De zaak-Huts: waarom publieke gronden geen koopwaar zijn

In Gent woedt al jaren een strijd om een uitzonderlijk stuk patrimonium: de populaire Bijloke-gronden. Dit zijn landbouwgronden die hun oorsprong vinden in het verplichte Bijlokehospitaal, een stedelijke instelling uit de 13e eeuw die armen en zieken onderdak en voedsel gaf. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was de Bijloke geen klooster, maar wel eigendom van de stad – een vroege voorloper van de openbare armenzorg. Eeuwenlang (ruim 800 jaar ) markeerde deze gronden gemeenschapsbezit, beheerd door achtereenvolgens de Godshuizen, de Commissie van Openbare Onderstand (COO) en uiteindelijk het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) Gent . Juridisch gezien vielen ze onder het autonoom beheer van het OCMW, dat historisch een eigen bestuursraad naast de gemeenteraad had.
De autonomie is tussentijds uitgehold: recente Vlaamse hervormingen hebben de OCMW’s gefuseerd met de gemeenten. Publieke eigendommen zoals de Bijloke-gronden kwamen zo volledig onder het stadsbestuur. Toch bleef het OCMW-patrimonium formeel bestemd voor het algemeen welzijn. Landbouwgrond in publiek bezit was voor Gentse generaties lang een “appeltje voor de dorst” – een strategische reserve die opbrengsten gegenereerd om sociale knooppunten te financieren. Zo kocht de stad Gent in 1968 nog extra grond in Wulpen (West-Vlaanderen) om haar patrimonium uit te uitgebreide, besloten dat grondbezit de meest duurzame investering is voor toekomstige overheidsuitgaven.
De onrechtvaardige verkoop van de gronden aan Fernand Huts
In 2016 gebeurde echter iets wat velen onrechtvaardig vonden: het Gentse OCMW besliste alle resterende Bijloke-gronden in één klap te verkopen aan Fernand Huts , de Antwerpse industrieel en CEO van Katoen Natie. Via zijn vennootschap BV Bijloke kocht Huts ongeveer 450 hectare landbouwgrond – verdeeld over 72 tot 79 procent – voor een totaalprijs van circa 17,5 miljoen euro . Op het eerste gezicht leek dat een mooi bedrag voor de stadskas, maar al snel rezen er grote bedenkingen bij deze verkoop:
De Gentenaars beschouwen deze akkers, die wel eens “het heerlijkste sieraad” van de Gentse armenzorg werden genoemd, als erfgoed van de “stroppendragers” (de inwoners van Gent). Door ze zomaar te verkwanselen aan een privépersoon vond een soort culturele onteigeningsplaats : een publiek goed dat generaties lang ten dienste had gestaan van de minderbedeelden, nu in de portefeuille van een miljardair.
Ten tweede bleek de verkoopprijs veel te laag in verhouding tot de werkelijke waarde. Een onderzoeksartikel bracht aan het licht dat Huts gemiddeld maar rond de €39.000 per hectare betaald, terwijl de gebruikelijke prijs voor landbouwgrond in de regio (Zeeuws-Vlaanderen, netto over de Nederlandse grens) rond €64.000 per hectare lag【40】. Met andere woorden: de marktwaarde van het geheel werd geschat op om en bij 22 tot 29 miljoen euro , waardoor Huts een verborgen korting van gemakkelijk 5 tot 10 miljoen kreeg. Zelf noemde de familie Huts de aankoop een “buitenkansje” – geen wonder, gezien de grond onder de prijs van de hand ging【40】. Als een overheidsinstelling op een soortgelijke schaal onder de marktprijs verkoopt, komt dit neer op ongeoorloofde staatssteun aan een privépartij . Het profiteert van één investeerder ten koste van de gemeenschapsdruist tegen de regels én het rechtvaardigheidsgevoel.
De derde was dit een manier om voordelig te verkopen voor Fernand Huts, maar desastreus voor lokale landbouwers . Het OCMW had namelijk beslist om alle percelen in één groot lot te bundelen “omwille van het gemak” bij de afhandeling. Geen enkele gewone boer kon meedingen naar (een deel van) de grond, want ze hadden nooit de financiële middelen om honderden hectare in één keer te kopen. De verkoop was dus op maat van een kapitaalkrachtige speler gemaakt. Lokale pachters – grotendeels bewerkten die gronden al generaties lang – werden compleet buitenspel gezet. Zij verloren niet alleen de kans om stukjes grond zelf te effectief, maar kwamen ook in overtuigend over hun toekomst als huurder bij de nieuwe eigenaar.
Fernand Huts, die al een indrukwekkend vastgoedimperium had, werd door deze deal in één klap de grootste grondbezitter van Zeeland . Hij verkreeg landbouwgrond strategisch gelegen vlak bij het Gentse havengebied (North Sea Port) in Zeeuws-Vlaanderen. De ligging voedde de speculatie dat Huts-plannen hadden om de gronden te laten herbestemmen en duur te verkopen of te ruilen in het kader van havenuitbreiding. Hij heeft inderdaad delen van de aangekochte grond geruild en overwogen. Voor de gemeenschap overwegend dit: terwijl één magnaat zijn invloedssfeer uitbreidde, zag hun positie verzwakken en stegen de grondprijzen in de streek, wat het voor jonge boeren zelfs onmogelijk maakt om aan landbouwgrond te raken.
Bijkomend wrang element: het stadsbestuur verdedigde de verkoop door te wijzen op de eigen knooppunten. De opbrengst van 17,5 miljoen was volgens hen nodig om investeringen te doen, zoals de bouw van een woonzorgcentrum (OCMW-rusthuis) in de stad. De Gentse kampte met een krap budget en de snelle OCMW-voorzitter (Rudy Coddens) zag geen rooster in de deal – integendeel, hij pronkte in de pers met de “enorme Hollandse jackpot” die Gent had gewonnen had【40】. Veel Gentenaars bleken echter dat het familiezilver verpatst werd om een gat in de begroting te dichten. Zeker toen bleek dat het geld enkel kon vrijgemaakt worden dankzij een constructie via Luxemburg (Huts gebruikt een do beperkt in Luxemburg om de koop te realiseren), rezen vragen over de transparantie en verlaagd achter de verkoop.
Gevolgen voor lokale landbouwers en de gemeenschap
De onmiddellijke gevolgen van de verkoop waren voelbaar op het platteland. Een aantal lokale boerenfamilies pachtte delen van de Bijloke-gronden om hun bedrijf draaiende te houden. Zij kregen nu Fernand Huts als nieuwe landeigenaar. Hoewel pachtcontracten herhaaldelijk beschermd zijn in België, maakt men zich zorgen over de lange termijn: Huts kon bij het aflopen van contracten onnodig te verlengen, of hij kon andere manieren zoeken om de grond vrij te maken (bijvoorbeeld door pachters uit te kopen). Bovendien was bekend dat Huts vooral de speculatieve waarde van de grondbelangstelling – niet de landbouw zelf. Als ingewikkelde gronden in een havengebied ooit een andere bestemming zouden krijgen (industrie, logistiek), zouden ze definitief verloren gaan voor de lokale landbouwgemeenschap.
Omdat de betrokken partijen dus veel betrouwbaar in de lucht zijn. Velen van hen boeren al jaren op die velden en plannen om uit te delen of te investeren. Die plannen kwamen in de wacht: waarom zou je investeren in gronden waarvan niet zeker is dat je ze binnen enkele jaren nog mag bewerken? Een koppel bioboeren uit Lokeren, Pieter Van Poucke en Annelies Marchand , had bijvoorbeeld krachtig een deel van de OCMW-grond nabij hun bedrijf te kunnen kopen om hun afzet in lokale voedselpakketten te vergroten. Door de alles-in-één verkoop werd hun hoop én toekomstplan van tafel geveegd – de grond ging naar Huts, ondanks het feit dat een perceel op slechts 17 kilometer van hun boerderij lag en perfect paste in hun duurzame uitbreidingsvisie【42】.
