Dennie Declercq waarschuwt voor digitale uitsluiting: ‘Een website die verwarring veroorzaakt, kan voor iemand met autisme een onoverkomelijke drempel worden’

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Een apotheek vermeldt op haar website dat ze geopend is tot 18 uur, maar op de startpagina staat een nieuwsbericht waarin wordt aangekondigd dat de deuren uitzonderlijk al om 17 uur sluiten. Welke informatie klopt? Wat moet een bezoeker geloven? Voor veel mensen lijkt dat een kleine tegenstrijdigheid die eenvoudig kan worden opgelost met een telefoontje. Voor iemand met autisme kan dergelijke onduidelijkheid echter aanzienlijke stress en onzekerheid veroorzaken. Met dat herkenbare voorbeeld legde toegankelijkheidsexpert Dennie Declercq tijdens de EDC Fan Dag in Diksmuide bloot hoe slecht gestructureerde websites mensen kunnen uitsluiten. In zijn presentatie ‘Online, autisme en meer’ nam hij de aanwezigen mee van het vroege internet rond het jaar 2000 naar de complexe digitale toepassingen van vandaag. Hij waarschuwde voor het verdwijnen van overzichtelijke websitestructuren, onvoorspelbare formulieren, tegenstrijdige informatie en digitale dienstverlening waarbij menselijk contact nauwelijks nog mogelijk is. Tegelijk maakte hij duidelijk dat veel oplossingen al bestaan. Internationale toegankelijkheidsrichtlijnen schrijven voor hoe digitale informatie beter bruikbaar kan worden gemaakt voor mensen met uiteenlopende beperkingen. Volgens Dennie Declercq ontbreekt het niet zozeer aan technische kennis, maar moeten ontwerpers, bedrijven en overheden toegankelijkheid vanaf het begin ernstig nemen. Zijn centrale boodschap: duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid zijn geen bijkomstige voordelen, maar voorwaarden om mensen zelfstandig toegang te geven tot informatie en dienstverlening.

Een digitale wereld die niet voor iedereen even gemakkelijk toegankelijk is

Dennie Declercq sprak op zaterdag 17 oktober 2026 tijdens de EDC Fan Dag ‘Iedereen telt mee’ in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide. De bijeenkomst werd georganiseerd door Europese Beweging België in samenwerking met EDC Fan Belgium, naar aanleiding van de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Verschillende sprekers behandelden er de dagelijkse hindernissen waarmee personen met een beperking worden geconfronteerd. Dennie Declercq koos ervoor de aandacht te richten op de digitale leefwereld, waarin websites, online formulieren en elektronische toepassingen een steeds grotere rol spelen. Hij bracht het onderwerp niet uitsluitend vanuit een technisch perspectief. Zijn uiteenzetting ging vooral over de gevolgen die digitale ontwerpkeuzes hebben voor mensen die behoefte hebben aan duidelijke informatie en een voorspelbare omgeving. Daarbij besteedde hij bijzondere aandacht aan autisme, zonder de toegankelijkheid voor andere groepen uit het oog te verliezen. Hij wees erop dat gebruikers verschillende beperkingen tegelijk kunnen hebben en dat een slecht ontworpen website daardoor meerdere problemen kan veroorzaken. Zijn bijdrage sloot aan bij de bredere bezorgdheid die tijdens de EDC Fan Dag naar voren kwam: mensen mogen niet worden uitgesloten van essentiële informatie of dienstverlening omdat organisaties onvoldoende rekening houden met hun mogelijkheden en behoeften. Digitalisering kan het dagelijkse leven gemakkelijker maken, maar volgens Dennie Declercq gebeurt dat alleen wanneer de systemen ook daadwerkelijk bruikbaar zijn voor de mensen die erop aangewezen zijn.

Terug naar het jaar 2000, toen het internet er helemaal anders uitzag

Om de problemen van hedendaagse websites begrijpelijk te maken, begon Dennie Declercq met een terugblik op zijn eigen kennismaking met het internet. Hij nam de aanwezigen mee naar het jaar 2000, toen hij als tiener de mogelijkheden van het wereldwijde web begon te ontdekken. De digitale omgeving zag er toen heel anders uit. Veel toepassingen die vandaag vanzelfsprekend lijken, bestonden nog niet of speelden nog geen vergelijkbare rol. Dennie Declercq herinnerde aan zoekmachines zoals AltaVista, waarmee internetgebruikers informatie konden opzoeken. Google was rond die tijd nog lang niet zo dominant als vandaag. Ook de huidige vormen van digitale identificatie, uitgebreide accountprocedures en beveiligingscontroles maakten niet op dezelfde manier deel uit van het dagelijkse internetgebruik. Via openbare chatdiensten konden mensen met elkaar communiceren zonder noodzakelijk eerst een uitgebreid registratieproces te doorlopen. Dennie Declercq verwees ook naar GeoCities, een platform waarop gebruikers op een relatief eenvoudige manier hun eigen website konden bouwen. Die websites waren volgens hem zeker niet altijd mooi of professioneel ontworpen. Toch hadden ze een belangrijke eigenschap: ook mensen zonder diepgaande technische kennis konden ermee experimenteren en zelf informatie publiceren. De terugblik diende niet uitsluitend om nostalgische herinneringen op te halen. Dennie Declercq wilde vooral laten zien hoe sterk de digitale omgeving sindsdien veranderd is en welke gevolgen die veranderingen kunnen hebben voor de begrijpelijkheid van websites.

De eenvoudige websites van vroeger hadden volgens Dennie Declercq een onderschat voordeel

Een van de belangrijkste verschillen tussen het internet rond 2000 en de huidige digitale omgeving ligt volgens Dennie Declercq in de manier waarop websites zijn opgebouwd. Veel websites uit die periode waren relatief statisch. De inhoud en de structuur veranderden minder voortdurend dan bij veel moderne toepassingen. Daardoor konden bezoekers gemakkelijker vertrouwd raken met de indeling van een website. Wie eenmaal wist waar bepaalde informatie stond, kon die bij een volgend bezoek doorgaans langs dezelfde weg terugvinden. Volgens Dennie Declercq bood dat een vorm van voorspelbaarheid die vandaag niet altijd behouden blijft. Hij stelde niet dat vroegere websites technisch beter waren of dat alle moderne ontwikkelingen achteruitgang betekenen. Zijn aandacht ging uit naar een specifiek voordeel van eenvoudige en stabiele structuren: gebruikers kunnen gemakkelijker begrijpen hoe een website is georganiseerd wanneer de verschillende onderdelen herkenbaar blijven. Dat is bijzonder belangrijk voor mensen die moeite hebben met onverwachte veranderingen of met het verwerken van grote hoeveelheden informatie. Een website hoeft volgens die redenering niet noodzakelijk ingewikkeld te zijn om nuttig te functioneren. Een overzichtelijke indeling kan voor de gebruiker belangrijker zijn dan een voortdurend veranderende presentatie waarin telkens nieuwe elementen verschijnen.

