Een leven voor het Cofán-volk en het Amazonewoud

19 augustus 2026
De documentaire Gringo Cofán, een nominatie voor het My Name is Climate Festival in Birmingham, volgt het uitzonderlijke levensverhaal van Randy Borman, een man die in 1955 in het Ecuadoraanse Amazonegebied werd geboren als zoon van Amerikaanse zendelingen en door het Cofán-volk werd opgenomen als een van hen. De film van de Ecuadoriaanse documentairemaker Verónica Moscoso gaat over identiteit, grondrechten, olieontginning, onderwijs en natuurbehoud. Bovenal brengt zij het relaas van een man die zijn leven wijdde aan de bescherming van het regenwoud en aan de toekomst van de mensen met wie hij opgroeide.
Een kind van twee werelden
Randy Borman werd geboren in het Ecuadoriaanse Amazonegebied en verhuisde als baby met zijn ouders naar Dureno, waar zij werkten bij het Cofán-volk. Hij groeide er op tussen de kinderen van het dorp, leerde A’ingae, de taal van de Cofán, en maakte zich hun gebruiken, kennis van het bos en kijk op het gebied eigen. Voor de inwoners was hij aanvankelijk de eerste witte baby die zij zagen, maar dat uitzonderlijke beeld verdween snel. Borman werd groot als een van de kinderen van het dorp. De band met het regenwoud, de rivieren en de families rondom hem bepaalde zijn leven veel sterker dan zijn Amerikaanse afkomst. Tijdens zijn schooljaren in Quito merkte hij voor het eerst hoe groot de afstand was tussen zijn eigen leefwereld en die van andere jongeren. Hij kende de taal en het bos, wist welke volkeren in het woud leefden en had ervaringen die nauwelijks aansloten bij de wereld van populaire muziek, consumptie en stedelijk leven waarin hij toen terechtkwam. Later ging hij tijdelijk naar de Verenigde Staten en studeerde hij een jaar biologie aan Michigan State University. Toch groeide daar zijn overtuiging dat zijn thuis niet in Noord-Amerika lag, maar in Ecuador, bij de Cofán en in het Amazonegebied.
Die persoonlijke zoektocht vormt een belangrijke lijn in Gringo Cofán. Borman was tegelijk Cofán, Ecuadoriaan, natuurkenner, christen, vader, organisator en iemand met Amerikaanse wortels. De film reduceert die identiteit niet tot een eenvoudig etiket. Hij toont hoe Borman zijn positie tussen verschillende werelden gebruikte om de belangen van het Cofán-volk te verdedigen. Zijn witte uiterlijk en zijn kennis van het Spaans en Engels leverden hem toegang op tot instellingen en gesprekken waar veel inheemse inwoners moeilijker binnenraakten. Tegelijk bleef zijn gezag in het gebied steunen op zijn leven in het Cofán-volk, zijn taalvaardigheid, zijn gezin en zijn dagelijkse betrokkenheid bij het land.
De prijs van olie en wegen
De documentaire plaatst Bormans levensverhaal in de bredere geschiedenis van het Cofán-gebied. Toen hij opgroeide, beschikten de Cofán over grote stukken regenwoud aan beide zijden van de grens tussen Ecuador en Colombia. Jacht, visvangst, landbouw en kennis van planten en dieren vormden de basis van het dagelijks leven. Het gebied werd niet ervaren volgens de westerse opvatting dat elk perceel een afgebakende individuele eigenaar moet hebben. Het bos, de rivieren en de routes door het woud waren deel van een gedeelde leefruimte.
Dat veranderde ingrijpend door de olieontginning. De film toont hoe de komst van oliebedrijven leidde tot pijpleidingen en wegen, waarna kolonisten vanuit andere delen van Ecuador het Amazonegebied introkken. Grond die voor de Cofán lange tijd toegankelijk was geweest, werd in korte tijd opgedeeld en opgeëist. Borman beschrijft hoe jachtgebieden plots als privégrond werden beschouwd en hoe inwoners geconfronteerd werden met grenzen, eigendomsclaims en het verlies van vrij toegankelijke zones. De film brengt ook getuigenissen over vervuiling van rivieren, bodem en lucht, over olie in waterlopen en over de sociale gevolgen van een snelle externe ingreep in het gebied.
