Begrip voor elkaars geloof als begin van vrede

15 november 2025
In Cheongju, Zuid-Korea, nam Sheikh Musa Saidi, voormalig ondervoorzitter van de Islamic Supreme Council of Zambia, van woensdag 30 oktober tot en met zaterdag 2 november deel aan de 3rd Special Lecture on Revelation Open to All Nations. Tijdens dat programma, dat voortbouwt op eerder gevolgde lessen in de Bible Experience Program, keek hij als moslimgeleerde met nieuwe ogen naar de Bijbel en naar de manier waarop christenen hun heilige tekst lezen.
Voor hem was het geen vrijblijvende intellectuele oefening, maar een bewuste keuze om als religieus leider ook het geloof van zijn buren beter te leren kennen. Hij komt uit een moslimfamilie en is diep vertrouwd met de Koran. Juist daarom wilde hij de Bijbel niet langer alleen kennen via tweedehands informatie, maar vanuit eigen studie en persoonlijke ervaring.
Een moslimleider verdiept zich in de Bijbel
Sheikh Musa Saidi beschrijft zijn deelname aan het Bible Experience Program van de Shincheonji Church als een stap die zijn blik heeft verbreed. Hij had de Koran jarenlang intensief bestudeerd, maar gaf aan dat hij pas tijdens deze lessen systematisch in aanraking kwam met de profetieën en openbaringsteksten uit de Bijbel, zoals die in verschillende kerken worden uitgelegd. Dat zorgde volgens hem voor een nieuwe invalshoek in zijn denken over andere religies.
Zijn vertrekpunt daarbij is een vers uit de Koran dat de vraag stelt of degenen die kennis hebben gelijk zijn aan degenen die die kennis niet hebben. In zijn eigen leven vertaalt hij dat naar de verantwoordelijkheid om ook het geloof van anderen te leren kennen. Hij ziet zichzelf niet uitsluitend als leider van moslims, maar als iemand die een bredere groep mensen mag begeleiden, onder wie ook christenen en mensen uit andere tradities. Vanuit die rol vindt hij dat hij het geloof van christenen, hindoes en anderen serieus moet bestuderen.
Daarbij maakt hij duidelijk dat zijn doel niet is om aan te wijzen wie gelijk heeft en wie niet. Hij wil vooral begrijpen wat anderen geloven en waarom dat voor hen belangrijk is. Volgens hem ontstaat een geloofwaardig leiderschap pas wanneer een religieuze leider bereid is zich open te stellen voor de vragen, twijfels en overtuigingen van mensen met een ander geloof.
Samen leren voor vreedzaam samenleven
In zijn terugblik op de Bible Experience Program legt Sheikh Saidi sterk de nadruk op het dagelijkse samenleven. De lessen brachten niet alleen informatie over bijbelteksten, maar boden hem ook een kader om na te denken over hoe verschillende religies zich tot elkaar verhouden in dezelfde straat, dezelfde stad of hetzelfde land.
Hij wijst erop dat mensen uiterlijk, taal en achtergrond kunnen verschillen, terwijl zij volgens hem toch door dezelfde God zijn geschapen. Die overtuiging vat hij graag samen in de woorden dat mensen één zijn, ook als zij uit uiteenlopende regio’s komen en andere tradities volgen. Voor hem gaat interreligieuze dialoog daarom niet in de eerste plaats over grote conferenties, maar over alledaagse ontmoetingen waarin mensen elkaar echt proberen te begrijpen.
Tegelijk wijst hij op de manier waarop islam in de media geregeld wordt voorgesteld als een religie die verbonden zou zijn met geweld. In zijn ervaring laat juist het gesprek tussen religieuze leiders zien dat ieder geloof stromingen kent die naar vrede streven en uitwassen die spanning veroorzaken. Hij benadrukt dat in alle religies goede én problematische voorbeelden te vinden zijn. Wanneer geloofsgemeenschappen hun talenten bundelen en elkaar serieus nemen, ziet hij kansen om samen te werken aan een samenleving waarin mensen zich veiliger en erkender voelen.
Reacties in Zambia en interreligieuze netwerken
Dat een moslimleider zich grondig verdiept in de Bijbel, roept ook vragen op in de eigen omgeving. Sheikh Saidi vertelt dat verschillende sheikhs en islamitische leiders in Zambia verrast waren toen zij hoorden dat hij actief deelnam aan christelijke bijbelonderwijsprogramma’s. Sommigen kenden dit soort trajecten nog niet en moesten wennen aan het idee dat een gerespecteerde moslimgeleerde zich zo intensief met christelijke teksten bezighoudt.