De sitemap als organigram van een website

Dennie Declercq besteedde bijzondere aandacht aan een voorziening die op veel oudere websites nadrukkelijk aanwezig was: de sitemap. Hij vergeleek die met een organigram, maar dan toegepast op een website. Zoals een organigram duidelijk maakt hoe een organisatie is opgebouwd, toont een sitemap welke onderdelen een website bevat en hoe die zich tot elkaar verhouden. Bezoekers kunnen daardoor in één overzicht zien waar bepaalde informatie te vinden is. Volgens Dennie Declercq was dat bijzonder nuttig omdat gebruikers niet voortdurend hoefden te zoeken of te raden welke route ze moesten volgen. De structuur van de website werd als het ware zichtbaar gemaakt. Voor iemand met autisme kan dat volgens hem een belangrijk verschil betekenen. Wanneer duidelijk is welke onderdelen bestaan en waar ze zich bevinden, wordt het gemakkelijker om een bezoek voor te bereiden en zelfstandig de juiste informatie te vinden. Een dergelijke structuur vermindert de noodzaak om verschillende menu’s uit te proberen zonder zeker te weten waar die naartoe leiden. Dennie Declercq betreurde dat die overzichtelijkheid bij veel hedendaagse websites minder vanzelfsprekend is geworden. Naarmate websites dynamischer en ingewikkelder worden, is het voor gebruikers niet altijd duidelijk hoe alle onderdelen met elkaar samenhangen. Zijn vergelijking met een organigram maakte duidelijk dat een sitemap niet zomaar een technisch hulpmiddel is, maar ook een middel om gebruikers houvast te bieden.

Van overzichtelijke pagina’s naar websites die voortdurend veranderen

De ontwikkeling van statische naar dynamische websites bracht volgens Dennie Declercq aanzienlijke veranderingen met zich mee. Moderne websites kunnen informatie voortdurend aanpassen, inhoud automatisch vernieuwen en gebruikers verschillende onderdelen tonen naargelang de omstandigheden. Dergelijke mogelijkheden hebben onmiskenbare voordelen, maar kunnen de voorspelbaarheid verminderen wanneer ze onvoldoende zorgvuldig worden toegepast. Een bezoeker die een website eerder heeft gebruikt, kan bij een volgend bezoek geconfronteerd worden met een gewijzigde indeling, nieuwe meldingen of informatie die op een andere plaats staat. Daardoor moet hij opnieuw uitzoeken hoe de toepassing werkt. Voor mensen die behoefte hebben aan vaste structuren kan dat extra inspanning en onzekerheid veroorzaken. Dennie Declercq legde daarom een verband tussen digitale toegankelijkheid en het behoud van een begrijpelijke navigatie. Hij pleitte niet voor het afschaffen van dynamische websites, maar maakte duidelijk dat technologische mogelijkheden niet automatisch mogen primeren op gebruiksgemak. Een website kan technisch bijzonder geavanceerd zijn en toch moeilijk toegankelijk blijken wanneer gebruikers onvoldoende kunnen voorspellen wat er zal gebeuren. De kernvraag is volgens hem of mensen de informatie die zij nodig hebben op een duidelijke en betrouwbare manier kunnen terugvinden.

Het voorspelbare brein en de behoefte aan houvast

Om uit te leggen waarom structuur zo belangrijk is voor personen met autisme, verwees Dennie Declercq naar de theorie van het voorspelbare brein. Hij gebruikte die benadering om te verduidelijken hoe voorspelbaarheid en herkenbare patronen mensen kunnen helpen hun omgeving te begrijpen. Wanneer een situatie duidelijk gestructureerd is, wordt het gemakkelijker om verwachtingen te vormen over wat er zal gebeuren. Een website met een vaste indeling, herkenbare navigatie en consequente informatie kan daardoor een gevoel van houvast bieden. Wanneer de omgeving voortdurend verandert of tegenstrijdige signalen geeft, moet de gebruiker telkens opnieuw proberen te achterhalen wat juist is. Volgens Dennie Declercq kan dat bij personen met autisme extra stress veroorzaken. Hij maakte duidelijk dat het hier niet uitsluitend gaat om de hoeveelheid informatie op een website, maar ook om de manier waarop die informatie wordt georganiseerd en aangeboden. Zelfs een relatief eenvoudige website kan onzekerheid veroorzaken wanneer verschillende pagina’s elkaar tegenspreken. Omgekeerd kan een uitgebreide website beter bruikbaar worden wanneer de navigatie logisch en voorspelbaar blijft. De verwijzing naar het voorspelbare brein vormde daarmee een belangrijk uitgangspunt van zijn betoog: digitale toegankelijkheid vraagt aandacht voor de manier waarop mensen informatie verwerken en verwachtingen opbouwen.

Een apotheek die tegelijk om 17 en om 18 uur lijkt te sluiten

Het meest tastbare voorbeeld waarmee Dennie Declercq zijn boodschap verduidelijkte, ging over de openingsuren van een apotheek. Op de contactpagina staat dat de apotheek geopend is van 8 tot 18 uur. Op de startpagina verschijnt echter een nieuwsbericht waarin wordt meegedeeld dat de apotheek uitzonderlijk al om 17 uur sluit. De gebruiker wordt daardoor geconfronteerd met twee verschillende tijdstippen. Welke informatie is correct? Is het nieuwsbericht recenter dan de contactpagina? Geldt de afwijking alleen op een bepaalde dag? Heeft de apotheek vergeten haar contactgegevens aan te passen? Voor iemand die de website bezoekt om zekerheid te krijgen over de openingsuren, ontstaat precies het tegenovergestelde resultaat: meer twijfel. Dennie Declercq gebruikte dit voorbeeld om aan te tonen hoe belangrijk consequente informatie is. Een organisatie kan ervan uitgaan dat bezoekers begrijpen dat een uitzonderlijk nieuwsbericht voorrang heeft op de normale openingsuren, maar niet iedere gebruiker zal die interpretatie vanzelfsprekend maken. Bovendien kan onduidelijkheid over de geldigheid van informatie bijkomende vragen oproepen. Wie voor een noodzakelijke aankoop of dienstverlening naar een locatie wil gaan, moet kunnen vertrouwen op wat de website vermeldt. Volgens Dennie Declercq kunnen dergelijke tegenstrijdigheden bij mensen met autisme aanzienlijke stress veroorzaken, juist omdat het moeilijk wordt om met zekerheid te bepalen welke informatie gevolgd moet worden.

Wanneer een website informatie geeft, maar geen zekerheid biedt

Het voorbeeld van de apotheek illustreerde volgens Dennie Declercq een bredere tekortkoming in digitale communicatie. Organisaties besteden vaak aandacht aan de vraag of bepaalde informatie ergens op hun website aanwezig is, maar minder aan de vraag of die informatie op alle relevante plaatsen met elkaar overeenstemt. Nochtans kan tegenstrijdige communicatie de bruikbaarheid van een website ernstig aantasten. Een bezoeker die de contactpagina raadpleegt, verwacht daar betrouwbare informatie over de bereikbaarheid en openingsuren van een organisatie. Wanneer een andere pagina afwijkende informatie bevat, moet de bezoeker zelf proberen uit te zoeken welke mededeling voorrang heeft. Daardoor wordt een eenvoudige handeling ingewikkelder dan noodzakelijk. Dennie Declercq maakte duidelijk dat toegankelijkheid niet uitsluitend betrekking heeft op lettergrootte, kleurcontrast of technische hulpmiddelen. Ook de betrouwbaarheid, samenhang en begrijpelijkheid van de inhoud zijn van belang. Een website kan op technisch vlak behoorlijk toegankelijk zijn en toch verwarring veroorzaken wanneer de informatie slecht wordt beheerd. Duidelijkheid vraagt daarom niet alleen aandacht van programmeurs en ontwerpers, maar ook van de mensen die de inhoud van websites publiceren en actualiseren. Wie informatie aanpast, moet volgens die redenering nagaan of bezoekers nog altijd één begrijpelijk en samenhangend beeld krijgen.