De productie verwijst naar de langdurige juridische strijd rond de milieuschade die met de vroegere activiteiten van Texaco in Ecuador in verband wordt gebracht. Texaco, dat later werd overgenomen door Chevron, betwist de claims en stelt dat bepaalde saneringen zijn uitgevoerd en dat de Ecuadoriaanse staatsoliemaatschappij Petroecuador verantwoordelijk is voor resterende vervuiling. De film kiest niet voor een juridische reconstructie van ieder afzonderlijk dossier. Zij maakt duidelijk wat de gevolgen volgens de Cofán-families waren: een levenswijze die onder zware druk kwam, waterwegen die niet langer veilig aanvoelden en een gebied waar de bewoners zich steeds verder teruggedrongen zagen.
Van Dureno naar Zábalo
Toen Borman in zijn jonge jaren terugkeerde naar Dureno, zag hij dat het Cofán-volk in een uiterst kwetsbare positie was geraakt. Grote delen van het oorspronkelijke gebied waren ingenomen, de juridische bescherming was beperkt en veel inwoners beschikten niet over de instrumenten die nodig waren om hun rechten bij de overheid te laten gelden. Borman besloot niet opnieuw te vertrekken. Hij hielp bij het voorbereiden van landclaims, het vastleggen van grenzen en het organiseren van mensen die de afgelegde routes door het gebied konden markeren.
In de jaren tachtig ontstond Zábalo als een plek waar Cofán-families verder van de sterk aangetaste zones een nieuw bestaan wilden opbouwen. De locatie ligt diep in het Amazonegebied en is langdurig onderweg vanuit Quito. De film toont de rivier, de woningen, het dagelijkse werk, de teelt van cassave en de manier waarop families hun leven in het gebied organiseerden. Borman trouwde in 1987 met Amelia Kenema, een Cofán-vrouw. Samen kregen zij drie zonen en adopteerden zij een vierde zoon, Jeremiah. Hun familiegeschiedenis krijgt in de film een centrale plaats, omdat de strijd om territorium nooit losstaat van het leven van kinderen, ouders en grootouders.
Zábalo werd ook een plaats waar natuurbeheer concreet vorm kreeg. De bewoners beschermden onder andere rivier schildpadden en werkten aan de herpopulatie van de Aguarico-rivier. De film laat zien dat bescherming van dieren niet als een los project werd gezien, maar als een voorwaarde om het gebied bewoonbaar te houden. Wanneer vis, wild en rivieren verdwijnen, verdwijnt ook een groot deel van de materiële basis waarop een volk kan voortleven.
Ecotoerisme als eigen keuze
Een van de opmerkelijke elementen in Bormans werk was de vroege ontwikkeling van ecotoerisme onder leiding van de inwoners zelf. In 1978 werd een project opgestart dat bezoekers niet behandelde als consumenten van een folkloristisch schouwspel. De Cofán wilden hun kennis van het regenwoud, hun routes op de rivier en hun visie op natuur tonen vanuit hun eigen positie. Wie het gebied wilde bezoeken, kon volgens die aanpak het best worden begeleid door mensen die er leven en de dieren, planten en waterlopen kennen.
De inkomsten uit dit werk boden ook ruimte voor andere initiatieven. De film vertelt hoe Borman zich zorgen maakte over de traditionele productie van uitgeholde kano’s uit grote bomen. Voor één bruikbare kano gingen soms verschillende bomen verloren, terwijl een oude boom eeuwen nodig had om te groeien en een houten kano na enkele jaren kon vergaan. Daaruit ontstond EcoCanoa, een initiatief dat kano’s uit glasvezel produceerde. Volgens de film groeide het programma uit tot veertien werkplaatsen onder Cofán-leiding. Er werden duizenden kano’s gemaakt die langer meegaan, minder brandstof vragen en de druk op grote bomen verkleinen.
Die passages geven Gringo Cofán een praktische dimensie. De film blijft niet bij de vaststelling dat het regenwoud bedreigd is. Hij laat zien welke keuzes bewoners maakten om inkomen, mobiliteit en natuurbehoud met elkaar te verzoenen. Het gaat om initiatieven die voortkomen uit kennis van het gebied en uit de noodzaak om langdurig te kunnen leven van wat het regenwoud kan dragen.
Landrechten als bescherming
In 1998 werden in Ecuador de Fundación Sobrevivencia Cofán en de Amerikaanse zusterorganisatie Cofán Survival Fund opgericht. Zij speelden een belangrijke rol bij het versterken van juridische bescherming, opleiding en terreinbewaking. De film toont hoe de Cofán via afspraken met het Ecuadoraanse ministerie van Milieu erkenning kregen als beheerders van beschermde gebieden die ook tot hun voorouderlijk gebied behoren.
