Nachttrein naar Kiev bracht mij als journalist recht in de werkelijkheid van de oorlog

8 september 2026
Ik heb al veel geschreven, veel gezien en veel verhalen gebracht, maar deze nacht voelde anders. Terwijl de nachttrein vanuit Polen kilometer na kilometer richting Kiev reed, merkte ik dat ik steeds minder gewoon journalist en steeds meer mens werd. Ik probeerde te slapen, maar mijn hoofd bleef malen. Wat wachtte mij daar? Zou er luchtalarm zijn? Hoe voelt het om wakker te worden in een stad die nog altijd kan worden aangevallen? Wat doe je wanneer plots een alarm afgaat en iedereen weet waarheen te gaan behalve jij? Ik had mijn telefoon bij mij, mijn materiaal, mijn notities, mijn journalistieke nieuwsgierigheid, maar ook iets wat je niet in een reistas kunt wegstoppen: spanning. Echte spanning. Niet de gezonde nervositeit voor een interview of een belangrijke persconferentie, maar het besef dat ik op weg was naar een hoofdstad van een land in oorlog. Toen de trein op dinsdag 8 september 2026 uiteindelijk Kiev binnenreed, voelde ik dat onmiddellijk. Dit was geen gewone buitenlandse journalistieke opdracht. Dit was geen studiereis zoals ik er mij vooraf één had kunnen voorstellen. Vanaf het ogenblik dat ik uit de trein stapte, voelde ik dat ik een werkelijkheid was binnengestapt waarin journalistiek, oorlog, veiligheid en menselijke kwetsbaarheid voortdurend door elkaar lopen.
De nachttrein reed verder, maar slapen lukte nauwelijks
In een nachttrein gebeurt iets vreemds. Buiten schuift de wereld voorbij terwijl je zelf bijna stil lijkt te staan. Af en toe hoorde ik beweging in de wagon, stemmen, deuren, het geluid van de trein over de rails. Ik wist rationeel dat ik onderweg was naar Kiev, maar ergens bleef dat lange tijd onwerkelijk. Tot het besef steeds nadrukkelijker begon door te dringen: wanneer ik straks uitstap, ben ik niet meer in een land waar oorlog iets is waarover we berichten. Ik bevind mij dan in het land waarover wij al jaren berichten. Die gedachte hield mij wakker. Je probeert jezelf als journalist professioneel te houden. Je zegt tegen jezelf dat je daar bent om te kijken, te luisteren, vragen te stellen en feiten te controleren. Maar tegelijk ben je mens. Ik vroeg mij af hoe ik zou reageren wanneer een luchtalarm zou afgaan. Of ik rustig zou blijven. Of ik instinctief mijn telefoon zou nemen om verslag uit te brengen. Of ik eerst aan mijn eigen veiligheid zou denken. Die vragen krijg je niet wanneer je veilig achter een bureau in België zit.
Toen Kiev dichterbij kwam, steeg mijn nervositeit
Hoe dichter de trein bij Kiev kwam, hoe scherper mijn aandacht werd. Ik keek vaker naar buiten. Ik controleerde mijn telefoon. Ik dacht aan alles wat ik vooraf had gelezen en gehoord. Natuurlijk wist ik dat Kiev een grote Europese hoofdstad is waar miljoenen gewone dingen doorgaan: mensen werken, kinderen gaan naar school, winkels openen, treinen rijden. Maar ik wist ook dat precies die normale stad nog altijd onder de dreiging van Russische aanvallen leeft. Dat contrast maakte mij misschien nog nerveuzer. Oorlog betekent niet dat elke straat voortdurend in chaos verkeert. Het betekent net dat mensen proberen hun dagelijkse leven voort te zetten terwijl boven dat gewone leven een dreiging blijft hangen die in enkele seconden alles kan veranderen. Die gedachte voelde ik sterker naarmate de trein zijn bestemming naderde.
