Iran verdeeld over Straat van Hormuz terwijl scheepvaart opnieuw onder vuur ligt

Twee totaal verschillende lezingen van dezelfde onderhandelingen
Amerikaanse en Iraanse onderhandelaars presenteren volgens het Institute for the Study of War sterk uiteenlopende versies van de gesprekken over de Straat van Hormuz. De Verenigde Staten eisen dat de zeestraat openblijft voor internationale scheepvaart en niet onder eenzijdige Iraanse controle komt. Iraanse vertegenwoordigers proberen volgens verschillende berichten daarentegen toezicht, interventierechten en een vorm van betaling voor dienstverlening te behouden. De tegenstrijdige boodschappen wijzen volgens het Institute for the Study of War op een fundamentele verdeeldheid binnen het Iraanse regime. Diplomatieke vertegenwoordigers zoeken naar economische verlichting en een uitweg uit het conflict, terwijl invloedrijke militaire leiders geloven dat Iran zijn druk op de internationale scheepvaart moet voortzetten.
Een mogelijke verdeling van het scheepvaartverkeer
Amerikaanse en Qatarese bemiddelaars zouden een compromis hebben voorgesteld waarbij schepen die de Perzische Golf binnenvaren door Iraanse wateren varen, terwijl uitgaand verkeer via Omaanse wateren passeert. Met die regeling zou de scheepvaart kunnen terugkeren naar het niveau van vóór de oorlog zonder dat Iran exclusieve controle over beide vaarrichtingen krijgt. Amerikaanse en regionale vertegenwoordigers hebben volgens de aangehaalde berichtgeving duidelijk gemaakt dat het systeem geen Iraanse tolheffing zou omvatten. Iraanse onderhandelaars zouden echter hebben aangedrongen op maritieme controle, interventierechten, vergoedingen voor diensten en verlichting van de blokkade en internationale sancties.
Iran probeert Amerikaanse rol te verbergen
Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken stelt de gesprekken voor als een zaak tussen Iran en Oman. Volgens het Institute for the Study of War kan die communicatie bedoeld zijn om tegenover de Iraanse bevolking de indruk te vermijden dat Iran instemt met een Amerikaans bemiddeld plan. Openlijke toegevingen aan de Verenigde Staten liggen politiek gevoelig, zeker omdat invloedrijke delen van het Iraanse veiligheidsapparaat tegen een compromis gekant blijven. De Iraanse onderhandelingsdelegatie moet daardoor niet alleen met buitenlandse regeringen onderhandelen, maar ook rekening houden met interne tegenstanders die elke toegeving als zwakte kunnen voorstellen.
Militaire leiding wil controle niet opgeven
Generaal-majoor Mohsen Rezaei, militair adviseur van de Iraanse opperste leider Mojtaba Khamenei, verklaarde op 3 augustus 2026 dat Iran de controle over de Straat van Hormuz niet mag opgeven. Generaal-majoor Mohsen Rezaei beweerde dat Iraanse drone- en raketaanvallen Amerikaanse commandanten, manschappen en materieel verder uit de regio hebben verdreven. Die uitspraak suggereert dat generaal-majoor Mohsen Rezaei gelooft dat de Verenigde Staten hun strijdkrachten niet langdurig binnen het bereik van Iraanse wapens willen houden. Het Institute for the Study of War ziet die houding als representatief voor een bredere stroming binnen de Islamitische Revolutionaire Garde, waarin ook generaal-majoor Ahmad Vahidi een belangrijke rol speelt.
Dwang en intimidatie op zee gaan voort
De marine van de Islamitische Revolutionaire Garde blijft volgens het Institute for the Study of War schepen intimideren om de Iraanse aanspraak op controle over de zeestraat kracht bij te zetten. De Britse maritieme waarnemingsdienst United Kingdom Maritime Trade Operations meldde op 4 augustus 2026 dat een vaartuig op 2 augustus door Iraanse eenheden werd lastiggevallen. Kort daarna viel een onbekend projectiel in de omgeving van het schip. Het Institute for the Study of War acht het mogelijk dat de marine van de Islamitische Revolutionaire Garde achter een mislukte aanval zat, maar een sluitende onafhankelijke bevestiging werd in de mail niet vermeld. De voortdurende incidenten verhogen de verzekeringskosten, verstoren vaarschema’s en vergroten het risico dat een plaatselijke confrontatie uitgroeit tot een bredere militaire botsing.