Waarom onduidelijkheid voor iemand met autisme meer kan betekenen dan een kleine ergernis

Dennie Declercq benadrukte dat onduidelijke digitale informatie niet voor iedere gebruiker dezelfde gevolgen heeft. Sommige bezoekers merken een tegenstrijdigheid op, nemen aan dat één mededeling verouderd is en ondernemen vervolgens actie. Voor iemand die sterk afhankelijk is van voorspelbaarheid kan diezelfde situatie veel moeilijker zijn. De onzekerheid over welke informatie correct is, kan blijven bestaan en aanleiding geven tot bijkomende stress. De gebruiker moet niet alleen de informatie verwerken, maar ook proberen te beoordelen welke bron betrouwbaar is. Daarbij kan de angst ontstaan om een verkeerde beslissing te nemen. Wie bijvoorbeeld niet zeker weet wanneer een apotheek sluit, kan twijfelen of hij nog tijdig zal aankomen. De website, die bedoeld was om duidelijkheid te verschaffen, creëert dan een extra hindernis. Dennie Declercq gebruikte dit voorbeeld niet om te suggereren dat alle personen met autisme op dezelfde manier reageren. Zijn punt was dat organisaties rekening moeten houden met verschillende manieren waarop informatie wordt verwerkt. Een kleine onduidelijkheid die voor de ene bezoeker nauwelijks betekenis heeft, kan voor een andere bezoeker veel zwaarder wegen. Daarom beschouwde hij consequente en ondubbelzinnige communicatie als een belangrijk onderdeel van toegankelijkheid.

Online formulieren die pas onderweg laten zien hoe ingewikkeld ze zijn

Een tweede belangrijk aandachtspunt in de presentatie van Dennie Declercq waren online formulieren en vragenlijsten. Hij stelde de vraag hoeveel mensen al aan een digitaal formulier zijn begonnen zonder vooraf te weten hoeveel tijd de procedure zou vragen. Iemand wil zich bijvoorbeeld inschrijven voor een activiteit, bepaalde informatie aanvragen of een administratieve handeling uitvoeren. De website biedt een formulier aan, maar maakt niet duidelijk hoeveel vragen zullen volgen, welke gegevens noodzakelijk zijn en hoe het verdere verloop eruitziet. De gebruiker begint aan de procedure en ontdekt pas gaandeweg wat er allemaal moet gebeuren. Volgens Dennie Declercq kan die onvoorspelbaarheid bijzonder belastend zijn voor personen met autisme. Wanneer iemand niet weet hoeveel stappen er nog volgen, wordt het moeilijker om zich op de taak voor te bereiden. Bovendien kan de onzekerheid ontstaan of de inspanning uiteindelijk wel het gewenste resultaat zal opleveren. Een formulier dat voor de ontwerper eenvoudig lijkt, kan daardoor voor een gebruiker een onverwacht langdurig of ingewikkeld proces worden. Dennie Declercq pleitte ervoor om dergelijke onzekerheden zo veel mogelijk te voorkomen door vooraf duidelijk te communiceren over de inhoud en de verwachtingen van een digitale procedure.

Wat moet ik invullen, waarom wordt het gevraagd en hoelang zal het duren?

Volgens Dennie Declercq kunnen online formulieren aanzienlijk begrijpelijker worden wanneer de gebruiker vooraf voldoende informatie krijgt. Hij verwees naar enkele eenvoudige vragen die bij de start van een procedure beantwoord zouden moeten worden. Wat moet iemand precies doen? Welke informatie of documenten zijn nodig? Wie vraagt de gegevens op? Waarom worden ze gevraagd? Wanneer moet de handeling gebeuren en hoeveel tijd zal ze ongeveer in beslag nemen? Ook het verwachte resultaat moet duidelijk zijn. Wanneer iemand een formulier invult om een inschrijving te bevestigen of informatie te verkrijgen, moet zo helder mogelijk worden uitgelegd wat er na het verzenden zal gebeuren. Dennie Declercq beschouwde die informatie als bijzonder nuttig voor personen met autisme, maar benadrukte dat het voordeel veel ruimer is. Iedere gebruiker kan baat hebben bij een duidelijk overzicht van de vereiste stappen. Mensen kunnen zich beter voorbereiden, de noodzakelijke gegevens verzamelen en vooraf beoordelen of zij voldoende tijd hebben om de procedure af te werken. Daardoor wordt de kans kleiner dat iemand halverwege moet stoppen omdat onverwacht bijkomende informatie nodig blijkt. Volgens Dennie Declercq toont dit aan dat maatregelen die vertrekken vanuit de behoeften van personen met autisme vaak tegelijk het gebruiksgemak voor een veel grotere groep verbeteren.

Een digitaal formulier moet de gebruiker begeleiden, niet laten raden

Achter de kritiek op online vragenlijsten schuilt een belangrijk onderscheid tussen de logica van de organisatie en de ervaring van de gebruiker. Voor de instelling die een formulier ontwikkelt, kan iedere vraag vanzelfsprekend zijn. De organisatie weet welke gegevens zij nodig heeft en welke administratieve stappen daarna zullen volgen. Voor iemand die het formulier voor het eerst opent, is die achtergrondinformatie niet noodzakelijk beschikbaar. Dennie Declercq pleitte ervoor dat digitale toepassingen rekening houden met dat verschil. Een gebruiker mag niet geacht worden alle interne procedures van een organisatie te kennen voordat hij een eenvoudige aanvraag kan indienen. Duidelijke uitleg over de vereiste gegevens, de bedoeling van de vragen en het verdere verloop kan helpen om de onzekerheid te verminderen. Dit is volgens zijn benadering opnieuw een kwestie van voorspelbaarheid. Wie weet waar hij aan begint en welke stappen nog volgen, krijgt meer controle over het proces. Het belang daarvan gaat verder dan de technische toegankelijkheid van afzonderlijke invoervelden. Ook de volledige opbouw van de procedure moet begrijpelijk zijn. Een goed formulier moet niet alleen gegevens verzamelen, maar de gebruiker ook voldoende houvast bieden om die gegevens zelfstandig en met vertrouwen te kunnen verstrekken.

