BRON en Erfgoed geeft advocaat opdracht Stad Oostende in gebreke te stellen

22 september 2026
BRON en Erfgoed vzw heeft advocaat Marleen Ryelandt opdracht gegeven om de Stad Oostende in gebreke te stellen over het volgens de vereniging uitblijven van herstel aan een terrein nabij Fort Napoleon. De correctionele rechtbank in Kortrijk legde op maandag 2 februari 2026 herstelmaatregelen op na werken zonder de vereiste vergunningen in een beschermd cultuurhistorisch landschap. Tegen die uitspraak werd hoger beroep ingesteld. De aangekondigde ingebrekestelling opent daardoor een juridisch debat over wat de stad op dit moment kan of moet doen.
Vereniging stelt geen verandering op terrein vast
Steven Brion deelde namens BRON en Erfgoed vzw op dinsdag 22 september 2026 mee dat de vereniging geen merkbare verandering op het betrokken terrein heeft vastgesteld. De herstelmaatregelen die de correctionele rechtbank in eerste aanleg oplegde, zouden naar haar waarneming niet zijn uitgevoerd. De vereniging wijst daarnaast naar de Stad Oostende, die door de rechtbank werd gemachtigd om bij gebrek aan herstel zelf op te treden en de kosten bij de betrokken partijen te verhalen. BRON en Erfgoed vzw vindt dat de stad van die mogelijkheid geen zichtbaar gebruik heeft gemaakt en meent dat haar daarom laksheid kan worden verweten. Die kwalificatie is het standpunt van de vereniging. Een reactie van het stadsbestuur is niet opgenomen in de beschikbare correspondentie.
Opdracht aan advocaat is nog geen verzonden ingebrekestelling
Het bestuursorgaan van BRON en Erfgoed vzw gaf advocaat Marleen Ryelandt opdracht om de stad formeel aan te spreken. Die opdracht betekent niet noodzakelijk dat de ingebrekestelling al werd verzonden of betekend. De tekst van de brief, de juridische argumentatie en een eventuele antwoordtermijn zijn niet beschikbaar. De feitelijk correcte formulering is daarom dat de vereniging haar advocaat opdracht heeft gegeven tot ingebrekestelling. Het is nog niet aangetoond dat de Stad Oostende de brief al heeft ontvangen.
Vonnis van 2 februari 2026 vormt de aanleiding
De correctionele rechtbank in Kortrijk sprak op maandag 2 februari 2026 een vonnis uit over werken op een perceel aan de Oosteroever in Oostende. Het terrein ligt binnen het beschermde cultuurhistorische landschap rond Fort Napoleon. Daar waren zonder de vereiste vergunningen onder andere verhardingen, betonsokkels, afsluitingen en andere constructies aangebracht. De rechtbank achtte verschillende inbreuken bewezen, waaronder handelingen zonder geldige vergunning, het niet naleven van een stakingsbevel en overtredingen van de erfgoedregels.
Vijf beklaagden kregen in eerste aanleg een straf
Bart Versluys werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van 20.000 euro. De vennootschappen Vuurtorendok en Versluys Invest kregen elk een boete van 44.000 euro. Verhelst Aannemingen werd veroordeeld tot 32.000 euro en Jan Pauwels tot 10.000 euro. De beklaagden hadden de vrijspraak gevraagd. De rechtbank verwierp onder andere het argument dat zij niet konden weten dat vergunningen nodig waren. Bij ervaren ondernemingen en verantwoordelijken die actief zijn in bouw en vastgoed mocht die kennis naar het oordeel van de rechtbank worden verwacht.
Herstelmaatregel staat naast de geldboetes
De uitspraak beperkte zich niet tot strafrechtelijke geldboetes. De rechtbank beval ook het herstel van de locatie. De niet-vergunde ingrepen moesten worden verwijderd en het terrein moest opnieuw in de opgelegde toestand worden gebracht. Voor dat herstel werd een termijn van vier maanden bepaald. Bij laattijdige uitvoering werd een dwangsom van 500 euro per dag en per betrokken veroordeelde opgelegd. De precieze aanvang van een hersteltermijn kan afhangen van de formulering in het beschikkende gedeelte van het vonnis, de betekening en de verdere procesgang. Daarom mag niet automatisch worden aangenomen dat die termijn op de dag van de uitspraak begon te lopen.
