Culturen aan tafel in Diksmuide

De Taalbazaar, een mooi concept om via verschillende aparte thema’s woorden te leren die de mooie Nederlandse taal verrijken. Voor ons zijn woorden als raam en tafel normale woorden, maar voor nieuwkomers is het een enorme stap om deze woorden te leren kennen.
Profijt aan beide kanten van de tafel
Het is woensdag in het lokaal dienstencentrum (LDC) Ten Patershove in Diksmuide, voor de meesten een normale dag van de week. Maar voor anderstaligen een moment om de Nederlandse taal steeds beter onder de knie te krijgen en voor de onbetaalde vrijwilligers een kans om hun wereld te verruimen met de culturen die hier langskomen – en soms om zélf de kennis van onze moedertaal op te frissen.

Tafels zijn bruggen tussen culturen
Ik spreek met Frank Dewulf, een trotse Diksmuideling die al jaar en dag vrijwilliger is voor de Taalbazaar en dat nog elke week met veel motivatie doet. Frank oefent vandaag met Kamal uit Eritrea, en het thema is deze keer de tradities en levensgebeurtenissen. Woorden zoals huwelijk, begrafenis en feest zijn voor ons normale woorden, maar voor nieuwkomers zoals Kamal is het een volledig nieuw proces om te doorlopen. Bij sommige tradities, zoals crematie, dient de tafel niet alleen om eten, maar ook om vreemde tradities even te slikken.
Tafels verlagen niveauverschil
Frank vertelt mij verder dat er verschillende niveaus zijn in het Nederlands: zo heb je mensen die niets kennen, een beetje kennis hebben van het Nederlands, en sommigen die al heel goed Nederlands kunnen. Kamal kent al redelijk goed Nederlands en is ook heel gemotiveerd, vertelt Frank. Maar de tafels zijn overal even hoog, en het niveauverschil van taalvaardigheid brengt daar geen verschil in.
Wereld in een dorp
Kamal woont nu anderhalf jaar in Diksmuide en kent de verschillen tussen Eritrea en België heel goed. Hij merkt op dat het twee totaal verschillende systemen en manieren van leven zijn. “Vroeger moesten we naar andere landen om de culturen en tradities te leren kennen, nu komt de hele wereld samen bij ons.”
Sebastiaan Hoedt