De Ecuadoraanse grondwet van 2008 versterkte de rechten van inheemse volkeren om toestemming te geven of te weigeren wanneer bedrijven grondstoffen uit hun voorouderlijk gebied willen winnen. Voor die bescherming is officiële erkenning van het gebied wel essentieel. Gringo Cofán maakt zichtbaar hoeveel jaren van kaarten, dossiers, onderhandelingen en terreinwerk voorafgingen aan juridische overwinningen. Volgens de Fundación Sobrevivencia Cofán kon het Cofán-volk ongeveer 450.000 hectare territorium terugwinnen. De film stelt Bormans inzet in dat proces centraal, zonder de rol van lokale leiders, gezinnen en organisaties uit het beeld te laten verdwijnen.
Een sterk voorbeeld is de zaak van Sinangoe. In 2018 stapte die Cofán-groep naar de rechter nadat mijnbouw op het gebied was toegestaan zonder hun toestemming. De rechter vernietigde de mijnbouwconcessies. De voorafgaande erkenning van Cofán-gronden bleek daarbij van groot belang. De film laat zien dat papieren rechten pas betekenis krijgen wanneer bewoners zelf kennis hebben, zich organiseren en beschikken over mensen die dossiers kunnen opvolgen.
Parkwachters in het regenwoud
De juridische erkenning van grond was voor Borman geen eindpunt. Zonder toezicht dreigt een beschermd gebied opnieuw onder druk te komen door illegale mijnbouw, houtkap, commerciële jacht, nieuwe kolonisatie of activiteiten van oliebedrijven. Daarom werd het programma van Cofán Rangers uitgebouwd. Mannen en vrouwen patrouilleerden langs grenzen en trokken naar plaatsen waar risico’s werden gemeld. Zij kregen opleiding in het gebruik van gps, kaarten, eerste hulp en milieurecht, terwijl hun kennis van het bos al aanwezig was.
Volgens de documentaire hielp dit programma om ontbossing op ruim 430.000 hectare regenwoud gedurende tien jaar te stoppen. Het effect was ook sociaal zichtbaar. Verscheidene Cofán-leiders die later een bestuurlijke rol opnamen, kwamen voort uit dat traject. De film toont daarmee dat bescherming van natuur niet alleen draait om het afschermen van grond, maar ook om opleiding, verantwoordelijkheid en de ontwikkeling van een nieuwe generatie die haar plaats kan innemen in gesprekken met overheden en instellingen.
De gevaren bleven reëel. Felipe Borman, een van Randy’s zonen, werkte met de parkwachters en werd ontvoerd. Hij verbleef veertig dagen in gevangenschap voordat hij wist te ontsnappen en naar Ecuador terugkeerde. De film koppelt dat persoonlijke drama aan de bredere risico’s waarmee verdedigers van grondrechten in gebieden met illegale economische activiteiten worden geconfronteerd. Het maakt duidelijk dat de bescherming van regenwoud niet vrijblijvend is.
Onderwijs, taal en voortzetting
De film besteedt ruime aandacht aan onderwijs. In afgelegen delen van het Amazonegebied is degelijk onderwijs vaak moeilijk bereikbaar. Kinderen en jongeren moeten soms lange trajecten afleggen of tijdelijk elders verblijven om middelbaar of hoger onderwijs te volgen. De Fundación Sobrevivencia Cofán werkte daarom aan ondersteuning voor Cofán-studenten in Quito. Het doel was jongeren de mogelijkheid te geven om later als jurist, leraar, beheerder of organisator terug te keren en hun volk bij te staan.
Die inzet is verbonden met het behoud van taal en kennis. A’ingae is volgens taalkundigen een taalisolaat, zonder aantoonbare verwantschap met andere bekende talen. In de film wordt duidelijk dat taal niet los kan worden gezien van de omgeving. Woorden, verhalen, gewoonten en kennis verwijzen naar rivieren, dieren, planten en plaatsen. Wanneer toegang tot het gebied verloren gaat, komt ook de overdracht van die kennis in het gedrang.
Na het overlijden van Randy Borman in 2025 nam Felipe Borman de leiding van de Fundación Sobrevivencia Cofán over. De film vermeldt dat er in 2024 nieuwe financiering kwam voor het programma met parkwachters en dat de organisatie verderwerkt aan universitaire kansen, gezondheidszorg en onderwijs over Cofán-tradities. Amelia Borman, Gisella Jumbo en Emi Mossberg werken mee aan het onderwijsproject. Gisella werd de eerste Cofán-vrouw die een universitaire graad behaalde. Zo maakt de film duidelijk dat Bormans werk niet eindigt met zijn overlijden, maar wordt voortgezet door mensen die zelf uit het gebied komen.
