Israël legt Libanon deadline op terwijl spanningen rond Iran en Irak groeien

29 november 2025

Op donderdag 28 november 2025 werd duidelijk hoe verschillende brandhaarden in het Midden-Oosten elkaar kruisen. Israël zou het Libanese leger een deadline hebben gegeven tot zondag 7 december 2025 om aantoonbare vooruitgang te tonen bij de ontwapening van Hezbollah, terwijl de Israëlische regering zich tegelijk voorbereidt op een mogelijke militaire operatie in Libanon. In Iraaks Koerdistan legde een droneaanval op een belangrijk gasveld recent een groot deel van de elektriciteitsproductie stil. Tegelijk lopen in Iran de spanningen op rond het nucleaire dossier en de verplichte hoofddoek, terwijl Israëlische acties in Syrië en nieuwe geldstromen richting Hezbollah de zenuwachtigheid in de regio verder voeden.

Deadline voor ontwapening van Hezbollah

Volgens Israëlische berichtgeving kreeg het Libanese leger, de Lebanese Armed Forces (LAF), tot zondag 7 december 2025 om zichtbaar vooruitgang te boeken in de uitvoering van zijn plan om Hezbollah te ontwapenen in het zuiden van Libanon. Die datum ligt vlak na het geplande bezoek van paus Leo XIV aan Beiroet, tussen zondag 30 november en dinsdag 2 december 2025, en een bezoek van de Amerikaanse plaatsvervangend speciale gezant Morgan Ortagus op vrijdag 5 en zaterdag 6 december 2025.

In de aanloop naar die data bereidt Israël mogelijke nieuwe operaties tegen Hezbollah voor. Op donderdag 27 november 2025 besprak de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in een speciaal overleg met defensiefunctionarissen de operationele plannen om Hezbollah te blijven tegenwerken en de heropbouw van zijn militaire structuur te verhinderen. Israël voert sinds de wapenstilstand tussen Israël en Libanon in november 2024 geregeld luchtaanvallen en gerichte droneaanvallen uit, net als gerichte uitschakelingen van doelwitten die volgens Israël te maken hebben met de heropbouw van Hezbollah.

Israëlische functionarissen lieten recent verstaan dat het “geduld opraakt” met de trage uitvoering van het ontwapeningsplan door de LAF. Zij waarschuwen dat Hezbollah zijn militaire capaciteit en infrastructuur stap voor stap opnieuw uitbouwt in het zuiden van Libanon, wat volgens hen zou kunnen leiden tot nog meer Israëlische acties langs de noordgrens van Israël. Ook vanuit de Verenigde Staten klinkt ongenoegen over het tempo waarin de LAF de afspraken uitvoert.

Moeizaam proces rond ontwapening

De leiding van het Libanese leger schetst een ander beeld. De commandant van de zuidelijke sector van de LAF, brigadegeneraal Nicholas Tabet, verklaarde op donderdag 28 november 2025 dat het leger naar eigen zeggen ongeveer tachtig procent van zijn plan tot ontwapening van Hezbollah in Zuid-Libanon heeft uitgevoerd. Hij voegde eraan toe dat de LAF geen verlenging zal vragen van de interne deadline tegen het einde van 2025.

Tegelijk zijn er tot nu toe geen openbare rapporten verschenen waarin staat dat het leger daadwerkelijk wapens in beslag nam op plaatsen waar Hezbollah-strijders aanwezig waren, of dat er invallen plaatsvonden in operationele installaties van de beweging terwijl er personeel aanwezig was. Dat voedt buiten Libanon de vraag hoe ver het plan in de praktijk reikt.

Tabet stelde dat Israël niet meewerkt met het Libanese leger en de Libanese staat, omdat het geen bewijzen zou aanleveren dat er nieuwe wapens het zuiden van Libanon binnenkomen. Israël houdt vol dat Hezbollah wel degelijk opnieuw voorraden opbouwt. De LAF-commandant zei ook dat de meeste privéwoningen die de voorbije maanden door Israël zijn gebombardeerd, gewone burgerhuizen waren. Hezbollah heeft in het verleden al vaker huizen van burgers gebruikt om wapens op te slaan, wat het onderscheid voor buitenstaanders nog ingewikkelder maakt.