Voor Sheikh Saidi sluit deze stap echter aan bij zijn eerdere werk in de Interfaith Networking Group, ZINGO. Via dat netwerk was hij al gewend om samen te werken met vertegenwoordigers uit diverse religieuze tradities. De activiteiten rond HWPL vormen voor hem een volgende stap: hij wil niet alleen naast andere religieuze leiders staan, maar ook beter begrijpen wat hen innerlijk drijft.
In zijn gesprekken maakt hij duidelijk dat hij geen christen wil worden en niemand probeert over te halen om zijn eigen religie te verlaten. Hij wil in de eerste plaats weten wat christenen in Zambia geloven, zodat hij hun taal, hun zorgen en hun hoop beter begrijpt. Door die kennis kan hij volgens eigen zeggen met meer respect in gesprek gaan met andere leiders en hun achterban.
Een leerreis langs openbaring en beeldtaal
Tijdens zijn verblijf in Zuid-Korea bezocht Sheikh Saidi ook het park van het Goseong Peace Institute. Daar worden sculpturen getoond die zijn geïnspireerd op de Openbaring van Johannes. Voor veel bezoekers uit christelijke tradities vormen die beelden een soort visuele gids bij een bijbelboek dat vaak als moeilijk wordt ervaren.
Vanuit zijn islamitische achtergrond zag Sheikh Saidi het bezoek als een leerreis. De kunstwerken hielpen hem volgens eigen zeggen om beter te begrijpen hoe christenen de symboliek uit de Openbaring duiden en hoe zij die verbinden aan hun eigen tijd. In combinatie met de lessen tijdens de 3rd Special Lecture on Revelation Open to All Nations bood het park hem een tastbare aanvulling op de theoretische studie uit de klas.
De special lecture zelf was bedoeld voor religieuze leiders die de Bible Experience Program al hadden afgerond. Door dat selectiecriterium kwamen deelnemers samen die een gemeenschappelijke studieachtergrond hadden, ook al waren hun religies en culturen verschillend. Vanuit die gedeelde basis konden zij met elkaar spreken over de rol van heilige teksten in de huidige wereld.
Een boodschap van vrede door wederzijds begrip
Aan het einde van zijn bezoek aan Zuid-Korea vatte Sheikh Musa Saidi zijn ervaring samen in een eenvoudige gedachte: vrede begint waar mensen elkaar willen begrijpen. Als hij het geloof van de ander begrijpt en de ander inzicht krijgt in zijn geloof, ziet hij ruimte om samen te leven als één menselijke familie, in het besef dat zij voor dezelfde Schepper staan, ook al geven zij daar op verschillende manieren vorm aan.
Voor hem betekent dat concreet dat religieuze leiders tijd moeten vrijmaken om elkaars heilige boeken te bestuderen en met oprechte interesse te luisteren naar wat die boeken voor andere mensen betekenen. De stap om als moslim de Bijbel te bestuderen, ziet hij dan ook niet als een bedreiging voor zijn eigen geloof, maar als een verrijking van zijn rol als leider.
Programma’s zoals de Inter Religious Peace Academy van HWPL, met de Bible Experience Program en de 3rd Special Lecture on Revelation Open to All Nations, vormen in zijn ogen een praktische manier om dat leren mogelijk te maken. Ze brengen mensen bij elkaar die gewoonlijk in gescheiden werelden leven en dagen hen uit om vragen te stellen die zij anders misschien uit de weg zouden gaan.
Daarmee raakt zijn verhaal aan een bredere vraag die veel verder reikt dan één conferentie in Cheongju: hoeveel religieuze leiders zijn bereid om zich in de heilige teksten van anderen te verdiepen, niet om die te weerleggen, maar om hun buren beter te kunnen dienen?
Bronnen:
HWPL Public Relations Department
HWPL Inter Religious Peace Academy (IRPA)
Bible Experience Program (BEP)
Goseong Peace Institute
Islamic Supreme Council of Zambia
Interfaith Networking Group (ZINGO)
Shincheonji Church of Jesus
Interview met Sheikh Musa Saidi in Cheongju, Zuid-Korea
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