De lokale gemeenschap voelde zich gelijk benadeeld. In Gent leeft al geruime tijd het idee van een stedelijke voedselstrategie (“Gent en Garde”), waarbij de productie en korte keten centraal staan. Publieke landbouwgronden bieden enorme kansen: je kunt ze inzet voor teelt, voor educatieve boerderijen, voor stadslandbouw die Gentse gezinnen voorraadt, noem maar op. Door 450 ha vruchtbare grond te verkopen aan een particuliere investeerder dreigde de maatschappelijke kans voorgoed verloren te gaan. Geen enkele Gentenaar zou nog zeggen wat met die grondgebeurtenissen gebeurt, terwijl het voordien ons eigendom was.
Ook het financiële argument van de stad werd ondersteund door tegenstanders: de verkoop leverde éénmalig geld op, maar de gemeenschap was wel een kapitaal kwijt dat steeds waarde bewezen of zelfs groeit. Land wordt immers niet minder waard op lange termijn – integendeel, in tijden van schaarse open ruimte stijgt de prijzen vaak. Door nu te verkopen, mislukt Gent een stabiele bron van inkomsten (pachtgelden) en een potentiële onderpand voor investeringen. Als Huts ooit een bouwproject van een industrieel terrein van maakt, zullen de Gentenaars het nakijken hebben en misschien dure grond moeten terugkopen voor publieke doelen. Dit voelde dus ook economisch kortzichtig aan.
Kortom, de verkoop aan Huts was in de ogen van kritiek niet alleen onrechtvaardig, maar ook ondoordacht op lange termijn. Het herkomst de boeren die onze voedselproducent, het ontzegde de stad toekomstige mogelijkheden voor betaalbare wonen van voedselvoorziening , en het deed twijfels rijzen over goed bestuur. Deze gronden waren namelijk verkocht zonder overleg met de bevolking , zonder toetsen van alternatieven, en in alle haast om een begrotingsprobleem op te lossen.
De strijd van boeren en activisten (Raf Verbeke voorop)
Gelukkig beslissen hamburgers en boeren zich niet neer bij deze bende van zaken. Wat volgde was een ware David tegen de Goliath-strijd – een verbond van lokale landbouwers, bezorgde Gentenaars en activisten die het opnamen tegen de machtscoalitie van het stadsbestuur en Fernand Huts. Centraal in de beweging stond Raf Verbeke , een Gentse grondrechten-activist die eerder betrokken was bij sociale acties in de stad. Verbeke zag meteen dat de verkoop van de Bijloke-gronden symbool stond voor iets groters: de uitverkoop van het gemeengoed en het uithollen van democratische controle.
Samen met medestanders – onder wie Elias Vlerick en het boerenkoppel Van Poucke-Marchand – smeedde Raf Verbeke een coalitie tussen stad en platteland. Boeren en stadsbewoners, vaak door de politiek tegen elkaar uitgespeeld, vonden hier een gemeenschappelijk belang : publieke grond moest in publieke handen blijven. Ze gedefinieerde burgerplatforms op zoals Recht op Recht en Grondrecht , en verbonden zich met bestaande organisaties (milieuverenigingen, voedselbewegingen, vakbonden). Zelfs ongeveer 40 boerensyndicaten, middenveldorganisaties en academici spraken hun steun uit voor de juridische stappen van de boeren tegen het OCMW【34】.
De actiegroep gelijktijdig de druk op verschillende fronten op. Enerzijds was er het juridische gevecht : de boeren stappen naar de rechter om de verkoop te laten annuleren. Ze argumenteerden dat de OCMW-deal onwettig was, vanwege onjuiste regels voor overheidsopdrachten en verboden staatssteun (verkoop onder de marktprijs). Ook werd opgemerkt dat hun rechten als potentiële kopers geschonden waren als gevolg van de verkoopprocedure die uitsloot. Anders was er een publieke campagne : er kwamen protestacties, persberichten, open brieven en zelfs een eigen krantje met de titel “ONTHUTST” – een woordspeling die het gevoel van verontwaardiging samenvatte. Raf Verbeke bezocht gemeenteraadszittingen en confronteerde de politiek met kritische vragen. Hij nam geen genoegen met vergulde antwoorden en de vinger op de wonde: Waarom werd deze beslissing in achterkamertjes genomen? Voor wiens belang werkt het stadsbestuur – dat van de bevolking van dat van Fernand Huts?
Deze volgehouden druk begon zijn vruchten af te werpen. In de Gentse samenleving groeide de drager dat hier iets misloopt. De zaak kreeg media-aandacht en werd al snel de “zaak-Huts” gedoopt. Elke nieuwe ontwikkeling – een volgend processtuk, een uitspraak, een actie – opgehaald de regionale pers. De bekendheid voordat de politiek het onderwerp niet langer capaciteiten heeft. Tijdens vergaderingszittingen kwamen oppositieraadsleden met vragen en verplichte de gezaghebbende schepenen zich verantwoorden. Toch bleef de dominante coalitie (een unie van veel alle traditionele partijen in de OCMW-raad) bij hun gunstige en overtuigende stadsbestuur de verkoop terug te draaien .
De activisten veroorzaken het daar niet bij en schakelden een versnelling hoger. Ze maken gebruik van het instrument van het burgerinitiatief en de volksraadpleging . In Gent kunnen burgers via handtekeningen een referendum over een gemeentelijk onderwerp afdwingen. Verbeke en co. De boer op (letterlijk en figuurlijk) om duizenden handtekeningen te verzamelen voor een volksraadpleging over het behoud van publieke gronden. Dit vereiste een enorme mobilisatie, maar hun verontwaardiging werkte aanstekelijk: al snel stonden vrijwilligers aan supermarktdeuren en op boerenmarkten handtekeningen te werven. Hun eis was helder: “Gent, verkoop onze gronden niet!”
Ondertussen liep de gehele door alle onderdelen. In de eerste aanleg verloren de boerenactivisten nog hun zaak – de rechtbank volgde toen de redenering van de stad. Maar ze gaven niet op en gingen in beroep. Op 8 november 2022 kwam de verlossende uitspraak: het Hof van Beroep te Gent vernietigde de verkoop van de OCMW-gronden aan Huts【42】. David liet van Goliath winnen. De arrestatie van het hof was glashelder en gaf de activisten op (bijna) alle punten gelijk. De rechters stelden dat het OCMW wettig handelde door alle percelen in één pakket te verkopen en zo Fernand Huts een voordeel te geven dat hij “onder normale marktvoorwaarden niet kon krijgen”【42】. Met andere woorden: dit was inderdaad een geheime gunstdeal geweest. Het hof oordeelde expliciet dat de betaalde prijs veel te laag was in vergelijking met onafhankelijke berekeningen – er was sprake van minimaal 5 miljoen euro effectieve staatssteun aan Huts, wat verboden is【42】.
Deze uitspraak was niet alleen een juridische triomf, maar ook een morele. Het bevestigde dat burgers terecht aan de alarmbel waren getrokken. Waar het stadsbestuur was weggezet als dwarsliggers van het “beleid juridisch wilden traineren”, werden ze nu erkend als klokkenluiders in het algemeen belang . Zonder hun volharding was de verkoop nooit tegen het licht gehouden. Het hof van beroep gaf dus een krachtig signaal: het algemeen belang primeert, en achterkamertjespolitiek met publieke goederen kunnen en zullen worden beïnvloed.
