Iran verdeeld over onderhandelingen terwijl aanvallen de olieroutes rond Hormuz raken

29 juli 2026
Binnen de Iraanse machtsstructuur strijden drie kampen om invloed op de onderhandelingen met de Verenigde Staten. Hun meningsverschil gaat minder over het strategische doel dan over de weg ernaartoe. Zowel de invloedrijke groep rond delen van de Iraanse Revolutionaire Garde als het kamp van president Masoud Pezeshkian wil een vorm van controle over de Straat van Hormuz behouden. Zij verschillen vooral over de vraag hoeveel economische schade Iran daarvoor kan verdragen en welke toegevingen aanvaardbaar zijn. Een derde, ultraconservatief kamp wijst ieder gesprek met Washington af. Intussen worden Saudi-Arabië, Jordanië, olietankers en alternatieve exportverbindingen aangevallen, waardoor de onderhandelingen niet alleen aan tafel worden gevoerd, maar ook via druk op energievoorziening en scheepvaart.
Kamp rond Ahmad Vahidi lijkt voorlopig richting te bepalen
De invloedrijkste groep wordt waarschijnlijk gevormd door delen van de Iraanse Revolutionaire Garde en militairen rond generaal-majoor Ahmad Vahidi. Dit kamp verzet zich niet principieel tegen onderhandelingen met de Verenigde Staten. Het wil echter geen regeling aanvaarden die Iran verhindert de Straat van Hormuz te beheersen. De groep stemde in juni in met een memorandum van overeenstemming, maar de Iraanse Garde begon opnieuw op schepen te vuren toen bleek dat Teheran via die afspraak geen volledige controle over de vaarroute kon afdwingen. Een aan de Garde verbonden Iraanse publicatie stelde op 28 juli dat de Straat van Hormuz niet eenvoudig kan worden vervangen en dat afstand doen van de zeestraat als een nederlaag voor Iran kan worden uitgelegd. Dat standpunt laat zien waarom een tijdelijk bestand mogelijk is, terwijl een duurzame overeenkomst veel moeilijker blijft.
Hormuz is voor Teheran tegelijk wapen en verzekering
De Straat van Hormuz is een maritieme doorgang, maar binnen de Iraanse strategie heeft zij ook een politieke functie. Zolang Iran de scheepvaart kan bedreigen, bezit het een drukmiddel tegen de Verenigde Staten, Golfstaten en energie-importerende landen. Die invloed kan later worden gebruikt in onderhandelingen over sancties, bevroren tegoeden, maritieme beperkingen en veiligheidsgaranties. Voor hardliners is controle over de zeestraat daarom een verzekering tegen verlies van onderhandelingsmacht. Wie die controle opgeeft voordat een akkoord is bereikt, levert volgens die redenering het belangrijkste Iraanse drukmiddel in. Dat verklaart waarom sommige beleidsmakers bereid zijn te praten, maar niet bereid zijn de militaire druk op de vaarroute definitief te beëindigen.
Pezeshkian vreest dat de economische prijs te hoog wordt
Een tweede kamp bestaat waarschijnlijk uit president Masoud Pezeshkian, minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi, parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf en andere voorstanders van onderhandelingen. Ook dit kamp wil Iraanse invloed op de Straat van Hormuz behouden. Het lijkt echter een beperktere invulling van controle te aanvaarden wanneer daarmee sancties, de Amerikaanse blokkade en verdere economische schade kunnen worden verminderd. De tegenstelling met de groep rond Vahidi gaat dus vooral over middelen, tempo en risico. Pezeshkian heeft herhaaldelijk gewaarschuwd voor de gevolgen van de oorlog voor de Iraanse economie. Hij zou de opperste leider in juni hebben overtuigd het memorandum te aanvaarden, juist omdat de bestaande situatie financieel steeds moeilijker houdbaar werd.
Interne kritiek richt zich op overbelasting van het regime
Een publicatie die eerder met Ghalibaf in verband werd gebracht, waarschuwde op 15 juli dat Iran niet te veel middelen aan de controle over Hormuz mag besteden wanneer dat de stabiliteit van het regime of de nucleaire capaciteit aantast. Een lid van de parlementaire commissie voor Nationale Veiligheid en Buitenlands Beleid riep hardliners op 23 juli op hun beleid tegenover de zeestraat te versoepelen. Zulke standpunten wijzen niet op bereidheid om Hormuz zonder voorwaarden open te stellen. Zij tonen wel dat delen van het regime vrezen dat militaire escalatie uiteindelijk het systeem zelf kan verzwakken. Een strategie die bedoeld is om macht te behouden, kan contraproductief worden wanneer inkomsten wegvallen, handel stagneert en onvrede binnen Iran toeneemt.