Libanese en militaire verantwoordelijken herhalen dat de voortdurende Israëlische operaties in Libanon hun eigen troepen hinderen. Door bombardementen en het risico op nieuwe aanvallen kan het leger zich volgens hen niet volledig ontplooien in het grensgebied, wat de uitvoering van het ontwapeningsplan vertraagt.

Droneaanval op gasveld in Iraaks Koerdistan

In Irak kreeg de druk een andere vorm. Op woensdag 26 november 2025 trof een drone het Khor Mor-gasveld in het district Chamchamal, in de provincie Sulaymaniyah in Iraaks Koerdistan. Het veld wordt uitgebaat door een onderneming uit de Verenigde Arabische Emiraten. De aanval veroorzaakte materiële schade en een brand, maar volgens de eerste meldingen vielen er geen doden of gewonden.

De regering van de Koerdische Autonome Regio besloot uit voorzorg de levering van gas aan elektriciteitscentrales tijdelijk te stoppen. Daardoor viel ongeveer vijfenzeventig procent van de stroomproductie in Iraaks Koerdistan weg. Een adviseur van de Iraakse premier Mohammad Shia al-Sudani kondigde op donderdag 28 november 2025 aan dat er een onderzoekscommissie is gevormd, onder leiding van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken. Die commissie zal op maandag 1 december 2025 haar bevindingen bekendmaken.

Er waren al eerder signalen dat het gasveld in het vizier lag. Op zondag 23 november 2025 zouden veiligheidsdiensten in Iraaks Koerdistan al een drone hebben onderschept die mogelijk eveneens Khor Mor als doel had. Ook bij die poging werd geen slachtoffer gemeld, maar het voorval toont dat de energie-infrastructuur in de regio meermaals wordt getest.

Strijd om invloed in Bagdad en Erbil

De vermoedelijke rol van door Iran gesteunde milities in Irak plaatst de aanval in een bredere politieke context. Die milities hebben in het verleden olie- en gasinstallaties in Iraaks Koerdistan aangevallen om Koerdische partijen onder druk te zetten bij regeringsvorming in Bagdad. Nu wordt gespeculeerd dat de aanval van woensdag 26 november 2025 bedoeld was om Koerdische partijen te waarschuwen geen politieke wegen te kiezen die botsen met de belangen van Iraanse bondgenoten.

Premier Mohammad Shia al-Sudani, wiens coalitie recent een relatieve meerderheid behaalde bij de parlementsverkiezingen, zou een tweede ambtstermijn kunnen proberen veilig te stellen door samen te werken met Koerdische partijen en daarmee het machtsblok van de Sjia-coördinatieraad te verzwakken. Die raad bundelt verschillende Sjia-partijen, waaronder politieke vleugels van milities die nauwe banden hebben met Iran.

Na de verkiezingen van 2021 voerde de beweging Harakat Hezbollah al-Nujaba al een dronecampagne tegen olievelden in Iraaks Koerdistan, om te vermijden dat de Koerdische Democratische Partij (KDP) zou samenwerken met de Sjia-geestelijke Muqtada al-Sadr tegen Iraans georiënteerde partijen. Een vertegenwoordiger van de politieke vleugel van Harakat Hezbollah al-Nujaba veroordeelde nu de aanval op Khor Mor en stelde dat de milities een akkoord hebben met de federale regering in Bagdad om geen aanvallen te plegen. In het verleden handelden zulke groeperingen echter al vaker buiten de duidelijke instructies van de regering.

In juli 2025 zouden er zeker negen eenrichtingsdroneaanvallen zijn geweest op zeven olievelden in Iraaks Koerdistan, op een moment dat Erbil en Bagdad onderhandelden over olie-export. Tijdens een bezoek aan Irak in die periode bekritiseerde Esmail Ghaani, commandant van de Quds-brigade van de Iraanse Revolutionaire Garde, eenzijdige acties van milities. Tegelijk heeft een groepering als Kataib Hezbollah zich tot nu toe niet publiek uitgesproken over de recente aanvallen op het gasveld, wat vragen oproept over wie precies aan de knoppen zit.

