Brecht Warnez jaagt West-Vlaamse dossiers vooruit: “Fietsers, vrijwilligers, ondernemers en luchthavenpersoneel verdienen duidelijke antwoorden”

Brecht Warnez heeft in de voorbije dagen een opvallend brede reeks West-Vlaamse dossiers op de politieke agenda gezet. Het Vlaams Parlementslid richt zich daarbij niet op grote slogans, maar op kwesties die inwoners en gezinnen elke dag raken: een fietspad dat onveilig blijft, vrijwilligers die zwerfvuil opruimen, werknemers die onzeker zijn over de toekomst van de luchthaven Oostende-Brugge en ondernemers die met veel inzet een lokaal product opbouwen. Met cijfers, terreinbezoeken en vragen aan de bevoegde overheden vraagt Warnez dat problemen niet worden weggeschreven, maar opgelost.

855 meldingen over fietspaden: “Wat gebeurt er nadat een burger alarm slaat?”

De meest dringende vraag gaat vandaag over de veiligheid van fietsers. In 2024 en 2025 werden in West-Vlaanderen 855 meldingen geregistreerd over fietspaden. Dat cijfer legt bloot hoeveel inwoners hinder, schade of gevaar signaleren op routes die zij dagelijks gebruiken. Het gaat niet om theoretische gegevens. Achter elke melding kan een ouder staan die zijn kind niet met een gerust hart naar school laat fietsen, een werknemer die langs een gevaarlijk kruispunt moet passeren, een oudere fietser die een slecht wegdek vreest of een inwoner die al maanden ziet dat een onveilige situatie blijft bestaan.

Warnez wijst in het bijzonder op de stijging van meldingen in Wingene, Tielt en Kortrijk. Hij wil dat die evolutie ernstig wordt onderzocht. Een toename kan wijzen op een verslechtering van de infrastructuur, een grotere bereidheid om problemen te melden, een betere bekendheid van het meldpunt of een combinatie van verschillende factoren. Welke verklaring ook geldt, het aantal signalen mag niet worden weggewuifd. Wie van burgers verwacht dat zij problemen melden, moet ook tonen dat die meldingen leiden tot actie.

Daar ligt volgens Warnez de kern van het dossier: er bestaat onvoldoende duidelijkheid over de opvolging. Hoeveel meldingen worden onderzocht? Hoe snel krijgen inwoners antwoord? Welke problemen worden hersteld? Welke meldingen worden doorgestuurd naar een andere wegbeheerder? En hoeveel gevaarlijke situaties blijven aanslepen zonder zicht op een oplossing? Die vragen zijn essentieel, want een meldingssysteem heeft alleen betekenis wanneer het zichtbaar bijdraagt aan veiliger verkeer.

West-Vlaanderen is een fietsprovincie. Scholieren, werknemers, recreanten, landbouwers, gezinnen en toeristen delen er elke dag dezelfde wegen en fietspaden. Een fietspad is geen bijkomstigheid naast de rijbaan. Het is infrastructuur die mensen moet beschermen. Wanneer de overheid mensen oproept om voor korte afstanden de fiets te nemen, moet diezelfde overheid ervoor zorgen dat zij niet worden gedwongen om uit te wijken, slalommen, putten te ontwijken of een onoverzichtelijke oversteek te riskeren. De 855 meldingen zijn daarom meer dan een administratief cijfer. Zij zijn een oproep om de veiligheid van fietsers daadwerkelijk als prioriteit te behandelen.

Meer dan 3.400 vrijwilligers ruimen op, maar zij mogen niet alleen blijven staan

Ook de strijd tegen zwerfvuil kreeg de voorbije week aandacht. In West-Vlaanderen zijn volgens de cijfers die Brecht Warnez bekendmaakte 3.435 zwerfvuilvrijwilligers actief. Sinds 2020 is hun aantal met 69,5 procent gestegen. Die groei ligt ruim boven het Vlaamse gemiddelde. In gemeenten, dorpen en wijken trekken mensen er regelmatig op uit met grijpstokken, vuilniszakken en handschoenen om op te ruimen wat anderen achteloos achterlaten.