Digitale toegankelijkheid betekent niet dat iedereen zonder menselijke hulp kan

Dennie Declercq sloot tijdens zijn presentatie nadrukkelijk aan bij de bezorgdheden die eerder door Jean-Paul Lefebvre waren geuit. Ook volgens Dennie Declercq mag digitalisering niet betekenen dat menselijke ondersteuning volledig verdwijnt. Zelfs wanneer websites en toepassingen zo toegankelijk mogelijk worden ontworpen, zullen er volgens hem mensen blijven die moeilijkheden ondervinden met het gebruik ervan. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Niet iedereen beschikt over dezelfde digitale vaardigheden, dezelfde ervaring of dezelfde mogelijkheden om informatie zelfstandig te verwerken. Daarom vond Dennie Declercq het belangrijk dat er mogelijkheden blijven bestaan om rechtstreeks hulp te vragen. Hij verwees daarbij naar het belang van een loket waar mensen terechtkunnen wanneer zij ondersteuning nodig hebben. Een digitale toepassing kan veel informatie duidelijk presenteren, maar niet noodzakelijk iedere persoonlijke situatie oplossen. Soms is het nodig dat iemand luistert, vragen beantwoordt of helpt om een procedure uit te voeren. Dennie Declercq benadrukte daarmee dat toegankelijkheid niet mag worden gereduceerd tot het technisch verbeteren van websites. Ook de organisatie van de dienstverlening moet rekening houden met mensen die niet zelfstandig met digitale systemen kunnen omgaan.

Een toegankelijk digitaal systeem vervangt menselijke begrip niet

De oproep om fysieke of persoonlijke ondersteuning beschikbaar te houden, vormde een belangrijke nuance in het betoog van Dennie Declercq. Hij stelde niet dat websites pas toegankelijk zijn wanneer iedere mogelijke gebruiker er volledig zelfstandig mee kan werken. Volgens hem moet worden erkend dat mensen uiteenlopende behoeften hebben en dat sommige situaties meer ondersteuning vereisen dan een digitale toepassing kan bieden. Dat betekent niet dat organisaties minder inspanningen moeten leveren om hun websites te verbeteren. Integendeel, een duidelijke en goed gestructureerde website kan voor veel gebruikers de zelfstandigheid aanzienlijk vergroten. Maar zelfs de beste digitale dienstverlening neemt volgens Dennie Declercq niet weg dat menselijk begrip soms noodzakelijk blijft. Het gaat daarom niet om een keuze tussen technologie en menselijke ondersteuning. Beide moeten elkaar kunnen aanvullen. Een organisatie kan haar digitale informatie verbeteren en tegelijk zorgen dat mensen met vragen ergens terechtkunnen. Daarmee wordt vermeden dat gebruikers die ondanks alle technische maatregelen moeilijkheden blijven ondervinden, volledig uitgesloten worden. Zijn benadering sluit aan bij een bredere opvatting van inclusie: mensen moeten verschillende mogelijkheden krijgen om toegang te krijgen tot dezelfde dienstverlening, in plaats van verplicht te worden één vaste digitale route te volgen.

Internationale richtlijnen voor toegankelijke websites bestaan al jaren

Dennie Declercq maakte tijdens zijn presentatie duidelijk dat digitale toegankelijkheid geen volledig nieuw vraagstuk is waarvoor organisaties zelf alle oplossingen moeten uitvinden. Er bestaan al internationale richtlijnen die beschrijven hoe websites en digitale inhoud beter toegankelijk kunnen worden gemaakt. Hij verwees specifiek naar de Web Content Accessibility Guidelines, meestal afgekort tot WCAG. Die richtlijnen bevatten technische en inhoudelijke criteria waarmee ontwikkelaars, ontwerpers en organisaties kunnen nagaan of digitale informatie voldoende toegankelijk is voor mensen met uiteenlopende beperkingen. Dennie Declercq wees erop dat toegankelijkheid daarbij veel verder gaat dan één specifieke doelgroep. De richtlijnen houden onder meer rekening met gebruikers met een visuele of auditieve beperking, maar ook met mensen die andere moeilijkheden ondervinden bij het verwerken of bedienen van digitale informatie. Voor hem was het bestaan van deze richtlijnen een belangrijk argument om niet langer te wachten met verbeteringen. Wie een website toegankelijker wil maken, hoeft niet vanaf nul te beginnen. Er is al veel kennis beschikbaar over leesbaarheid, navigatie, alternatieve informatie en bruikbaarheid. Volgens Dennie Declercq moeten organisaties die kennis daadwerkelijk toepassen.

WCAG is geen vrijblijvende verzameling goede bedoelingen

De verwijzing naar de Web Content Accessibility Guidelines maakte duidelijk dat digitale toegankelijkheid ook een technisch en professioneel kader heeft. Websites worden niet uitsluitend toegankelijk door een algemene belofte om rekening te houden met gebruikers. Er moeten concrete ontwerpkeuzes worden gemaakt die ervoor zorgen dat informatie op verschillende manieren kan worden waargenomen en gebruikt. Dennie Declercq verwees naar de uitgebreide specificaties die binnen WCAG zijn opgenomen. Ze bieden ontwikkelaars aanknopingspunten om bestaande websites te beoordelen en nieuwe toepassingen toegankelijker te ontwerpen. Daarbij gaat het onder meer over voldoende kleurcontrast, leesbare tekst en alternatieve beschrijvingen bij afbeeldingen. Maar zijn uiteenzetting maakte eveneens duidelijk dat een bruikbare website logisch moet zijn opgebouwd en bezoekers niet onnodig in onzekerheid mag laten. Dat sluit aan bij zijn eerdere opmerkingen over sitemaps, formulieren en tegenstrijdige informatie. Technische toegankelijkheid en begrijpelijke communicatie versterken elkaar. Een website kan op bepaalde technische onderdelen goed functioneren, maar nog altijd moeilijk bruikbaar zijn wanneer de informatie chaotisch wordt aangeboden. Volgens Dennie Declercq vraagt digitale inclusie daarom aandacht voor zowel de uitvoering als de ervaring van de gebruiker.

De European Accessibility Act plaatst digitale toegankelijkheid ook op de Europese agenda

Naast de internationale WCAG-richtlijnen verwees Dennie Declercq naar de European Accessibility Act, de Europese toegankelijkheidswetgeving die voor bepaalde producten en diensten toegankelijkheidseisen vastlegt. Daarmee plaatste hij zijn oproep in een bredere Europese context. Digitale toegankelijkheid is niet uitsluitend een kwestie van vrijwillige klantvriendelijkheid of persoonlijke belangstelling van ontwikkelaars. Ook binnen de Europese Unie bestaat een regelgevend kader dat de toegankelijkheid van bepaalde producten en diensten moet verbeteren. Dat betekent niet dat iedere website automatisch onder dezelfde verplichtingen valt. De concrete toepassing hangt af van het betrokken product, de dienst en het toepasselijke juridische kader. Dennie Declercq gebruikte de verwijzing vooral om duidelijk te maken dat organisaties toegankelijkheid niet langer als een onbekend of uitzonderlijk thema kunnen beschouwen. De technische richtlijnen en Europese beleidsontwikkelingen bieden aanknopingspunten om digitale dienstverlening systematischer toegankelijk te maken. Volgens hem is het daarom belangrijk dat bedrijven en organisaties zich informeren over de bestaande normen en, waar nodig, deskundigen inschakelen om hun websites en toepassingen te verbeteren.

