De onverbiddelijke strijd van een informaticaconsulent uit Deinze tegen systemische corruptie in de Belgische justitie: Een roep om hervorming (Opinie)

Foto Adam Zubek-Nizol

20 juli 2025

In een democratie gebaseerd op de scheiding der machten – de Trias Politica – is de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht heilig. Maar wat als die macht zichzelf beschermt ten koste van de wet? Dit is het verhaal van een 66-jarige informaticaconsulent uit Deinze, die sinds 2009 vecht tegen een schijnbaar eenvoudig burengeschil over een recht van uitweg in Overijse. Wat begon als een lokaal conflict, toont een diepgeworteld web van procedurele schendingen, “seponeringen” en weigeringen om in te grijpen, dat reikt tot de hoogste echelons van de Belgische justitie. Deze zaak belicht hoe valse rechtsleer en institutionele inertie de “rule of law” ondermijnen. Door juridische analyse en feiten te combineren, tonen we aan waarom dit niet slechts een individueel onrecht is, maar een systemische crisis die dringend hervorming vereist.

Het ontstaan van het conflict over het recht van uitweg

Het geschil draait om een erfdienstbaarheid van uitweg, een burgerrechtelijk concept geregeld in het Burgerlijk Wetboek (artikelen 682-710). Dit recht garandeert dat een ingesloten perceel toegang heeft tot de openbare weg via een naburig perceel, mits compensatie. In dit geval betreft het percelen in Overijse: perceel nr. 16 (eigendom van buurman D.C.) en het achterliggende perceel nr. 17 (eigendom van de toen 80-jarige ouders van de informaticaconsulent uit Deinze).

Op 5 maart 2009 plaatste D.C., zonder bouwvergunning en in een beschermd natuurgebied, twee elektrische poorten op een weg die zijn perceel nr. 16 doorkruist. Deze weg, vastgelegd in notariële akten sinds 1943, dient als conventionele uitweg voor perceel nr. 17. Zonder deze toegang zijn de bewoners van nr. 17 ingesloten, vooral in winterse omstandigheden of voor grotere voertuigen. Een alternatieve noordelijke toegang over een ander perceel (eigendom van buren L.) is ongeschikt door een helling van 21% en smalle breedte, wat het onpraktisch maakt voor vrachtwagens of sneeuwcondities.

De bewoners van nr. 17 confronteerden D.C., maar hij weigerde. Op 24 maart 2009 stuurden ze een aangetekende brief met de waarschuwing dat ze de vrederechter zouden inschakelen als de poorten niet openbleven. D.C.’s antwoord van 31 maart 2009 dreigde met “het openen van de doos van Pandora” als ze doorgingen, verwijzend naar mogelijke escalatie”. Ondertussen had D.C. al een betrapping ontvangen op 20 maart 2009 van de gemeente Overijse voor het illegaal kappen van bomen op zijn perceel, kort na zijn aankoop op 16 december 2008 – drie dagen vóór de gedwongen ontslag van premier Yves Leterme op 19 december 2008 in de Fortis-affaire.

In plaats van zelf actie te ondernemen, vroeg D.C. op 31 maart 2009 een minnelijke schikking aan bij de vrederechter van Overijse, onder verwijzing naar artikel 732 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.), dat vrijwillige voorstellingen toestaat voor burengeschillen. Dit was echter de verkeerde procedure. Voor een recht van uitweg is artikel 1345 Ger.W. verplichtend: een verplichte verzoeningszitting waarbij alle notariële akten en landmeterplannen op tafel moeten. Bij gebrek aan akkoord volgt een verplicht plaatsbezoek (artikel 1371bis Ger.W.), om de feiten ter plaatse te beoordelen.

Tijdens de minnelijke schikking op 14 april 2009 raadde vrederechter Lieve Waignein D.C. aan om een dagvaarding in te dienen voor “afschaffing van een uitweg”, terwijl ze al voorspelde geen plaatsbezoek te doen – een directe schending van artikel 1371bis Ger.W. Er bestaat vermoeden van partijdigheid, inclusief mogelijke intoxicatie, wat de integriteit van de procedure ondermijnt.

Procedurele schendingen

D.C. dagvaardde op 4 mei 2009, en de inleidende zitting vond plaats op 18 mei 2009 in het kantoor van Waignein, zonder advocaten en zonder plaatsbezoek. Opmerkelijk: de dagvaarding vermeldde 19 mei 2009 als datum, wat een schending inhoudt van de notificatievereisten (artikel 700 Ger.W.). Een proces-verbaal (PV) van 18 mei 2009 bestaat, maar kopieën werden geweigerd aan de verweerders van nr. 17 – een overtreding van artikel 725 Ger.W., dat openbare orde voorschrijft voor afschriften van gerechtelijke documenten.

Waignein weigerde expliciet een plaatsbezoek, ondanks de wettelijke verplichting. De klager uit Deinze diende een klacht in tegen haar wegens partijdigheid, maar haar overlijden in 2012 leidde tot seponering door procureur-generaal Lucien Nouwynck van Brussel. Dit maakte echter geen einde aan haar fouten, die de basis legden voor verdere misstappen.

De zaak kwam bij plaatsvervanger Erik Vander Elst, tegen wie klachten werden ingediend voor partijdigheid en forens (PV’s opgesteld), plus tegen notaris Tom Verhaeghe. Deze werden geseponeerd als “geen misdrijf”, met geheimhouding tot jaren later – een patroon van non-transparantie dat artikel 29 van de Grondwet (recht op informatie) schendt.