Paydari Front verwerpt onderhandelingen uit ideologische overwegingen
Het derde kamp is het ultraconservatieve Paydari Front. Deze groep is numeriek kleiner, maar beschikt via personen dicht bij de hoogste besluitvorming over aanzienlijke invloed. Saeed Jalili vertegenwoordigt de opperste leider in de Hoge Nationale Veiligheidsraad en was eerder voorzitter van die raad. Het Paydari Front verwerpt onderhandelingen met de Verenigde Staten vanuit een strikte uitleg van de beginselen van het Iraanse regime. Voor deze stroming is niet alleen de inhoud van een akkoord van belang. Het feit dat Iran met Washington onderhandelt, kan al als aantasting van de ideologische geloofwaardigheid worden beschouwd. Daardoor kan een relatief kleine groep een akkoord bemoeilijken. Andere beleidsmakers moeten rekening houden met het risico dat ieder compromis binnen Iran als zwakte of verraad wordt voorgesteld.
Alle kampen willen invloed, maar verschillen over de prijs
De drie groepen vertegenwoordigen geen eenvoudige verdeling tussen voorstanders en tegenstanders van vrede. Het kamp rond Vahidi wil onderhandelen zonder de maximale Iraanse aanspraken op Hormuz op te geven. Het kamp rond Pezeshkian wil eveneens invloed behouden, maar acht verdere economische schade gevaarlijk. Het Paydari Front wil niet onderhandelen. Het werkelijke debat gaat daardoor over de verhouding tussen ideologie, economische overleving en strategische druk. Zelfs de meest pragmatische groep lijkt niet voorstander van vrije scheepvaart zonder een tegenprestatie. Dat beperkt de ruimte voor bemiddelaars.
Voorstel voor tiendaags bestand raakt kernprobleem niet
Omaanse bemiddelaars zouden een formeel bestand van tien dagen hebben voorgesteld. Iran bleef volgens de beschikbare gegevens weigeren zijn aanspraken op controle over de zeestraat op te geven. Een tijdelijk bestand kan directe aanvallen verminderen en ruimte voor gesprekken creëren, maar lost de fundamentele tegenstelling niet op. Washington wil vrije scheepvaart en een einde aan Iraanse dwang tegen internationale vaarroutes. Teheran wil de mogelijkheid behouden om scheepvaart als onderhandelingsmiddel te gebruiken. Zolang beide doelstellingen elkaar uitsluiten, kan een bestand vooral uitstel betekenen.
Aanvallen via partners geven Iran afstand tot verantwoordelijkheid
Saudi-Arabië en Jordanië meldden op maandag 27 juli vijandelijke droneaanvallen. Saudi-Arabië bevestigde dat door Iran gesteunde Iraakse milities aanvallen op Saudisch grondgebied hadden uitgevoerd. Jordaanse luchtverdediging schoot twee niet nader geïdentificeerde drones neer. De Iraanse Garde en het reguliere Iraanse leger eisten die aanvallen niet op. Een hoge Iraanse functionaris verklaarde dat Iran zijn eigen aanvallen zou staken zolang de Verenigde Staten Iran niet opnieuw aanvielen. De Verenigde Staten hadden sinds vrijdag 24 juli geen nieuwe aanval uitgevoerd. Deze opstelling maakt het voor Teheran mogelijk formeel afstand te houden, terwijl bevriende milities en gewapende partners de druk voortzetten. Dat bemoeilijkt elke beoordeling van een bestand. De afwezigheid van een rechtstreekse Iraanse claim betekent niet noodzakelijk dat de regionale druk is beëindigd.
Aannemelijke ontkenning is een politieke methode
Wanneer een bevriende militie een aanval uitvoert, kan Iran ontkennen dat het zelf de operatie heeft bevolen. Tegelijk profiteren de Iraanse onderhandelaars van de gevolgen. Regionale landen worden geconfronteerd met veiligheidskosten, schade en onzekerheid en kunnen Washington aansporen sneller een akkoord te zoeken. Deze methode beperkt ook het risico van een onmiddellijke Amerikaanse vergeldingsaanval tegen Iran. De grens tussen zelfstandige actie en Iraanse sturing is echter niet altijd duidelijk. Milities hebben eigen leiders en belangen, maar ontvangen steun, wapens of politieke bescherming uit Teheran. Daardoor kan Iran invloed uitoefenen zonder iedere operationele beslissing rechtstreeks te nemen.
Abqaiq raakt alternatief voor de Straat van Hormuz
Saudi-Arabië meldde dat drones vanuit Irak waren gelanceerd tegen olie-installaties in de Oostelijke Provincie en tegen doelen in Riyad. Iraanse media berichtten over een brand bij de olieverwerkingsinstallatie van Abqaiq. Ook werden satellietbeelden verspreid waarop een brand bij de locatie te zien zou zijn. Geen enkele groep had op dat ogenblik specifiek de verantwoordelijkheid voor de aanval op Abqaiq opgeëist. De locatie is strategisch belangrijk omdat daar de Oost-Westpijpleiding begint. Die verbinding vervoert olie uit het oosten van Saudi-Arabië naar Yanbu aan de Rode Zee. Riyad gebruikt deze route om minder afhankelijk te zijn van de Straat van Hormuz.
