Conner Rousseau krijgt in Diksmuide een avond vol vragen over pensioenen, zorg, drinkwater en wonen

21 april 2026

Op dinsdag 21 april 2026, om 20.00 uur, in Brouwerhuys in Diksmuide, ging Vooruit-voorzitter Conner Rousseau in gesprek met een talrijk opgekomen publiek uit Diksmuide en omliggende gemeenten. De avond werd ingeleid door schepen Kurt Vanlerberghe, die de aanwezigen verwelkomde en met enkele kwinkslagen de toon zette voor een bijeenkomst die tegelijk ernstig, direct en soms persoonlijk werd. Daarna nam Conner Rousseau het woord voor een open vragenronde, waarin de aanwezigen hem rechtstreeks konden aanspreken over thema’s die in hun dagelijks leven zwaar doorwegen.

Wat volgde, was geen korte campagne-avond, maar een lang en breed gesprek over pensioenen, euthanasie, jeugdzorg, mentale gezondheid, drinkwater, De Lijn, flexijobs, btw, subsidies, wonen en administratie. De vragen kwamen niet alleen van partijleden of sympathisanten, maar ook van mensen met een persoonlijke bezorgdheid, een professioneel probleem of een concrete ervaring uit hun eigen omgeving. Daardoor kreeg de avond het karakter van een openbaar politiek spreekuur, met Diksmuide en de Westhoek als vaste achtergrond.

Start als luisteravond

Conner Rousseau maakte bij het begin duidelijk dat hij de avond zag als een echte luisteravond. Hij zei dat hij dergelijke rondgangen belangrijk vindt, niet alleen in verkiezingsperiodes maar ook daarbuiten, omdat politiek volgens hem niet enkel in parlementen en regeringen mag plaatsvinden. Hij vroeg het publiek om vragen kort en beleefd te formuleren, zich eerst voor te stellen en ook aan te geven wanneer iets te persoonlijk was om publiek te bespreken, zodat het nadien eventueel kon worden opgevolgd.

Nog voor de eerste inhoudelijke vraag vroeg hij aan de zaal wie dacht dat het land er over enkele jaren beter aan toe zou zijn dan vandaag. Slechts een beperkt deel van de aanwezigen stak de hand op. Rousseau wees erop dat de aarzelende reactie volgens hem veel zegt over de huidige tijdsgeest. Onzekerheid, twijfel en onrust leven volgens hem breed in de samenleving. Hij koppelde dat meteen aan zijn verdediging van politieke deelname aan een regering: niet om toe te kijken, maar om volgens hem toekomstperspectief te geven.

Pensioenen zetten meteen de toon

De eerste uitgebreide tussenkomst kwam van een aanwezige die vragen stelde bij de nieuwe pensioenregels voor mensen die tijdens hun loopbaan periodes van werkloosheid of tegenslag hebben gekend. Hij wees erop dat iemand die net te weinig dagen heeft gewerkt om een volledig pensioenjaar te laten meetellen, in de praktijk veel verliest en daardoor soms een jaar langer zou moeten werken. Hij vond dat te bruusk en opperde dat een systeem met trimesters billijker zou zijn dan een systeem dat per volledig jaar werkt.

Conner Rousseau antwoordde daarop uitvoerig en maakte van deze eerste vraag meteen een van de langste passages van de avond. Hij zei dat de pensioendiscussie moeilijk is omdat ze tegelijk technisch en diep persoonlijk is. Volgens hem raakt ze aan vrijheid, aan waardigheid en aan de vraag wanneer iemand opnieuw baas wordt over zijn eigen tijd. Hij stelde dat een hervorming volgens hem onvermijdelijk was omdat de bevolking ouder wordt en omdat meer gepensioneerden moeten worden gedragen door een kleiner aandeel werkenden. Hij noemde dat geen bewijs van mislukking, maar juist van een samenleving die er in geslaagd is mensen langer te laten leven.

