Ethische banken en sociale economie schuiven wonen naar het hart van het Europese debat

1 december 2025
Op maandag 1 december 2025, van dertien uur tot vijftien uur, stond het Member’s Salon van het Europees Parlement in Brussel volledig in het teken van ethische financiering en de toekomst van de sociale economie in Europa. In het gebouw in de Wiertzstraat 60 werd, voorafgegaan door een lunch, het achtste rapport over ethische financiering in Europa voorgesteld onder de titel “Capital for the Common Good. Ethical banks and the social economy for Europe’s future”.8 Report Save the Date and Prog…
Sociale economie als motor voor beleid
De aftrap kwam van Irene Tinagli, covoorzitter van de Intergroep sociale economie in het Europees Parlement. Zij schetste hoe erkenning van de sociale economie volgens haar een voorwaarde is om deze ondernemingsvorm echt te laten meetellen in het beleid. Daarom werkt de Intergroep in dit parlement aan een vaste plaats voor deze organisaties in de politieke besluitvorming. Modellen die maatschappelijke doelstellingen centraal zetten en tegelijk financieel stevig genoeg staan, horen volgens haar systematisch aan bod te komen wanneer nieuwe Europese regels worden voorbereid.
Tinagli verwees daarbij naar haar werk in de speciale commissie over de wooncrisis, die begin 2025 werd opgericht. Die commissie toont scherp aan hoe initiatieven uit de sociale economie rechtstreeks inspelen op de dagelijkse problemen van burgers, en in het bijzonder op huisvesting.
Huisvesting als Europese noodsituatie
In haar tussenkomst maakte Tinagli duidelijk dat huisvesting het middelpunt vormt van sociale samenhang in Europa. Waar wonen vroeger als pijler van de welvaartsstaat gold, is het nu uitgegroeid tot een belangrijke motor van ongelijkheid. De prijzen voor woningen en huur lopen al jaren sneller op dan de inkomens, zeker in steden waar salarissen het tempo van de vastgoedmarkt niet volgen.
De inflatie na de coronacrisis, met hogere bouw- en renovatiekosten, heeft de druk op gezinnen verder opgevoerd. In heel wat stedelijke gebieden gaat inmiddels een aanzienlijk deel van het gezinsbudget naar wonen; in tal van gevallen vloeit meer dan veertig procent van het inkomen naar huisvestingskosten. Tussen 2010 en het vierde kwartaal van 2024 stegen de huizenprijzen in de Europese Unie met ongeveer vijfenvijftig procent, terwijl de huren in dezelfde periode met zevenentwintig procent omhooggingen.
Tegelijk woont ongeveer zestien procent van de Europeanen in overbevolkte woningen. Achter die percentages gaat een harde realiteit schuil: naar schatting tot één miljoen mensen slaapt elke nacht buiten. Dakloosheid treft niet alleen mensen met een persoonlijke kwetsbaarheid, maar in groeiende mate ook gezinnen met kinderen. Die gezinnen zijn vaak onzichtbaar omdat ze tijdelijk bij vrienden of familie verblijven, in opvanghuizen logeren of in de auto overnachten. Volgens Tinagli tast dat rechtstreeks de mogelijkheden aan om te werken, te studeren of voor de eigen gezondheid te zorgen.
Verslag van een wooncrisis in alle lidstaten
Sinds februari 2025 bracht de speciale commissie over de wooncrisis de situatie in alle lidstaten systematisch in kaart. Overal duiken dezelfde patronen op: een tekort aan betaalbare woningen, toenemende overbevolking, stijgende dakloosheid en een groeiende kloof tussen marktprijzen en koopkracht. Voor het Parlement is het inmiddels duidelijk dat het niet langer gaat om een randprobleem. Woononzekerheid is uitgegroeid tot een Europese noodsituatie die kwetsbare groepen én werkende gezinnen tegelijk raakt.
Tijdens hoorzittingen en werkbezoeken in steden als Barcelona, Wenen, Milaan, Palermo en Parijs zag de commissie hoe lokale initiatieven uit de sociale economie concrete antwoorden formuleren. Coöperaties, verenigingen en stichtingen organiseren er alternatieve woonmodellen, sociale renovatieprojecten en buurtgerichte dienstverlening. Deze praktijkvoorbeelden tonen volgens Tinagli dat de sociale economie een van de meest tastbare en haalbare pistes aanreikt om de wooncrisis het hoofd te bieden.