Spanningen rond Iraans kernprogramma

Naast de strijd op het terrein speelt zich een diplomatiek gevecht af rond het Iraanse kernprogramma. Westerse berichtgeving meldde op donderdag 20 november 2025 dat Iran Saudi-Arabië gevraagd zou hebben om een rol te spelen tussen Teheran en de Verenigde Staten, met als doel de stilgevallen nucleaire gesprekken nieuw leven in te blazen. In de dagen nadien haastten Iraanse leiders zich om dat beeld te corrigeren.

Op donderdag 27 november 2025 noemde de Iraanse hoogste leider Ali Khamenei verhalen over een boodschap aan de Verenigde Staten via een derde land “pure leugen”. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi zei in een interview met Franse media op woensdag 26 november 2025 dat de recente brief van president Masoud Pezeshkian aan de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman niets te maken had met het kernprogramma of gesprekken met Washington. Volgens hem ligt de oorzaak van het gebrek aan vooruitgang bij de houding van de Verenigde Staten, niet bij het ontbreken van bemiddelaars. Tegelijk sprak hij zijn vertrouwen uit in Saudi-Arabië als partner voor regionale stabiliteit.

Binnen Iran zelf kreeg het debat ook een juridische dimensie. De gerechtelijke autoriteiten openden op maandag 25 november 2025 een dossier tegen een voormalig parlementslid dat publiek had verklaard dat president Pezeshkian, met instemming van Khamenei, via Mohammed bin Salman een boodschap naar de Amerikaanse president Donald Trump had gestuurd met de vraag om kernonderhandelingen te hervatten. Westerse bronnen vertelden media die kritisch staan tegenover Teheran dat Trump de Saudische kroonprins een mandaat zou hebben gegeven om een akkoord tussen Washington en Teheran te verkennen.

In dat kader zouden de Verenigde Staten recent drie voorwaarden opnieuw onder de aandacht hebben gebracht voor het herstarten van gesprekken: geen verrijking van uranium op Iraanse bodem, beperkingen voor het Iraanse raketprogramma en een einde aan de steun voor een netwerk van door Iran gesteunde strijdgroepen in de regio. Onderhandelingen liepen eerder vast omdat Iran niet wilde ingaan op nulverrijking en zich verzette tegen het uitbreiden van de agenda naar raketten en regionale bondgenoten. Iraanse vertegenwoordigers herhalen dat zij enkel over het kernprogramma zelf willen spreken.

Discussie over verplichte hoofddoek laait op

Los van het nucleaire dossier schuift een binnenlands onderwerp opnieuw naar voren in Iran. Volgens een religieuze functionaris gaf Ali Khamenei de Iraanse inlichtingendienst recent de opdracht harder op te treden tegen mensen die de regels rond de verplichte hoofddoek voor vrouwen naast zich neerleggen. Die stap zou zijn gevolgd op een intern rapport van de inlichtingendienst over de manier waarop vrouwen zich kleden in het dagelijks leven.

Sinds de dood van Mahsa Amini in 2022 en de daaropvolgende protesten ontstond in Iran een bredere beweging waarin steeds meer vrouwen de hoofddoekregel openlijk ter discussie stellen. Hardliners, onder wie justitiehoofd Gholam Hossein Mohseni Ejei, pleiten al langer voor strengere handhaving. Op donderdag 28 november 2025 vond aan de universiteit van Teheran een grote samenkomst plaats ter ondersteuning van de bestaande regels, georganiseerd door een instelling die instaat voor religieuze propaganda.

Daartegenover staan politici die vrezen dat een harde aanpak opnieuw grootschalige onrust kan uitlokken. President Masoud Pezeshkian behoort tot die stroming en liet in het verleden verstaan dat hij voorzichtig wil zijn met nieuwe maatregelen rond de hoofddoek om geen herhaling van de protesten van 2022 en 2023 uit te lokken. Het spanningsveld tussen veiligheidslogica en maatschappelijke onvrede blijft daarmee duidelijk zichtbaar.