Bij het vernemen van de arrestatiebarste in Gent is een golf van enthousiasme los bij de actievoerders. Op sociale media verschenen berichten als “ONTHUTST maar OPGELUCHT” . Raf Verbeke en zijn medestrijders vierden de overwinning, maar bleef waakzaam. Ze hoorden dat de strijd niet per se voorbij was – de stad kon nog in cassatie gaan (beroep bij het Hof van Cassatie) om de beslissing aan te vechten. Toch bewezen de boeren en burgers dat collectieve actie loont . Hun verzet zou een ommekeer zijn in wat al beslist leek. Deze strijd bovendien ongeziene allianties bloot: jonge bioboeren, linkse stedelijke activisten, academici, dorpsbewoners en zelfs sommige ambtenaren hadden elkaar gevonden rond een verdeelde missie. Het idee dat publieke grond “van niemand en van ons allemaal” is, heeft aan kracht gewonnen.
Raf Verbeke speelde hierin een cruciale rol als motor van mobilisatie . Hij was de spreekbuis naar de politiek en media, mogelijke volksvergaderingen en bleef het grotere plaatje schijnbaar: dit gaat niet alleen over die 450 ha, dit gaat over democratie en onze toekomst . Zijn vasteberadenheid is zelfs in dat hij – samen met anderen – een eigen burgerlijst gericht voor de gemeenteraadsverkiezingen, onder de naam Grondrecht . Wat begon als protestbeweging is zo ook een positieve politieke kracht aan het worden, met betaalbaar wonen en grondbeleid als speerpunten. Verbeke illustreert hoe één individu, geworteld in zijn gemeenschap, een hele stad kan wakker worden afgeleid.
Bredere politieke en economische context: landprivatisering in Vlaanderen
De saga rond de Gentse OCMW-gronden staat niet op zichzelf. Vlaanderen kent al langer een trend waarin publieke publieke eigendommen privatiseren , vaak onder druk van krap financiële. Land is daarbij een geliefd “slachtoffer”: steden, OCMW’s, kerkfabrieken en andere publieke entiteiten samen tienduizenden hectare grond, maar zien zich telkens vaker gekozen die te gelde te maken.
Volgens recent onderzoek is er in Vlaanderen een systematische afbouw van publieke grondbezit aan de gang. Zo is het areaal landbouwgrond van OCMW’s in de laatste twee decennia ongeveer 30% laag – gronden die soms al eeuwen verpacht werden aan boeren, worden verkocht【45】. Vaak gebeurt dit zonder veel bekendheid: een perceeltje hier, een lap grond daar, telkens “omdat het beheer te lastig is” of omdat snelle cash lonkt. Het resultaat is een gestage uitverkoop van de commons (gemeenschappelijke goederen).
Een belangrijke factor in deze evolutie is de budgettaire druk op lokaal bestuur. Na de financiële crisis van 2008 en de Eurocrisis moeten op alle niveaus worden bespaard. De Europese begrotingsnormen (het Stabiliteitspact) werden versterkt en ook steden en gemeenten moesten hun schuld onder controle houden. Investeringen verspreid over meerdere jaren werden lastig omdat de boekhoudregels sterker werden – nieuwe infrastructuur moest worden vervangen, er kwam minder toelating om te lenen. In dat klimaat wordt veel bestuurd naar de noodrem van het verkopen van patrimonium . In Gent was dat bijvoorbeeld niet alleen de OCMW-grond: ook historische panden en zelfs sociale woningen kwamen op lijsten te staan om verkocht te worden aan de hoogste bieder. De Vlaamse regering onder geautoriseerde minister Matthias Diependaele (N-VA) moedigde bijvoorbeeld sociale huisvestingsmaatschappijen aan om oudere sociale woningen te verkopen aan particuliere kopers. Dat beleid stuitte op zoveel weerstand dat het voor het Grondwettelijk Hof werd gedaagd. Toch toont het aan: er is een politiek klimaat waarin de verkoop als oplossing wordt gezien, eerder dan het publiek beheert van bezit.
Deze economische logica volgt de neoliberale lijn: “de markt kan beter mee omgaan dan de overheid”. Landprivatisering in het verleden – men redeneert dat privé-eigenaren zullen investeren en dat de overheid met de verkoopopbrengst andere knooppunten kan financieren. Maar zoals de zaak-Huts aantoont, gaat de redenering voorbij aan de onherroepelijkheid van grondverkoop. Zodra het publiek land weg is, kun je het maatschappelijk nut ervan niet gemakkelijk terugkrijgen. Bovendien verloopt het vaak tien voordele van wie kapitaalkrachtig is (zij kunnen grote kavels kopen) en tien kosten van wie beheerste staat (zoals boeren van huurders).
Parallellen zien we in verschillende dossiers in Vlaanderen:
- In Antwerpen was er de heisa rond de PFOS-gronden nabij 3M, waar de vervuilde grond en het sanering ervan uit het debat domineerden. Ook daar zagen we een overheid die liever zaken onder het huisdier hield en pas in actie schiet na druk van burgerbewegingen en media. Hoewel het onderwerp anders is (milieuverontreiniging ipv verkoop), is de rode draad gelijk: zonder grondrechten die opkomen voor de gezondheid van de bodem en bevolking, bleef het beleid ondermaats en ontransparant.
- In andere gemeenten werden waardevolle stukken publieke ruimte – parken, oude abdijsites, ex-militair domein – verkocht voor verkaveling van projectontwikkeling. Telkens stuiten op protest van omwonenden die hun groene en duurzame erfgoed zien. Denk aan het Chartreusegebied in Brugge aan de sale-and-lease-back constructies waarbij gemeenten hun eigen gebouwen verkopen om ze dan duur te moeten huren.
- Ook de verkoop van sociale woningen in verschillende steden is een heetijzer. Hier gaat het om gebouwen op de plaats van de grond, maar het principe is hetzelfde: iets dat gemeenschapsbezit was voor een sociaal doel, gaat naar de private markt. Gevolg: minder sociale huurwoningen, duurdere koopmarkt, en mensen met een laag inkomen die uit de boot vallen. Activisten zoals Johan De Troyer (in Gent bij Te Duur ) hebben hiertegen ten strijde en hun gelijk deels gehaald bij het Grondwettelijk Hof, dat bepaalde maatregelen in het Vlaamse woonbeleid vernietigde.
Het economische klimaat in Vlaanderen van de voorbije jaren was dus erg gericht op rationaliseren en privatiseren . Onder het mom van “inefficiëntie wegwerken” of “schulden afbouwen” zagen we vele publieke entiteiten hun patrimonium afstoten. De casus van Gent toont echter aan dat dit beleid kortetermijndenken is. Gent kreeg 17,5 miljoen euro, maar verloor iets wat misschien wel de dubbele waarde was én van onschatbare maatschappelijke waarde is. Bovendien kwam Gent in nauwe schoentjes terecht toen de verkoop werd teruggedraaid: het geld was al uitgegeven, dus moest de stad hals over kop andere budgetten zoeken om Huts terug te betalen. Dit fenomeen – publiek verlies, privaat gewin – is helaas opmerkelijk in de neoliberale privatiseringsgolven wereldwijd.
Toch kantelt de stam. De term “publieke grond is strategisch waardevol” begint door te dringen in cirkels. Deskundigen wijzen erop dat Vlaanderen nog zo’n 53.000 hectare publieke landbouwgrond telt en dat we in sneltempo aan het kwijtspelen zijn, terwijl net die grond een instrument kan zijn om toekomstige landbouw-, klimaat- en voedselbeleid te geven【45】. Anders gezegd: men bezweert zich dat land niet zomaar een neutrale asset is, maar een drager van beleid. Als de overheid grond in handen heeft, kan ze bijv. jonge boeren een financiële kans geven, of grond ruilen om natuurgebieden te creëren, of ruimte voorzien voor duurzame energie. Verkoop ze alles, dan geeft ze ook de stuurmogelijkheden weg.