Dat engagement verdient respect. Het zijn mensen die niet wachten tot iemand anders het probleem oplost. Zij ruimen bermen, bushaltes, parkings, grachten, speelpleinen en wandelpaden op. Zij zorgen ervoor dat kinderen niet tussen afval spelen, dat plastic niet in waterlopen terechtkomt en dat buurten er verzorgd blijven uitzien. In een tijd waarin veel mensen terecht vragen wat één individu nog kan betekenen, tonen zwerfvuilvrijwilligers dat kleine, herhaalde daden samen een groot verschil maken.

Maar Warnez maakt tegelijk duidelijk dat vrijwilligers geen vervanging mogen worden voor degelijk beleid. Wie opruimt, verdient steun van gemeenten en andere overheden. Dat kan door materiaal te voorzien, veilige inzamelpunten te organiseren, vrijwilligers te verzekeren, hun werk zichtbaar te waarderen en snel in te grijpen op plaatsen waar het probleem telkens terugkomt. Nog belangrijker is de vraag waarom afval überhaupt op straat, in bermen en langs waterlopen terechtkomt. Handhaving, sensibilisering, infrastructuur en preventie moeten voorkomen dat vrijwilligers telkens opnieuw dezelfde rommel moeten opruimen.

De stijging van het aantal vrijwilligers is hoopgevend, maar ze legt ook een ongemakkelijke realiteit bloot. Zolang mensen nodig zijn om systematisch op te ruimen wat anderen achterlaten, blijft er werk aan de winkel. De inzet van 3.435 West-Vlamingen mag dan ook een aansporing zijn om nog ambitieuzer te worden: niet alleen netter opruimen, maar vooral veel minder vervuilen.

De luchthaven Oostende-Brugge: duizenden banen kunnen niet afhangen van tijdelijke onzekerheid

Op 19 augustus bracht Brecht Warnez een werkbezoek aan Oostende-Brugge Airport, tijdens een Voka-Zomerstage bij TUI. Daar stond hij stil bij de betekenis van de luchthaven voor de West-Vlaamse economie en voor de mensen die er dagelijks werken. Volgens de cijfers die hij aanhaalt, zorgt de luchthaven voor 1.252 voltijdse jobs en ongeveer 100 miljoen euro jaarlijkse toegevoegde waarde. In 2025 maakten meer dan 400.000 passagiers gebruik van de luchthaven en werd 22.899 ton vracht verwerkt.

Die cijfers tonen waarom het debat over de toekomst van Oostende-Brugge Airport verder gaat dan vliegtuigen die opstijgen en landen. Rond de luchthaven werken mensen in de luchtvaart, logistiek, bagageafhandeling, onderhoud, veiligheid, horeca, toerisme, transport en dienstverlening. Voor veel gezinnen zijn die banen geen abstracte economische parameter, maar het inkomen waarmee rekeningen worden betaald, kinderen worden opgevoed en toekomstplannen worden gemaakt.

Warnez vraagt daarom duidelijkheid en rechtszekerheid, zeker nu een tijdelijke regeling volgens de beschikbare informatie omstreeks midden september afloopt. Een luchthaven kan niet ernstig plannen wanneer er voortdurend onzekerheid bestaat over haar vergunningen, haar juridische basis of haar toekomstperspectief. Ook werknemers, bedrijven, luchtvaartmaatschappijen en investeerders hebben nood aan een beleid dat niet van tijdelijke verlenging naar tijdelijke verlenging gaat.

Dat betekent niet dat vragen van omwonenden, leefmilieu en geluid geen plaats hebben in het debat. Integendeel: juist omdat de luchthaven een belangrijke werkgever is, moet haar toekomst steunen op duidelijke en afdwingbare afspraken. Werkgelegenheid, bereikbaarheid, klimaatverantwoordelijkheid en leefkwaliteit moeten samen worden bekeken. Wat niet kan, is duizenden mensen in onzekerheid laten terwijl de politieke besluitvorming blijft aarzelen. Warnez vraagt dat de Vlaamse overheid die verantwoordelijkheid opneemt en tijdig perspectief biedt.

Voor Oostende en de volledige kustregio is de luchthaven bovendien een toegangspoort. Zij ondersteunt het toerisme, biedt verbindingen met andere regio’s en speelt een rol in vrachtvervoer. De economische uitstraling gaat dus verder dan de luchthaven zelf. Wie de toekomst van de site bespreekt, bespreekt mee de toekomst van jobs, ondernemerschap en bereikbaarheid in West-Vlaanderen.