Kleurenblindheid maakt duidelijk waarom één ontwerp niet voor iedereen werkt

Om de gevolgen van onvoldoende toegankelijk ontwerp concreet te maken, verwees Dennie Declercq naar kleurenblindheid. Hij haalde daarbij cijfers aan waaruit volgens hem blijkt dat ongeveer één op de twaalf mannen kleurenblind is, terwijl het aandeel bij vrouwen aanzienlijk lager ligt, rond één procent. Met deze cijfers wilde hij aantonen dat moeilijkheden bij het waarnemen van kleuren veel vaker voorkomen dan sommige ontwerpers wellicht veronderstellen. Wanneer een website belangrijke informatie uitsluitend via kleurverschillen overbrengt, kan dat voor kleurenblinde gebruikers problemen veroorzaken. Een knop, waarschuwing of aanduiding die voor de ene bezoeker onmiddellijk herkenbaar is, kan voor iemand anders moeilijker te onderscheiden zijn. Volgens Dennie Declercq moeten ontwerpers daarom aandacht besteden aan voldoende kleurcontrast en een presentatie waarbij informatie duidelijk waarneembaar blijft. Zijn voorbeeld maakte ook duidelijk dat toegankelijkheid niet uitsluitend van belang is voor mensen met een officieel erkende beperking. Verschillen in waarneming komen bij een grote groep gebruikers voor en kunnen rechtstreeks invloed hebben op hun mogelijkheden om digitale informatie correct te begrijpen.

Autisme en kleurenblindheid kunnen samen bijkomende moeilijkheden veroorzaken

Dennie Declercq benadrukte dat beperkingen en toegankelijkheidsproblemen zich kunnen opstapelen. Iemand kan bijvoorbeeld autisme hebben en daarnaast kleurenblind of slechtziend zijn. In zo’n situatie kunnen verschillende moeilijkheden elkaar versterken. Een dynamische website met een onduidelijke structuur kan voor iemand met autisme al lastig zijn. Wanneer dezelfde website ook onvoldoende contrast biedt of belangrijke informatie voornamelijk via kleuren onderscheidt, kan het nog moeilijker worden om de juiste gegevens te vinden en te interpreteren. Dennie Declercq wilde daarmee duidelijk maken dat ontwerpers niet mogen vertrekken vanuit één eenvoudig profiel van een gebruiker met een beperking. Mensen hebben uiteenlopende eigenschappen en kunnen op verschillende vlakken ondersteuning nodig hebben. Een website die rekening houdt met slechts één aspect van toegankelijkheid, kan daardoor nog altijd ernstige problemen veroorzaken. Zijn argument voor een brede toepassing van toegankelijkheidsrichtlijnen was precies dat dergelijke richtlijnen helpen om verschillende behoeften tegelijk mee te nemen. Door voldoende contrast, leesbare tekst, duidelijke navigatie en begrijpelijke informatie te combineren, kunnen organisaties hun digitale dienstverlening voor een grotere groep bruikbaar maken.

Voldoende kleurcontrast is een basisvoorwaarde, geen luxe

Bij zijn praktische aanbevelingen legde Dennie Declercq nadruk op kleurcontrast. Wanneer tekst onvoldoende afsteekt tegen de achtergrond, wordt lezen moeilijker. Dat kan problemen veroorzaken voor slechtziende bezoekers, maar ook voor mensen die bepaalde kleuren minder goed van elkaar kunnen onderscheiden. Volgens Dennie Declercq moeten ontwerpers daarom bewust omgaan met de combinatie van tekstkleur en achtergrondkleur. Een visueel aantrekkelijke website is niet automatisch een toegankelijke website. Kleuren die vanuit esthetisch oogpunt goed bij elkaar lijken te passen, kunnen voor sommige gebruikers onvoldoende onderscheid bieden. Door bestaande contrastvereisten toe te passen, kunnen ontwikkelaars voorkomen dat belangrijke informatie moeilijk leesbaar wordt. Dit is volgens Dennie Declercq een voorbeeld van een aanpassing die al lang bekend is en waarvoor duidelijke technische richtlijnen beschikbaar zijn. Organisaties hoeven niet te wachten op nieuwe technologie om dergelijke verbeteringen uit te voeren. Ze kunnen bestaande websites beoordelen en nagaan of de gebruikte kleurencombinaties voldoende toegankelijk zijn. Daarmee maakte hij duidelijk dat digitale inclusie ook begint bij ogenschijnlijk eenvoudige ontwerpbeslissingen.

Leesbare lettertypen bepalen mee of informatie werkelijk toegankelijk is

Een tweede praktische aanbeveling van Dennie Declercq betrof de leesbaarheid van tekst. Volgens hem moeten websites gebruikmaken van lettertypen die voldoende duidelijk en gemakkelijk te lezen zijn. Daarmee vestigde hij de aandacht op een onderdeel van digitale communicatie dat vaak vanzelfsprekend wordt gevonden. Ontwerpers kunnen kiezen uit talloze lettertypen en visuele stijlen, maar niet iedere keuze draagt op dezelfde manier bij aan de begrijpelijkheid van informatie. Wanneer tekst moeilijk leesbaar is, moet de gebruiker meer inspanning leveren om de inhoud te verwerken. Voor sommige mensen kan dat een belangrijke bijkomende hindernis vormen. Dennie Declercq pleitte daarom voor een vormgeving waarbij de inhoud centraal blijft staan. Een website is immers niet uitsluitend een visuele presentatie van een organisatie, maar ook een middel waarmee bezoekers noodzakelijke informatie proberen te verkrijgen. De keuze van lettertypen moet volgens zijn benadering daarom niet alleen worden bepaald door uitstraling of vormgeving, maar eveneens door bruikbaarheid. Samen met voldoende contrast en een overzichtelijke structuur kan een goed leesbare tekstpresentatie helpen om informatie voor meer mensen toegankelijk te maken.

Afbeeldingen moeten ook begrijpelijk zijn voor wie ze niet kan zien

Dennie Declercq wees daarnaast op het belang van alternatieve teksten bij afbeeldingen. Dergelijke beschrijvingen maken het mogelijk dat informatie die visueel wordt aangeboden, ook op een andere manier toegankelijk wordt gemaakt. Voor mensen die blind of slechtziend zijn en gebruikmaken van ondersteunende technologie, kan dat bijzonder belangrijk zijn. Wanneer een afbeelding betekenisvolle informatie bevat, maar geen passende tekstuele beschrijving heeft, kan die informatie voor bepaalde bezoekers verloren gaan. Dennie Declercq beschouwde alternatieve teksten daarom als een van de standaardmaatregelen die organisaties kunnen toepassen om hun digitale inhoud toegankelijker te maken. Het gaat daarbij niet om het toevoegen van willekeurige beschrijvingen, maar om het overbrengen van de relevante betekenis van een afbeelding. Zijn aanbeveling sloot aan bij het bredere uitgangspunt dat digitale informatie niet uitsluitend via één vorm van waarneming beschikbaar mag zijn. Websites moeten rekening houden met bezoekers die informatie op verschillende manieren verwerken. Door tekstuele alternatieven te voorzien, kunnen organisaties voorkomen dat belangrijke inhoud uitsluitend toegankelijk is voor mensen die de afbeelding rechtstreeks kunnen bekijken.