Tegelijk verdedigde hij de keuze om stapsgewijs te hervormen. Hij zei dat de nieuwe regeling volgens hem traag wordt ingevoerd en pas over vele jaren volledig zal doorwerken. Volgens hem werd bewust gekozen voor een aanpak waarbij mensen met ziekte, zorgverlof of een aantal andere onderbrekingen toch beschermd blijven. Ook wees hij erop dat halftijds werk in bepaalde gevallen blijft meetellen en dat er volgens hem ruimte is ingebouwd voor wie pech heeft gehad in de loopbaan.

Daarbij kwam ook het spanningsveld aan bod tussen individuele hardheid en collectieve regels. Rousseau zei dat elk systeem met grenzen werkt en dat er altijd mensen net boven of net onder een bepaalde drempel zitten. Hij hield voor dat een pensioenstelsel volgens hem ook moet erkennen dat wie langer werkt, daar een verschil van moet voelen. Tegelijk verwees hij naar eerdere ingrepen van Vooruit rond het minimumpensioen en naar de regeling voor mensen die zeer vroeg zijn beginnen werken.

Vraag over het Zilverfonds en defensie-uitgaven

Een andere aanwezige bracht het vroegere Zilverfonds ter sprake en stelde dat een deel van het huidige debat anders had geklonken als dat fonds in het verleden niet was uitgehold. Rousseau ging niet diep in op dat historische spoor, maar zei dat hij zich in de eerste plaats op de huidige toestand moest richten. Dezelfde vraagsteller legde daarnaast een verband tussen het ontbreken van geld voor sociale uitgaven en de hoge uitgaven voor defensie, in het bijzonder gevechtsvliegtuigen. Ook daarop gaf Rousseau geen technisch lang antwoord, maar hij zei wel dat hij de opmerking meenam.

Euthanasie als tweede groot dossier

Een volgende grote vraag ging over de uitbreiding van de euthanasiewet. Een aanwezige herinnerde eraan dat eerder al werd gezegd dat er een verruiming zou komen en vroeg wanneer dat concreet zou worden geregeld. Daarbij ging het vooral om situaties van mensen die later wilsonbekwaam worden en vooraf willen kunnen vastleggen in welke toestand zij niet meer verder willen leven.

Conner Rousseau antwoordde dat dit volgens hem een wezenlijk dossier blijft voor Vooruit. Hij verwees naar de rol van socialisten bij de oorspronkelijke euthanasiewet en stelde dat er volgens hem nu een tweede stap moet volgen. Hij zei dat de uitbreiding in het regeerakkoord is opgenomen en dat teksten volgens hem voorbereid zijn. Tegelijk erkende hij dat niet alle partijen daar op dezelfde manier naar kijken en dat het dus nog een politiek gevecht blijft. Hij gaf wel aan dat hij verwacht dat dit dossier tijdens deze legislatuur nog aan bod zal komen.

Persoonlijke getuigenis over anorexia, autisme, ADHD en epilepsie

Een van de meest indringende momenten van de avond kwam er toen een jonge vrouw uit Ieper het woord nam. Zij vertelde dat zij al sinds haar twaalfde kampt met zware anorexia, dat zij twee keer bijna is overleden en lange tijd in het UZ Gent verbleef. Daarnaast sprak zij over autisme, ADHD en epilepsie. Ze zei dat zij er vandaag open over kan spreken, maar dat er nog altijd veel onbegrip bestaat, ook in het onderwijs en in de omgang met zorgvragen.

Zij gaf aan dat zij graag leerkracht wil worden en ondertussen een opleiding volgt, maar dat zij tijdens die weg nog vaak botst op simplistische reacties. Ze vertelde dat sommige mensen haar aandoening benaderen alsof het om iets gaat dat eenvoudig opgelost kan worden, terwijl dat voor haar niet zo werkt. Ook vroeg zij aandacht voor meer aangepaste begeleiding in het hoger onderwijs en voor mensen met een eetstoornis die chronisch blijft. Daarnaast kaartte zij een concreet financieel knelpunt aan: de terugbetaling van begeleiding door een diëtist stopt op een bepaald moment, terwijl zij die hulp nog altijd nodig heeft en als kotstudent niet onbeperkt kan betalen.