En dan stond ik daar: Kiev
Toen ik uitstapte in Kyiv-Pasazhyrskyi, voelde ik een combinatie van opluchting, adrenaline en ongeloof. Ik was er. Kiev. Oekraïne. Een naam die ik ontelbare keren had geschreven, gelezen en uitgesproken, maar die plots geen geografische aanduiding meer was. Ik stond er zelf. Rond mij stapten mensen uit, koffers werden meegenomen, reizigers gingen hun weg. Op het eerste gezicht leek het haast geruststellend normaal. Maar ik kon dat normale beeld niet los zien van wat ik wist. Deze mensen leven met luchtalarm. Zij kennen de routines die voor mij nieuw zijn. Zij weten wat bepaalde signalen betekenen. Zij weten waar schuilplaatsen zijn. Zij hebben geleerd verder te leven met een dreiging die voor mij, als Belgische journalist, tot dat moment hoofdzakelijk bestond uit nieuwsberichten, beelden en analyses.
Mijn journalistieke nieuwsgierigheid vocht met mijn menselijke nervositeit
Ik voelde onmiddellijk dat er twee stemmen in mijn hoofd aanwezig waren. De journalist in mij wilde alles opnemen. Kijken. Observeren. Details onthouden. Begrijpen hoe mensen zich bewegen, hoe de stad voelt, hoe collega’s hier werken. Maar de mens in mij stelde andere vragen. Wat als er vannacht iets gebeurt? Wat als het alarm afgaat? Wat als ik plots moet reageren op een situatie waarvoor je je theoretisch kunt voorbereiden, maar die je pas echt begrijpt wanneer ze zich voordoet? Dat is misschien het vreemdste aan journalistiek in een land onder oorlogsdreiging: je wilt dichtbij genoeg komen om de werkelijkheid te begrijpen, maar tegelijk voel je hoe klein de afstand wordt tussen degene die verslag doet en degene die zelf deel wordt van die werkelijkheid.
Veiligheidsbriefing: plots werd oorlog geen abstract begrip meer
De veiligheidsbriefing kwam hard binnen. Luchtalarm. Schuilplaatsen. Noodcontacten. Procedures. Waarheen wanneer er dreiging is. Wat doe je wanneer een alarm klinkt? Het zijn woorden die je in België gemakkelijk in een artikel kunt opnemen. Hier klonken ze anders. Ze waren geen achtergrondinformatie. Ze waren praktische instructies. Voor mij als journalist was dat een kantelpunt. Tot dan kon ik nog denken in termen van aankomst, treinreis, internationaal gezelschap en journalistiek programma. Op dat moment besefte ik opnieuw waar ik werkelijk was. Hier moet een journalist weten waar hij kan schuilen. Hier is veiligheid geen theoretische randvoorwaarde van het werk. Ze zit in de planning verweven.
Ik voelde de adrenaline stijgen
Ik wil daar niet stoerder over doen dan het was. Ik voelde spanning. Ik voelde nervositeit. En ja, ik voelde op bepaalde momenten ook angst. Niet paniek, maar dat scherpe bewustzijn dat je zintuigen op scherp zet. Je hoort geluiden anders. Je kijkt bewuster rond. Je telefoon krijgt een andere betekenis. Een melding is niet zomaar een melding meer wanneer je weet dat waarschuwingen hier deel kunnen uitmaken van de dagelijkse realiteit. Tegelijk groeide mijn journalistieke drang om alles goed vast te leggen. Precies omdat je voelt hoe gemakkelijk woorden vanuit een veilige omgeving hun betekenis kunnen verliezen. “Oorlogsdreiging” is een term. “Luchtalarm” is een term. “Schuilplaats” is een term. Tot je op een plaats bent waar die woorden deel uitmaken van instructies voor jouw eigen veiligheid.