Aanvallen proberen ook uitwegen rond Hormuz af te sluiten
Wanneer Saudi-Arabië olie via Yanbu uitvoert, kan het een bedreiging in Hormuz gedeeltelijk omzeilen. Aanvallen op Abqaiq, de pijpleiding of de Rode Zeehavens maken dat alternatief minder betrouwbaar. De strijd gaat daarom niet alleen om controle van één zeestraat. Zij richt zich ook op infrastructuur die landen in staat stelt die zeestraat te vermijden. De Houthis verklaarden drones te hebben gelanceerd tegen Saudische infrastructuur die olie van de oostelijke velden naar exportpunten aan de Rode Zee vervoert. Zij hadden eerder aanvallen op installaties van Saudi Aramco in Yanbu en Jizan opgeëist. De opeenvolging wijst op een gerichte poging om de hele alternatieve exportketen onder druk te zetten.
Ghalibafs uitspraak past bij economische dwang
Parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf verklaarde op 22 juli dat niemand olie zou verkopen wanneer Iran door de Amerikaanse zeeblokkade zelf geen olie kan uitvoeren. Die uitspraak biedt context voor de aanvallen op Saudische energie-infrastructuur. De achterliggende logica is dat regionale landen niet ongestoord van olie-inkomsten mogen blijven profiteren wanneer de Iraanse uitvoer wordt beperkt. Dat is een strategie van gedeelde economische schade. Iran probeert de kosten van de blokkade door te geven aan landen die anders olie via alternatieve routes kunnen blijven verkopen.
Houthis voeren tegelijk een eigen oorlogspolitiek
De Houthis zijn nauw verbonden met Iran, maar handelen niet uitsluitend als uitvoerder van Iraanse bevelen. Zij hebben eigen doelstellingen tegenover Saudi-Arabië. De beweging wil dat Riyad beperkingen op Houthi-havens en luchthavens opheft en aanvallen op Houthi-infrastructuur beëindigt. Houthi-functionarissen hebben verklaard dat militaire operaties doorgaan zolang Saudi-Arabië niet aan die eisen voldoet. Een aanval kan daardoor tegelijk de Iraanse druk rond Hormuz ondersteunen en de Houthi-positie in Jemen versterken. Die overlap maakt diplomatie moeilijker. Een akkoord tussen Washington en Teheran beëindigt niet automatisch de afzonderlijke eisen van de Houthis.
Aanval op Saudische tanker vergroot risico voor scheepvaart
De Houthis verklaarden op dinsdag 28 juli verschillende ballistische raketten te hebben afgevuurd op de Saudische olie- en chemicaliëntanker NCC Ghazal. De groep beschuldigde het schip ervan haar maritieme beperkingen te hebben geschonden. Het was de derde door de Houthis opgeëiste aanval op Saudische scheepvaart sinds 22 juli. Er werd geen onafhankelijke bevestiging gegeven van een treffer of van schade. De claim alleen kan al gevolgen hebben. Scheepvaartmaatschappijen, bemanningen en verzekeraars moeten rekening houden met een breder aanvalsgebied en hogere operationele risico’s.
China probeert eigen olietoevoer te beschermen
China zou de Houthis hebben gevraagd Chinese olietankers veilige doorgang door de Rode Zee te geven. Minstens vier tankers met Saudische olie voor China passeerden de Bab al-Mandeb nadat de Houthis op 20 juli hun blokkade hadden aangekondigd. Peking heeft er belang bij dat de toevoer uit Saudi-Arabië doorgaat, ongeacht de politieke strijd tussen Iran, de Verenigde Staten en de Golfstaten. Een afzonderlijke regeling voor Chinese schepen zou echter een systeem creëren waarin gewapende groepen bepalen welke vlaggen of eigenaars bescherming krijgen. Dat ondermijnt het beginsel van vrije internationale scheepvaart en kan andere landen ertoe dwingen eveneens afzonderlijke afspraken te zoeken.
Energie wordt het centrale drukmiddel
De aanvallen op Abqaiq, Yanbu, Jizan, Saudische schepen en de routes door Bab al-Mandeb en Hormuz hebben één gemeenschappelijk kenmerk: zij raken de beweging van olie. Iran en zijn partners hoeven niet alle export stil te leggen om invloed uit te oefenen. Het vooruitzicht van aanvallen kan al leiden tot hogere verzekeringspremies, omwegen, vertragingen en bijkomende beveiliging. Economische onzekerheid wordt zo een militair instrument. Dat vergroot tegelijk het risico op misrekening. Een aanval die beperkte druk moest veroorzaken, kan grote schade aanrichten en een bredere regionale reactie uitlokken.
Bronnen:
Institute for the Study of War, Iran Update Special Report, 27 juli 2026
Institute for the Study of War, Iran Update Special Report, 28 juli 2026
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

