De heropleving van de PAO-gedachte: ontmoeting in Niel zet oud Vlaams- initiatief opnieuw op de kaart

Op donderdag 19 februari 2026 kwamen in Niel vier mannen samen bij Jos Mees, een 96-jarige inwoner die in het dorp al decennia bekendstaat als iemand die mensen helpt wanneer ze vastlopen. In de woonkamer waar het gesprek plaatsvond — warm ingericht, met eikenhouten meubelen en boekenkasten die getuigen van een leven lang lezen en luisteren — groeide een eenvoudige koffiemiddag uit tot een lang, geconcentreerd overleg. Dirk Stuer, Roger Van Praet, Jan De Troetsel en (ikzelf) Andy Vermaut namen plaats rond Mees, die in zijn fauteuil rechtop bleef zitten en het gesprek met heldere aandacht richting gaf. Wat begon als bijpraten, veranderde al snel in een inhoudelijke gedachtewisseling die ruim drieënhalf uur zou duren en één centrale bedoeling kreeg: de PAO-actie nieuw leven inblazen als een brede, hedendaagse volksbeweging.

De toon werd gezet door Mees zelf. Hij bracht geen slogans, maar herinneringen die hij aan concrete daden koppelde. Hij vertelde hoe hij jarenlang buren uit de nood hielp, hoe hij mensen bij elkaar bracht wanneer het dorp dreigde uiteen te vallen in kleine eilandjes, en hoe hij in de jaren zeventig en tachtig buurtinitiatieven ondersteunde die vooral op één eenvoudig principe steunden: er is altijd iets dat je kunt doen, en het begint bij de keuze om niet te blijven hangen in klagen. Voor de aanwezigen was Mees niet zomaar een gastheer, maar een levend geheugen van een gedachtegoed dat, zo vonden ze, opnieuw relevant is in een tijd waarin veel mensen moe zijn van spanning, negativiteit en het gevoel dat elke dag een strijd is om “bij te blijven”.

Een naoorlogse roep die een beweging werd

De PAO-gedachte wortelt in het naoorlogse Vlaanderen en wordt verbonden met pater Sixtus Van Ruyteghem (Lokeren 1900 – Banneux 1979), een Minderbroeder die na de Tweede Wereldoorlog in Gent actief was. Volgens de overlevering ontstond de kern van de beweging tijdens een lezing in september 1952 in Gent, waar de pater voor een kleine groep sprak. Toen hij twee mannen zag die zichtbaar verveeld waren, brak hij plots zijn betoog open met een korte, krachtige oproep: het leven is schoon; wees positief; pak aan; wees optimist. Die drieledige aansporing — Positief, Actief, Optimistisch — werd de kiem van wat later bekend zou raken als de PAO-actie.

Het bleef niet bij woorden. Eerst circuleerde een gestencild blaadje, daarna volgde een maandelijks contactblaadje dat een eigen publiek vond. Wie zich erin herkende, kreeg al snel een bijnaam die tegelijk programma was: “Vreugdezaaiers”. Het initiatief groeide door, en in de herinnering van oudgedienden bereikte het op zijn hoogtepunt een groot verspreidingscijfer. Het enige adres dat voor veel mensen symbool werd, was eenvoudig en herkenbaar: Oude Houtlei 114 in Gent. Mensen schreven brieven, deelden teksten in familiekring, en probeerden de leefhouding ook buiten het papier vorm te geven.

Een opvallend onderdeel van dat erfgoed is het boekje Zo leeft een paonist, dat niet bedoeld was als theorie, maar als handleiding voor dagelijks leven. De term “contactboek” vat die bedoeling goed samen: het ging om een manier van doen, niet om een systeem dat je netjes kunt opslaan in het hoofd. In dat boekje waarschuwde pater Sixtus voor een bestaan dat zich verliest in uitstel, gepieker en verbittering. PAO zette daar een weg tegenover die tegelijk eenvoudig en veeleisend is: de aandacht richten op het goede, daden stellen, en het vertrouwen niet laten kapen door tegenslag.

Drie pijlers, één houding

Tijdens de bijeenkomst in Niel werden de drie pijlers opnieuw benoemd, niet als abstracte begrippen, maar als een samenhangende houding. “Positief” werd besproken als een bewuste keuze om het beste in mensen en situaties te zoeken, zonder blind te worden voor problemen. Mees vertelde hoe hij, na het overlijden van zijn vrouw, elke ochtend drie concrete redenen opschreef om dankbaar te blijven. Hij beschreef het niet als een truc, maar als training: iets wat je herhaalt tot het een tweede natuur wordt.

“Actief” kreeg de betekenis die het woord in de PAO-traditie altijd heeft gehad: niet wachten tot omstandigheden ideaal zijn, maar beginnen waar je staat. Mees vatte het samen met een voorbeeld uit zijn leven: wanneer iemand hulp nodig had, stelde hij geen voorwaarden, maar zocht hij meteen uit wat er mogelijk was. Dirk Stuer koppelde dat aan een recenter initiatief dat, naar zijn zeggen, mensen uit een isolement haalde door vrijwilligerswerk te verbinden met eenvoudige ontmoetingsmomenten.