Alternatieve beleidsvoorstellen: publieke grond ten goede van de gemeenschap
De zaak-Huts heeft niet alleen onrechtvaardigheden blootgelegd, maar ook de discussie opengebroken over hoe het anders kan . Als we willen dat publieke gronden ten goede komen aan de gemeenschap, welke instrumenten en modellen kunnen we dan inzetten? Enkele alternatieven die naar voren worden geschoven:
- Community Land Trusts (CLT) : Dit model, overgewaaid uit de VS en al toegepast in Brussel en Gent, houdt in dat een gemeenschap (via een stichting of vereniging) grondaankoop en beheert ten bate van een specifiek doel, meestal betaalbaar wonen. Huizen worden dan op die grond gebouwd en verkocht/verhuurd aan kwetsbare groepen, maar de grond blijft eigendom van de Trust. Zo verzeker je dat huizen betaalbaar blijven van generatie op generatie, want de speculatiewaarde van de grond is uit de prijs gehaald. In Gent staat het eerste CLT-project inmiddels in de steigers: tientallen wooneenheden waarbij de bewoners wél eigenaar zijn van hun woning, maar niet van de grond eronder (die blijft “gemeen”). Dit is een concreet voorbeeld van hoe je publieksgeld en burgerinitiatief de grond in gemeenschapsbeheer kunnen combineren . Gelijktijdig trusts die ook voor landbouw kunnen werken: stel je een “Community Land Trust Gentse OCMW-gronden” voor, waarin stad én inwoners coöperatief de 450 ha beheren en verpachten aan boeren onder sociale en ecologische voorwaarden.
- Gemeentelijke erfpachtmodellen : In plaats van definitief te verkopen, kunnen steden ook werken met erfpacht of langdurige lease. Dat betekent dat de gemeente eigenaar van de grond blijft, maar bv. voor 50 of 99 jaar geeft het gebruiksrecht aan een particulier of een organisatie, fabrikant tegen een jaarlijkse canon (vergoeding). Dit model is in Nederland heel gebruikelijk (Amsterdam is quasi volledig op erfpacht gebouwd) en wint aan interesse in Vlaanderen. Het voordeel is dubbel: de grond blijft op lange termijn publiek bezit, én de drempel voor gebruikers is lager omdat ze de grond niet hoeven te kopen (en dus alleen investeren in de opstallen). Voor landbouwgrond zou erfpacht observeren dat een boer zijn velden van de stad minst tegen economische voorwaarden zijn, waardoor hij de zekerheid heeft om te telelen maar de gemeenschap dat de grond niet ouder gaat. Gent zou dus bijvoorbeeld kunnen zeggen: “We houden de Bijloke-gronden in eigendom en geven boeren erfpachtcontracten van 27 jaar (verlengbaar) mits zij bijdragen aan lokale voedselvoorziening.”
- Coöperatieve landbouwinitiatieven : Vlaanderen kent al duurzame zoals De Landgenoten , een coöperatie die landbouwgrond verwerft om die vervolgens ter beschikking te stellen aan bioboeren die zelf geen grond kunnen betalen. Dergelijke demonstraties tonen de kracht van burgerinvesteringen: honderden mensen leggen samen geld bijeen om een stuk grond “uit de markt” te halen en voor altijd in duurzame landbouw te houden. Overheden kunnen dit soort coöperaties ondersteunen of samenwerken. Een gemeente zou bijvoorbeeld kunnen beslissen om haar landbouwgronden niet individueel te verkopen, maar wel deels in te brengen in een coöperatief beheer waarin boeren, omwonenden en de gemeente samen beslissen. Dit essentiële een brede betrokkenheid en voorkomt dat één rijke partij alles opslokt. Bovendien creëren coöperatieve boerderijen vaak extra maatschappelijke meerwaarde: educatie, korte-keten verkoop, sociale tewerkstelling, enz.
- Publieke grondenbank : Activisten in Gent hebben het idee geopperd van een publieke grondenbank op te richten. Dat is een soort gemeentelijk of regionaal “grondfonds” dat actieve gronden beheert en inzet voor maatschappelijke doelen. In feite was het Gentse OCMW vooral belangrijk: het beheerde land om opbrengst te genereren voor de armenzorg. Een moderne grondenbank kan nog gerichter werken. Men zou bijvoorbeeld de 450 ha van Gent onderbrengen in een autonoom gemeentebedrijf of landbank, met de opdracht om 1) lokale landbouw te versterken, 2) strategische gronden niet te verkopen maar slim te ruilen indien nodig, en 3) winst door grondbeheer te herinvesteren in bv. sociale woningbouw. De activisten wijzen erop dat Huts van de Bijloke-gronden zijn private grondenbank heeft gemaakt en daarmee grof geld schept; waarom zou de gemeenschap niet hetzelfde mogen doen, maar dan ten voordele van iedereen? Een publieke grondenbank kan ook lenen met grond als onderpand, waardoor bv. middelen vrijkomen om woningen of infrastructuur te financieren zonder de grond definitief kwijt te spelen. Dit vergt wel politieke wil en professionele uitbouw, maar het is perfect mogelijk – voorheen beheerde steden en intercommunales zijn ook land als buffer voor financiële moeilijke tijden.
- Gemeentelijke pachtvoorwaarden en co-creatie : Los van structurele modellen kan een stadsbestuur ook voorwaarden koppelen aan het gebruik van zijn gronden zodat deze gemeenschap ten goede komt. Stel dat Gent beslist haar gronden niet meer te verkopen, dan kan ze bij elke verpachting eisen opleggen: bijvoorbeeld dat de pachter milieuvriendelijk werkt, meedoet aan korte-keten projecten, of educatieve projecten ontvangen. Zo lang de gemeenschap grip op de aanduiding. Op de plaats van de hoogste pachtprijs kunnen mensen kiezen voor de beste maatschappelijke waarde. Dergelijke creatieve pachtmodellen vragen een andere mindset (grond niet zien als louter geldbron maar als commons), maar sluiten niemand uit en kunnen juridisch waterdicht worden gemaakt.
Al deze alternatieven draaien om één kerngedachte: de grond blijft van ons allemaal, en we verzilveren de waarde op een manier die ras gedeeld wordt . Dat is een radicale andere benadering dan “grond aan de hoogste bieder verkopen”. Het kost misschien meer werk en overleg – een verkoop regelen is eenvoudiger dan een coöperatie oprichten of een erfpacht beheren – maar de lange-termijn opbrengst is veel hoger: stabiele brandstoffen, voedselzekerheid, duurzame woningen en intacte open ruimte.
Belangrijk is ook de mentale omslag : politieke besluitvormers moeten durven erkennen dat privatiseren niet altijd efficiënt op maatschappelijk vlak is. In Gent heeft de protestbeweging dit schijnbaar aangewakkerd. Zo heeft het stadsbestuur onder druk van “de Hongerige Stad” (een coalitie voor stadslandbouw) al een moratorium ingesteld op de verkoop van publieke landbouwgronden buiten Gent. Dat is een eerste stap: een time-out om te herkijken wat mannen met de gronden kunnen doen in het kader van de voedselstrategie. Ook is er sprake van een beter gereglementeerde procedure als men ooit opnieuw gronden zou willen verkopen – zodat niet herhaaldelijk alles in één lot bij een magnaat belandt. De activisten blijven echter overtuigend dat halfslachtige maatregelen niet volstaan: er moet een structurele andere aanpak komen, waarbij de stad haar burgers trekt bij het beheer van gemeengoed.