Verónica Moscoso keert terug naar Ecuador
Regisseur Verónica Moscoso werd geboren in Quito en woont in Californië. Zij is documentairemaker, journalist en auteur. Haar werk verschijnt in het Engels en Spaans en richt zich op menselijke verhalen, sociale vraagstukken en culturele grenzen. Moscoso behaalde een masterdiploma aan de UC Berkeley Graduate School of Journalism met een specialisatie in documentaireproductie. Eerder maakte zij A Wild Idea uit 2011, een documentaire die op ruim dertig festivals werd vertoond en negen prijzen kreeg.
Moscoso las in 2011 voor het eerst over Randy Borman. Het beeld van een man met blauwe ogen die leiding gaf binnen een Cofán-groep riep vragen bij haar op. Pas toen zij zijn geschiedenis onderzocht, zag zij dat zijn relatie met het Cofán-volk niet op afstand of op een symbolische rol berustte. In 2018 keerde zij met een kleine ploeg terug naar Ecuador om in Zábalo te filmen. Zij volgde Borman, zijn vrouw Amelia, hun kinderen en mensen die met hem samenwerkten.
De montage van Gringo Cofán werd afgerond in een moeilijke periode. Randy Borman onderging toen een kankerbehandeling en overleed in 2025, enkele weken voordat de film volledig klaar was. Daardoor werd de documentaire ook een persoonlijk in memoriam. Moscoso bewaart niet alleen het verhaal van één man, maar ook beelden en stemmen van een volk dat zijn grond, taal en bestaansvoorwaarden blijft verdedigen.
Een nominatie die past bij Birmingham
Dat Gringo Cofán is genomineerd voor het My Name is Climate Festival in Birmingham, is inhoudelijk bijzonder passend. Klimaatverandering wordt vaak voorgesteld als een abstract debat over uitstootcijfers, internationale topontmoetingen en verre doeljaren. Deze film brengt de gevolgen terug naar mensen die dagelijks leven met de aantasting van hun water, grond en bestaansmiddelen. De bescherming van het Amazonewoud wordt hier niet voorgesteld als een decoratief natuurthema, maar als een kwestie van menselijke waardigheid, cultuur, veiligheid en recht.
De documentaire dwingt kijkers ook om anders te kijken naar leiderschap. Randy Borman was geen klassieke politicus en geen buitenstaander die voor korte tijd een project bezocht. Hij kende het gebied van binnenuit, leefde er met zijn gezin, reisde tussen Zábalo en Quito, voerde gesprekken met instanties en hielp mee aan structuren die na hem kunnen voortbestaan. Zijn leven maakt duidelijk dat natuurbeleid pas standhoudt wanneer de mensen die op het terrein leven ook bescherming, middelen en juridische ruimte krijgen.
Lalit Bhusal geeft klimaatverhalen een plaats
Het My Name is Climate Festival in Birmingham verdient waardering omdat organisator Lalit Bhusal ruimte maakt voor films die klimaatverandering niet herleiden tot slogans. Hij kiest voor verhalen die tonen hoe klimaatdruk, vervuiling, verlies van grond en culturele rechten elkaar raken in het leven van gewone mensen. Dat vraagt visie, vasthoudendheid en een geloof in de kracht van cinema als publieke ruimte voor dialoog.
Bhusal brengt makers, activisten, kijkers en mensen uit uiteenlopende landen samen rond een vraag die ieder continent aangaat: wie draagt de gevolgen wanneer natuur onder druk komt, en wie krijgt de kans om gehoord te worden? Met de selectie van Gringo Cofán laat het festival zien dat de Amazone niet ver weg is van Birmingham. Wat er gebeurt in Ecuador raakt de toekomst van water, bossen, klimaat en menselijke rechten wereldwijd. Het festival biedt films als deze een publiek dat verder kijkt dan de nieuwsflits van één dag en aandacht heeft voor de lange strijd achter elk beeld.
Als jurylid en Global Climate Ambassador for My Name is Climate spreek ik Andy Vermaut mijn enorme waardering uit voor de inzet van Lalit Bhusal en zijn festival. De officiële pagina met Global Climate Ambassadors is te vinden via https://www.mynameisclimate.com/global-climate-ambassadors. Een festival dat ruimte geeft aan zulke verhalen, geeft ook ruimte aan de mensen die dagelijks de prijs betalen voor aantasting van hun leefgebied.
Bronnen:
Filmomschrijving, regisseursbiografie en regisseursstatement van Gringo Cofán
Gringo Cofán, Verónica Moscoso, 2025
https://veromundo.com/gringocofan/
https://www.mynameisclimate.com/global-climate-ambassadors
Andy Vermaut, Jurylid en tevens Global Climate Ambassador for My Name is Climate


