Europa zoekt eigen rol in debat over Israël, Gaza en het nieuwe Midden-Oosten

20 november 2025
Op donderdag 20 november 2025, in de namiddag, kwam in het Europees Parlement in Brussel een geladen discussie op gang over de plaats van Europa in het Midden-Oosten. Onder de titel “Europe, Israel and the New Middle East” discussieerden politici en diplomaten over oorlog, vrede, veiligheid en waarden. De bijeenkomst werd georganiseerd op initiatief van Europees Parlementslid Hildegard Bentele en gemodereerd door Tomas Sandell. Tussen de sprekers zaten de Israëlische ambassadeur bij de Europese Unie en de NAVO, Avi Nir-Feldklein, Vladimir Janecek van de Europese Dienst voor Extern Optreden en Europarlementslid Richard Kols.
Debat in Brussel over Europa en het nieuwe Midden-Oosten
In de vergaderzaal heerste een serieuze sfeer. Tomas Sandell leidde het gesprek meteen naar de kern van de zaak: Israël ziet zich geconfronteerd met terreur en wil zich verdedigen, terwijl het publieke debat in Europa vaak in hevige emoties en slogans blijft steken. Volgens hem vragen de Abraham-akkoorden om een andere benadering, eentje waarin samenwerking centraal staat in plaats van polarisering.
Sandell schetste Europa als een speler die zich niet langer kan permitteren aan de kant te blijven staan. De Europese Unie staat volgens deze lijn voor een keuze: ofwel toekijken, ofwel zelf uitdrukkelijk een geopolitieke rol opnemen, met steun voor Israëls streven naar vrijheid en veiligheid als een onderdeel daarvan. De boodschap was duidelijk: beslissingen die vandaag worden genomen, bepalen voor lange tijd de richting van het beleid.
Israëlische ambassadeur vraagt steun en realisme
Ambassadeur Avi Nir-Feldklein plaatste de discussie in een breder regionaal kader. Het Midden-Oosten verandert snel, zei hij, met zowel hoopvolle als diep verontrustende signalen. Hij verwees onder meer naar het enorme aantal kinderen dat in recente jaren in Jemen is gestorven, als illustratie van hoe zwaar de regio onder geweld en instabiliteit lijdt.
Tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat Israël zich vergist heeft in de inschatting van Hamas. Waar sommigen wilden geloven dat de organisatie in de loop der jaren zou zijn veranderd, ziet Israël vandaag opnieuw een machtsstructuur die terreur centraal stelt in plaats van goed bestuur. Een regering hoort de bevolking te beschermen, niet te gijzelen in voortdurende angst. Volgens de ambassadeur kunnen daarom geen risico’s worden genomen als het over veiligheid gaat.
Hij wees erop dat Palestijnen zelf vaak aangeven dat ze Hamas als diep corrupt ervaren en dat zij een betere toekomst willen dan een bestuur dat geweld boven welvaart en dienstverlening plaatst. In zijn schets van de regio noemde hij landen als Egypte, Jordanië en Kazachstan als staten die bereid zijn om met Israël samen te werken, terwijl Pakistan in zijn woorden een andere koers vaart. Tegelijk gaf hij aan dat er in Libanon stemmen zijn die Israël steunen in de strijd tegen Hezbollah, terwijl Syrië een aparte bron van instabiliteit blijft, maar hopelijk nu terug op het goede pad is.
Europese dienst voor extern optreden schetst eigen strategie
Vladimir Janecek, hoofd van de divisie POL MENA bij de Europese Dienst voor Extern Optreden, bracht vervolgens de Europese lijn in kaart. Hij blikte terug op de afgelopen twee jaar, waarin de oorlog in en rond Gaza werd aangewakkerd door de zware aanvallen van Hamas. Volgens hem blijft de herdenking van deze gebeurtenissen een ingrijpend moment, zowel voor de direct betrokkenen als voor besluitvormers in Brussel.
