Fakkeltocht in Oostende raakt aan kern van rechtsstaat en behoorlijk bestuur

28 maart 2026

In Oostende heeft de fakkeltocht tegen de plannen rond de Versluystorens een punt zichtbaar gemaakt dat juridisch en democratisch zwaar weegt. Wanneer burgers vreedzaam en ongewapend op straat komen om een stedelijk dossier aan te kaarten, gaat het niet alleen over aanwezigheid, sfeer of beeldvorming. Dan gaat het over een grondrecht. In België is het recht om vreedzaam en ongewapend te vergaderen grondwettelijk verankerd, zonder voorafgaand verlof, en ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt zowel de vrijheid van meningsuiting als de vrijheid van vreedzame vergadering. Dat plaatst elke publieke actie van deze aard in een rechtsstatelijk kader dat ernstig moet worden genomen.

Het recht op protest

Wie een fakkeltocht organiseert rond een omstreden stadsdossier, oefent geen gunst uit die door het bestuur vrijblijvend kan worden geduld. Hij oefent een fundamenteel recht uit. Dat recht is niet onbeperkt, maar beperkingen kunnen enkel wanneer zij wettelijk zijn geregeld en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, onder meer om de openbare orde of de rechten van anderen te beschermen. Dat betekent dat een overheid of een bredere politieke omgeving terughoudend moet omgaan met elke poging om een vreedzame actie kleiner te maken, te ridiculiseren of moreel te diskwalificeren louter omdat zij politiek lastig ligt. (De Kamer)

Precies daarom is de discussie over de fakkeltocht in Oostende niet banaal. In het publieke debat rond deze actie botsen twee logica’s. Enerzijds is er het democratische uitgangspunt dat burgers zichtbaar, hoorbaar en georganiseerd mogen opkomen tegen een beleid dat zij onjuist vinden. Anderzijds is er de neiging om de betekenis van zo’n actie te herleiden tot spot, tot een twist over aantallen of tot een strijd om het narratief achteraf. Juridisch is dat onderscheid belangrijk. Een grondrecht verliest zijn waarde niet omdat een tegenstander de opkomst laag inschat of de deelnemers probeert weg te zetten.

Tellingen, waarheid en behoorlijk bestuur

Volgens politiecijfers zouden ongeveer 120 mensen aan de actie hebben deelgenomen. Tegelijk circuleerden er voorstellingen die de zichtbare opkomst veel lager inschatten. Dat verschil is niet louter een detail. In een dossier dat maatschappelijk gevoelig ligt, heeft de manier waarop aantallen worden gebruikt invloed op de legitimiteit die men aan een actie toekent. Net daarom vraagt een rechtsstaat zorgvuldigheid, feitelijkheid en terughoudendheid. Wanneer cijfers worden ingezet als politiek wapen, ontstaat het risico dat niet langer de inhoud van het protest centraal staat, maar de poging om het maatschappelijk gewicht ervan kunstmatig te verkleinen.

Daar raakt het debat aan beginselen van behoorlijk bestuur. Een overheid die met een omstreden project wordt geconfronteerd, moet niet alleen wettig handelen, maar ook toetsbaar, controleerbaar en ernstig communiceren. In een stedelijk conflict waarin sprake is van een terrein van 34.000 vierkante meter, van mogelijke bouwontwikkeling tot aan Fort Napoleon en van een bedrag van 20 miljoen euro dat in de discussie wordt genoemd, is de lat voor zorgvuldige besluitvorming vanzelf hoog. Niet de spot, maar de motivering hoort dan het laatste woord te krijgen.

Vrijheid van meningsuiting is geen decorstuk

De Europese mensenrechtenrechtspraak vertrekt vanuit het uitgangspunt dat vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting nauw met elkaar samenhangen. Een publieke bijeenkomst is vaak zelf een vorm van meningsuiting. Dat geldt des te sterker wanneer burgers zich uitspreken over stadsontwikkeling, erfgoed, publieke middelen en de toekomst van hun omgeving. Zulke tussenkomsten raken rechtstreeks aan het openbaar debat, en precies dat domein krijgt in het mensenrechtenkader een sterke bescherming.

Dat maakt ook duidelijk waarom minachting tegenover deelnemers of pogingen om hen symbolisch weg te drukken niet onschuldig zijn. In een gezonde democratie wordt onenigheid niet beantwoord met kleinering, maar met argumenten. Het recht om te spreken houdt immers niet alleen in dat iemand juridisch nog net iets mag zeggen. Het veronderstelt ook dat het publieke forum open genoeg blijft om afwijkende stemmen werkelijk toe te laten. Zodra burgers voelen dat zij formeel mogen spreken, maar feitelijk systematisch worden weggelachen of gedevalueerd, ontstaat een democratisch tekort dat juridisch misschien niet altijd meteen sanctioneerbaar is, maar wel politiek en moreel zwaar doorweegt.

Het dossier zelf blijft zwaar wegen

De fakkeltocht stond niet op zichzelf. De actie moet worden gelezen binnen een breder conflict over stadsontwikkeling in Oostende. Het debat raakt aan de Versluystorens, aan Fort Napoleon, aan erfgoedbescherming, aan de vraag welke invulling een terrein nog kan krijgen en aan de financiële gevolgen die aan bestuurlijke keuzes worden verbonden. In diezelfde spanningszone duiken ook het Thermencomplex, de Koninklijke Gaanderijen en de plaats van Mu.ZEE opnieuw op. Daardoor is dit geen lokaal incident dat snel zal uitdoven. Het is een botsing over de richting van de stad, over de verdeling van lasten en lusten en over de vraag wie uiteindelijk het gewicht van beleidskeuzes draagt.

Juridisch bekeken is dat belangrijk. Hoe groter de maatschappelijke en financiële inzet, hoe sterker de plicht van een bestuur om beslissingen voldoende te motiveren, belangen af te wegen en zich niet te verschuilen achter slogans of simplificaties. De rechtsstaat vraagt niet dat iedereen akkoord gaat. Hij vraagt wel dat macht verantwoord wordt uitgeoefend. Waar die verantwoording zwak wordt, groeit het protest bijna vanzelf.

Waarom deze avond van gewicht blijft

Een fakkeltocht is op het eerste gezicht een zichtbaar maar tijdelijk feit. Toch kan zo’n avond een blijvend juridisch en democratisch gewicht krijgen. Niet omdat elke manifestatie automatisch gelijk krijgt, maar omdat zij de plaats markeert waar burgerlijke onrust overgaat in openbaar, toetsbaar en vreedzaam verzet. Dat is in een democratische rechtsorde geen randverschijnsel. Dat is een wezenlijk onderdeel van het systeem zelf.

Bronnen:
Aangeleverde tekst over de fakkeltocht in Oostende
De Belgische Grondwet, artikel 26, Kamer van volksvertegenwoordigers (De Kamer)
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikelen 10 en 11, Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR)
Guide on Article 11 of the Convention – Freedom of assembly and association, ECHR Knowledge Sharing (ECHR-KS)
The conduct of public assemblies in the Court’s case-law, Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR)
Article 10 – Freedom of expression, ECHR Knowledge Sharing (ECHR-KS)

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)