Conner Rousseau reageerde op die getuigenis niet louter politiek, maar ook persoonlijk. Hij zei dat hij de problematiek kent uit zijn eigen omgeving en dat hij uit ervaring weet hoe fout en schadelijk simpele reacties kunnen zijn. Hij noemde het een voorbeeld van hoe moeilijk de samenleving soms omgaat met aandoeningen die niet meteen zichtbaar zijn. Hij zei dat hij het belangrijk vindt dat zulke verhalen ook in een publieke zaal worden uitgesproken, juist omdat ze tonen dat achter statistieken altijd concrete levens schuilgaan.

Op beleidsvlak antwoordde hij dat er volgens hem extra middelen naar zorg en eetstoornissen gaan en dat er meer plaatsen moeten zijn voor jongeren die dergelijke hulp nodig hebben. Op de heel gerichte vraag over terugbetaling van diëtisten gaf hij geen vast engagement, maar hij zei wel dat het signaal werd genoteerd.

CLB-medewerker legt druk op jeugdzorg bloot

De persoonlijke getuigenis kreeg meteen een vervolg toen een medewerker van het CLB het woord nam. Hij zei dat hij soortgelijke problemen steeds vaker tegenkomt bij jongere mensen en vroeg hoe de politiek de toekomst van jeugdzorg ziet. Volgens hem lopen scholen, CLB’s en gezinnen aan tegen zeer lange wachttijden voor neuroloog, kinderpsychiatrie, revalidatie en andere gespecialiseerde hulp. Hij schetste een beeld van een systeem waarin de vraag groter wordt, terwijl het antwoord vaak te laat komt.

Conner Rousseau zei dat jeugdzorg voor hem een kernonderwerp is en verwees naar bijkomende investeringen die volgens hem in deze legislatuur zijn uitgetrokken. Hij stelde dat extra geld nodig is voor personeel en plaatsen, maar dat middelen alleen niet volstaan. Volgens hem zit er ook een structureel probleem in de organisatie van het systeem. Hij zei dat er te veel versnippering is tussen diensten en dat hulp aan jongeren soms te afhankelijk blijft van de vraag in welk net, welke instelling of welke structuur iemand terechtkomt.

In dat deel van de avond ging hij ook breder in op de gezondheidszorg. Hij zei dat België volgens hem tegelijk veel zorg verbruikt en toch nog met wachttijden kampt, wat volgens hem aantoont dat er ook inefficiënties bestaan. Dat stuk van zijn antwoord riep in de zaal enige reactie op, omdat hij het had over overconsumptie van bepaalde onderzoeken en over de neiging om snel etiketten te kleven. Toch bleef zijn centrale punt dat wie echte zorg nodig heeft sneller geholpen moet worden en dat het systeem tegelijk beter moet samenwerken.

Drinkwater in West-Vlaanderen roept vragen op

Een aanwezige uit de zaal gooide daarna een heel ander dossier op tafel: de drinkwaternormen in West-Vlaanderen. Hij verwees naar de discussie over de verschillende normen die in West-Vlaanderen zouden gelden tegenover andere provincies. Volgens hem leeft daar veel onrust over.

Conner Rousseau vatte het dossier op zijn manier samen en zei dat hij moeilijk kan uitleggen waarom water uit de kraan in West-Vlaanderen aan andere normen zou moeten voldoen dan water uit de kraan elders in Vlaanderen. Hij stelde dat Vooruit vanuit een gezondheidslogica en ook vanuit wat hij gezond verstand noemde, vasthoudt aan gelijke normen. Daarmee koppelde hij een technisch beleidsdossier aan een zeer concreet gevoel van ongelijkheid dat ook in de zaal duidelijk leefde.

Westhoek en De Lijn als gevoelig punt

Een van de zwaarst besproken regionale thema’s was het openbaar vervoer. Een medewerker van De Lijn vertelde dat hij al 22 jaar voor het bedrijf werkt en dat hij zijn collega’s in het verleden probeerde te overtuigen om op Vooruit te stemmen omdat die partij zich profileerde als verdediger van openbaar vervoer. Hij zei dat hij zich vandaag belachelijk voelt tegenover die collega’s, omdat er volgens hem opnieuw hard wordt gesneden in het aanbod. Hij noemde daarbij uitdrukkelijk de verbindingen Diksmuide-Nieuwpoort, Diksmuide-Oostende en in het bijzonder lijn 53, die volgens hem druk bezet is en niet zou mogen verdwijnen.

