Kalief vraagt Ahmadi-vrouwen mannen voorbij te streven in kennis en spiritualiteit

25 juli 2026

Hazrat Mirza Masroor Ahmad, de vijfde kalief van de Ahmadiyya-moslimbeweging, heeft op zaterdag 25 juli 2026 kort na de middag in de Lajna-tent van Jalsa Salana UK in Hadeeqatul Mahdi bij Alton een uitvoerige religieuze opdracht aan Ahmadi-vrouwen geformuleerd. Voor 19.695 aanwezige vrouwen koppelde hij religieuze kennis aan persoonlijk gedrag, gebed, opvoeding, gezinsrelaties, wereldlijk onderwijs, geloofsverkondiging en de blijvende verplichtingen van bai’at. Zijn opvallendste oproep was dat vrouwen zich intellectueel en spiritueel zo sterk moeten ontwikkelen dat zij mannen niet alleen evenaren, maar voorbijstreven.

Academische prestaties kregen een prominente plaats

De formele bijeenkomst begon met een recitatie uit hoofdstuk 33 van de Koran door Noor Odeh, gevolgd door de Urdu-vertaling van Qurat-ul-Ain Virk. Ramsha Hassan bracht daarna een Urdu-gedicht van Hazrat Musleh-e-Maud. Aansluitend werden Ahmadi-meisjes en -vrouwen erkend voor sterke resultaten in het GCSE-onderwijs, de A-levelstudies, universitaire opleidingen en postgraduaatstrajecten. Onder de afgestudeerden waren ook verschillende artsen. De certificaten en medailles worden op een later tijdstip uitgereikt. De kalief gebruikte deze erkenning als concreet bewijs dat wereldlijke studie binnen de Ahmadiyya-moslimbeweging wordt aangemoedigd, maar hij plaatste daar meteen een duidelijke religieuze voorwaarde bij: kennis mag iemand niet van Allah verwijderen.

De Jalsa mag geen sociaal gebruik worden

De grote opkomst zag Mirza Masroor Ahmad als een aanwijzing dat Ahmadi-vrouwen belangstelling hebben voor hun geloof, hun religieuze kennis willen verhogen, nabijheid tot Allah zoeken en de belofte willen nakomen om geloof voorrang te geven boven wereldlijke belangen. Hij hield er tegelijk rekening mee dat sommigen onder invloed van hun omgeving of uit gewoonte deelnemen. Aanwezig zijn op een driedaagse bijeenkomst is daarom niet genoeg. De eigenlijke waarde ligt in een blijvende verbetering van kennis, spiritualiteit, aanbidding en moraal, ook lang nadat de bijeenkomst is afgelopen.

Bai’at vraagt een levenslange inspanning

Bai’at, de religieuze belofte van trouw, stond centraal. De kalief maakte duidelijk dat die belofte geen eindpunt is en ook geen garantie dat iemand reeds heeft bereikt wat nodig is. Het aanvaarden van Mirza Ghulam Ahmad als de Beloofde Messias betekent in de Ahmadiyya-leer dat iemand zich bereid verklaart zijn of haar leven te hervormen. Die hervorming moet voortdurend zichtbaar worden in aanbidding, keuzes, omgangsvormen, kennis en verantwoordelijkheid tegenover anderen. Wie enkel verklaart de Beloofde Messias te hebben aanvaard, maar geen werk maakt van een betere geestelijke, intellectuele en morele toestand, mist het doel van bai’at.

Een gelovige moet anderen door zijn nabijheid goeddoen

Mirza Masroor Ahmad verwees naar de opdracht van de Beloofde Messias om een groep mensen te vormen van wie het gezelschap anderen niet ongelukkig maakt. Daarmee bedoelde hij mensen met een hoog moreel niveau, die leven volgens de eigenschappen en gedragsregels die Allah heeft voorgeschreven. Een Ahmadi hoort niet iemand te zijn voor wie anderen bang worden of van wie zij door hardheid en slecht gedrag afstand nemen. De aanwezigheid van een gelovige moet juist veiligheid, fatsoen, goedheid en morele steun brengen. Dat beginsel plaatste hij aan de basis van de persoonlijke hervorming die van iedere Ahmadi wordt verwacht.

Luisteren is niet hetzelfde als woorden horen

De kalief waarschuwde tegen oppervlakkige aandacht. De aanwijzingen van iemand die naar Ahmadiyya-overtuiging door Allah voor een religieuze opdracht is aangesteld, moeten met aandacht, ernst en nadenken worden beluisterd. Wie oren heeft maar niet werkelijk luistert, of een hart heeft maar niet probeert te begrijpen, haalt geen voordeel uit religieuze raad, hoe bruikbaar die raad ook is. Gebrek aan aandacht, gemakzucht en geestelijke nalatigheid kunnen volgens hem ernstige gevolgen hebben. Mensen kunnen door anderen worden misleid, eerst bezwaren tegen de Jamaat overnemen en uiteindelijk ook kritiek tegen de Beloofde Messias ontwikkelen.