Ethische financiering als hefboom
De bijeenkomst in het Europees Parlement stond in het teken van die rol van financiering. Na de introductie door Teresa Masciopinto, voorzitter van Fondazione Finanza Etica, en María Elejalde Elcuaz namens de jongerenwerkgroep van FEBEA, stelde onderzoeker Mauro Meggiolaro van Fondazione Finanza Etica het achtste rapport over ethische financiering in Europa voor. In dat rapport wordt uiteengezet hoe ethische banken en sociale investeringsfondsen de sociale economie ondersteunen en zo een brug slaan tussen financiële middelen en maatschappelijke doelstellingen.
In het panelgesprek “How finance supports social economy” lichtte Federica Ielasi, vicevoorzitter van Banca Etica, als moderator de belangrijkste vaststellingen toe. Zij ging in gesprek met Gelsomina Vigliotti, vicevoorzitter van de Europese Investeringsbank, FEBEA-secretaris-generaal Daniel Sorrosal, Martin Rohner, uitvoerend directeur van de Global Alliance for Banking on Values, en Ruth Paserman, directeur voor fondsen bij het directoraat-generaal Werkgelegenheid van de Europese Commissie. Social Economy Europe werd vertegenwoordigd door voorzitter Sarah de Heusch. Samen schetsten zij hoe mission driven kapitaal – financiering die vertrekt vanuit een maatschappelijk doel – projecten rond betaalbaar wonen en duurzame renovatie mogelijk maakt.
Volgens de sprekers vormen klassieke marktmechanismen vaak een drempel voor dergelijke projecten. Initiatieven uit de sociale economie mikken niet op maximale winst, maar op maximale sociale impact, met economische leefbaarheid als noodzakelijke voorwaarde. Voor dat soort projecten zijn langlopende kredieten, aangepaste rentevoeten en begeleiding cruciaal. Ethische banken en sociale financiële instellingen nemen hier volgens hen een sleutelpositie in, doordat zij expertise combineren met een expliciet maatschappelijk mandaat.
Publieke middelen slimmer inzetten
In de verdere uitwisseling kwam ook de rol van Europese programma’s aan bod. Tinagli wees op de recente herziening van het InvestEU-programma, dat meer ruimte geeft aan het adviesloket. Daardoor komt extra technische ondersteuning beschikbaar voor kleinschalige, lokaal aangestuurde projecten, zodat zij toegang krijgen tot Europese financiering die anders moeilijk bereikbaar blijft.
De aanwezigen waren het erover eens dat de overheid de wooncrisis niet alleen kan dragen. Zogenoemde publiek-private samenwerkingen krijgen een andere invulling wanneer sociale ondernemingen mee in de cockpit zitten. Daarin staan maatschappelijke doelstellingen centraal, terwijl financiële duurzaamheid zorg draagt voor continuïteit. Door ethische banken, coöperaties en andere actoren uit de sociale economie nadrukkelijk te betrekken, kunnen publieke middelen volgens hen sterker aangewend worden om duurzame woonoplossingen te realiseren.
Slotboodschap van ethische banken en sociale economie
De bijeenkomst werd afgerond door FEBEA-voorzitter Peru Sasia en Maravilla Abadìa Jover, covoorzitter van de Intergroep sociale economie. Zij onderstreepten dat de cijfers over huisvesting en dakloosheid een alarmsignaal zijn, maar tegelijk tonen dat er al vele initiatieven bestaan die aantonen dat het anders kan. De uitdaging voor de komende jaren ligt volgens hen in het versterken en opschalen van die ervaringen.
Voor ethische banken betekent dit dat zij verder investeren in projecten die sociale doelstellingen en ecologische duurzaamheid combineren met solide financiële structuren. Voor de sociale economie ligt de opdracht in het uitbouwen van partnerschappen met lokale besturen, nationale overheden en Europese instellingen. Zo kan wonen opnieuw deel uitmaken van een breed sociaal beleid, in plaats van een steeds zwaardere last op de schouders van gezinnen.
De voorstelling van het rapport “Capital for the Common Good” maakt duidelijk dat ethische financiering en sociale economie nauwer naar elkaar toegroeien in het Europese debat. Het gesprek in Brussel liet zien dat huisvesting geen technisch dossier meer is, maar een toetssteen voor de manier waarop Europa zijn samenleving vormgeeft.
Bronnen:
Fondazione Finanza Etica
FEBEA
Banca Etica
Europese Investeringsbank
Global Alliance for Banking on Values
Europees Parlement, Intergroep sociale economie en diensten van algemeen belang
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