Door Kiev met Yanina Korniienko van Slidstvo.Info
Later trok ik samen met het internationale gezelschap door Kiev met Yanina Korniienko van Slidstvo.Info. En daar begon de stad zelf haar verhaal te vertellen. Vernietigd Russisch militair materieel. Een herdenkingsmuur. Plaatsen waar raketaanvallen hun sporen hadden achtergelaten in burgerwijken. Ik keek, luisterde en probeerde alles journalistiek te registreren, maar sommige beelden raken je voorbij je notitieboek. Je beseft dat achter elke naam op een herdenkingsplaats een mens zit. Achter elke beschadiging een moment waarop iemand niet wist wat de volgende seconden zouden brengen. Achter elk militair wrak een gevecht, een aanval, angst, geweld en verlies. En toch liep het leven verder. Mensen wandelden voorbij. Verkeer reed. Telefoons gingen. De stad ademde. Dat contrast was misschien wel het meest indrukwekkende van alles.
Kiev leeft, maar de oorlog zit overal tussen
Wat mij onmiddellijk trof, was dat Kiev niet voortdurend oogt zoals de dramatische beelden die we in het buitenland te zien krijgen. Het is net dat wat de werkelijkheid zo aangrijpend maakt. Mensen drinken koffie. Auto’s staan in het verkeer. Mensen praten, lachen, werken en haasten zich ergens naartoe. Je zou bijna kunnen vergeten dat dit een hoofdstad van een land in oorlog is. Tot je opnieuw een litteken ziet. Een herinnering. Militair materiaal. Een beschadigde locatie. Een veiligheidsinstructie. Een bericht. Dan schuift de oorlog opnieuw naar voren. Het gewone leven en de uitzonderlijke dreiging bestaan hier niet naast elkaar. Ze zijn in elkaar gevlochten.
Van de straat naar de onderzoeksredactie
Daarna ging het naar Slidstvo.Info. Dat moment voelde voor mij bijna symbolisch. Eerst had ik de zichtbare sporen van de oorlog gezien. Vervolgens stapte ik een onderzoeksredactie binnen waar journalisten proberen de feiten achter die oorlog, maar ook achter macht en corruptie, bloot te leggen. Daar kreeg mijn eigen nervositeit een andere dimensie. Ik besefte plots nog sterker hoe uitzonderlijk het werk is dat Oekraïense collega’s leveren. Zij gaan niet voor vijf dagen naar een land in oorlog en keren daarna terug naar huis. Dit is hun land. Hun familie woont hier. Hun vrienden wonen hier. Hun collega’s leven onder dezelfde dreiging. En toch moeten zij journalist blijven.
Hoe blijf je koel wanneer de oorlog persoonlijk is?
Dat is misschien de vraag die mij het hardst raakte. Als journalist leer je afstand houden. Controleren. Niet meegaan in emoties. Tegenstrijdige verklaringen naast elkaar leggen. Geen beschuldiging als feit presenteren. Maar wat wanneer het geweld waarover je schrijft jouw eigen land treft? Wat wanneer mensen die je kent gevaar lopen? Wat wanneer je ’s avonds een aanval hoort en de volgende ochtend een onderzoek naar corruptie moet voortzetten? Hoe bewaak je dan die journalistieke afstand? Het antwoord dat ik hier voelde, was niet dat emoties verdwijnen. Het is dat professionaliteit ondanks die emoties moet blijven bestaan.
Hier kan één journalistieke fout veel zwaarder wegen
In oorlog wordt informatie zelf onderdeel van het conflict. Beelden verspreiden zich razendsnel. Sociale media ontploffen bij elke nieuwe aanval. Regeringen, legers, activisten, burgers en propagandakanalen publiceren voortdurend informatie. Dan is het verleidelijk om snelheid gelijk te stellen aan journalistieke kracht. Maar hier voelde ik juist het tegenovergestelde. Hoe groter de druk, hoe belangrijker het is om te vertragen. Is een beeld authentiek? Wanneer werd het gemaakt? Waar werd het gemaakt? Wie publiceerde het eerst? Wat weten we zeker en wat nog niet? Een journalistieke fout is altijd ernstig, maar in oorlog kan een fout iemand beschadigen, propaganda versterken of een verkeerde voorstelling van gebeurtenissen internationaal verspreiden.
