Europa zoekt houvast tussen steun aan Israël en strenge voorwaarden voor Gaza

20 november 2025
In het Europees Parlement in Brussel kwamen politici, diplomaten, ambtenaren en jonge activisten samen voor een conferentie over Europa, Israël en het “nieuwe Midden-Oosten”. In de plenaire zaal werd openlijk gesproken over twijfel, druk, solidariteit en voorwaarden. Tussen hoopvolle woorden over regionale normalisering klonken ook harde vragen over Europese financiering, hervormingen bij de Palestijnse Autoriteit en de vraag hoe lang solidariteit met Israël standhoudt als het debat in Europa verder verhardt.
Ups en downs in de relatie tussen EU en Israël
Een vertegenwoordiger van de European Coalition for Israel herinnerde aan de lange geschiedenis van bijeenkomsten in het Europees Parlement over de relaties tussen de Europese Unie en Israël. Hij schetste een wisselend beeld: periodes van nauwe samenwerking, maar ook momenten van diepe spanning.
Als voorbeeld haalde hij de Europese richtlijn uit 2015 aan, die lidstaten opriep producten uit betwiste gebieden te labelen. Volgens hem gaf dat nieuwe energie aan de BDS-beweging en voedde het wantrouwen in Israël tegenover Europese instellingen. Hij verwees ook naar kritische rapporten uit 2004 over Europees geld voor de Palestijnse Autoriteit, waar toen al sprake was van wanbeheer en corruptie, zonder dat er echt werd ingegrepen.
Daartegenover stonden momenten van sterke samenwerking. Na de aanslagen van 7 oktober 2023 was er in de eerste weken een duidelijk gevoel van solidariteit met Israël in Europa. Sprekers merkten echter op dat die steun de voorbije maanden zichtbaar is afgezwakt en dat het debat in verschillende lidstaten snel polariseert.
Gaza-plan, veiligheid en hervormingen bij de Palestijnse Autoriteit
Meerdere sprekers gingen in op de situatie in Gaza en op het internationale stappenplan dat de voorbije weken is uitgetekend. Er klonk brede steun voor het uitgangspunt dat er geen terugkeer kan zijn naar de toestand van vóór 7 oktober 2023: geen heropbouw zonder veiligheid, geen bestuur dat terreur toelaat, en geen onbeperkte geldstromen zonder controle.
De voorzitter van de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Israël schetste hoe de recente beslissing van de VN-Veiligheidsraad over een gefaseerd plan voor Gaza nieuwe ruimte creëert, maar tegelijk hoge verwachtingen wekt. Volgens haar kan heropbouw alleen slagen als er een hervormd bestuur komt dat geweld afwijst en de eigen bevolking voorbereidt op vreedzame co-existentie met Israël.
Een terugkerend punt was de Palestijnse Autoriteit. Verschillende sprekers stelden dat Europese beleidslijnen jarenlang uitgingen van de Autoriteit als “natuurlijke partner”, terwijl schoolboeken, uitkeringen aan veroordeelde daders en het gebrek aan duidelijke veroordelingen van terreur dat vertrouwen aantasten. Er werd herhaald dat Europese steun voortaan sterker moet afhangen van concrete stappen: hervormingen in het onderwijs, het stopzetten van problematische betalingen en een andere toon tegenover Israëlische burgers.
Tegelijk verwezen EU-functionarissen naar de aanzienlijke humanitaire steun voor de bevolking in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Honderden miljoenen euro’s aan hulp, civiele projecten en ondersteuning van basisdiensten tonen volgens hen dat Europa de verantwoordelijkheid tegenover de burgerbevolking ernstig neemt, ook wanneer het politieke gesprek stroef verloopt.
Regionale verschuivingen en plaats voor de Abraham-akkoorden
De conferentie ging niet alleen over Gaza. Verschillende sprekers wezen op snelle verschuivingen in de regio. De Abraham-akkoorden werden genoemd als voorbeeld van een andere benadering, waarbij samenwerking tussen Israël en Arabische landen rond energie, technologie en handel centraal stond.
Er werd ook verwezen naar plannen zoals de economische corridor tussen India, het Midden-Oosten en Europa. Zulke projecten moeten de regio beter aansluiten op Europese en Aziatische markten en geven aan dat er een duidelijke zoektocht is naar stabielere routes, zowel voor energie als voor goederen.
Optimistische stemmen zien hierin een kans op verdere normalisering, waarbij landen als Saoedi-Arabië een rol kunnen spelen. Meer sceptische stemmen waarschuwden dat dergelijke plannen alleen standhouden als terreurstructuren worden afgebouwd en als er stevig wordt gewerkt aan geloofwaardig bestuur bij de Palestijnen. Anders, zo klonk het, blijven het papieren schema’s die bij de eerste nieuwe crisis wegvallen.