Een PV van 19 maart 2013 voor fraude tegen Vander Elst bracht de zaak bij derde rechter Eric Dierickx. Zijn vonnis van 25 februari 2014 (rolnr. 09A409) schafte het recht van uitweg af, ondanks procedurele fouten zoals verplaatste zittingen zonder kennisgeving en partijdigheid ten voordele van D.C. en zijn advocaat. Dit vonnis is procedureel strijdig met wetten zoals artikel 1345 en 1371bis Ger.W., en negeert de conventionele akten uit 1943.

De klacht tegen Minister Koen Geens: Weigering van uitzonderlijk toezicht

In 2015 diende de klager een klacht in tegen toenmalig minister van Justitie Koen Geens voor misbruik van gezag (artikelen 254 en 258 Strafwetboek: ambtsmisbruik door nalaten van plicht). De kern: Geens weigerde artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) te activeren, dat de minister toestaat om het Hof van Cassatie te verzoeken een vonnis te vernietigen “in het belang der wet” bij schending van de scheiding der machten.

Geens’ antwoordbrief (FOD Justitie, 16 maart 2015) beweerde dat artikel 441 Sv. enkel voor strafzaken” geldt. Dit is gebaseerd op valse rechtsleer, ontstaan in 1987 door advocaat-generaal Jacques Velu bij het Hof van Cassatie in de zaak “De Cubber” (EHRM-arrest 26 oktober 1984). Velu loog over feiten om zijn carrière te beschermen en introduceerde bijkomend de restrictie dat artikel 441 Sv. beperkt is tot “criminele zaken”, negerend artikel 1088 Ger.W., dat interne bevoegdheidsoverschrijdingen binnen de justitie regelt. Dit onderscheidt burgerlijke van strafrechtelijke materies, maar artikel 441 Sv. is breed toepasbaar op elke schending van openbare orde door magistraten.

Het PV tegen Geens (Federale Gerechtelijke Politie, HV.34.F3.104175/2015, 29 mei 2015) werd op 8 juni 2015 geseponeerd door Delmulle, geheimgehouden tot juni 2019 – een schending van artikel 64 Sv. (plicht tot informatie). Dit “individuele doofpot” beschermde machthebbers, analoog aan falen in andere zaken.

Bredere implicaties: Systemische corruptie en parallellen met andere zaken

Deze zaak toont een “joint venture” van corrupte advocaten, notarissen en magistraten in Overijse, was ook te lezen in Knack (maart 1996), waar procureur-generaal André Van Oudenhove koos voor persoonlijke banden boven de wet. Dit patroon herhaalt zich:

  • Fortis-affaire (2008-2009): Op 16 december 2008 kocht D.C. extra grond, drie dagen vóór Letermes ontslag door druk van het Hof van Cassatie (voorzitter Ghislain Londers plaatste jurisprudentie boven artikel 103 Grondwet). Zelfde actoren (Jan-Luc Cottyn van HRJ en stafhouder Alex Tallon) namen valse beslissingen in 2009, parallel aan Overijse.
  • Moord op Julie Van Espen (2019): Falend justitie (Antwerpen, 3 juli 2018: Eerste Voorzitter schond wet; procureur-generaal Patrick Vandenbruwaene negeerde artikelen 140 en 399 Ger.W.). Excuses van justitie en uitvoerende macht op 31 december 2024 benadrukken falen om artikel 441 Sv. te activeren. De klager waarschuwde minister Paul Van Tigchelt per aangetekende brief eind 2023.

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ), opgericht in 1999 om justitie te controleren, faalt: klachten tegen magistraten worden geseponeerd, en de HRJ weigert afschriften (schending artikel 725 Ger.W.). In 2025 informeerden brieven aan HRJ en Hof van Cassatie over Velu’s valse leer, maar geen reactie op deadline 30 juni 2025.

Recente ontwikkelingen: Escalatie naar Zwitsers niveau

Op 16 juli 2025 stuurde de klager een aangetekende brief aan François Chaix, voorzitter van het Zwitserse Federale Tribunaal – een strategische stap, gezien Zwitserlands rol in internationale arbitrage en kritiek op Belgische justitie. Eerder klachten aan de Europese Commissie (2020) werden afgewezen door Eurocommissaris Didier Reynders (2019-2024), die “individuele zaken” negeerde, ondanks schending van EU-recht (artikel 47 Handvest: recht op effectieve rechtsbescherming).

De HRJ’s voorzitters kozen in juni 2025 voor “veiligheid” boven ethiek, koppelen hun lot aan Geens, Delmulle en Reynders – een schending van hun eed aan de wetten (artikel 400 Ger.W.). Dit is lafheid of onbekwaamheid, contra Montesquieu’s “Le pouvoir arrête le pouvoir”.

Een roep om accountability

Deze zaak bewijst dat valse rechtsleer sinds 1987 de Belgische justitie ondermijnt, met tentakels tot Europa. De informaticaconsulent uit Deinze opende inderdaad “de doos van Pandora”, blootleggend corruptie die publieke wegen en bronnen privatiseert. Hervorming vereist: herstel van artikel 441 Sv., onafhankelijke HRJ-controle, en transparantie. Zonder dit faalt de rechtsstaat. De toekomst zal oordelen over hen die kozen voor macht boven wet.

Bronnen:

  • PV Federale Gerechtelijke Politie (HV.34.F3.104175/2015).
  • Correspondentie FOD Justitie (2012/PGB/004535).
  • Belgische wetboeken: Ger.W., Sv., Burgerlijk Wetboek, Grondwet.
  • EHRM-arrest De Cubber (1984).

Andy Vermaut +32499357495