantie, een ombudsdienst, een instantie voor alternatieve geschillenbeslechting, een Europees Consumentencentrum, een markttoezichthouder, het Safety Gate-systeem of een klachtenprocedure van het platform zelf. Elk van die kanalen kan nuttig zijn, maar voor de gemiddelde burger vormt het geheel een ingewikkeld landschap.
Het Europees netwerk van consumentencentra, ECC-Net, biedt gratis advies en hulp bij grensoverschrijdende consumentengeschillen binnen de Europese Unie, IJsland en Noorwegen. Consumenten moeten het centrum contacteren van het land waar zij wonen. In 2023 hielp het netwerk meer dan 125.000 consumenten en bemiddelde het in ongeveer 22.500 gevallen rechtstreeks met handelaars. Via dergelijke tussenkomsten werd naar schatting meer dan 9 miljoen euro gerecupereerd. Deze resultaten tonen de waarde van het netwerk, maar ook hoeveel consumenten ondersteuning nodig hebben om hun rechten daadwerkelijk te laten gelden.
Sinds de toepassing van de Verordening Algemene Productveiligheid bestaat daarnaast de Consumer Safety Gateway. Daarmee kunnen consumenten gevaarlijke niet-voedingsproducten melden die online of in een fysieke winkel op de interne markt werden gekocht. Dat is een nuttig gespecialiseerd kanaal, maar het dekt niet automatisch het volledige spectrum van consumentengeschillen. Een klacht over een gevaarlijke oplader verschilt bijvoorbeeld van een klacht over een verborgen abonnement, een geweigerde terugbetaling, een valse korting, een vervalste beoordeling of een handelaar die geen contactgegevens verstrekt.
Mijn voorstel voor één Europees portaal betekent daarom niet dat iedere gespecialiseerde instantie moet verdwijnen. Ik stel mij een gemeenschappelijke digitale toegangspoort voor waar de consument zijn klacht in de eigen taal kan indienen, waarna het systeem de zaak automatisch naar de bevoegde nationale of Europese instantie leidt. De consument zou één dossiernummer ontvangen, bewijsstukken kunnen opladen en de voortgang kunnen volgen. Achter de schermen kunnen verschillende autoriteiten bevoegd blijven, maar aan de voorkant mag de burger niet langer worden verplicht om zelf het institutionele organigram van de Europese Unie te ontcijferen.
Een dergelijk portaal zou bovendien veel meer zijn dan een doorgeefluik. Geanonimiseerde klachtgegevens kunnen helpen om snel patronen te herkennen. Wanneer honderden consumenten in verschillende lidstaten binnen enkele dagen hetzelfde product, platform of verkoopmechanisme melden, moet een Europees waarschuwingssignaal ontstaan. De betrokken autoriteiten zouden automatisch kunnen worden geïnformeerd en kunnen beslissen om een sweep, een productveiligheidsonderzoek of een gecoördineerde handhavingsactie te starten. Zo wordt de individuele klacht ook een bron van collectieve bescherming.
De consument mag niet verdwalen tussen nationale loketten
De Europese interne markt belooft dat burgers over de grenzen heen kunnen kopen en verkopen. Dan is het volgens mij onlogisch dat de toegang tot bescherming nog zo sterk afhangt van nationale structuren, talen en procedures. Een consument die in België woont, via een in een andere lidstaat gevestigde marktplaats koopt en een product ontvangt van een verkoper buiten de Europese Unie, mag niet van het ene loket naar het andere worden doorgestuurd totdat hij de moed opgeeft.
Juist bij relatief kleine bedragen gebeurt dat snel. Een consument zal voor een verlies van twintig, vijftig of honderd euro zelden een ingewikkelde juridische procedure beginnen. Digitale verkopers weten dat. Wanneer een onderneming op grote schaal kleine bedragen onterecht inhoudt of retourrechten bemoeilijkt, kan het totale financiële voordeel enorm zijn, terwijl iedere individuele consument te weinig schade ondervindt om alleen door te zetten. Een eenvoudig Europees klachtenportaal zou die machtsongelijkheid gedeeltelijk kunnen corrigeren.