Masoud Pezeshkian kiest voor onderhandelingen
De Iraanse president Masoud Pezeshkian blijft samen met andere diplomatiek ingestelde functionarissen pleiten voor onderhandelingen. Masoud Pezeshkian wil volgens het Institute for the Study of War prioriteit geven aan de ernstige economische problemen van Iran. Ook de voormalige Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif, die een centrale rol speelde bij de onderhandelingen over het nucleaire akkoord van 2015, sprak zich uit voor diplomatie. Mohammad Javad Zarif stelde voor om de Straat van Hormuz als onderhandelingsmiddel te gebruiken om economische toegevingen van de Verenigde Staten af te dwingen. Dat standpunt verschilt van de positie van militaire leiders die de feitelijke controle over de zeestraat als een strategisch doel op zichzelf beschouwen.
Geruchten over ontslag en druk vanuit de top
Binnen Iran circuleren berichten dat Masoud Pezeshkian onder zware druk staat en mogelijk met ontslag heeft gedreigd. De geestelijke Mohammad Bagher Kharrazi, die familiebanden heeft met opperste leider Mojtaba Khamenei, beweerde dat Mojtaba Khamenei schriftelijk had laten weten dat een ontslag van Masoud Pezeshkian zou worden aanvaard wanneer Masoud Pezeshkian opnieuw met vertrek dreigde. Volgens Mohammad Bagher Kharrazi zou Masoud Pezeshkian daarop zijn teruggekrabbeld. Het bureau voor publieke relaties van Mojtaba Khamenei ontkende op 4 augustus 2026 echter berichten over de reactie van Mojtaba Khamenei op een brief van Masoud Pezeshkian. De ontkenning lijkt volgens het Institute for the Study of War bedoeld om de indruk van openlijke verdeeldheid binnen de Iraanse leiding te beperken.
Eén regime met verschillende doelstellingen
De machtsstrijd draait niet uitsluitend om persoonlijke rivaliteit. De verschillende kampen hebben uiteenlopende opvattingen over de toekomst van Iran. Masoud Pezeshkian en Mohammad Javad Zarif vrezen dat sancties, blokkades en economische schade de Iraanse staat steeds verder verzwakken. Militaire leiders geloven daarentegen dat Iran de Verenigde Staten kan uitputten, de kosten voor de internationale scheepvaart kan verhogen en zo een gunstiger akkoord kan afdwingen. Zolang geen van beide kampen volledig de overhand krijgt, blijft het moeilijk om een duurzame regeling over de Straat van Hormuz te bereiken.
Houthi’s breiden dreiging uit naar Saudi-Arabië
De militaire woordvoerder van de Houthi’s, Yahya Sarea, beweerde dat een Houthi-drone op 4 augustus 2026 een gevoelig doelwit op de regionale luchthaven van Najran in het zuiden van Saudi-Arabië heeft getroffen. Een regionale bron verklaarde tegenover Agence France-Presse dat de hoofdinstallatie van de radar op de luchthaven werd geraakt en dat de luchthavenactiviteiten daardoor werden verstoord. De beweringen moeten voorzichtig worden behandeld zolang volledige onafhankelijke verificatie ontbreekt, maar het incident past in een patroon waarin de Houthi’s hun aanvallen op Saudi-Arabische en internationale doelen uitbreiden.
Indiaas vrachtschip gezonken bij Jemen
De Indiase minister van Havens, Scheepvaart en Waterwegen Sarbananda Sonowal meldde dat een onbekend projectiel het onder Indiase vlag varende vrachtschip MSV Faize Noore Oliya nabij de Jemenitische wateren heeft getroffen en tot zinken heeft gebracht. Het Institute for the Study of War acht het waarschijnlijk dat de Houthi’s het schip met een eenmalig inzetbare maritieme aanvalsdrone hebben aangevallen. Het incident vond plaats nabij de zeestraat Bab al-Mandeb, een andere strategische doorgang voor de wereldhandel. Daardoor staat niet alleen de Straat van Hormuz onder druk, maar ook de verbinding tussen de Rode Zee en de Golf van Aden.
Wereldhandel afhankelijk van twee kwetsbare zeestraten
De ontwikkelingen tonen hoe snel regionale conflicten internationale gevolgen krijgen. Een groot deel van de wereldwijde energiehandel passeert de Straat van Hormuz, terwijl de Bab al-Mandeb een essentiële route vormt tussen Azië, het Midden-Oosten en Europa. Aanvallen, controles, dreigingen en militaire escortes verhogen de kosten van vervoer en verzekeringen. Schepen kunnen worden gedwongen om langere routes rond Afrika te nemen, wat leveringen vertraagt en prijzen opdrijft. De strijd om deze zeestraten gaat daarom niet uitsluitend over Iran, Oman, Jemen of Saudi-Arabië. De gevolgen raken havens, ondernemingen en consumenten op verschillende continenten.
Auteur: Andy Vermaut
Bron: Institute for the Study of War en Critical Threats Project, Iran Update Special Report, 4 augustus 2026, ontvangen via de ISW-mailing.