Stad kreeg een machtiging, geen eigen veroordeling
De Stad Oostende werd gemachtigd om bij gebrek aan herstel zelf in te grijpen en de daarmee gepaard gaande kosten bij de veroordeelde partijen terug te vorderen. Dat onderscheid is essentieel. De stad werd in deze strafzaak niet zelf tot herstel veroordeeld. Zij kreeg een rechterlijke machtiging om in de plaats van de betrokken partijen op te treden wanneer aan de juridische voorwaarden daarvoor is voldaan. Uit de beschikbare gegevens kan niet worden afgeleid dat de rechtbank de stad verplichtte om onmiddellijk na het verstrijken van vier kalendermaanden zelf werken uit te voeren.
Uitvoerbaarheid kan niet zonder het vonnis worden vastgesteld
Om te beoordelen of de Stad Oostende nu al gebruik kan maken van de machtiging, is het beschikkende gedeelte van het correctionele vonnis noodzakelijk. Ook moet worden nagegaan of het vonnis aan alle betrokken partijen werd betekend, wanneer een eventuele hersteltermijn begon te lopen en of een uitvoeringsmodaliteit ondanks het hoger beroep geldt. Die gegevens staan niet in de e-mail van BRON en Erfgoed vzw. Zonder die stukken kan juridisch niet sluitend worden vastgesteld dat de stad haar machtiging vandaag al kan uitvoeren of dat zij door niet op te treden een afdwingbare verplichting miskent.
Hoger beroep verhindert definitieve conclusies
Tegen het vonnis van 2 februari 2026 werd hoger beroep ingesteld. De zaak werd op donderdag 17 september 2026 ingeleid bij het hof van beroep in Gent. De pleidooien zijn vastgesteld op donderdag 15 april 2027. Daardoor is de uitspraak in eerste aanleg nog niet definitief. Het hof kan de schuldigverklaringen, straffen en herstelmaatregelen bevestigen, aanpassen of vernietigen. Welke onderdelen van het vonnis tijdens die beroepsprocedure uitvoerbaar zijn, moet blijken uit de uitspraak zelf en de toepasselijke procedureregels.
Ingebrekestelling kan duidelijkheid afdwingen
De geplande ingebrekestelling kan de Stad Oostende ertoe brengen haar juridische positie schriftelijk uiteen te zetten. De stad kan daarin verduidelijken of het vonnis werd betekend, of de hersteltermijn al is ingegaan of verstreken en welke invloed het hoger beroep heeft op de machtiging. Ook kan zij aangeven of er contacten zijn geweest met de betrokken partijen, of een plaatsbezoek werd uitgevoerd en of eventuele herstelhandelingen worden voorbereid. De ingebrekestelling kan dus ook dienen om informatie te verkrijgen die nu ontbreekt.
Waarneming op terrein blijft relevant maar is niet beslissend
Dat BRON en Erfgoed vzw op dinsdag 22 september 2026 geen merkbare verandering vaststelde, is een relevante feitelijke waarneming. Ze toont echter op zichzelf niet aan dat geen enkele maatregel werd genomen. Juridische voorbereiding, betekening, overleg, toezicht of onderzoek zijn niet noodzakelijk zichtbaar op het terrein. Omgekeerd kan administratieve voorbereiding niet onbeperkt dienen als verklaring wanneer een uitvoerbaar herstelbevel zonder goede reden onbeantwoord blijft. Precies daarom is een gedocumenteerd antwoord van de Stad Oostende van belang.
Bescherming van de omgeving dateert uit 1976
Fort Napoleon en zijn omgeving werden in 1976 beschermd als cultuurhistorisch landschap. De bescherming heeft betrekking op het fort en zijn relatie met de duinen, de kustverdediging en de omliggende open ruimte. Dat statuut betekent dat ingrepen niet zonder de vereiste beoordeling en toelatingen mogen gebeuren. Het is geen absoluut verbod op iedere verandering, maar het legt wel bijzondere verplichtingen op aan eigenaars, ontwikkelaars en overheden.
Vlaamse discussie over bescherming loopt daarnaast
Op Vlaams niveau werd een procedure opgestart om de bescherming van delen van de omgeving te wijzigen. Die discussie staat juridisch naast de strafzaak over reeds uitgevoerde werken. Een latere wijziging van het beschermingsstatuut maakt vroegere, zonder vergunning uitgevoerde handelingen niet automatisch rechtmatig. Het hof van beroep zal de feiten en regels moeten beoordelen die voor de strafzaak van toepassing zijn.
