Geert Mabesoone legt druk op reeks dossiers in Diksmuide

30 maart 2026
Tijdens de gemeenteraad in Diksmuide heeft Geert Mabesoone op maandag 30 maart 2026 een brede reeks tussenkomsten aangebracht over trage wegen, het kernwinkelgebied, de brandweerpost van Leke, het Ellesmerepad, het reglement van het recyclagepark en twee mondelinge vragen over Beerst en Oostkerke.
Trage wegen als historisch netwerk
In zijn tussenkomst over de trage wegen zette Geert Mabesoone zich af tegen een aanpak waarbij wegen te snel zouden worden verlegd of afgeschaft. Hij stelde dat de voorstellen die daarover geformuleerd werden wel passen binnen een technische logica van vergunningen en stedenbouw, maar dat daarmee volgens hem te weinig rekening wordt gehouden met de bedoeling van het Gemeentewegendecreet van 2019. Hij wees erop dat trage wegen sinds dat decreet beter beschermd zijn en dat een gemeente een weg niet zomaar kan laten verdwijnen zonder een uitgebreide procedure.
Tegelijk maakte hij duidelijk dat het debat volgens hem niet nieuw is. Hij verwees naar het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van 2005, waarin al sprake was van een actieplan rond kerk- en buurtwegels. In het bindend gedeelte daarvan staat volgens hem dat de stad na inventarisatie een actieplan opstelt over behoud of afschaffing van die wegels. In het richtinggevend gedeelte wordt dat verder uitgewerkt met de stelling dat Diksmuide nog veel kerk- en buurtwegels kent, dat die ruimtelijk waardevol zijn, vaak diep doordringen in bebouwde zones, verkeersveilig zijn doordat er geen gemotoriseerd verkeer is, en ook historische waarde hebben.
Geert Mabesoone stelde dat trage wegen vanouds dienen als doorsteek tussen woonwijken, scholen en dorpskernen, waardoor afstanden korter worden. Hij legde ook de link met een ander punt van dezelfde gemeenteraad, waar sprake was van een zogenoemd olifantenpad. Volgens hem mag het debat over trage wegen niet gebruikt worden als snelle doorgang naar vlottere vergunningen. Hij omschreef die wegen als een historisch netwerk dat al generaties lang op de Atlas der Buurtwegen staat en dus deel uitmaakt van de lokale geschiedenis en identiteit, met daarnaast ecologische en recreatieve waarde.
Van de drie voorstellen die op tafel lagen, kon hij zich echter slechts gedeeltelijk vinden in de eerste twee. Het in kaart brengen van alle trage wegen noemde hij op zich aanvaardbaar, maar tegelijk vroeg hij zich af welk nut dat nog heeft als de Atlas der Buurtwegen dat werk al uitvoerde en het principe bovendien eigenlijk al in het structuurplan zelf is opgenomen. Ook het evalueren van welke wegen behouden moeten blijven en welke eventueel opnieuw moeten worden opengesteld, vond hij verdedigbaar. Hij stelde daarbij dat onterecht afgesloten trage wegen in de eerste plaats nooit gesloten hadden mogen worden. Het derde voorstel, waarbij de overige wegen in één beweging zouden kunnen worden verlegd of afgeschaft als het algemeen nut dat rechtvaardigt, wees hij af als voorbarig. Volgens Geert Mabesoone kan dat algemeen nut niet vooraf voor een onbepaalde toekomst worden aangetoond. Daarom pleitte hij ervoor de bestaande toestand te laten zoals die is en pas in te grijpen wanneer een concreet algemeen belang zich echt aandient.
Kernwinkelgebied en hangende verordening
Ook het kernwinkelgebied kwam opnieuw aan bod. In zijn tussenkomst op de gemeenteraad van Diksmuide, herinnerde Geert Mabesoone eraan dat het Strategisch Commercieel Plan van Diksmuide door de gemeenteraad werd goedgekeurd op maandag 3 oktober 2022. In dat plan wordt onder de algemene visie en het ruimtelijk beleid gesproken over een stimulerend beleid voor de detailhandel. Volgens zijn tussenkomst worden woonfuncties op het gelijkvloers ontmoedigd, wordt wonen boven winkels gestimuleerd en wordt de ombouw van winkelfuncties naar vrije beroepen of diensten verboden. Hij merkte daarbij op dat een advocatenbureau werd aangesteld om die aanpak juridisch afdwingbaar te maken.
Hij greep in zijn tussenkomst terug naar een eerdere interpellatie van maandag 26 mei 2025, waarin hij al kritiek gaf op het volgens hem feitelijk toepassen van een verordening die juridisch nog niet afgewerkt was. Nu vroeg hij naar de stand van zaken van die stedenbouwkundige verordening. Hij wees er bovendien op dat de voorlopige vaststelling ervan uiterlijk op maandag 31 augustus 2026 moet gebeuren. In dezelfde lijn stelde hij de vraag waarom die verordening niet op de stedelijke website staat onder de rubriek “Verordeningen in opmaak”.
