België en Europese staten pleiten voor inperking van bevoegdheden van mensenrechtenhof

28 december 2025
In de laatste weken van 2025 heeft België zich aangesloten bij een groep van 26 andere Europese landen die een gecoördineerde oproep doen om de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te beperken. Deze beweging is ingezet om de nationale controle op migratie te versterken. De staten streven naar een nauwere interpretatie van de artikelen drie en acht van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Deze bepalingen bieden momenteel bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandeling en waarborgen het recht op een privé- en gezinsleven.
Aanpassing van juridische kaders aan de migratierealiteit
De landen die dit initiatief ondersteunen, voeren aan dat de huidige verdragsteksten moeten worden aangepast om aan te sluiten bij de hedendaagse omstandigheden. Volgens deze staten maakt de huidige manier waarop het hof de regels toepast het te moeizaam om buitenlandse onderdanen met een strafrechtelijke veroordeling uit te zetten. Zij pleiten voor een nieuw evenwicht waarbij de openbare veiligheid zwaarder weegt dan rechten die gedurende decennia als onschendbaar werden beschouwd. De voorstellen bevatten plannen voor een beperktere uitleg van artikel drie, waardoor deportaties mogelijk worden zelfs wanneer er risico’s bestaan op een onveilige behandeling in het land van ontvangst. Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden voor detentie in derde landen buiten de Europese grenzen.
Een overzicht van de politieke verschuivingen
De huidige situatie is de uitkomst van een proces dat jaren geleden is begonnen. Tussen 2015 en 2016 leidde een toename in migratie tot een politieke verschuiving waarbij de bestaande bescherming van mensenrechten vaker werd gezien als een belemmering voor grenshulp. In de jaren tussen 2018 en 2021 uitten diverse overheden publiekelijk kritiek op uitspraken van het hof die deportaties tegenhielden op basis van het recht op een gezinsleven. De juridische weerstand tegen het Britse asielplan in Rwanda in 2023 en 2024 versterkte de roep om een herziening van de Europese soevereiniteit ten opzichte van internationale rechtbanken. In 2025 resulteerde dit in een gezamenlijke verklaring van 27 lidstaten van de Raad van Europa, waaronder België, om de effecten van de fundamentele artikelen van het verdrag te verzwakken.

Mogelijke gevolgen voor de universele rechtsbescherming
Tegenstanders van de plannen wijzen op de morele en juridische risico’s van deze koerswijziging. Collins Nweke stelt dat het beperken van mensenrechten voor één specifieke groep uiteindelijk de rechtszekerheid voor iedereen in gevaar brengt. Wanneer Europa onderscheid gaat maken tussen mensen die wel of niet recht hebben op bescherming tegen onmenselijke behandeling, verliest artikel drie zijn universele karakter. De kritiek luidt dat politici hiermee hun eigen beleidsfouten op het gebied van asielopvang en terugkeerbeleid proberen te maskeren door de schuld bij de rechtspraak te leggen. Bovendien zou een inperking van artikel acht niet alleen betrekking hebben op personen met een strafblad, maar ook op migranten die volledig zijn geïntegreerd in de samenleving.
Bronnen: Collins Nweke

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best so weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


