Hof van Beroep Antwerpen verankert satirische vrijheid in principieel arrest tegen ’t Scheldt

02 augustus 2025
Het Hof van Beroep Antwerpen heeft in een baanbrekend arrest Gert Van Mol, eigenaar van satirisch platform ’t Scheldt, volledig in het gelijk gesteld tegenover Zelfa Madhloum, voormalig woordvoerster van Open VLD. De rechtbank vernietigde hiermee de eerdere veroordeling door de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen en formuleerde een uitgebreide juridische onderbouwing voor de bescherming van maatschappijkritische satire.
Strikte juridische drempel voor satire
De uitspraak berust op artikel 1382 van het Oud Burgerlijk Wetboek, waarbij het hof benadrukte dat drie cumulatieve voorwaarden bewezen moeten zijn: een fout, concrete schade en een oorzakelijk verband. Specifiek voor satire stelde het hof dat de foutendrempel bijzonder hoog ligt: “Opdat gedrag onzorgvuldig is, moet komen vast te staan dat geen enkel zorgvuldig persoon zou hebben gehandeld zoals de aangesprokene in die concrete omstandigheden.”
Het arrest erkent uitdrukkelijk de maatschappelijke waarde van politieke satire en stelt dat “het uittachen van figuren met macht in een politiek bestel een enorme meerwaarde heeft omdat het zichzelf aanmeten van een onkreukbaar imago corrumperend werkt.” Publieke figuren zoals Zelfa Madhloum, die zelf een imago als “serial entrepreneur” cultiveerden, moeten volgens het hof “een nagenoeg onbeperkte marge” voor kritiek accepteren.
Grondige feitelijke onderbouwing
Bij onderzoek van de drie betwiste artikelen (13 juni 2020, 8 juli 2020 en 8 april 2021) stelde het hof vast dat ’t Scheldt uitgebreid bronnen had geraadpleegd, waaronder de Kruispuntbank van Ondernemingen, de balanscentrale en het Belgisch Staatsblad. De redactie hield bovendien bewust een slag om de arm door te benadrukken dat informatie over Madhloums bedrijf enkel op haar eigen website traceerbaar was.
Opvallend is dat het platform geen privé-adressen publiceerde, maar zich beperkte tot zakelijke gegevens. De gebruikte term “spookbedrijf” werd door het hof gekaderd als verwijzing naar beperkte online zichtbaarheid, zonder enige suggestie van illegale activiteiten.
Bewijslast dubbel niet geleverd
Het hof verwierp de vordering van Zelfa Madhloum op twee essentiële gronden. Enerzijds werd geen fout aangetoond, gezien de satirische context, het grondige bronnenonderzoek en het politiek-kritische karakter van de artikelen. Anderzijds ontbrak elk bewijs van concrete schade, zowel voor Madhloums reputatie als voor haar vermogen of integriteit als scheidsrechter.
Belangrijk was dat Madhloum zelf verklaarde dat haar website tijdens de publicaties “in opbouw was en onvolledige informatie verstrekte”, wat de kern van ’t Scheldts kritiek bevestigde.
Procedurele en financiële consequenties
Zelfa Madhloum werd veroordeeld tot volledige betaling van de gerechtskosten voor beide procedures. Dit omvat een rechtsplegingsvergoeding van € 627,91 per aanleg en € 400 rolrecht voor het hoger beroep. Het arrest bevestigde expliciet dat de taalprocedure voldeed aan de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.
Bron: Arrest Hof van Beroep Antwerpen, 28 juli 2025, zaaknummer 2024/AR/689.
Andy Vermaut +32499357495