Technische toegankelijkheid en begrijpelijke inhoud moeten samen worden aangepakt

De voorbeelden van Dennie Declercq tonen dat digitale toegankelijkheid uit verschillende onderdelen bestaat die elkaar beïnvloeden. Voldoende contrast kan ervoor zorgen dat tekst beter zichtbaar wordt. Een duidelijk lettertype kan de leesbaarheid verbeteren. Alternatieve teksten maken afbeeldingen toegankelijker. Maar wanneer de inhoud van verschillende pagina’s elkaar tegenspreekt of wanneer een formulier onvoldoende uitlegt wat er van de gebruiker wordt verwacht, blijven er problemen bestaan. Dennie Declercq pleitte daarom voor een aanpak waarin zowel technische als inhoudelijke aspecten worden meegenomen. Het heeft weinig zin een website uitsluitend op enkele zichtbare ontwerpkenmerken aan te passen wanneer bezoekers daarna nog altijd moeten raden waar informatie staat of welke procedure zij moeten volgen. Omgekeerd is duidelijke taal alleen niet voldoende wanneer bepaalde gebruikers de inhoud door technische hindernissen niet kunnen waarnemen. Volgens zijn uiteenzetting moeten organisaties deze verschillende aspecten beschouwen als onderdelen van dezelfde opdracht. Digitale toegankelijkheid betekent dat mensen informatie kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. Daarvoor zijn technische voorzieningen noodzakelijk, maar ook een consequente en voorspelbare organisatie van de inhoud.

Waarom toegankelijkheid vanaf het begin deel van een digitaal project moet uitmaken

Dennie Declercq riep organisaties op om niet te wachten tot gebruikers problemen melden voordat zij aandacht besteden aan toegankelijkheid. Volgens hem bestaan er al voldoende richtlijnen en deskundigheid om websites en toepassingen vanaf het begin beter te ontwerpen. Wanneer een digitale toepassing pas achteraf toegankelijk moet worden gemaakt, bestaat het risico dat belangrijke ontwerpkeuzes al vastliggen. Een duidelijke structuur, begrijpelijke formulieren en toegankelijke informatie kunnen gemakkelijker worden meegenomen wanneer zij van bij de ontwikkeling als uitgangspunten worden beschouwd. Zijn voorbeelden van de sitemap en de online vragenlijsten maakten duidelijk dat toegankelijkheid vaak rechtstreeks samenhangt met de manier waarop een toepassing is opgebouwd. Het gaat niet uitsluitend om cosmetische wijzigingen die achteraf kunnen worden toegevoegd. Daarom vond Dennie Declercq het belangrijk dat ontwerpers en organisaties zich verdiepen in de bestaande WCAG-richtlijnen of ondersteuning zoeken bij mensen die over de nodige deskundigheid beschikken. Hij benadrukte dat er geen reden is om toegankelijkheid voortdurend uit te stellen. De basisprincipes zijn bekend en de noodzaak om ze toe te passen is duidelijk.

Wie websites ontwikkelt, moet verder kijken dan de gemiddelde gebruiker

Een terugkerend uitgangspunt in de presentatie van Dennie Declercq was dat digitale ontwerpers onvoldoende rekening kunnen houden met toegankelijkheid wanneer zij uitsluitend vanuit hun eigen gebruikservaring vertrekken. Wie zelf gemakkelijk websites doorzoekt, ingewikkelde formulieren invult en voortdurend veranderende digitale toepassingen gebruikt, merkt bepaalde hindernissen mogelijk niet op. Voor mensen met autisme, een visuele beperking of andere moeilijkheden kunnen dezelfde ontwerpkeuzes veel grotere gevolgen hebben. Daarom moeten organisaties zich volgens Dennie Declercq afvragen hoe hun toepassingen worden ervaren door mensen die informatie op een andere manier verwerken. Dat betekent aandacht voor voorspelbaarheid, leesbaarheid en begrijpelijke navigatie, maar ook voor de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen. Een website is pas werkelijk bruikbaar wanneer de gebruiker de informatie niet alleen technisch kan bereiken, maar ze ook voldoende kan begrijpen om er iets mee te doen. Daarmee bracht hij het debat over digitale toegankelijkheid terug naar de dagelijkse werkelijkheid van bezoekers. Niet de hoeveelheid technologische mogelijkheden bepaalt op zichzelf de kwaliteit van een website, maar de mate waarin mensen er zelfstandig en zonder onnodige hindernissen hun doel kunnen bereiken.

Een overheid of organisatie mag digitale bereikbaarheid niet verwarren met dienstverlening

De opmerkingen van Dennie Declercq over het behoud van menselijke ondersteuning hebben ook gevolgen voor de manier waarop overheden en organisaties hun dienstverlening organiseren. Wanneer een instelling haar informatie op een website plaatst of een digitale aanvraagprocedure aanbiedt, betekent dat niet automatisch dat alle burgers toegang hebben tot de dienst. Sommige mensen kunnen moeite hebben om de juiste pagina te vinden. Anderen begrijpen niet welke informatie gevraagd wordt of beschikken niet over de mogelijkheden om de procedure zelfstandig af te werken. Dennie Declercq wees erop dat zelfs verregaande inspanningen op het vlak van digitale toegankelijkheid niet zullen volstaan om iedere gebruiker volledig zelfstandig te laten functioneren. Daarom moet volgens hem ruimte blijven voor menselijke ondersteuning. Een fysiek loket kan daarbij bijzonder belangrijk zijn, omdat bezoekers er hun situatie rechtstreeks kunnen uitleggen en hulp kunnen vragen. Zijn boodschap was niet dat digitalisering moet worden stopgezet, maar dat organisaties niet mogen veronderstellen dat een digitale oplossing automatisch voor iedereen geschikt is. Een toegankelijke samenleving moet volgens zijn benadering verschillende mogelijkheden behouden om mensen daadwerkelijk verder te helpen.

Alfons Moens herkent dezelfde hindernissen bij telefonische klantendiensten

Moderator Alfons Moens reageerde na de presentatie van Dennie Declercq op de problemen van digitale en telefonische dienstverlening. Hij bedankte de spreker omdat die duidelijk had gemaakt dat niet iedereen even gemakkelijk met digitale toepassingen kan omgaan. Alfons Moens voegde eraan toe dat ook telefonisch contact steeds ingewikkelder kan worden. Hij beschreef hoe burgers bij een organisatie moeten bellen en vervolgens door een reeks automatische keuzemenu’s worden geleid. Eerst moet iemand op één drukken, daarna op twee, waarna nog andere keuzes volgen. Wanneer de beller uiteindelijk bij de juiste dienst lijkt te zijn terechtgekomen, wordt soms bijkomende informatie gevraagd die hij niet onmiddellijk bij de hand heeft. Daardoor kan een eenvoudige vraag uitgroeien tot een langdurige en frustrerende procedure. Alfons Moens benadrukte met zijn reactie dat de problemen die Dennie Declercq op websites aanwees ook in andere vormen van dienstverlening voorkomen. Het gaat telkens om systemen die vanuit de organisatie logisch kunnen lijken, maar voor de gebruiker onvoldoende overzichtelijk of voorspelbaar zijn. De opmerkingen van Alfons Moens sloten bovendien aan bij de eerdere bijdrage van Jean-Paul Lefebvre, die eveneens had gewaarschuwd voor digitalisering waarbij menselijke ondersteuning steeds moeilijker bereikbaar wordt.