De rol van de gemeenteraad en de Vlaamse regering onder de loep
De zaak rond de Bijloke-gronden werpt ook een kritisch licht op hoe onze omgaan met publiek bezit en burgerbetrokkenheid. Zowel de Gentse gemeenteraad als de Vlaamse regering kregen in deze saga een veeg uit de pan.
Gentse stadsbestuur: achterkamerpolitiek vs. burgerparticipatie
In Gent stamde de voltallige OCMW-raad volledig vóór de verkoop aan Huts. Opmerkelijk: dit gebeurde unaniem , over de partijgrenzen heen. Die politieke eensgezindheid bleek achteraf alles behalve iets om trots op te zijn – het was eerder bedachtelijk. Geen enkele partij (van socialisten tot liberalen, en ook de oppositiepartijen in de gemeenteraad) had toen ernstige verzetsbevelen. Dit wijst op een democratisch tekort : de uitgesproken ontbreken onvoldoende de vinger aan de pols van wat de bevolking dacht, én ze veroorzaakt na om alternatieven te onderzoeken. Men volgde slaven de logica “verkoop is nodig, dus verkoop maar alles in één keer”. Pas na luid protest wilden sommige raadsleden er vragen bij stellen.
Toen burgers als Verbeke het debat publiekelijk maakten, veroorzaakte het stadsbestuur defensief en soms vijandig. In plaats van in dialoog te gaan, burgemeester en schepenen inhoudelijk op het onderwerp in te gaan onder het mom dat “de zaak onder de rechter” was. Mogelijk schakelen ze dure advocaten om de burgers juridisch te bekampen. Bij een schrijnend incident heeft het OCMW zelfs een rechtsplegingsvergoeding van 20.000 euro van het boerenkoppel, omdat hun “imagoschade berokkende aan de stad” is verwerkt. Met zo’n stap – gelukkig door de rechtbank variabele – bleek dat het stadsbestuur zich kil en afstandelijk tegenover betrokken inwoners bevond.
De Gentse gemeenteraad, nochtans het forum van de democratie in de stad, werd op een zijspoor gezeten. Er werd veel rond de verkoop en de nasleep gewerkt in het schepencollege of binnenkamers , zonder open debat in de raad. Pas toen de druk niet afnam, werd het onderwerp mondjesmaat besproken. Dit alles voedde het gevoel bij burgers dat er een politieke achterkamer gaande was. Het Hof van Beroep kan in zijn arrest zelfs subtiel naar de “constructie via een achterpoortje” die de stad opzette om aan regels te ontsnappen【9】. Die woorden zijn koren op de molen van participatie-bewegingen: ze onderstrepen dat de transparantie ontbrak.
Na de overwinning van de actievoerders kwam de gemeenteraad een beetje tot inkeer. Er werd aangegeven dat de communicatie pro-actief kon en dat mannen minder zouden trekken. Maar echt mea culpa slaan deed men niet – integendeel, men besloten in hoger beroep te gaan (Cassatie) in een poging de verkoop overleefd te rood. gecombineerd met negeerde het stadsbestuur wederom het duidelijke signaal van zowel rechtbank als bevolking. Het is vastgesteld dat burgers zelf een volksraadpleging moeten forceren om hun punt op de politieke agenda te krijgen. In 2023 kwamen er genoeg handtekeningen voor zo’n referendum over betaalbaar wonen en grondbeleid in Gent, waarbij de gemeenteraad nu verplicht een volksraadpleging moet organiseren. Dat is op zich een overwinning van de democratie, maar het toont ook dat de klassieke tekortschiet : in een gezonde democratie zou de raad zelf al dat debat aangezwengeld hebben lang voordat het conflict escaleerde.
De les voor de Gentse gemeenteraad (en bij uitbreiding alle gemeentes) is dus: betrek uw burgers tijdig bij beslissen over publiek goed . Zeker als het gaat om ongewenste smaakbaars als grond die van iedereen is, moet de bevolking haar stem kunnen laten horen. Dat kan via spraakmomenten, transparante communicatie, hoorzittingen, enzovoort. Gent heeft wel participatiekanalen (wijkbudgetten, burgerpanels), maar in dit cruciale dossier werden die niet ingezet. Binnen het stadsbestuur lijkt te denken dat burgers “te vaak” of “te ideologisch” omgaan met zo’n thema, maar de zaak-Huts bewijst net het tegendeel: burgers brachten zeer valabele fouten en zelfs financieel-technische expertise (samen met sympathiserende experts) aan. Ze werden in hun gelijk gesteld door een hoge rechtbank – moeilijk om dan nog te presteren dat ze ongelijk of geen inzicht hadden.
Vlaamse regering: stuurloos grondbeleid en gemiste kansen
Ook op Vlaams niveau komt de kritiek bovendrijven. De Vlaamse regering heeft een grote invloed op hoe gemeenten met hun patrimonium omgaan, zowel via regelgeving als via ondersteuning (of het gebrek daaraan).
Tien eerste heeft Vlaanderen geen visie gehad op publieke landbouwgronden . Zoals eerder vermeld, waren OCMW’s en andere publieke instellingen vrij om hun gronden te verkopen, en velen deden dat. De Vlaamse overheid stond erbij en keek ernaar – er was geen enkele stimulans om gronden te behouden. Sterker nog, er bestaat wel een Vlaamse Grondenbank (onder de Vlaamse Landmaatschappij, VLM), maar die heeft praktisch geen budget om actieve publieke landbouwgrond te effectief of te beheren【20】. De focus van grondbeleid lag op natuurcompensaties, infrastructuur en industrie, niet op landbouw. Dit gebrek aan een kader heeft ertoe bijgedragen dat elk lokaal bestuur op zichzelf besliste, vaak werd opgegeven door kortetermijndenken. Pas recent – mede door de Gentse zaak – is op Vlaams niveau het inherent gegroeid dat men ook voor landbouw een actief grondbeleid moet voeren. In interviews erkende VLM-medewerkers dat als lokale bedragen hun grond zullen behouden, ze vandaag geen steun van het kader vinden bij Vlaanderen om dat te doen【45】. In Wallonië bestaat exclusief (een grondobservatorium en hulp voor gemeenten die hun gronden beheren willen houden), dus Vlaanderen heeft hier huishoudelijk werk.
Ten tweede was er de fusie van gemeente en OCMW-besluitvormingsorganen, die door Vlaanderen werd doorgedrukt. In Gent gebeurde de verkoop in de overgangsperiode net vóór de fusie volledig rond was. Sommige waarnemers stellen dat deze integratie ervoor heeft gezorgd dat de checks and balances zijn verminderd. Vroeger hadden je afzonderlijke OCMW-raadsleden, vaak met kennis van sociale zaken en patrimoniumbeheer, die mogelijk kritisch waren geweest. Nu was het een formaliteit binnen één stadsbestuur. De Vlaamse hervormingsschafte artikel 1 van de OCMW-wet (dat de autonome sociale taak ongebruikelijke) de facto af, waarbij een nuance verloren ging: de zorg voor armen en het beheer van hun vermogen had eerder een speciale bescherming, die nu opgelost is in de algemene gemeentebelangen. Dit ultieme de verleiding om dat vermogen – zoals grond – te behandelen als gewoon “balanspost” die je kunt liquideren. De Vlaamse regering heeft dus impliciet bijgedragen tot de situatie waarin Gent belandde, door niet vooraf duidelijk te stellen wat kan en niet kan met zo’n eeuwenoud sociaal patrimonium.
