Mahmoed Darwisj stelt wereldvraag over recht op aarde

Schilderij van Biagio Fortini, Italië
| IK PRAAT ONOPHOUDELIJK |
| Ik praat onophoudelijk over het subtiele verschil tussen de vrouwen en de bomen, over het magische van de aarde, over een land waarvan ik de stempel nog in geen enkel paspoort heb gezien. Ik vraag: waarde dames en zeer geachte heren, is de aarde van de mensen voor alle mensen zoals jullie beweren? Waar bevindt zich dan mijn hutje en waar bevind ik mij? De assemblee applaudisseert. Drie extra minuten, drie minuten van vrijheid en erkenning. De assemblee heeft het recht op onze terugkeer goedgekeurd, zoals alle kippen, zoals alle paarden terugkeren naar een droom van steen. Ik druk hen de hand, één na één, maak een diepe buiging en zet mijn reis voort naar een ander land waar ik spreek over het verschil tussen een luchtspiegeling en de regen en vraag: waarde dames en zeer geachte heren, is de aarde van de mensen voor alle mensen? Mahmoed Darwisj, |
29 november 2025
Op vrijdag 28 november 2025, om 18.36 uur, verscheen een nieuwe digitale poëziemail met nummer Ithaca 818 in de mailbox van lezers. Centraal staat het gedicht “Ik praat onophoudelijk” van de Palestijnse dichter Mahmoed Darwisj, in het Nederlands gebracht door twee vertalers die zijn stem al langer volgen. De mail koppelt beelden uit Thessaloniki en Italië aan een tekst die een assemblee toespreekt en tegelijk een fundamentele vraag op tafel legt: wie heeft werkelijk toegang tot de aarde, en wie blijft buiten beeld?
Poëziebulletin Ithaca 818
De digitale uitgave Ithaca 818 opent met een foto van een zonsondergang in Thessaloniki, gemaakt door Iuli Photography, naast een schilderij van de Italiaanse kunstenaar Biagio Fortini. De mail zet zo meteen een sfeer neer van licht, water en kleur, nog vóór de eerste versregel verschijnt. Daarna schuift de aandacht naar de woorden van Mahmoed Darwisj, die in het Nederlands spreken via de vertaling van Benaissa Bouhmala en Germain Droogenbroodt.
De organisatie achter de mail verwijst naar zichzelf als Ithaca foundation en gebruikt het nieuwsbriefnummer als herkenningspunt. Wie de mail opent, ziet geen lange uitleg, maar een zorgvuldig gekozen opbouw: eerst twee beelden, daarna één gedicht dat de toon van de hele uitgave bepaalt. Het is precies die keuze die lezers kan aanzetten om de tekst te delen of door te sturen, omdat het geheel in één oogopslag duidelijk is.
Stem van een Palestijnse dichter
Mahmoed Darwisj (Palestina, 1941–2008) geldt internationaal als een van de meest gelezen Palestijnse dichters. In het gedicht “Ik praat onophoudelijk” laat hij een ik-figuur aan het woord die voortdurend spreekt over “het subtiele verschil tussen de vrouwen en de bomen” en over “het magische van de aarde”. De spreker verwijst naar een land waarvan hij het stempel nog in geen enkel paspoort heeft gezien, en daarmee staat meteen een spanningsveld rond herkomst, identiteit en papier vast.
In de tekst is een assemblee aanwezig die naar hem luistert. De ik-figuur richt zich tot “waarde dames en zeer geachte heren” en stelt een eenvoudige maar verstrekkende vraag: is de aarde van de mensen voor alle mensen, zoals vaak wordt beweerd? De manier waarop deze vraag terugkeert, geeft het gedicht een ritme dat lezers bijna hoorbaar kunnen volgen.