Verweer verwees naar Stad Oostende
Tijdens de behandeling van het hoger beroep kwam ook de beweerde rol van het Oostendse stadsbestuur ter sprake. De verdediging stelde dat burgemeester Bart Tommelein en schepen Kurt Claeys de instructie zouden hebben gegeven om de betrokken dag door te werken en nadien regularisatie aan te vragen. Die bewering is een onderdeel van het verweer en kan niet als bewezen feit worden weergegeven. Het hof van beroep zal moeten beoordelen wat precies werd gezegd, door wie en welke juridische betekenis dat eventueel heeft. Zelfs wanneer een lokale bestuurder een bepaalde verwachting heeft gewekt, blijft de vraag bestaan of zo’n mededeling een vereiste vergunning kan vervangen.
Beroepsprocedure raakt ook persoonlijk belang
Bij bevestiging van de persoonlijke veroordeling kan Bart Versluys een vermelding op zijn strafregister behouden. Hij verwees daarbij naar mogelijke gevolgen voor zijn reizen naar de Verenigde Staten en zijn zakelijke activiteiten in Miami. Het aangehaalde project in Miami heeft een gemelde verkoopwaarde van 650 miljoen dollar. Dat belang verklaart mede waarom de veroordeling wordt aangevochten, maar speelt geen rol bij de objectieve beoordeling van de vergunnings- en erfgoedinbreuken.
Toeristisch dossier is een afzonderlijke zaak
Binnen het college van burgemeester en schepenen werd ook dossier 2026_CBS_04260 behandeld. Dat draagt de titel “Fort Napoleon: venster op de Oosteroeverduinen” en betreft een definitief projectdossier voor de projectoproep Water & Natuur 2026 van Toerisme Vlaanderen. Laura Maes stelde voor dit dossier via openbaarheid van bestuur op te vragen. Ingrid Mostrey wees ook op het belang van de projectvoorwaarden. Zonder inzage in het projectdossier kan niet worden vastgesteld welke ingrepen zijn gepland, welke percelen worden betrokken of hoeveel financiële steun wordt gevraagd.
Geen bewezen band met correctionele zaak
De vermelding van Fort Napoleon en de Oosteroeverduinen maakt het projectdossier ruimtelijk relevant, maar bewijst geen juridische band met de strafzaak. Het kan gaan om natuurbeleving, toeristische ontsluiting, erfgoedwerking, landschappelijke inrichting of andere maatregelen. De dossiernaam alleen laat daarover geen sluitende conclusie toe. Het project mag daarom niet worden voorgesteld als een antwoord op het correctionele vonnis of als onderdeel van de discussie over de machtiging van de stad.
Openbaarheid van bestuur kan vermoedens vervangen door documenten
Een aanvraag tot openbaarheid van bestuur kan inzicht geven in de projectbeschrijving, begroting, adviezen, kaarten, betrokken partners en geplande uitvoeringsstappen. Zo kan feitelijk worden nagegaan of het project uitsluitend rond Fort Napoleon ligt of ook de bredere Oosteroeverduinen omvat. Ook kan blijken hoe de stad rekening houdt met natuurwaarden en het beschermde landschap. Tot die documenten beschikbaar zijn, past terughoudendheid.
Hoorzitting over Mistral en Roof Gardens staat eveneens apart
Op dinsdag 22 september 2026 vond om 11.45 uur bij de Deputatie een hoorzitting plaats over twee administratieve beroepen tegen de omgevingsvergunningen voor Mistral en Roof Gardens. BRON en Erfgoed vzw kondigde aan de zitting bij te wonen. Die beroepen gaan over twee afzonderlijke vergunningsbeslissingen. Ze vallen niet samen met de correctionele strafzaak en ook niet met het toeristische projectdossier.
Geen beslissing bekend na hoorzitting
Een hoorzitting geeft de betrokken partijen gelegenheid om hun argumenten toe te lichten. Ze vormt zelf geen beslissing over de beroepen. De beschikbare informatie bevat geen uitspraak van de Deputatie. Daarom kan niet worden geschreven dat de vergunningen zijn bevestigd, ingetrokken, aangepast of geweigerd. Pas een formele beslissing van de Deputatie kan daarover uitsluitsel geven.
De kern ligt bij wat de stad juridisch kan doen
De deskundige vraag is niet alleen of het terrein sinds 2 februari 2026 zichtbaar is veranderd. Eerst moet worden vastgesteld wanneer de hersteltermijn begon, of het vonnis werd betekend, welk deel van de uitspraak uitvoerbaar is tijdens het hoger beroep en onder welke voorwaarden de stad haar machtiging kan gebruiken. BRON en Erfgoed vzw wil die discussie nu formeel openen door advocaat Marleen Ryelandt opdracht te geven de Stad Oostende in gebreke te stellen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