Israëlische operatie in Syrië voedt angst voor escalatie

Op donderdag 28 november 2025 voerden de Israëlische strijdkrachten luchtaanvallen uit in Beit Jinn, in de provincie Rif Dimashq in Syrië. De Israëlische 55e reserveparachutistenbrigade, die deel uitmaakt van de 210e divisie, was het dorp binnengetrokken om drie inwoners op te pakken. Volgens Israël ging het om leden van de organisatie al-Jamaa al-Islamiyya die plannen zouden hebben gehad om Israëlische burgers aan te vallen. Een vertegenwoordiger van die organisatie in het Libanese parlement ontkende dat er leden actief zijn in het zuiden van Syrië.

Tijdens de operatie kwamen Israëlische soldaten onder vuur te liggen. Het kwam tot een gevecht met inwoners waarin, volgens Syrische berichtgeving, dertien dorpelingen om het leven kwamen en twintig anderen gewond raakten. Aan Israëlische kant raakten zes militairen gewond. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken Asaad al-Shaibani veroordeelde de voortzetting van Israëlische acties op Syrisch grondgebied en stelde dat dergelijke operaties de regionale vrede en veiligheid onder druk zetten.

Een paar dagen eerder, op dinsdag 26 november 2025, vertelde de Israëlische minister van Defensie Israel Katz aan de commissie Buitenlandse Zaken en Defensie van het Israëlische parlement dat Israël “niet op koers” ligt voor vrede met Syrië. Hij wees op de aanwezigheid van verschillende gewapende groeperingen, waaronder de Jemenitische Houthi’s, in het zuiden van Syrië. Volgens Katz overwegen sommige van die actoren een grondoperatie richting de door Israël gecontroleerde Golanhoogten. Dat onderstreept hoe nauw Israël de ontwikkelingen aan zijn oostelijke grens volgt.

Geldstromen naar Hezbollah verschuiven

Terwijl de druk op het terrein en in de lucht toeneemt, proberen Iran en Hezbollah hun financiële kanalen aan te passen aan nieuwe controles. Een hoge Amerikaanse functionaris en andere ingewijden verklaarden recent dat Iran honderden miljoenen dollars heeft overgemaakt aan Hezbollah via geldwisselkantoren, privébedrijven, zakenlui en koeriers in derde landen zoals de Verenigde Arabische Emiraten. Zowel Iran als Hezbollah maakten in het verleden al gebruik van internationale constructies om sancties te omzeilen.

Een rapport van het Amerikaanse ministerie van Financiën meldde in november 2025 dat in de loop van dit jaar minstens één miljard dollar richting Hezbollah is gegaan, grotendeels via Libanese geldwisselkantoren. Tegelijk heeft de Libanese overheid sinds februari 2025 de controles op de luchthaven van Beiroet aanzienlijk verscherpt. Medewerkers met banden met Hezbollah werden ontslagen, uitzonderingen op vliegtuigcontroles teruggeschroefd, nieuwe surveillancetechnologieën ingevoerd en rechtstreekse vluchten tussen Iran en Libanon verboden.

Volgens Arabische bronnen gebruiken Iran en Hezbollah sindsdien meer route via andere landen. Zo zouden tussenpersonen vanuit Turkije naar Beiroet vliegen met kleine bedragen in contanten of met juwelen. Omdat de waarden onder de aangiftegrens blijven, kunnen ze door de douane zonder melding en wordt het voor de autoriteiten moeilijker om de geldstromen in kaart te brengen. Deze aanpassing illustreert hoe economische druk en financiële controlemaatregelen op hun beurt nieuwe sluipwegen creëren.

Bronnen:
Iran Update 28 november 2025
Centrum voor de studie van oorlog en beleid (CTP-ISW)
Internationale persagentschappen
Amerikaans ministerie van Financiën
Regionale en westerse diplomatieke bronnen
Libanese en Israëlische officiële verklaringen
Koerdische regionale autoriteiten
Iranese staatsmedia en oppositiemedia

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)