Janecek beschreef hoe de EU samen met partners werkt aan een beter en economisch sterker Midden-Oosten, gebruikmakend van een uitgebreid beleidsinstrumentarium. De Unie heeft onafgebroken steun verleend aan bemiddelaars die proberen een wapenstilstand overeind te houden, ook al blijft die zeer broos en zitten nog niet alle gijzelaars veilig thuis. Binnen dat kader wordt de eerdere Amerikaanse blauwdruk onder president Trump terzijde geschoven, terwijl een recente resolutie van de Verenigde Naties als belangrijk resultaat naar voren werd geschoven.
In interne gesprekken tussen ministers van Buitenlandse Zaken, zo lichtte hij toe, worden concrete stappen besproken. Er liggen voorstellen op tafel voor een coördinatiecentrum op het terrein, een zichtbare aanwezigheid van de EU en een versterkt mandaat op vlak van gezamenlijke veiligheid in en rond Gaza. Parallel daaraan loopt een beleid van steun aan hervormingen, ook wanneer het om gevoelige thema’s gaat zoals onderwijs en sociale uitkeringen.
Janecek verwees ook naar het nieuwe Pact voor de Middellandse Zee, waarin de EU een breder samenwerkingskader met de landen rond de zee heeft vastgelegd. Daarnaast is een nieuwe strategie in de maak voor Israël en de omliggende landen, die rust op bestaande pijlers: handel, onderzoeksprogramma’s zoals Horizon en een politieke cultuur die inzet op regionale samenwerking en integratie.
Voorwaarden voor vrede en rol van de Palestijnse Autoriteit
In de discussie over Gaza kwam een kernbegrip terug: een gedemilitariseerde strook als onderdeel van een bredere regeling. Het zogenoemde Gaza-plan werd omschreven als een smalle kans, met afspraken over veiligheidsgaranties en versterkte controles op bewapening. Janecek liet verstaan dat het proces kan uitgroeien tot een belangrijk keerpunt, maar ook kan vastlopen als de betrokken partijen niet doorzetten.
Een andere spreker legde een verband met de oorlog in Oekraïne en stelde dat Europa in beide gevallen dezelfde normen moet hanteren. Hamas werd beschreven als een terroristische organisatie met een uitgesproken afwijzing van westerse waarden, waardoor het volgens hem rechtstreeks in het belang van Europa is om het netwerk te ontmantelen. Daarbij hoort volledige ontwapening, nul tolerantie voor corruptie en financiële steun die gekoppeld wordt aan strenge verantwoording.
De Palestijnse Autoriteit kwam daarbij in een lastig licht te staan. Er zijn al twee decennia geen democratische verkiezingen gehouden in de Palestijnse gebieden en nog sterker: de Palestijnse Autoriteit bleek niet in staat om duidelijk afstand te nemen van het optreden van Hamas. Dat ondergraaft volgens hem de legitimiteit van het huidige bestuur. Vandaar dat er een behoefte is aan een grondige institutionele en politieke vernieuwing, zodat een Palestijnse leiding ontstaat die werkelijk rekenschap aflegt aan haar bevolking.
Hij herinnerde eraan dat vrede in de regio uiteindelijk altijd een regionale kwestie is, met sleutelrollen voor Iran, Hezbollah en andere gewapende groepen. Sterkte, zo stelde hij, komt uit duidelijkheid over grenzen en voorwaarden, niet uit een beleid dat vooral rust op toegeeflijkheid.
Antisemitisme, herinnering en jongeren
Tijdens het debat kwam ook antisemitisme ruimschoots aan bod. Een van de sprekers maakte duidelijk dat dit niet alleen een zaak is van Joodse organisaties of Israël, maar vooral een kwestie van hoe Europese samenlevingen zichzelf zien. Wie Joden viseert, tast volgens deze redenering ook het eigen maatschappelijke weefsel aan.