Vragen over recht op aarde
Op een bepaald moment in het gedicht applaudisseert de assemblee. De spreker krijgt drie extra minuten, drie minuten vrijheid en erkenning, en hoort dat het recht op terugkeer is goedgekeurd. De tekst voegt daar een beeld aan toe: alle kippen en alle paarden keren terug naar een droom van steen. Het klinkt als een besluit, maar tegelijk schuift de dichter de vraag door naar een andere laag.
Na de buiging voor de aanwezigen trekt de ik-figuur verder naar een ander land. Ook daar spreekt hij over het onderscheid tussen luchtspiegeling en regen en herhaalt hij zijn vraag: is de aarde van de mensen werkelijk voor alle mensen? Die herhaling maakt het gedicht actueel, omdat lezers die zin kunnen plaatsen naast hedendaagse discussies over grenzen, paspoorten, opvang en recht op wonen.
De tekst nodigt uit om even stil te staan bij een detail dat gemakkelijk aan de aandacht ontsnapt: een paar minuten spreektijd kunnen voor iemand het verschil maken tussen gehoord worden en weer verdwijnen in de marge. Dat maakt de drie extra minuten zo opvallend. Het zijn geen grote woorden, maar een klein tijdsvenster waarin iemand zijn volledige verhaal probeert samen te brengen.
Vertaling en bundel
Het Nederlandstalige gedicht in Ithaca 818 is niet nieuw, maar een herneming van een eerdere uitgave. De vertaling is van de hand van Benaissa Bouhmala en Germain Droogenbroodt. Hun versie werd in 2009 opgenomen in de bundel “Minder rozen”, moderne Arabische poëzie, uitgegeven door Uitgeverij POINT – Boekenplan. Door deze vertaling opnieuw onder de aandacht te brengen, sluit de mail aan bij een langere traditie waarin Arabische poëzie voor Nederlandstalige lezers toegankelijk wordt gemaakt.
De namen van de vertalers staan duidelijk vermeld onder het gedicht, samen met de verwijzing naar de bundel waarin de tekst eerder verscheen. Voor lezers die het werk van Mahmoed Darwisj verder willen volgen, vormt “Minder rozen” zo een logische volgende stap. De nieuwsbrief laat zien hoe eerdere uitgaven kunnen blijven circuleren wanneer ze in een nieuwe context opnieuw worden gedeeld.
Beeld en taal naast elkaar
Opvallend in deze Ithaca-mail is de combinatie van beeld en tekst. De zon boven Thessaloniki, gevangen op foto, en het werk van Biagio Fortini uit Italië staan letterlijk boven het gedicht. Het visuele deel toont water, lucht en kleur, terwijl de woorden van Mahmoed Darwisj vooral vragen stellen over ruimte, grenzen en erkenning.
Die plaatsing naast elkaar zorgt ervoor dat lezers niet alleen een gedicht lezen, maar ook via de beelden denken aan reizen, steden en verplaatsingen. Zonder expliciete uitleg ontstaat zo een spanningsveld tussen de wereld van een foto, een schilderij en een dichter die zich afvraagt waar zijn hutje staat en waar hij zelf staat. Het is een vraag die niet alleen geldt voor de ik-figuur in het gedicht, maar ook voor mensen die vandaag de dag letterlijk of figuurlijk zoeken naar een plek waar ze echt kunnen blijven.
Wie de mail aandachtig leest, merkt hoe stil de assemblee blijft nadat de vraag opnieuw is gesteld. Dat zwijgen wordt niet benoemd, maar het hangt over de laatste regels heen. Juist dat stille slot kan lezers aan het denken zetten: wie beslist eigenlijk wat een paspoort waard is, en wat betekent het als een land in de papieren niet bestaat?
Bronnen:
Nieuwsbrief Ithaca 818
Ithaca foundation
Gedicht “Ik praat onophoudelijk” van Mahmoed Darwisj
Vertaling Benaissa Bouhmala – Germain Droogenbroodt
Bundel “Minder rozen”, moderne Arabische poëzie, Uitgeverij POINT – Boekenplan 2009
Iuli Photography
Biagio Fortini
Website http://www.point-editions.com
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