Daarnaast vroeg hij of er sinds zijn interpellatie van mei 2025 nog omgevingsvergunningsaanvragen zijn geweest voor een functiewijziging van handelsfunctie naar residentiële functie, en of daarbij weigeringen zijn uitgesproken. Daarmee legde hij de nadruk op de gevolgen van het handelsbeleid voor eigenaars en handelaars in het kernwinkelgebied. In zijn tussenkomst stelde hij expliciet dat het feitelijk toepassen van de verordening voor verschillende handelaars precies een streep door de rekening trok.
Brandweerpost van Leke blijft vastzitten
In het dossier van de brandweerpost van Leke keek Geert Mabesoone terug naar het ongunstig advies dat de deputatie gaf op donderdag 9 januari 2025. Volgens zijn tussenkomst waren er toen al bedenkingen bij de geplande bouw van de brandweerpost. De goedkeuringsprocedure van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan werd later stopgezet nadat tijdens het openbaar onderzoek ernstige procedurefouten waren vastgesteld. De gemeenteraad nam volgens hem daarna de beslissing om een nieuw openbaar onderzoek te starten.
Zijn kritiek richtte zich vervolgens op de keuze om dat nieuwe onderzoek te baseren op het oude ontwerp uit 2024, terwijl er volgens hem in juni 2025 al een verbeterd plan klaar lag dat door de gemeenteraad was goedgekeurd en al was doorgestuurd naar de deputatie en de Vlaamse Regering. In zijn lezing had dat herwerkte plan gebruikt kunnen worden als nieuw ontwerpplan. Hij stelde dat de aandacht toen volledig naar de procedurefout ging en niet naar de inhoud van het plan, en dat zijn opmerkingen op de gemeenteraad van maandag 20 oktober 2025 terzijde werden geschoven.
In zijn tussenkomst sprak Geert Mabesoone opnieuw over de adviezen die gevraagd werden over een plan dat identiek was aan een ontwerp waarvoor al eerder een feitelijk ongunstig advies was gegeven. Het verbaasde hem dan ook niet dat ook het nieuwe advies opnieuw negatief uitviel. Geert Mabesoone voegde eraan toe dat het nieuwe openbaar onderzoek ook nieuwe bezwaarschriften meebracht. Intussen, zo stelde hij, zijn vele maanden verstreken en heeft de Gecoro een nieuw advies opgesteld, dat nu nog door het schepencollege geëvalueerd moet worden voordat het plan opnieuw aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Daarbij verwees hij ook naar het studiebureau Arcadis, dat volgens hem nog veel werk zal hebben vooraleer hij bereid zou zijn daarmee akkoord te gaan.
Een ander zwaar punt in zijn tussenkomst op de afgelopen gemeenteraad was dat er aan het strategisch project van de brandweerpost van Leke sinds begin 2024 niets zou zijn gewijzigd. Daardoor kon de bevolking zich volgens hem slechts uitspreken over één locatie, namelijk aan de Schorestraat, waarbij zelfs al een concreet inplantingsplan was toegevoegd. Hij wees er tegelijk op dat de deputatie in haar negatief advies stelde dat meerdere locaties onderzocht moeten worden. Tot slot merkte hij op dat voor het bouwwerk finaal de deputatie een omgevingsvergunning moet afleveren en dat de financiële middelen voor de volgende vijf jaar opgebruikt zijn.
Ellesmerepad tussen geschiedenis, naamverwarring en slijtage
Met zijn tussenkomst over het Ellesmerepad sneed Geert Mabesoone een dossier aan dat zowel ruimtelijke geschiedenis als dagelijks gebruik raakt. Hij beschreef het pad als een oorspronkelijke wandelweg die ooit gold als een voorbeeld van goede stedenbouw, meer bepaald door de scheiding tussen gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer in een woonwijk. De weg werd genoemd naar een van de zustersteden van Diksmuide en was volgens zijn tekst vroeger in trek bij de stadsbevolking.
Hij preciseerde dat het oorspronkelijk om een onverharde boerenwegel ging die in de jaren 70 werd aangelegd en langer is dan één kilometer. Ze begint aan de Laure Fredericqlaan en had moeten eindigen aan de Lange Veldstraat op een groen pleintje dat evenwel nooit werd afgewerkt. Daar had volgens zijn tekst een ontmoetingsplaats moeten komen met zitbanken en uitzicht op het dorp Vladslo en het broekenlandschap van de Handzamevaart.
In dezelfde tussenkomst bracht hij ook de oorsprong van de gronden ter sprake. Die zouden oorspronkelijk geschonken zijn door Laure Fredericq voor de aanleg van een groenzone. Later werden die gronden volgens zijn tekst echter verkaveld en verkocht aan enkele notabelen voor de bouw van grote stadsvilla’s. Vandaag, zo voegde hij eraan toe, lonkt daar de bouw van enkele appartementsgebouwen.