De zaal werd eraan herinnerd dat de vervolging en uitroeiing van Joden op Europese bodem heeft plaatsgevonden en dat respect voor minderheden geen abstract begrip is, maar voortkomt uit deze geschiedenis. Daarbij kwamen voorbeelden voorbij van landen waar dat verleden lang minder aan bod kwam, terwijl andere staten, zoals Duitsland, daar veel systematischer werk van hebben gemaakt.
Er werd gepleit voor nieuwe initiatieven die jongeren uit verschillende landen en achtergronden dichter bij elkaar brengen, zodat zij elkaar leren kennen en elkaars uitleg rechtstreeks horen. Sommige aanwezigen vroegen zich af waarom bepaalde delegaties in het Parlement de Palestijnse strijd vooral als bevrijdingsproject zien, terwijl in dezelfde Europese waarden ook de bescherming van Joods leven en de staat Israël besloten ligt.
Vragen over sancties, financiering en het associatieakkoord
In de vragenronde gingen verschillende Europarlementsleden dieper in op de rol van geldstromen en sancties. Een terugkerend thema waren staten die gelinkt worden aan de financiering van gewelddadige groepen, met Qatar, Turkije en Iran als veelgenoemde voorbeelden. Daarbij werd de vergelijking gemaakt met de harde sancties tegen Rusland en de vraag gesteld welke concrete maatregelen tegen deze landen genomen worden.
In de discussie werden verschillende perspectieven op conflictresolutie belicht. Sommige deelnemers benadrukten het belang van een gefaseerde aanpak, waarbij waakzaamheid geboden is na een staakt-het-vuren om te voorkomen dat structurele kwesties onderbelicht raken. Anderen wezen op het bredere internationale kader, waarbij zij aangaven dat de mogelijkheid van sancties als instrument moet blijven bestaan in situaties van langdurige militaire inzet, vooral wanneer humanitaire gevolgen aanhouden. De nadruk lag hierbij op algemene beginselen van internationaal recht en conflictbeheersing, zonder specifieke landen te noemen.
Er klonken oproepen aan de Europese Raad om niet weg te duiken voor moeilijke beslissingen. Een Spaanse fractieleider werd genoemd als iemand die expliciet voor sancties pleit. Binnen politieke families zoals Renew klinkt de roep om scherpere en meer veeleisende teksten, al werden pogingen om amendementen te verstrengen niet altijd succesvol.
Turkije werd gepresenteerd als een partner die een duidelijke keuze moet maken. Volgens een deel van de sprekers wordt er nog onvoldoende druk gezet op Hamas, terwijl die druk net nodig is om veranderingen af te dwingen. Sommigen zien daarbij een grotere rol voor de Verenigde Staten, al blijft de vraag hoe ver Europa zelf bereid is te gaan.
Als hefboom kwam het associatieakkoord tussen de EU en Israël in beeld. Het vooruitzicht van opschorting werd genoemd als mogelijke dreiging, maar vanuit Israëlische hoek werd tegelijk beklemtoond dat men de band met Europa belangrijk vindt en zich er inhoudelijk mee verbonden voelt. In dezelfde context klonk kritiek op taalgebruik in sommige debatten en toespraken, waar snel termen als genocide en uithongering worden gebruikt. Volgens deze lijn draagt die woordkeuze bij aan polarisering en staat ze op gespannen voet met het streven naar een evenwichtige beoordeling van feiten.
Aan het einde van de bijeenkomst bleef een ongemakkelijke maar wezenlijke vraag liggen: wil Europa vooral sponsor zijn, of ook mede vormgever van de uitkomst in Israël en Gaza? Het debat maakte duidelijk dat er ruimte is voor beide rollen, maar dat de keuze voor duidelijke voorwaarden en controle onvermijdelijk is als de Unie serieus genomen wil worden.
Bronnen:
Eigen nota’s Europees Parlement – debat “Europe, Israel and the New Middle East”
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