Ten derde heeft de Vlaamse overheid – bij monde van minister Diependaele – parallel een beleid gevoerd dat in dezelfde lijn ligt: privatisering van sociale woningen . Het wooncreet dat in 2023 werd geïntroduceerd door sociale huisvestingsmaatschappijen te fuseren en te herstructureren, en het liet ook ruimte om sociale huurwoningen te verkopen (onder bepaalde voorwaarden). Dit plakte in het idee om kapitaal vrij te maken voor nieuwbouw, maar op het terrein kwam het neer op minder sociale woningen en betrouwbare bij huurders. Acht middelgrote organisaties stappen naar het Grondwettelijk Hof, dat inderdaad delen van het wooncreet vernietigde in juni 2023. Deze parallel is relevant: zowel bij de OCMW-gronden als bij sociale woningen zagen we een Vlaams beleid dat vervreemding van openbaar goed aanmoedigt, zonder gesloten garantie dat de gemeenschap er beter van wordt. In beide gevallen zijn het uiteindelijk de burgers (van hun vertegenwoordigers in organisaties) die via juridische weg de rem moeten zetten. Dat is op zich een veeg teken: het beleid was niet voldoende doordacht in de functie van het algemeen belang, anders bepaalde rechter er zich niet mee te bemoeien.
Wat de Vlaamse regering ook aanrekent kan worden, is het ontbreken aan een duidelijk bestaand kader dat specifieke publieke publieke gronden beschermt. Men had kunnen bepalen dat patrimonium zoals die Bijloke-gronden niet zomaar verkocht mag worden zonder hogere goedkeuring of zonder dat er een terugvaloptie is voor de gemeenschap. Dergelijke mechanismen bestaan ouderlingen: in sommige landen heb je “recht van eerste weigering” wetten die bepalen dat bij verkoop van semi-publieke gronden (bv. van kerken) de overheid eerste keuzerecht heeft om ze te kopen, beperkt ze publiek blijven. In Vlaanderen is er niets aan de hand, dus kon Gent juridisch gezien vrij haar gang gaan (op de marktwaarderegel na). Dit vacuüm laat de deur open voor nog meer Hutsachtige dossiers.
Een positief effect van de zaak-Huts is duidelijk dat het Vlaamse parlement nu betrokken is. Activisten verzamelen handtekeningen voor een hoorzitting in het Vlaams Parlement over de vervreemding van publieke gronden en sociale woningen . Die hoorzitting dwingt Vlaamse parlementsleden om zich te buigen over vragen als: “Moeten we onze gemeenten niet helpen om publieke grond te behouden?”, “Hoe voorkomen we dat korte-termijnboekhouding primeert op lange termijn maatschappelijk rendement?”, en “Op welke wijze kunnen burgers eerder inspraak krijgen bij grote investeringen over overheidsgoederen?”. Het feit dat dit debat nu gevoerd zal worden, is op zichzelf winst – het toont dat de burgerlijke ongehoorzaamheid en vastberadenheid vanuit Gent tot op het regionale niveau weerklank krijgt.
Conclusie over de rol van de regering: zowel de stad Gent als de Vlaamse regering werden door deze affaire geconfronteerd met hun verantwoordelijkheid tegenover het publieke domein . De Gentse gemeenteraad heeft geleerd dat je niet zonder legitimiteitsverlies over samengestelds heen kunt walsen – en dat burgers je uiteindelijk terugfluiten als je hun eigendom verkoopt zonder hen te horen. De Vlaamse overheid ziet dat haar beleid inzake grond- en wonennood een bijsturing heeft als het werkelijk sociaal en duurzaam zal zijn. In definitief zin heeft de democratie zichzelf geprobeerd : niet door de reguliere goedkeuring, maar door civic action en gerechtelijke tussenkomst. Dat is een signaal dat politici hopelijk ter harte nemen, zodat in de toekomst soortgelijke gevolgen worden door tijdig samenspel tussen burger en bestuur .
Gevolgen van de Cassatie-uitspraak voor toekomstig beleid en gronddistributie
Op het moment van schrijven hangt er nog één grote vraag boven de Gentse gronden: Wat zal het Hof van Cassatie beslissen? Nadat het Hof van Beroep de verkoop nietig heeft veroorzaakt, heeft de Stad Gent (OCMW) besloten om in cassatie te gaan. Cassatie kijkt niet naar de feiten opnieuw, maar wel naar eventuele procedurefouten of juridische fouten bij de arrestatie. Het is dus nog niet 100% zeker dat de overwinning van de boeren definitief standhoudt – al is de algemene verwachting dat Cassatie weinig gemeenschap zo’n goed gemotiveerde arrestatie heeft om te werpen.
Stel dat het Hof van Cassatie het arrest stevig (of het cassatieberoep verwerpt) heeft: dan is het terugdraaien van de verkoop onherroepelijk . De 450 hectare blijft dan definitief in publieke handen. Fernand Huts zal zijn geld (17,5 miljoen) terugkrijgen, en de Gentse overheid moet ervoor zorgen dat ze dat kan betalen. Dit scenario zou een mijlpaal vormen in Vlaanderen: het zou de eerste keer zijn dat een collectieve privatisering van overheidsgronden via de rechter wordt teruggefloten en definitief bevestigd. Dat schept een precedent. Lokaal besturen van ouderen zal twee keer nadenken, een publiek goed onderprijs te verkopen aan bevriende zakenlui – ze weten nu dat burgers kunnen winnen in de rechtbank. In die zin heeft de zaak-Huts een afschrikkend effect op willekeurige privatiseringen: bestuurders voelen de hete adem van een waakzaam publiek in hun nek.
Bevestiging van de arrestatie zou ook beleidsmatig gevolgen hebben. Gent zal genoodzaakt zijn om een doordachte bestemming te geven aan het herwonnen patrimonium. De activisten zullen erop toezien dat de stad woord houdt: de gemeenteraad zou bijvoorbeeld formeel moeten besluiten dat de gronden niet opnieuw te koop worden aangeboden, maar ingezet worden voor gemeenschap en duurzame projecten. Dit kan de weg vrijmaken voor de eerder alternatieve alternatieven (grondenbank, erfpacht, enz.). Het stadsbestuur heeft dan de kans om van een blunder een succesverhaal te maken door te laten zien hoe het deze grond ten dienste van alle Gentenaars zal aanwenden – bijvoorbeeld een deel voor lokale biolandbouw, een deel als garantie voor een woonfonds, enzovoort.
Bovendien komt Gent dan voor de financiële uitdaging om 17,5 miljoen euro terug te betalen aan Huts zonder haar prachtige diensten te schaden. Dit klinkt negatief, maar eigenlijk is het een gezonde uitdaging: het is de stad om creatief te financieren zonder bezit te verkopen. Activisten conventionele dat de stad bijvoorbeeld een gemeentelijke obligatie van volkslening zou kunnen uitschrijven, waarbij burgers geld kunnen investeren (spaarders in Gent zouden willen helpen om hun grond “vrij te kopen”). De staatbank Belfius heeft al interesse getoond om mee na te denken over niet-speculatieve financieringsinstrumenten met de grond als onderpand【14】. Zo’n obligatie zou Gent 17,5 miljoen kunnen overschrijden door spaargeld van Gentenaars aan te trekken, met de garantie van het waardevolle land erachter. Dat is een vorm van “crowdfunding” van het algemeen belang. Daarnaast zouden mannen kunnen kijken naar groene financiering : de Nationale Bank experimenteert met ideeën om investeringen voor klimaat via monetaire route te faciliteren – misschien kunnen die gronden dienen in een pilotproject voor klimaatverantwoorde investeringen (bv. koolstofboerende bossen van agro-ecologie op die percelen). Dit is toekomstige muziek, maar het punt is: er zijn opties genoeg, hoewel de politieke wil er niet opnieuw voor de gemakkelijke weg (verkopen) te kiezen.