De digitale drempel stopt niet aan het computerscherm

De reactie van Alfons Moens maakte duidelijk dat het vraagstuk van toegankelijkheid niet beperkt blijft tot de visuele vormgeving van websites. Ook een telefonisch keuzemenu kan onvoorspelbaar en ingewikkeld worden wanneer gebruikers niet weten welke stappen zullen volgen. Wie een reeks keuzes moet maken zonder duidelijk overzicht, kan daarbij dezelfde onzekerheid ervaren als iemand die een online formulier opent zonder te weten hoeveel vragen er nog komen. Bovendien kunnen beide systemen elkaar versterken. Een burger die vastloopt op een website, probeert telefonisch hulp te krijgen, maar ontdekt vervolgens dat ook de telefonische dienstverlening grotendeels geautomatiseerd is. Daardoor wordt het steeds moeilijker om rechtstreeks met iemand te spreken. Dennie Declercq had eerder al benadrukt dat een loket of andere vorm van persoonlijke ondersteuning belangrijk blijft. De opmerkingen van Alfons Moens onderstreepten waarom. Wanneer organisaties meerdere communicatiekanalen automatiseren, moeten zij blijven nagaan of gebruikers nog een werkelijke mogelijkheid hebben om hulp te ontvangen. Een dienst is niet noodzakelijk toegankelijk omdat zij via verschillende technologische kanalen bereikbaar lijkt. Het gaat er uiteindelijk om of iemand via die kanalen zijn probleem daadwerkelijk kan oplossen.

Voorspelbaarheid helpt mensen met autisme, maar biedt voordelen voor iedereen

Dennie Declercq maakte tijdens zijn uiteenzetting duidelijk dat verschillende maatregelen die voor personen met autisme belangrijk zijn, ook andere gebruikers ten goede kunnen komen. Een overzichtelijke sitemap helpt niet alleen iemand die behoefte heeft aan een vaste structuur, maar ook bezoekers die snel de juiste informatie willen vinden. Een formulier dat vooraf duidelijk maakt welke gegevens nodig zijn, vermindert niet uitsluitend de onzekerheid bij personen met autisme, maar helpt iedereen die zich goed wil voorbereiden. Consequente openingsuren op een website voorkomen verwarring bij alle klanten. Voldoende kleurcontrast en leesbare lettertypen verbeteren de bruikbaarheid voor mensen met verschillende visuele mogelijkheden. Die voorbeelden tonen volgens zijn benadering dat toegankelijkheid niet uitsluitend bestaat uit uitzonderlijke aanpassingen voor een beperkte groep. Vaak gaat het om ontwerpkeuzes die de algemene kwaliteit van digitale dienstverlening verhogen. Het uitgangspunt is dat verschillende gebruikers verschillende behoeften kunnen hebben en dat organisaties daar zo veel mogelijk rekening mee moeten houden. In plaats van toegankelijkheid als een bijkomende last te beschouwen, kunnen zij die volgens de voorbeelden van Dennie Declercq benaderen als een manier om hun websites begrijpelijker en betrouwbaarder te maken.

De gevolgen van digitale uitsluiting reiken verder dan ongemak

De bijdrage van Dennie Declercq kreeg een bijzondere betekenis binnen de EDC Fan Dag, omdat het evenement plaatsvond op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Zijn voorbeelden gingen weliswaar over websites, online formulieren en digitale navigatie, maar de achterliggende problematiek raakt aan de mogelijkheden van mensen om zelfstandig aan het maatschappelijke leven deel te nemen. Wanneer noodzakelijke informatie onduidelijk wordt aangeboden, kan dat mensen verhinderen om een dienst op het juiste moment te gebruiken. Wanneer een aanvraagprocedure onvoldoende voorspelbaar is, kan iemand afhaken voordat de aanvraag is afgerond. En wanneer menselijke ondersteuning ontbreekt, kunnen dergelijke problemen moeilijker worden opgelost. Dennie Declercq presenteerde toegankelijkheid daarom niet als een kwestie van technisch perfectionisme, maar als een noodzakelijke voorwaarde voor begrijpelijke dienstverlening. Zijn aandacht voor autisme maakte zichtbaar hoe digitale systemen drempels kunnen creëren die voor andere gebruikers nauwelijks opvallen. Juist daarom is het volgens hem belangrijk dat organisaties de bestaande richtlijnen ernstig nemen en zich niet beperken tot de vraag of een website technisch functioneert.

De oplossingen bestaan, maar organisaties moeten ze daadwerkelijk toepassen

Een opvallend element in het betoog van Dennie Declercq was dat hij geen volledig nieuwe technologie voorstelde om de problemen op te lossen. Zijn belangrijkste aanbevelingen waren gebaseerd op bestaande kennis en relatief duidelijke principes. Websites moeten overzichtelijk worden opgebouwd, zodat bezoekers begrijpen welke informatie waar te vinden is. De inhoud moet consequent zijn, zodat verschillende pagina’s elkaar niet tegenspreken. Online formulieren moeten vooraf duidelijk maken welke gegevens nodig zijn en wat de gebruiker kan verwachten. Tekst moet goed leesbaar zijn, met voldoende contrast en geschikte lettertypen. Afbeeldingen moeten waar nodig van passende alternatieve beschrijvingen worden voorzien. En voor mensen die ondanks die maatregelen moeilijkheden ondervinden, moet menselijke hulp beschikbaar blijven. Dennie Declercq verwees naar WCAG als een bestaand kader waarmee organisaties aan de slag kunnen. Volgens hem kunnen zij zelf de richtlijnen bestuderen of een beroep doen op deskundigen. De belangrijkste voorwaarde is dat de bereidheid bestaat om toegankelijkheid werkelijk als onderdeel van kwaliteitsvolle dienstverlening te beschouwen. Zijn oproep was dan ook om niet te wachten tot een volgend groot project of een toekomstige technologische vernieuwing, maar vandaag te beginnen met verbeteringen die mogelijk zijn.

