Een onoverkomelijke ijsmassa van 1,67 kilometer – Chev. Dr Prof. Antonio Lo Cascio over de barrière voor grondstoffenwinning in Groenland

04 februari 2026
De vroegere belangstelling van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump voor de aankoop van Groenland blijft vragen oproepen, vooral in het licht van de mondiale jacht op grondstoffen voor de energietransitie. Een Europees wetenschapper en bestuurder, Chev. Dr Prof. Antonio Lo Cascio, werpt nu fundamentele wetenschappelijke en praktische bezwaren op tegen de haalbaarheid van dergelijke plannen. Zijn analyse, die hij deelt naar aanleiding van een tabel van de geoloog Alain Préat, betrekt ook de bredere Europese ambities voor groene energie in het debat.
De ondoordringbare barrière van ijs
Een kernpunt in de bedenkingen van Lo Cascio is de fysieke realiteit van Groenland. Het eiland is voor bijna zijn volledige oppervlakte bedekt door een ijskap. Deze heeft een gemiddelde dikte van 1,67 kilometer en beslaat een gebied van bijna twee miljoen vierkante kilometer. De totale massa van deze ijslaag wordt geschat op ongeveer 3,34 miljard ton. Wie de onderliggende grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen, zou willen exploiteren, staat voor de kolossale uitdaging deze ijsmassa te verwijderen. Lo Cascio stelt retorische vragen over de logistiek: met welke machines, gevoed door welke energiebron, zou dit moeten gebeuren, hoe zou het ijs getransporteerd worden en waar zou het moeten worden afgevoerd? Indien het ijs in zee zou worden gestort, zou dit volgens zijn berekening de zeespiegel wereldwijd met ongeveer zeven meter doen stijgen.
Een ander ijs-perspectief
Ter vergelijking en ter relativering wijst Lo Cascio op het Arctische zee-ijs. Dit beslaat een veel groter gebied van meer dan 14 miljoen vierkante kilometer. Het volledig smelten daarvan, zo legt hij uit, zou echter geen invloed hebben op de zeespiegelstijging, vanwege het principe van Archimedes. IJs dat al drijft, verplaatst immers precies zijn eigen gewicht in water.
De cijfers achter de groene energie-ambitie
Het tweede deel van zijn kritiek richt zich op de Europese plannen voor wind- en zonne-energie. Hij verwijst naar een wereldwijde energiebehoefte van meer dan 32.000 terawattuur. De huidige bijdrage van wind- en zonne-energie aan deze mondiale vraag is volgens hem ongeveer 800 terawattuur, wat overeenkomt met ongeveer 2,4 procent. Daarnaast benadrukt hij dat de bouw van windturbines zelf afhankelijk is van zeldzame aardmetalen, die gebruikt worden in de permanente magneten van de generatoren. De wereldwijde, economisch winbare reserves van deze metalen zijn beperkt. Een grootschalige uitrol van windenergie zou daarom niet alleen een enorme energie-investering vragen voor de winning en productie, maar ook botsen op mogelijke schaarste aan de benodigde materialen.
Een debat over de wetenschappelijke basis
Tot slot brengt Lo Cascio de heersende klimaatwetenschappelijke consensus ter sprake. Hij verwijst naar een groeiend aantal wetenschappers dat van mening is dat de invloed van koolstofdioxide (CO2) op de klimaatverandering mogelijk zwakker is dan vaak wordt gepresenteerd. Als voorbeeld noemt hij het boek ‘Unsettled’ van de Amerikaanse natuurkundige Steven Koonin uit 2022. Lo Cascio pleit ervoor dit perspectief een plaats te geven in het publieke en politieke debat over klimaat en energiebeleid.
Bronnen:
Bericht van Chev. Dr Prof. Antonio Lo Cascio, lid van de raad van bestuur van de SEII en de Universitaire Stichting en medewerker van indegazette.be
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