De Europese Commissie heeft zelf erkend dat de bestaande onlinegeschillenbeslechting moest worden vervangen door gebruiksvriendelijkere digitale instrumenten die consumenten naar een passend verhaalmechanisme leiden. Dat bevestigt voor mij dat eenvoud en toegankelijkheid geen bijkomstige technische details zijn, maar noodzakelijke voorwaarden voor effectieve rechtsbescherming.
Mijn drie voorstellen vormen één samenhangend handhavingsmodel
De drie aanbevelingen uit mijn verzoekschrift mogen niet afzonderlijk worden bekeken. Meer sweeps zonder een sterk klachtenportaal betekenen dat toezichthouders mogelijk belangrijke signalen van consumenten missen. Een klachtenportaal zonder voldoende handhavingscapaciteit dreigt uit te groeien tot een digitaal archief waarin meldingen worden geregistreerd maar onvoldoende worden opgevolgd. Strengere regels voor onlinemarktplaatsen zonder frequente controles laten te veel ruimte tussen de wettelijke verplichting en de dagelijkse praktijk.
Mijn model bestaat daarom uit drie opeenvolgende stappen. Consumenten moeten problemen eenvoudig kunnen melden. Europese en nationale autoriteiten moeten de verzamelde informatie kunnen analyseren en grensoverschrijdende patronen herkennen. Daarna moeten zij snel, gezamenlijk en zichtbaar kunnen optreden. Wanneer een gevaarlijk product wordt ontdekt, moet niet alleen één aanbieding verdwijnen. Alle identieke aanbiedingen, verwante verkopersaccounts en distributiekanalen moeten worden onderzocht. Wanneer een misleidende verkooptechniek op meerdere websites voorkomt, moet niet alleen achteraf worden gecorrigeerd, maar ook worden nagegaan welke consumenten schade leden en hoe herhaling kan worden voorkomen.
Ik wil ook dat Europese handhaving veel transparanter wordt. Burgers moeten kunnen zien hoeveel klachten werden ontvangen, hoeveel ondernemingen werden gecontroleerd, welke soorten overtredingen het vaakst voorkomen, hoe snel platformen reageren en hoeveel opgelegde correcties daadwerkelijk werden uitgevoerd. De CPC-verordening voorziet al in periodieke openbare overzichten van marktontwikkelingen en handhavingsactiviteiten. Die rapportering moet volgens mij verder worden uitgebouwd tot een begrijpelijk Europees handhavingsdashboard.
Een eerlijke markt beschermt ook correcte ondernemingen
Strengere consumentenhandhaving wordt soms voorgesteld als een bijkomende last voor ondernemingen. Ik zie dat anders. Ondernemers die investeren in veilige producten, correcte etikettering, degelijke klantenservice, belastingen en naleving van Europese voorschriften worden benadeeld wanneer concurrenten met onveilige of niet-conforme producten de markt overspoelen. Wanneer een verkoper buiten Europa de veiligheidsregels negeert en via een platform rechtstreeks toegang krijgt tot Europese consumenten, ontstaat geen vrije maar een verstoorde markt.
De massale invoer van goedkope pakjes vormt daarom niet alleen een veiligheidsprobleem. Het is ook een kwestie van eerlijke concurrentie. De Europese Commissie koppelde haar maatregelen rond e-commerce-invoer uitdrukkelijk aan consumentenbescherming, duurzaamheid en een gelijk speelveld voor ondernemingen die de regels wel naleven.
Mijn verzoekschrift verdedigde dus niet alleen de koper. Het verdedigde ook de Europese handelaar die verantwoordelijk werkt en niet kan concurreren met aanbieders die veiligheidscontroles, garanties, correcte productinformatie en milieuregels behandelen alsof ze facultatief zijn. Consequente handhaving is geen aanval op ondernemerschap. Zij is een voorwaarde voor geloofwaardig ondernemerschap.
Het Europees Parlement sloot mijn verzoekschrift af
Op 24 juni 2026 ontving ik een formele brief van de voorzitter van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement. Daarmee werd verzoekschrift 2604/2025 afgesloten. De administratieve afsluiting van een dossier betekent voor mij echter niet dat het onderliggende probleem verdwenen is. Miljoenen consumenten blijven dagelijks online kopen, miljarden zendingen blijven de Europese markt binnenkomen en toezichthouders blijven geconfronteerd worden met gevaarlijke producten en misleidende digitale verkooppraktijken.