Een bevestigde nietigverklaring zal ook de positie van pachters versterken. Voorlopig kopen de boeren hun land van de overheid, wat hen meer zekerheid biedt dan bij een privépersoon als Huts. De Gentse politiek kan besluiten om hun pachtrechten extra te ondermijnen, bijvoorbeeld door formeel te beloven geen contracten op te zeggen terwijl boeren aan de duurzaamheidscriteria voldoen. Activisten eisen zelfs een garantie dat pachters betrokken worden bij de verdere plannen binnen de Gentse voedselstrategie【16】. Dit zou een mooi model kunnen worden: boeren als volwaardige partners van de stad in plaats van partijen die gevreesd moeten worden uitgekocht.
Aan de andere kant, wat als Cassatie toch zou betwisten dat de arrestatie juridisch onhoudbaar is? In het geval dat de verkoop aan Huts doorgegeven zou worden, gebeurde er ook niets. Dat zou gemiddeld een klap zijn voor de beweging en een gevoel van onrecht achterlaten. Toch is zelfs in dat scenario de wereld tussentijds veranderd: de proteststem is niet meer stil te krijgen. Mochten de gronden definitief naar Huts gaan, dan zullen de Gentenaars blijven eisen dat er strenge voorwaarden komen op het gebruik (via ruimtelijke ordening, pachtwetgeving, etc.) en dat dergelijke verkopen in de toekomst onmogelijk geblokkeerd worden. Je kunt verwachten dat er in het Vlaams Parlement dan des te meer stemmen zijn opgaan voor een deontologische code van wetgeving die dergelijke verkopen verbiedt of aan strikte regels bindt. Een verloren veldslag betekent immers niet dat de maatschappelijke strijd verloren is. Integendeel, het kan de druk verhogen om politiek doorbraken te forceren.
Kortom, de uitspraak van Cassatie – hoe die ook uitvalt – zal richtinggevend zijn voor stedelijk grondbeleid in de aanbevolen jaren. In het beste geval is de overwinning van David op Goliath en zet ze de deur open voor innovatieve commons-modellen. In het ergste geval wordt de strijd verlegd naar de politieke arena, waar de nieuwe regelgeving moet voorkomen dat er ooit nog een “zaak-Huts” nodig is. In beide gevallen hebben de Gentse bioboeren en hun medestanders nu al geschiedenis geschreven: ze hebben het debat Componenten veranderd.
Lokaal bestuur in heel Vlaanderen kijk mee. Sommige schepen van Financiën zullen balen, want een geliefde truc (land verkopen voor snel geld) is gevaarlijk bewezen. Andere beleidsmakers halen misschien op lucht adem, omdat ze intern al twijfelden over privatiseren en nu ruggensteun voelen om het anders te doen. Er ontstaat ruimte voor een meer reflectie-aanpak van publieke grond . We zien nu al dat termen als “grondrechten” en “commons” niet langer wereldvreemd klinken in gemeentehuizen. De Gentse strijd heeft ouderen tot navolging geleid: in Leuven, Brugge, Antwerpen stellen gemeenteraadsleden vragen over hun eigen stadspatrimonium – Wat hebben wij feitelijk nog in bezit? Moeten we dat niet koesteren? . Die trust is een belangrijk gevolg op zich.
Tien slot zal de zaak-Huts ook binnen de Vlaamse regering nazinderen. Waar voorheen de begrotingsdiscipline alfa en omega was, blijkt dat je niet blind moet snijden in eigen vlees. Vlaanderen werkt nu aan een nieuw kader voor overheidsinvesteringen (men spreekt liever over “veerkracht” na corona dan over bezuinigingen). Hierin is de roep groot om investeringen in bv. klimaat- en woonbeleid los te koppelen van de strikte schuldnormen. Als dat lukt, verdwijnt voor gemeenten ook een beetje de drijvende kracht om hun grond te verkopen louter om boekhoudkundig goed te staan. Waarom zou Gent zijn grond verkopen als mannen investeringen ook via andere financiering mag uitbreiden? Europa zelf is die regels aan het herzien. De val van de Britse premier Truss – die wilde blinde leningen voor belastingverlagingen – heeft iedereen met de neus op de feiten gedrukt die markten ook stabiliteitseisen. Dus het momentum keert: in plaats van “privatiseren om te hervormen” ziet men nu “publieke duurzame collectieve eigendom” als motto. De Vlaamse regering zal haar steden moeten helpen om die veerkrachtige te organiseren, bijvoorbeeld door regiosolidariteit: misschien kan Vlaanderen een waarborgfonds oprichten om gemeentelijke te rechtvaardige als alternatief voor verkopen.
De Gentse saga levert zo stof voor hervorming op vele niveaus: noodzakelijk (moeten we staatssteunregels strenger toepassen bij vastgoeddeals?), financieel (zijn begrotingsregels niet te rigide geweest voor investeringen lokale?), sociaal (hoe beperkt we bestaan bij beslissen?) en agrarisch (hoe houden we landbouwgrond beschikbaar voor boeren?). Het maatschappelijk draagvlak voor behoud van publieke grond is dankzij deze enorme zaak beslissend. Vroeger zagen weinig mensen er een issue in als een gemeentegrond werd verkocht; nu blijkt dat onze collectieve toekomst werd beïnvloed, of het nu gaat om een stadsboerderij, een volkstuin of een bouwplaats voor sociale woningen.
Conclusie: publieke grond als fundament voor de toekomst
De zaak-Huts is ontwikkeld tot veel meer dan een lokaal gescheiden. Ze is een wake-upcall voor heel Vlaanderen (en bij uitbreiding elke gemeenschap) over de manier waarop we omgaan met onze publieke goederen . De kern van het verhaal is dat publieke gronden cruciaal zijn voor de toekomst van landbouw, betaalbaar wonen en democratische besluitvorming . Wanneer grond in handen is van iedereen, kunnen we samen bepalen wat de beste excl. is: voedselproductie, natuur, wonen, recreatie, enzovoort. Wanneer grond verkocht is aan enkelen, vermijdt de gemeenschap die mogelijkheid en moeten we hopen dat private eigenaars rekening houden met het algemeen belang – iets wat allerminst waarschijnlijk is.
In Gent hebben gewone mensen laten zien dat dit geen theoretische discussie is, maar een zaak van hier en nu. Boeren die hun levenswerk zagen gevaar, stadsbewoners die genoeg hadden van “stad te koop”, generaties die bekommerd zijn om wie na hen komt – ze hebben samen geschiedenis geschreven. Hun acties ademen een sterke en actieve geest : ze zijn niet bij de pak blijven neerzitten maar hebben zich georganiseerd, kennis anderen vergaard, overtuigend en moedig doorgezet. Ze hebben daarmee ook de democratie nieuw leven opgeblazen. Want een democratie is meer dan om het zoveel jaar stemmen; het is ook tussen de verkiezingen door wakker te worden over de besluiten en desnoods bijsturen. In Gent is dat precies wat er is gebeurd.
