Een stem die de geschiedenis draagt

In Ukkel, waar ooit Joodse families vluchtten voor vervolging – net als op vele plaatsen in België – klonk vandaag een boodschap die generaties overbrugde. Barones Regina Sluszny (85), een pleitbezorger van verdraagzaamheid, richtte zich tot een ademloos publiek. Haar handen, getekend door de tijd, omklemden het spreekgestoelte alsof het een relikwie was. “Ik sta hier niet alleen,” begon ze, haar stem zacht maar draagkrachtig. “Ik draag de stemmen van wie nooit meer konden spreken.”
Herinnering: een pact met de doden
Regina woonde altijd al in Antwerpen. “Charel en Anna Jacobs-Van Dijck hadden een kruidenierswinkel. Mijn ouders hebben het overleefd, maar die van mijn echtgenoot niet.”Onder de schuilnaam Regina vond ze onderdak bij een Vlaams gezin in Hemiksem. “Ze noemden me ‘het nichtje uit de stad’, maar iedereen wist het. Toch zwegen ze. Dat zwijgen redde mij.” Ze beschreef hoe haar redders, die een kruidenierszaak hadden, enkel Anna elke zondag naar de mis ging – maar nooit over bekering spraken. “Ze beschermden niet alleen mijn leven, maar ook mijn identiteit. Dat is ware moed.”
Met een trilling in haar stem eiste ze: “De Shoah mag geen voetnoot worden. Zes miljoen Joden werden vermoord (waaronder de ouders van mijn man) omdat haat normaliseerde. Vandaag zie ik hun gezichten in elke statistiek over antisemitisme.” Ze wees meerdere malen naar groepen scholieren. “Jullie zijn de laatste generatie die ons nog kan horen ademen. Luister. Want wie de geschiedenis niet kent, veroordeelt de toekomst tot blindheid.”
Verdraagzaamheid: een wapen tegen de nacht
“Mijn redders waren christen, ik bleef Joods. Toch deelden we iets sterkers dan geloof: menselijkheid.” Haar woorden hingen als een aanklacht in de stilte. Ze waarschuwde voor het “sluipend gif” van polarisatie. “Extremisten fluisteren dat verschillen ons verdelen. Maar kijk naar België: Vlaams, Waals, Joods, moslim – we bestonden naast elkaar, tot de nazi’s ‘naast’ in ‘tegen’ veranderden.” Haar vuist bonsde zacht op de lessenaar. “Verdraagzaamheid is geen zwakte. Het is de kunst van het nee-zeggen: nee tegen de leugen dat de ander je vijand is.” Ze citeerde Elie Wiesel: “De tegenpool van liefde is niet haat, maar onverschilligheid.” Met tranen in haar ogen vroeg ze: “Waarom leren we kinderen wiskunde, maar niet hoe je haat ontmaskert? Waarom kennen ze de namen van dictators, maar niet die van redders zoals mijn onderduikgezin?”
Hoop: het licht dat nooit dooft
Ondanks alles straalde haar betoog licht uit. “In 1944, tijdens een razzia, verstopte ik me in een kippenhok. Tussen het kakelen hoorde ik Duitse soldaten. Toen gebeurde iets wonderlijks: een kip ging op mijn schoot zitten. Alsof ze zei: ‘Ik verraad je niet.’ Dát is hoop: het besef dat zelfs in duisternis mededogen groeit.” Ze richtte zich tot de jongeren. “Jullie vragen: wat kan ík doen? Simpel: wees een getuige. Spreek op wanneer een moskee wordt beklad, een synagoge bespuugd, een kerk in brand gestoken. Want onrecht tegen één is een aanval op allen.” Haar vinger gleed over een foto van haar kleindochter en achterkleindochter. “Mijn familie bloeit opnieuw. Dat is mijn wraak: leven, liefhebben, léren.”
Een erfenis van licht
Toen de zon iedereen begon te verlichten, leek het alsof de wereld ademhaalde. De barones sloot af met een oproep tot actie: “Verdraagzaamheid moet je oefenen, zoals een spier. Begin vandaag: zoek iemand op die anders denkt. Vraag niet ‘waarom?’, maar ‘hoe voelt dat?’” Toen het applaus losbarstte, bleef ze ernstig. “Eer mij niet met handenklap. Eer mij door te handelen.” Met een buiging naar het portret van haar redders verliet ze het podium – niet als slachtoffer, maar als overwinnaar.
Barones Sluszny: ‘Stereotypen breken begint bij luisteren’
Barones Regina Sluszny (85), die als Joods kind de Holocaust overleefde dankzij een Vlaams onderduikgezin, vecht al decennia tegen hardnekkige vooroordelen over Joden en Israël. “Het beeld van ‘de Jood’ als een homogene groep klopt niet,” benadrukte ze recent meerdere malen. “Net zo min als de karikatuur van Israël als alleen maar een conflictland.” Haar eigen leven is het bewijs: gered door christenen, maar nooit gevraagd haar identiteit op te geven.
Feiten boven fictie
Sluszny richt pijlen op simplistische verhalen. “Israël wordt vaak gereduceerd tot soldaten en muren, maar men vergeet de kunstenaars, de techpioniers, de ouders die, net als hier, hun kinderen veilig naar school willen sturen.” Ze wijst op samenwerkingsprojecten tussen Israëlische en Palestijnse artsen, of Joodse scholen in Antwerpen die moslimjongeren ontvangen. “Stereotypen verdwijnen niet door te schreeuwen, maar door te tonen wat er wél leeft.”
Dialoog als wapen
Haar methode? Ontmoeting. Ze initieert gesprekken tussen scholen, religieuze leiders en politici. “Toen een jongen me vroeg: ‘Waarom steunt u Israël als het fouten maakt?’, antwoordde ik: ‘Omdat ik ook van België houd, ondanks zijn fouten.’ Liefde is kritisch, maar blijft bouwen.” Ze ziet haar missie ook in meer bewustwording en training van leraren om moeilijke thema’s als antisemitisme en de Israëlisch-Palestijnse kwestie met nuance te behandelen. “Leerlingen moeten leren: vragen stellen mag, vooroordelen niet.”
Laatste woorden van de barones
“In mijn leven was er vaak duisternis, maar ik koos voor licht. Niet door te vergeten wat er was, maar door te herinneren wat er kán zijn. Stereotypen zijn muren – breek ze af, steen voor steen, met de hamer van dialoog.En vergeet nooit: wie het verleden begraaft, verwoest de toekomst. Mijn leuze blijft, tot mijn laatste adem: zonder herinnering, geen toekomst.”