De waarheid heeft hier letterlijk een veiligheidscomponent
Dat inzicht kwam hard binnen. Journalistiek gaat hier niet alleen over waarheid tegenover leugen. Ook veiligheid speelt mee. Welke informatie kan gepubliceerd worden zonder mensen in gevaar te brengen? Welke details zijn relevant? Welke bronnen moeten beschermd worden? Wat kan bewijs zijn? Wat is suggestie? Wat is nog onvoldoende geverifieerd? Vanuit België zijn dat belangrijke journalistieke principes. In Kiev voelde ik hoe direct hun gevolgen kunnen zijn.
Nog iets trof mij: ook de eigen macht moet onderzocht blijven worden
Een land in oorlog heeft nood aan eenheid. Maar een democratie heeft ook nood aan kritiek. Dat spanningsveld is enorm. Oekraïense onderzoeksjournalisten onderzoeken niet alleen wat Rusland doet. Ze blijven ook kijken naar corruptie, machtsmisbruik en verantwoordelijkheid binnen de eigen instellingen. Ik vind dat een van de krachtigste lessen van deze eerste dag. Onafhankelijke journalistiek bewijst haar waarde niet alleen wanneer zij een buitenlandse vijand onderzoekt. Ze bewijst haar waarde vooral wanneer ze bereid blijft om ook ongemakkelijke vragen te stellen aan de eigen machthebbers.
CORRECTIV.Europe bracht mij tot hier
Mijn aanwezigheid in Kiev kwam er doordat Indegazette.be werd geselecteerd voor een internationale studiereis binnen het CORRECTIV.Europe Network. CORRECTIV is een onafhankelijke Duitse non-profitonderzoeksredactie die zich onder meer bezighoudt met machtsmisbruik, corruptie, desinformatie, factchecking en journalistieke samenwerking. CORRECTIV.Europe verbindt journalisten over nationale grenzen heen. Voor een onafhankelijke Belgische nieuwswebsite als Indegazette.be is dat bijzonder. Onderzoeksjournalistiek is steeds minder een activiteit die binnen één stad of één land kan worden opgesloten. Geldstromen, bedrijven, politieke contacten, lobbystructuren en desinformatie bewegen internationaal. Journalisten moeten dus ook internationaal kunnen samenwerken.
Als journalist voelde ik mij plots heel klein
Er zijn momenten waarop je als journalist denkt dat je ervaring hebt opgebouwd. Je hebt honderden of duizenden artikels geschreven. Je hebt politici gesproken, persconferenties gevolgd, moeilijke dossiers behandeld en mensen geïnterviewd in emotionele omstandigheden. En dan kom je in Kiev en voel je jezelf opnieuw leerling. Niet omdat je niets weet, maar omdat je beseft hoeveel je nog niet werkelijk hebt gevoeld. Ik had over Oekraïne geschreven. Ik had beelden gezien. Ik had verklaringen gelezen. Ik kende begrippen. Maar tussen iets kennen en ergens staan bestaat een gigantische kloof.
Ik voelde spanning, maar ook een enorme verantwoordelijkheid
Die nervositeit verdween niet. Ze veranderde. Wat eerst vooral spanning was over veiligheid, werd steeds meer een journalistieke verantwoordelijkheid. Als ik hier ben, moet ik goed kijken. Als ik hierover schrijf, moet ik zorgvuldig zijn. Ik mag de oorlog niet reduceren tot spektakel. Ik mag slachtoffers niet gebruiken als decor. Ik mag emoties niet laten winnen van feiten. Maar ik mag ook niet doen alsof deze reis mij koud laat. Dat zou oneerlijk zijn. Ik ben journalist, maar ik ben ook mens. En hier voel je beide tegelijk.