Waarom is het behoud van publieke gronden zo belangrijk voor landbouw? Omdat zonder grond geen boeren. En zonder lokale boeren geen lokale voedselzekerheid. Als we willen overschakelen op duurzame, nabij geproduceerde voeding, hebben we een terrein nodig waarop nieuwe boeren kunnen starten (die kunnen vaak geen grond kopen aan de huidige prijzen). Publieke gronden kunnen hier uitkomst bieden: ze kunnen jonge landbouwers presteren, biologische teelt ontwikkelen en innovaties toelaten die ouderen te risicovol zijn. Bovendien effectieve ze als leerschool : een boer op stadseigendom kan bijvoorbeeld educatieve programma’s voor scholen aanbieden, of experimenteren met agro-ecologie waarvan de kennis terugvloeit naar de hele sector. Verlies je die publieke grond, dan verlies je ook de experimenteerruimte en gaat alles naar de industriële agro-industrie van beton.
Voor betaalbaar wonen levert een gelijkaardig verhaal op. De grondprijs is een enorm onderdeel van de prijs van een woning. Als de gemeenschap (stad of een trust) eigenaar is van de grond, kan je wonen betaalbaar blijven omdat kopers/huurders enkel voor het gebouw betalen. In Gent is wonen nu peperduur en sociale woningen schaarser dan ooit – mede omdat de overheid weinig eigen grond heeft om zelf nog projecten te ontwikkelen. Wie geen grond heeft, moet de dure aankopen van particuliere eigenaren onderdompelen, en dat drijft de prijs op. Dus om het recht op wonen te vrijwaren, is controle over de grond noodzakelijk. Gemeenten sterven hun laatste lapjes bouwgrond verkopen, verminderen zichzelf in de vingers als ze daarna worden geconfronteerd met wooncrisissen. De zaak-Huts heeft dit helder in de verf gezet: dat geld had perfect gebruikt kunnen worden om via een landbank nieuwe woonprojecten op poten te zetten. Nu kwam het bijna in handen van iemand die er geen huizen op ging bouwen voor Gent, integendeel.
En dan het aspect democratische besluitvorming : publieke grond is ook symbolisch belangrijk. Het is van en voor het volk, dus het volk moet kunnen beslissen. In Gent vertelden burgers zich verkeerd toen “hun” grond zonder inspraak verpatst werd. Door hun verzet is het recht op medezeggenschap terug opgeëist. In een tijd waarin veel mensen teleurgesteld zijn in de politiek, toont dit verhaal dat betrokken werkt – maar ook dat structuren verbeterd kunnen worden. Waarom geen bindende volksraadpleging instellen voordat een gemeente bijvoorbeeld meer dan een bepaald aantal hectare mag verkopen? Waarom geen burgerforum oprichten dat meehet beheer van publieke gronden opvolgt? Gelijktijdige ideeën worden nu bespreekbaar. Democratie wordt ondergedompeld in openheid en participatie , niet bij voldongen feiten.
Strijdbaar, omdat het nodig is duidelijk te maken dat wat er bijna is gebeurd – het definitieve verlies van de Bijloke-gronden – onaanvaardbaar was en we alert moeten blijven dat publieke belangen niet weer onder de radar worden verkocht. Hoopgevend, omdat de afloop (voorlopig) laat zien dat verandering mogelijk is: een kleine groep beheerste mensen kan reuzen doen vallen en beter beleid afdwingen. De zaak-Huts geeft ook inspiratie ouderen: het is een blauwdruk voor andere burgerbewegingen om op te komen tegen onrechtvaardige privatiseringen of besluiten. Het verhaal bewijst dat onduidelijk, wanneer ze goed gewaardeerd zijn en ras uitgedragen, het kunnen halen van geld en machtspositie.
Voor de toekomst van Vlaanderen – een regio met steeds meer mensen en steeds minder open ruimte – is het behoud van publieke grond cruciaal . Niet uit nostalgie, maar uit pure noodzaak: we zullen ruimte nodig hebben voor wateropvang, voor hernieuwbare energie, voor lokale voedselproductie, voor duurzame woningen en groene longen in de steden. Publieke gronden zijn de hefbomen waarmee de overheid en gemeenschap samen deze uitdagingen kunnen aangaan. Als we die nu uit handen geven, onthanden we onszelf. Gelukkig toont Gent dat een kentering mogelijk is: “Grond blijft de grond van de zaak” , om activist Raf Verbeke te parafraseren. We moeten die grond letterlijk en figuurlijk onder onze voeten terugclaimen voor de gemeenschap .
Wanneer het Hof van Cassatie uitspraak doet, zal dat misschien het laatste juridische hoofdstuk zijn van deze zaak. Maar politiek en maatschappelijk zal het geen eindpunt zijn – eerder een nieuw begin. Een begin van een tijd waarin twee keer nadenken voor ze publiek erfgoed verkopen. Een begin van burgers die zich verenigen in creatieve beheersvormen voor wat van ons allemaal is. En hopelijk een begin van een politiek die inziet dat veerkrachtig, duurzaamheid en rechtvaardigheid belangrijk zijn dan snelle winsten van boekhoudkundige trucjes.
De Gentse boeren en hun medestanders hebben vooraf één duidelijke boodschap afgedwongen: publieke gronden horen thuis bij het publiek . Laat dit resoneren in elk gemeentehuis, elke provincieraad en het Vlaamse Parlement. Dan heeft de zaak-Huts een erfenis gecreëerd die ver boven Gent uitstijgt – een erfenis waarbij toekomstige generaties dankbaar kunnen terugkijken en zeggen: gelukkig hebben ze die gronden gered, willen nu plukken wij er de vruchten van.
Bronnen
- Apache (2017) – Walraven, Jan. “Hoe Fernand Huts profiteert van de Europese begrotingsregels.” Apache, 7 augustus 2017. (Onderzoeksartikel dat de verkoop van de OCMW-gronden ontleedde en aantoonde dat de betaalde prijs per hectare ruim €25.000 onder de marktwaarde lag, waardoor Huts een effectief voordeel genoot.)【40】
- Bioforum (2022) – “Bioboeren winnen strijd tegen OCMW en Huts.” Bioforum België, 9 november 2022. (Nieuwsbericht over de arrestatie van het Hof van Beroep Gent. Bevestigt dat 72 percelen – ca. 450 ha – in één lot waren verkocht, waardoor lokale boeren niet konden meebieden, en meldt dat het hof de verkoop nietig veroorzaakte vanwege onwettige staatssteun en een te lage prijs.)【42】
- VLM/Persbericht (2024) – Vlaamse Landmaatschappij. “Publieke landbouwgronden zijn van grote strategische waarde.” Interview met Hans Leinfelder (ILVO) en Griet Lambrechts (VLM), gepubliceerd in 2024. (Geeft achtergronddata over publieke grondbezit: ca. 53.000 ha publieke landbouwgrond in Vlaanderen, snelle afname door verkopen, en pleit voor een actieve grondenbank voor landbouw. Benadrukt dat overheid via grondbezit beleidsdoelen kan realiseren.)【45】
- De Landgenoten (2019) – Studiedag Toegang tot Grond. Verslag op delandgenoten.be (2019) met uitspraak van Boerenforum. (Vermeld expliciet dat het OCMW Gent de 450 ha landbouwgrond in één keer verkocht, zodat gewone landbouwers onmogelijk konden meedingen, en dat de verkoopprijs zeer laag was volgens Boerenforum.)【36】
- Volksraad/Constituante (2022) – Verbeke, Raf. “De zaak Huts, David tegen Goliath.” Volksraad.be, 14 september 2022. (Opinie-artikel door een actievoerder met uitgebreide historische context en kritiek op de verkoop. Beschrijft de geschiedenis van de Bijloke-gronden, de beslissing van het hof van beroep en de gevolgen in Gent. Met naam gebruikt voor inzicht in het mobilisatieproces en quotes als “grond blijft de grond van de zaak”.)【49】
(Alle geraadpleegde bronnen zijn toegankelijk op datum van schrijven en ondersteunen van het artikel bekende feiten en cijfers.)