De kern van digitale inclusie ligt bij de gebruiker, niet bij de technologie

De verschillende voorbeelden van Dennie Declercq tonen hoe belangrijk het is om digitale systemen te beoordelen vanuit het perspectief van de gebruiker. Voor een ontwerper kan een website geslaagd lijken omdat alle nodige informatie ergens aanwezig is. Voor een bezoeker die tegenstrijdige openingsuren aantreft, blijft de informatie echter onbetrouwbaar. Een organisatie kan tevreden zijn omdat een aanvraag volledig digitaal kan worden ingediend, terwijl een gebruiker het formulier niet durft te beginnen omdat onduidelijk is hoeveel stappen zullen volgen. En een ontwikkelaar kan een modern vormgegeven website presenteren die voor iemand met kleurenblindheid of slechtziendheid moeilijk leesbaar blijkt. Volgens Dennie Declercq moeten die verschillen ernstig worden genomen. De vraag is niet alleen wat technologie technisch mogelijk maakt, maar vooral of mensen er in de praktijk zelfstandig gebruik van kunnen maken. Zijn pleidooi voor structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid gaat daarom verder dan een verzameling aanbevelingen voor programmeurs. Het raakt aan de manier waarop organisaties verantwoordelijkheid opnemen voor hun communicatie en dienstverlening.

Een digitale samenleving moet ruimte blijven bieden aan mensen die niet kunnen volgen

Dennie Declercq erkende tijdens zijn presentatie dat digitale toepassingen nooit voor iedere gebruiker op dezelfde manier zullen functioneren. Zelfs wanneer ontwikkelaars uitgebreid rekening houden met toegankelijkheidsrichtlijnen, kunnen er mensen blijven die extra ondersteuning nodig hebben. Dat is volgens hem geen reden om de toegankelijkheidsinspanningen te beperken, maar juist een argument om digitale en menselijke dienstverlening naast elkaar te behouden. Een samenleving waarin informatie en diensten voortdurend verder digitaliseren, mag niet voorbijgaan aan mensen die moeite hebben om dat tempo te volgen. Voor hen kan de beschikbaarheid van een loket, een bereikbare medewerker of persoonlijke uitleg noodzakelijk zijn om toegang te behouden tot voorzieningen die voor anderen vanzelfsprekend lijken. Dennie Declercq maakte daarmee duidelijk dat inclusie niet betekent dat iedereen verplicht op dezelfde manier moet functioneren. Een toegankelijke samenleving biedt mogelijkheden die rekening houden met uiteenlopende behoeften. Digitale technologie kan daarbij veel voordelen opleveren, maar mag volgens zijn redenering niet de enige toegangspoort tot dienstverlening worden.

Een duidelijke website kan onzekerheid verminderen en zelfstandigheid vergroten

De boodschap van Dennie Declercq tijdens de EDC Fan Dag kwam uiteindelijk neer op een fundamentele vraag: hoeveel zekerheid geeft een digitale toepassing aan de mensen die haar moeten gebruiken? Een website die voortdurend verandert, onduidelijke informatie bevat of bezoekers zonder uitleg door een ingewikkeld formulier stuurt, kan onzekerheid veroorzaken. Een website met een logische structuur, consequente informatie en begrijpelijke procedures kan daarentegen helpen om zelfstandiger te handelen. Voor personen met autisme kan dat volgens Dennie Declercq bijzonder belangrijk zijn, omdat voorspelbaarheid en herkenbare patronen houvast kunnen bieden. Maar ook andere gebruikers profiteren van systemen die minder verwarring veroorzaken. Zijn terugblik op het internet van rond 2000, zijn vergelijking van een sitemap met een organigram, het voorbeeld van de apotheek en zijn verwijzingen naar WCAG vormden samen een pleidooi voor digitaal ontwerp dat de menselijke gebruiker centraal stelt. Moderne technologie hoeft volgens zijn benadering niet minder geavanceerd te worden, maar moet wel begrijpelijk blijven.

De echte vooruitgang begint wanneer niemand verdwaalt in een website

Met zijn bijdrage in Diksmuide plaatste Dennie Declercq digitale toegankelijkheid nadrukkelijk op de agenda van iedereen die websites en online toepassingen ontwikkelt of beheert. Zijn boodschap richtte zich tot bedrijven, overheden, verenigingen en andere organisaties die via digitale kanalen informatie verspreiden of diensten aanbieden. Zij beschikken volgens hem over voldoende richtlijnen en mogelijkheden om vandaag al verbeteringen aan te brengen. De voorbeelden die hij aanhaalde, tonen dat toegankelijkheid niet uitsluitend gaat over technische hulpmiddelen of wettelijke verplichtingen. Ze begint bij de bereidheid om rekening te houden met mensen die informatie anders verwerken, die moeite hebben met onverwachte veranderingen of die door visuele en andere beperkingen niet vanzelfsprekend gebruik kunnen maken van de beschikbare technologie. Duidelijke openingsuren, een overzichtelijke website-indeling, voorspelbare formulieren, voldoende contrast en de mogelijkheid om een echt mens te bereiken, kunnen samen een belangrijk verschil maken. De waarschuwing van Dennie Declercq was dat een samenleving niet werkelijk digitaal toegankelijk wordt door steeds meer informatie online te plaatsen. Ze wordt pas toegankelijk wanneer mensen die informatie ook kunnen vinden, begrijpen en gebruiken. Wat voor de ene bezoeker een kleine onduidelijkheid lijkt, kan voor een andere een ernstige drempel vormen. Daarom verdienen duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid volgens Dennie Declercq een vaste plaats in iedere digitale toepassing. Niet als uitzonderlijke tegemoetkoming, maar als vanzelfsprekend onderdeel van een samenleving waarin iedereen moet kunnen meedoen.

Meer uitgebreide reportages, getuigenissen en voorstellen van de EDC Fan Dag ‘Iedereen telt mee’ in Diksmuide zijn te lezen op indegazette.be.

Bronnen: Presentatie ‘Online, autisme en meer’ van Dennie Declercq tijdens de EDC Fan Dag, Dienstencentrum Ten Patershove, Diksmuide, 17 oktober 2026. Reactie van moderator Alfons Moens tijdens dezelfde bijeenkomst. Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), World Wide Web Consortium (W3C). European Accessibility Act, Richtlijn (EU) 2019/882.

Andy Vermaut – +32 499 35 74 95

Heb je opmerkingen over de inhoud van dit artikel of wens je een feitelijke rechtzetting aan te vragen? Je kunt steeds contact opnemen via info@indegazette.be. Gelieve daarbij zo weinig mogelijk personen in cc op te nemen om te vermijden dat berichten door spamfilters worden tegengehouden. Betrokkenen kunnen tot drie maanden na publicatie een recht op antwoord aanvragen. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.

Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be

Iedere dag brengt indegazette.be nieuws, reportages, interviews en maatschappelijke verhalen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan mensenrechten, toegankelijkheid, maatschappelijke betrokkenheid en stemmen die in het publieke debat niet altijd voldoende worden gehoord. Ook digitale uitsluiting en de gevolgen van technologische ontwikkelingen voor personen met een beperking verdienen onafhankelijke journalistieke aandacht.

Onafhankelijke journalistiek vraagt tijd, verplaatsingen, onderzoek en middelen. Wil je helpen om dit journalistieke werk mogelijk te blijven maken? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, is welkom en helpt onze redactie om verder te werken aan toegankelijke en onafhankelijke berichtgeving.

Je kunt indegazette.be financieel ondersteunen via:

☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut

☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut

Hartelijk dank voor je vertrouwen, betrokkenheid en steun aan indegazette.be.

Andy Vermaut

Hoofdredacteur indegazette.be