Ik respecteer de formele behandeling door het Europees Parlement, maar ik blijf erop wijzen dat de waarde van een verzoekschrift niet uitsluitend wordt bepaald door de vraag of het dossier open of gesloten staat. Een verzoekschrift legt een probleem vast, formuleert concrete oplossingen en verplicht Europese instellingen om kennis te nemen van wat burgers ervaren. Het brengt ook argumenten in het publieke debat die later opnieuw kunnen opduiken bij wetgeving, evaluaties, begrotingsbeslissingen of handhavingsprogramma’s.
Voor zover ik uit de ontvangen afsluiting kan afleiden, kreeg ik geen concrete garantie dat mijn drie voorstellen volledig zullen worden uitgevoerd. Ik kan daarom niet stellen dat de zaak inhoudelijk is opgelost. Ik kan wel vaststellen dat de actualiteit mijn bezorgdheid blijft ondersteunen. De recordcijfers van Safety Gate, de resultaten van Europese sweeps en de lopende onderzoeken naar grote onlinemarktplaatsen tonen dat strengere en beter gecoördineerde handhaving noodzakelijk blijft.
Afgesloten dossier, onopgeloste uitdaging
Mijn verzoekschrift werd afgesloten, maar de Europese consument mag niet worden afgesloten van begrijpelijke bescherming. Een Europese interne markt kan alleen geloofwaardig zijn wanneer een product dat overal kan worden verkocht ook overal aan dezelfde veiligheidsnormen wordt onderworpen, wanneer een overtreding in verschillende lidstaten tot een gezamenlijke reactie leidt en wanneer iedere burger via één herkenbare toegangspoort een klacht kan indienen.
Ik blijf daarom pleiten voor frequente Europese sweeps, een veel strengere controle van onlinemarktplaatsen en één geïntegreerd Europees klachtenportaal. Ik wil dat consumenten niet pas worden beschermd wanneer een product al schade heeft veroorzaakt. Ik wil dat digitale verkoopplatformen hun verantwoordelijkheid opnemen voordat een gevaarlijk artikel duizenden keren wordt verkocht. Ik wil dat toezichthouders niet elk afzonderlijk in hun nationale hoek moeten optreden tegen ondernemingen die in heel Europa tegelijk actief zijn.
Europa heeft de wetgeving, de instellingen en de technologische mogelijkheden om dit te realiseren. Wat nog te vaak ontbreekt, is de consequente verbinding tussen die elementen. De consument heeft geen boodschap aan een indrukwekkend juridisch kader wanneer hij na een probleem in een doolhof terechtkomt. Bescherming begint niet bij de publicatie van een verordening in het Publicatieblad. Zij begint op het moment dat een onveilig product wordt tegengehouden, een misleidende aanbieding wordt verwijderd, een klacht snel wordt behandeld en een overtreder daadwerkelijk beseft dat de Europese regels niet vrijblijvend zijn.
Dat was de essentie van verzoekschrift 2604/2025. Dat blijft mijn boodschap, ook nadat het Europees Parlement het dossier formeel heeft afgesloten. Ik bereid ondertussen enkele nieuwe demarches voor. Ik ben immers echt ontevreden over hoe dit in de Europese praktijk wordt aangepakt en hoe dit onze kleinhandel ondermijnt die wel aan alle regels moet voldoen. Het is helaas zoals altijd, wanneer er rampen zullen gebeuren, zal er werkelijk doortastend ingegrepen worden, maar is het devies niet beter voorkomen dan genezen.
Bronnen: Verordening (EU) 2017/2394 betreffende samenwerking tussen nationale consumentenautoriteiten; Verordening (EU) 2023/988 inzake algemene productveiligheid; Europese Commissie over Consumer Protection Cooperation, Europese controlesweeps, Safety Gate, e-commerce-invoer, ECC-Net, digitale marktplaatsen en consumentenklachten.
Andy Vermaut