Dit is geen verslag vanaf veilige afstand meer
Dat is misschien de essentie van mijn eerste dag in Kiev. Tot gisteren kon ik Oekraïne bekijken via een scherm. Vandaag stond ik er. Ik liep door de hoofdstad. Ik hoorde veiligheidsinstructies. Ik zag sporen van oorlog. Ik sprak met journalisten die hier werken. De afstand tussen verslaggever en werkelijkheid werd plots zeer klein. Dat maakt je scherper, maar ook kwetsbaarder.
De treinreis eindigde, maar mijn gedachten stopten niet
Toen de nachttrein vanuit Polen vertrok, dacht ik vooral aan de reis die voor mij lag. Toen ik in Kiev stond, dacht ik vooral aan de verantwoordelijkheid die bij deze reis hoort. De beelden van de eerste uren bleven hangen. De veiligheidsbriefing bleef hangen. De combinatie van gewone stadsdrukte en oorlogssporen bleef hangen. Maar vooral de gedachte aan Oekraïense collega’s bleef hangen. Mensen die niet even naar een oorlogssituatie reizen, maar die hier wonen en toch blijven onderzoeken.
Hier wordt journalistiek geschreven terwijl geschiedenis nog gebeurt
Dat is misschien de meest overweldigende vaststelling. De journalisten die hier vandaag informatie verzamelen, kunnen mee bepalen hoe deze periode later wordt begrepen. Hun documenten, interviews, beelden en onderzoeken kunnen deel worden van het historische geheugen. Soms mogelijk ook van juridische onderzoeken. Dat legt een enorme verantwoordelijkheid op hun schouders. Wie te snel schrijft, kan fouten vastleggen. Wie niet schrijft, kan belangrijke feiten verloren laten gaan. Tussen die twee uitersten moet journalistiek haar weg vinden.
Mijn eerste dag in Kiev eindigde met meer vragen dan antwoorden
Ik voelde opluchting omdat ik veilig was aangekomen. Ik voelde adrenaline omdat alles nieuw en intens was. Ik voelde nervositeit omdat ik weet dat veiligheid hier nooit volledig vanzelfsprekend is. Ik voelde respect voor Oekraïense journalisten die hun werk blijven doen. Maar boven alles voelde ik verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om niet zomaar te beschrijven wat spectaculair oogt, maar om te begrijpen wat ik zie. De verantwoordelijkheid om onderscheid te blijven maken tussen vermoeden en bewijs. Tussen propaganda en informatie. Tussen emotie en feit.
De nachttrein bracht mij niet alleen naar Kiev. Hij bracht mij naar een andere werkelijkheid van journalistiek.
Toen ik in Polen instapte, was ik Andy Vermaut, journalist van Indegazette.be, onderweg naar Oekraïne. Toen ik uren later in Kiev uitstapte, voelde die titel plots zwaarder. Journalist zijn betekent hier niet alleen vragen stellen. Het betekent beseffen dat ieder woord gevolgen kan hebben. Dat ieder detail gecontroleerd moet worden. Dat achter ieder cijfer een mens kan zitten. Dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Dat waarheid tijd nodig heeft. En dat er plaatsen bestaan waar journalisten blijven schrijven terwijl niemand met zekerheid weet wat de volgende nacht zal brengen. Ik zal niet verbergen dat ik zenuwachtig was. Ik zal niet doen alsof de spanning mij niets deed. Integendeel. Misschien moet een journalist op zo’n moment die spanning juist voelen. Omdat ze eraan herinnert dat dit geen verhaal is. Dit is de werkelijkheid van miljoenen mensen. Mijn nachttrein stopte op 8 september 2026 in Kiev. Maar voor mij begon daar iets wat veel verder ging dan een treinreis. Voor het eerst voelde ik van zo dichtbij wat het betekent wanneer journalistiek wordt bedreven onder de schaduw van oorlog.
Bronnen:
European Investigative Journalists — CORRECTIV.Europe Network
CORRECTIV.Europe – https://correctiv.org/en/europe/
CORRECTIV.Europe and Ukraine – https://correctiv.org/europe/correctiv-europe-ukraine/
Andy Vermaut +32499357495
Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.