Hij gaf een concreet voorbeeld uit een controle op een middagrit waarbij volgens hem 24 reizigers aanwezig waren, wat in zijn ogen bewijst dat de lijn gebruikt wordt. Hij vond een omweg via Koekelare geen valabel alternatief. Die tussenkomst bracht een sterke regionale frustratie naar boven: het gevoel dat de Westhoek altijd het kind van de rekening is wanneer er in mobiliteit moet worden geschrapt.

Conner Rousseau antwoordde dat hij het belang van openbaar vervoer voor de regio erkent en dat hij weet dat de Westhoek al lang zwak bediend is. Hij zei echter ook dat er een verschil bestaat tussen een partijprogramma en een regeerakkoord. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat Vooruit in onderhandelingen volgens hem zwaardere afbouw heeft tegengehouden, maar niet alles heeft kunnen verhinderen. Hij wees erop dat andere partijen in zijn ogen veel verder wilden gaan, tot en met het afbouwen of privatiseren van De Lijn, en dat de uiteindelijke hervorming volgens hem beperkter is dan eerst op tafel lag.

Tegelijk gaf hij toe dat hij over een afzonderlijke lijn zoals lijn 53 geen bindende belofte kon doen. Wel zei hij dat er volgens hem opnieuw bijkomende middelen naar De Lijn zullen gaan en dat het huidige model met vervoersregio’s volgens hem niet goed werkt. Daardoor werd ook hier duidelijk hoe nationale en regionale logica’s botsen: de aanwezigen wilden een concreet antwoord over hun buslijn, terwijl Rousseau het dossier vooral op het niveau van begroting en beleidsstructuur benaderde.

Flexijobs en personeelstekorten

Later op de avond kwam het onderwerp flexijobs aan bod. Een aanwezige uit de schoonmaaksector zei dat zij in de praktijk klanten moet teleurstellen omdat zij te weinig personeel vindt. Zij vroeg wanneer de uitbreiding van flexijobs er nu eindelijk komt. Conner Rousseau antwoordde dat de regeling in principe goedgekeurd is en dat het volgens hem zal gaan om de vraag of de inwerkingtreding op 1 juli of op 1 januari zal vallen. Hij verbond daar geen harde datum aan, maar stelde wel dat de maatregel er volgens hem aankomt.

Btw, vliegreizen en koopkracht

Een volgende vraag ging over btw en de manier waarop de overheid extra inkomsten zoekt. De spreker vond dat basisproducten in de winkelkar niet zwaarder mochten worden belast en vroeg waarom vliegtuigtickets niet op dezelfde manier worden aangepakt als treintickets. Zijn redenering was dat mensen die vaak vliegen dat toch blijven doen, zodat daar volgens hem ruimte is om rechtvaardiger te belasten.

Rousseau antwoordde dat hij in beginsel weinig enthousiasme heeft voor belastingen op consumptie, omdat die volgens hem relatief harder doorwegen voor mensen met een lager inkomen. Hij zei dat basisproducten voor hem zo betaalbaar mogelijk moeten blijven en verwees in dat verband naar eerdere ingrepen rond energie. Tegelijk erkende hij dat er al een vliegtaks is beslist. Zijn antwoord schoof daarna op naar een breder ideologisch punt: volgens hem moet de sterkste bijdrage vooral komen van grote vermogens en niet van mensen die af en toe proberen iets van hun leven te maken, ook als dat eens een reis inhoudt.

Subsidies en kritische stemmen

Een vertegenwoordiger uit het middenveld vroeg of deze regering kritische verenigingen en maatschappelijk engagement niet probeert te disciplineren via subsidies en fiscale regels. Hij verwees onder meer naar de daling van de fiscale aftrekbaarheid van giften en naar de indruk dat vooral kritische stemmen uit de progressieve hoek onder druk komen.