Een eerste vraag van Geert Mabesoone ging over de naamgeving. Volgens hem is daar duidelijke onenigheid over. Op de topografische kaart via Geopunt staat de naam Ellesmerepad volgens zijn tekst correct vermeld, maar op andere kaarten is dat niet zo. Op heel wat toeristische kaarten wordt gesproken over “het Stenenmolenwegeltje”, waardoor toeristen volgens hem vruchteloos zoeken naar een naam die ter plaatse niet klopt. Hij vroeg daarom of de stad een inspanning zal leveren om die fout op de bestaande kaarten recht te zetten, ook met het oog op het toerisme.
Daarnaast wees hij op de slechte toestand van een aanzienlijk deel van het wandelpad. Hij stelde dat meerdere oudere personen er al ten val kwamen door grote oneffenheden en gleuven tussen de tegels. Op een plaats zouden tegels zelfs vervangen zijn door los grind. Hij vroeg dan ook of er binnen afzienbare termijn herstellingswerken worden uitgevoerd. Aan het einde van zijn tekst plaatste hij wel een positieve noot. Volgens hem zijn de voorbije maanden verschillende zaken aangepast: zitbanken werden weggenomen, op strategische plaatsen zijn vuilnisbakken vervangen door hondenpoepbakken en na jaren van problemen met gebrekkige verlichting zijn nieuwe verlichtingspalen geplaatst en aangesloten op het bestaande net. Dat wordt volgens hem door bewoners als waardevol ervaren.
Recyclagepark met nieuwe discussie over volume
In zijn tussenkomst over het recyclagepark begon Geert Mabesoone met een positieve vaststelling. Ondernemers zijn opnieuw welkom op het recyclagepark en daar zijn zij volgens hem dankbaar voor. Hij voegde er wel meteen aan toe dat hij het spijtig blijft vinden dat voor hen hogere tarieven gelden dan voor particulieren.

Zijn voornaamste zorg ging uit naar een element in het aangepaste reglement waarbij een gelimiteerde hoeveelheid afval wordt uitgedrukt in kubieke meter. Wie die hoeveelheid overschrijdt, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd zien. Geert Mabesoone stelde dat, als hij het goed begrepen had, het opnieuw de medewerkers van het park zullen zijn die daar toezicht op moeten houden. Volgens hem dreigt dat aanleiding te geven tot nieuwe betwistingen, deze keer over de juiste inschatting van het volume. In zijn redenering zal een bezoeker het volume al snel lager inschatten dan de parkwachter.
Vanuit die bezorgdheid vroeg hij welke richtlijnen de parkwachters gekregen hebben of nog moeten krijgen, zowel voor het inschatten van volumes als voor de omgang met conflictsituaties. Daarmee trok hij het debat weg van een louter administratieve aanpassing en schoof hij de praktische uitvoering naar voren.
Mondelinge vragen over Beerst en Oostkerke
Naast de reeds voorbereide agendapunten van Geert Mabesoone, stelde hij ook een deel mondelinge vragen. Daarin gaf hij aan van een volgens hem minimalistische agenda gebruik te willen maken om twee bijkomende punten kort aan te raken, een eerste voor de schepen van ruimtelijke ordening en een tweede voor de schepen van openbare werken.

De eerste vraag ging over de KLJ-container in Beerst. Volgens zijn tekst heeft die wooncontainer een tijdelijk karakter, waarbij de vergunningsduur samenhangt met de duur van de werken aan het op te richten gebouw. Hij stelde dat de omgevingsvergunning voor het bouwen van een KLJ-lokaal in beroep werd geweigerd en dat de wooncontainer daardoor intussen al geruime tijd een illegaal karakter heeft. In zijn tussenkomst trok hij daaruit een principiële lijn: als stad moet men volgens hem zelf het voorbeeld geven aan de burgers. Hij stelde uitdrukkelijk de vraag hoe een bestuur van inwoners naleving van regels kan eisen als het zelf niet in orde is. Daarom drong hij aan op snel werk van de verplaatsing van die containers.
De tweede mondelinge vraag handelde over de uitvoering van de werken in Oostkerke. Geert Mabesoone schreef dat hij de voorbije dagen door verschillende inwoners van Oostkerke was gecontacteerd. Volgens die signalen roepen de recente rioleringswerken steeds meer vragen op. Zo zouden er buizen foutief geplaatst zijn, zowel te hoog als te laag, met verzakkingen als gevolg. Ook recent afgewerkte zones zouden opnieuw opengebroken moeten worden om gebreken te herstellen. Verder zou de aansluitbaarheid van sommige woningen op dit moment niet mogelijk zijn. Met die opsomming vroeg hij aan de bevoegde schepen om uitleg over de toestand.
Bronnen:
Geert Mabesoone (tussenkomsten op de gemeenteraad van 30 maart 2026)
GR – Agendapunt 00 – mondelinge vraagstelling
GR – Agendapunt 9 – Recyclagepark aanpassing reglement
GR – Agendapunt 16 – Ellesmerepad
GR – agendapunt 19 – Brandweerpost Leke
GR – Agendapunt 20 – Kernwinkelgebied
GR – Agendapunt 21 – Trage wegen
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