“Optimistisch” werd ten slotte omschreven als een vorm van trouw: niet het vrolijke gevoel dat vanzelf komt en weer verdwijnt, maar een dagelijkse keuze om te handelen alsof het goede uiteindelijk ruimte krijgt. Roger Van Praet verwoordde het als een discipline die je telkens opnieuw opneemt, ook wanneer het innerlijk tegenzit. In die benadering is optimisme geen oppervlakkige glimlach, maar een morele houding die voorkomt dat mensen elkaar verliezen.

Leefregels als dagelijkse praktijk

Een groot deel van het gesprek draaide rond de vraag hoe oude leefregels opnieuw vertaald kunnen worden zonder hun kern kwijt te raken. De traditie spreekt over een leven met ritme, soberheid, beweging, en vooral: een geest die niet voortdurend om zichzelf cirkelt. Mees gaf voorbeelden uit zijn dagindeling en benadrukte het belang van regelmaat, vroeg rusten, vroeg opstaan, en tijd nemen voor stilte. Hij vertelde hoe hij gebeurtenissen leert relativeren in plaats van ze groter te maken dan ze zijn, en hoe dienstbaarheid — iets doen voor iemand anders zonder daar onmiddellijk iets voor terug te verwachten — volgens hem de beste bescherming is tegen bitterheid.

Ook de typische PAO-metafoor van de mens als “zender” kwam ter sprake. In de oude teksten wordt onderscheid gemaakt tussen “koude zenders”, die cynisme en roddel verspreiden, en “warme zenders”, die vertrouwen, mildheid en levenslust uitstralen. De aanwezigen vonden die beeldspraak opvallend actueel, juist omdat mensen vandaag voortdurend met elkaar verbonden zijn via schermen. Wie voortdurend verontwaardiging deelt, maakt zijn omgeving harder; wie bewust warmte verspreidt, opent ruimte voor gesprek en herstel. In Niel werd dat niet voorgesteld als moraliserende les, maar als een uitnodiging om verantwoordelijkheid te nemen voor wat je in een groep binnenbrengt.

De spirituele kern

Voor de deelnemers stond vast dat PAO niet los te maken is van zijn christelijke oorsprong. Het gedachtegoed is sterk franciscaans getint, en het gebruikt bijbelse taal om te duiden wat het bedoelt: verbonden blijven met een bron die groter is dan de eigen stemming. Tijdens het gesprek werd expliciet verwezen naar Johannes 15, het beeld van wijnstok en ranken, als symbool voor een leven dat vrucht draagt door verbondenheid. In die lezing is optimisme niet enkel een menselijke prestatie, maar ook vertrouwen dat gedragen wordt.

Jos Mees sloot dat deel van het gesprek af met een zin die de anderen duidelijk raakte: zonder dat anker, zo zei hij, blijft optimisme kwetsbaar; met dat anker krijgt het richting en uithouding. Het was geen grootspraak, maar de rustige overtuiging van iemand die zijn woorden door jaren praktijk heeft laten toetsen.

Van ontmoeting naar herstart

De bijeenkomst in Niel werd door de aanwezigen niet gezien als een terugblik, maar als een startpunt. Ze spraken af om de PAO-gedachte opnieuw publiek te maken in een vorm die past bij deze tijd. Daarbij ging het onder meer over een toegankelijke website met dagelijkse impulsen en getuigenissen, over een herwerking van het klassieke boekje in hedendaags Nederlands met een voorwoord van Jos Mees, en over regelmatige ontmoetingsmomenten die de oude “Vreugdezaaiers”-spirit opnieuw zichtbaar maken, zowel lokaal als online. Ook het idee van een jaarlijkse PAO-dag op 19 februari kwam aan bod, als een vaste datum waarop mensen samenkomen rond dezelfde eenvoudige keuze: bouwen in plaats van afbreken.

Er werd eveneens gesproken over samenwerking met andere vzw’s, die door de deelnemers werd genoemd als een erfgenaam van de oorspronkelijke Vreugdezaaiers-traditie, vooral met het oog op jeugdprojecten. Daarnaast wilden ze een besloten digitale gemeenschap opzetten, zodat mensen elkaar kunnen ondersteunen, ideeën delen en elkaar aanspreken op de kern: positief leven, aanpakken wat kan, en vertrouwen oefenen.

Een uitnodiging, geen club

Op het einde van de middag werd het opnieuw persoonlijk. Jos Mees, zichtbaar geëmotioneerd maar met een glimlach die de kamer licht maakte, herhaalde de kernzin die volgens velen al sinds 1952 mensen in beweging zet: het leven is schoon; wees positief; pak aan; wees optimist. Voor hem was het geen slagzin uit een verleden, maar een opdracht voor vandaag. De aanwezigen namen die woorden mee als een belofte: niet om een gesloten vereniging op te richten, maar om een open beweging aan te wakkeren waarin alleen de wil om het goede te zaaien echt centraal staat.

De mannen rond Jos Mees willen het bewust laagdrempelig houden. Geen drempels, geen verplichtingen, wel een uitnodiging om opnieuw te leren wat PAO altijd bedoelde: niet blijven hangen in wat ontbreekt, maar beginnen met wat mogelijk is — met een lach, en met een vaste hand.

Andy Vermaut +32499357495