Rousseau ging daar niet defensief op in, maar zei dat hij het feit dat hij zo’n vraag in openbare zaal kreeg al een bewijs vond dat kritiek mogelijk blijft. Hij erkende wel dat dit een gevoelig thema is en dat er volgens hem altijd gewaakt moet worden over ruimte voor kritiek. Tegelijk maakte hij een onderscheid tussen het recht om een mening te uiten en het automatisch recht op subsidies. Volgens hem blijven in een democratie altijd discussies bestaan over hoe middelen verdeeld worden en welke keuzes daarbij worden gemaakt.

Wonen als groot maatschappelijk dossier

Het slot van de avond werd mee bepaald door een vraag over wonen, met Nieuwpoort als voorbeeld maar niet als enige plaats waar het probleem speelt. De vraagsteller zei dat niet alleen sociale woningen ontbreken, maar ook gewone betaalbare woningen en starterswoningen voor mensen die werken maar toch nauwelijks nog iets kunnen kopen. Hij vroeg of er geen sterkere regels nodig zijn om projectontwikkelaars en lokale besturen te dwingen een groter aandeel betaalbaar wonen te voorzien.

Conner Rousseau antwoordde dat volgens hem niet zozeer een absoluut gebrek aan woningen het probleem is, maar wel de verdeling en de prijszetting. Hij zei dat te veel eigendom in handen zit van kleine groepen of grote spelers, waardoor de markt voor gewone mensen moeilijk toegankelijk wordt. Vervolgens werkte hij zijn antwoord uit langs twee kanten.

Aan de vraagzijde verwees hij naar registratierechten, notariskosten en nettolonen als elementen die volgens hem mensen sterker moeten maken. Aan de aanbodzijde pleitte hij voor meer sociale woningen en voor lokale bouwregels die projectontwikkelaars ertoe verplichten ook sociale of goedkopere units te voorzien. Hij gaf daarbij een voorbeeld uit Sint-Niklaas, waar volgens hem in een bepaald project extra bouwhoogte wordt toegestaan in ruil voor een aandeel sociaal en betaalbaar wonen.

Tegelijk erkende hij dat bouwen vandaag trager, duurder en procedureel zwaarder is dan vroeger. Ook dat noemde hij een factor in de stijgende woonprijzen. Daarmee probeerde hij het probleem niet alleen als een ideologisch vraagstuk, maar ook als een dossier van regelgeving en uitvoering te beschrijven.

Ook technische en individuele dossiers kwamen aan bod

Naast de grote maatschappelijke thema’s kwamen ook meer technische of individuele kwesties aan bod. Zo was er een vraag over de behandeling van gepensioneerden binnen de Vlaamse administratie en over onregelmatigheden die volgens een aanwezige al jaren aanslepen. Rousseau ging daar niet publiek diep op in en stelde voor het dossier nadien nog eens apart te bekijken. Datzelfde gold voor een bijkomende vraag over renovatieverplichtingen bij de aankoop van een woning. Daar zei hij dat het begrijpelijk is dat mensen stap voor stap willen kunnen renoveren, maar koppelde hij dat tegelijk aan het feit dat steunmaatregelen volgens hem ook effectief tot renovatie moeten leiden.

Avond toont wat leeft in Diksmuide en de Westhoek

De bijeenkomst in Brouwerhuys werd zo een lang totaalbeeld van wat er leeft in Diksmuide en in de Westhoek. Er waren ideologische discussies, technische vragen en zeer persoonlijke getuigenissen. Wat opviel, was dat de avond niet bleef steken in abstracte slogans. De meeste tussenkomsten vertrokken vanuit concrete ervaringen: een pensioen dat mogelijk anders zal uitvallen, een buslijn die dreigt te verdwijnen, drinkwater waarvan men wil weten of het aan dezelfde normen voldoet, een ziekte-uitkering, wachttijden in de zorg of de onmogelijkheid om nog een woning te kopen.

Bronnen:
Bijeenkomst in Brouwerhuys in Diksmuide op dinsdag 21 april 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)