Europa tussen betaler en politieke speler
Een Baltische volksvertegenwoordiger legde de link met de oorlog in Oekraïne. Volgens hem moet Europa dezelfde veiligheidsbril opzetten in het Midden-Oosten als in Oost-Europa. Hamas werd omschreven als een terroristische organisatie en een verlengstuk van Iran, ingebed in een breder netwerk dat ook Rusland voordelen kan opleveren wanneer instabiliteit toeneemt.
Hij waarschuwde dat de Europese Unie niet mag blijven steken in de rol van “bankautomaat” die rekent op anderen voor de politiek. Als Europa geld geeft voor wederopbouw in Gaza, dan moet dat volgens hem gepaard gaan met strikte voorwaarden: ontwapening, toezicht, transparantie en duidelijke grenzen voor corruptie en dubbel gebruik van materiaal. Anders dreigt een herhaling van vroegere fouten, waarbij infrastructuur na enkele jaren opnieuw in een gewapend conflict verdwijnt.
In zijn bijdrage pleitte hij voor consequente criteria: geen vergoelijking van aanslagen, geen dubbelzinnige verklaringen over terreur, en geen ruimte voor een bestuur dat geweld vergoelijkt. Hij trok de parallel met de Baltische landen, waar veiligheid volgens hem pas duurzaam werd toen afschrikking, bondgenootschappen en regionale samenwerking stevig verankerd raakten.
Antisemitisme, jongeren en Europese herinnering
In het gesprek kwamen ook antisemitisme en de rol van jongeren ruim aan bod. Een spreker uit Duitsland vertelde hoe moeilijk het is om jongeren in Europa aan te moedigen zich uit te spreken tegen haat, terwijl sociale media overspoeld worden met beelden en slogans die het conflict versimpelen tot zwart-witverhalen.
Hij wees op de historische verantwoordelijkheid tegenover Joodse burgers in Europa en op de verschillen tussen lidstaten in hoe ze hun verleden bespreken. In Duitsland wordt de geschiedenis van de Jodenvervolging intensief onderwezen; in andere landen blijft die discussie veel beperkter. Volgens hem is het cruciaal dat nieuwkomers in Europa een duidelijk signaal krijgen: in Europa worden minderheden beschermd, en haat die van elders wordt ingevoerd, hoort hier niet thuis.
De aanwezigheid van jonge deelnemers aan de conferentie – waaronder studenten en activisten die zich inzetten tegen Jodenhaat – werd positief onthaald. Hun vragen en tussenkomsten lieten zien dat er, ondanks het verhitte debat, een generatie is die bereid is zich inhoudelijk in te werken en de tussenruimte op te zoeken tussen slogans en realiteit.
Financiering, sancties en de rol van staten als Qatar, Turkije en Iran
In de vraagronde kwam ook de financiering van radicale groeperingen aan bod. Een vraag uit de zaal richtte zich expliciet op landen als Qatar, Turkije en Iran, die geregeld genoemd worden als grote financiers of politieke beschermers van organisaties die geweld tegen Israël ondersteunen. De vraag was of Europa bereid is om sancties te overwegen tegen zulke staten.
Het antwoord van een van de sprekers was voorzichtig. Hij erkende dat deze landen een belangrijke rol spelen, maar wees erop dat ze tegelijk optreden als gesprekspartner in bemiddelingspogingen en gijzelingsdossiers. Volgens hem is het noodzakelijk hen te confronteren wanneer beloftes uitblijven, vooral wanneer Hamas niet levert op gemaakte afspraken. Tegelijk gaf hij aan dat de Europese levers richting deze hoofdsteden beperkt blijven en dat samenwerking met de Verenigde Staten op dit vlak doorslaggevend is.
Een andere vraag ging over de bankoverschrijvingen aan gezinnen van veroordeelde daders. Een Duitse deelnemer stelde dat het Europees Parlement gerichte maatregelen zou kunnen vragen om zulke stromen te blokkeren. De betrokken Volksvertegenwoordiger antwoordde dat zo’n stap een brede meerderheid vraagt en dat eerdere pogingen vaak op muurvaste politieke scheidslijnen zijn gestuit. Toch erkende hij dat de roep om hardere voorwaarden groeit, ook in partijen die zich tot voor kort terughoudend opstelden.
Ten slotte kwam de discussie over mogelijke sancties tegen Israël zelf opnieuw naar boven. Sommige deelnemers vonden dat het dreigen met sancties haaks staat op de wens om Israël als volwaardige partner te behandelen na de oorlog in Gaza. Zodra sancties “op tafel” liggen, verdwijnen ze volgens hen niet makkelijk, ook niet wanneer de situatie ter plaatse verandert. Anderen hielden vol dat mensenrechten voor alle partijen dezelfde toets moeten krijgen, ongeacht bondgenootschappen.
Bronnen:
Persmoment en toespraken tijdens conferentie “Europe, Israel and the new Middle East” in het Europees Parlement
European Coalition for Israel
Delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Israël
Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS)
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