Van een mobiele bar in Sint-Michiels naar 22 verkooppunten

Naast dossiers over mobiliteit, milieu en werkgelegenheid bracht Brecht Warnez ook een lokaal ondernemersverhaal onder de aandacht. Hij bezocht op de Brugse Markt Jelle Hindryckx uit Zwevezele, de man achter Jhens Amère Blanche. Hindryckx begon midden 2025 met een mobiele bar in Sint-Michiels en koos ervoor om een witte picon op de markt te brengen. Wat begon als een kleinschalig initiatief, groeide volgens de beschikbare informatie uit tot een product dat vandaag op 22 verkooppunten verkrijgbaar is en ook in restaurants binnen en buiten West-Vlaanderen wordt aangeboden.

Het is een verhaal dat veel ondernemers zullen herkennen. Een idee alleen volstaat niet. Er zijn uren voorbereiding nodig, investeringen, contacten, proeven, overtuigingskracht en de bereidheid om risico’s te nemen. Wie een product op de markt brengt, moet niet alleen kwaliteit leveren, maar ook distributie organiseren, klanten bereiken en zich onderscheiden in een markt waar concurrentie nooit ver weg is.

Door dit initiatief zichtbaar te maken, vraagt Warnez aandacht voor lokaal ondernemerschap dat vaak groeit buiten de grote economische centra. In dorpen en kleinere steden bouwen mensen aan producten, diensten en ondernemingen die werkgelegenheid kunnen creëren en tegelijk bijdragen aan de identiteit van een streek. West-Vlaanderen heeft een sterke traditie van ondernemers die klein beginnen, dicht bij hun klanten staan en stap voor stap groeien. Dat verdient niet alleen applaus op een marktplein, maar ook een beleid dat ondernemerschap niet verstikt met onnodige drempels.

Het succes van Jhens Amère Blanche toont hoe lokale verankering en ambitie kunnen samengaan. Een product dat zijn oorsprong heeft in Zwevezele en Sint-Michiels kan ook buiten de eigen gemeente een publiek vinden. Dat is goed nieuws voor de ondernemer, maar ook voor een regio die haar eigen makers en producten meer zichtbaarheid wil geven.

Geen dossiers voor de vitrinekast, maar vragen die om antwoord schreeuwen

In elk dossier stelt Brecht Warnez dezelfde fundamentele vraag: neemt de overheid haar verantwoordelijkheid wanneer inwoners, vrijwilligers, werknemers en ondernemers duidelijk maken waar het knelt? Op fietspaden willen mensen veilig thuiskomen. Vrijwilligers willen niet dat hun inzet als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Werknemers rond de luchthaven willen weten of zij toekomst hebben. Ondernemers willen kunnen bouwen aan een zaak zonder dat de weg onnodig moeilijk wordt gemaakt.

Dat vraagt meer dan mooie woorden. Voor de fietspaden zijn transparante opvolging en concrete ingrepen nodig. Voor zwerfvuilvrijwilligers zijn structurele ondersteuning en een sterker preventiebeleid nodig. Voor Oostende-Brugge Airport is er nood aan tijdige politieke duidelijkheid die rekening houdt met jobs, omgeving en toekomst. Voor lokale ondernemers is een klimaat nodig waarin initiatief kansen krijgt in plaats van te botsen op eindeloze regels en onzekerheden.

West-Vlaanderen verdient politici die niet alleen aanwezig zijn wanneer er linten worden geknipt, maar ook wanneer dossiers vastlopen, mensen zich zorgen maken of een regio nood heeft aan een heldere stem. Met zijn recente acties maakt Brecht Warnez duidelijk dat hij die rol wil opnemen. De komende maanden zullen uitwijzen of de bevoegde overheden ook effectief antwoorden geven op de vragen die nu op tafel liggen.

Bronnen: mededelingen van Brecht Warnez van 13 augustus 2026 over zwerfvuilvrijwilligers, 17 augustus 2026 over Jhens Amère Blanche, 19 augustus 2026 over Oostende-Brugge Airport en 20 augustus 2026 over meldingen rond fietspaden

Andy Vermaut +32499357495