Kennis moet beschermen tegen misleiding

Daarom kregen vrouwen de opdracht zelf kennis op te bouwen. Zij moeten de boeken, uitspraken en aanwijzingen van Mirza Ghulam Ahmad lezen, beluisteren, bestuderen en overwegen. Alleen het afleggen van bai’at zonder verdere studie leidt niet tot geestelijke vooruitgang. Wie zijn religieuze kennis niet onderhoudt, raakt geleidelijk achterop en kan eenvoudige vragen van vrouwen, jongeren en kinderen niet beantwoorden. Veel antwoorden zijn volgens de kalief reeds te vinden in de eigen religieuze literatuur. Het probleem ligt dan niet altijd in een gebrek aan beschikbaar materiaal, maar in het ontbreken van tijd, aandacht en studie.

De Koran moet worden onderzocht en toegepast

De Koran kreeg een centrale plaats. Recitatie alleen werd onvoldoende genoemd. Vrouwen moeten ook de vertaling, uitleg en tafsir bestuderen. Wie moeilijk kan lezen, kan gebruikmaken van audio- en video-opnamen en ingesproken Koranuitleg. Mirza Masroor Ahmad presenteerde de Koran als een beslissende, levende en intellectueel onderbouwde leidraad die niet zwak of nutteloos is en die volgens zijn geloofsovertuiging geen gelijkwaardige religieuze leer tegenover zich heeft. De Koran bewaart en verduidelijkt volgens hem ook de geschiedenis en positie van eerdere profeten en heilige boeken. Zij moet niet als een bundel oude verhalen worden gelezen, maar als een religieuze en filosofische leidraad met argumenten, beginselen en aanwijzingen voor het dagelijkse leven. De vrouwen kregen de opdracht de tekst aandachtig te onderzoeken, over de betekenis na te denken en de leer om te zetten in gedrag.

Praktische waarheid moet de islam zichtbaar maken

Mirza Masroor Ahmad koppelde kennis aan geloofwaardigheid. De islam kan volgens hem niet uitsluitend worden verdedigd met woorden. De waarde van de leer moet zichtbaar worden door praktische waarheid: eerlijkheid, aanbidding, morele discipline, zachtmoedigheid, betrouwbaarheid en zorg voor anderen. Wanneer het gedrag van moslims hun eigen religieuze uitspraken tegenspreekt, verliest hun uitleg overtuigingskracht. De wereld moet daarom niet enkel horen wat de islam onderwijst, maar aan het leven van gelovigen kunnen zien welke gevolgen die leer heeft.

Jonge vrouwen in het Westen moeten zelf kunnen antwoorden

Meisjes die in westerse samenlevingen opgroeien, krijgen vragen en bezwaren over de Koran, de islam en de rechten van vrouwen te horen. De kalief vond het onvoldoende dat zij voor ieder antwoord afhankelijk blijven van mannen, geestelijke leiders of centrale instellingen. Zij moeten zelf de Koran en de uitleg ervan bestuderen, argumenten begrijpen en met kennis reageren. Die intellectuele zelfstandigheid is nodig om geloofstwijfels te vermijden, bezwaren inhoudelijk te beoordelen en ook anderen te helpen.

Vrouwen moeten mannen voorbijstreven

Als historisch voorbeeld noemde hij Aisha, de echtgenote van de profeet Mohammed. Zij legde Koranverzen en overleveringen uit en hielp ook mannelijke metgezellen bij het begrijpen van religieuze kwesties. Haar kennis maakte belangrijke onderdelen van de islamitische leer duidelijk voor latere generaties. Daarom mogen vrouwen niet wachten tot mannen ieder religieus antwoord leveren. Zij moeten hun kennis, inzicht en spiritualiteit zo sterk ontwikkelen dat zij mannen kunnen voorbijstreven. Dat is volgens de kalief ook nodig om kinderen en volgende generaties degelijk op te voeden.

Geloofsverkondiging is ook een opdracht voor vrouwen

Vrouwen kregen een even duidelijke plaats in tabligh, de vreedzame uitleg en verspreiding van het geloof. De Koran, de profeet Mohammed en de Beloofde Messias hebben vrouwen volgens Mirza Masroor Ahmad niet uitgesloten van dit werk. De intellectuele en spirituele inzet om mensen met argumenten, kennis en persoonlijk gedrag over religie te informeren, omschreef hij als de jihad van deze tijd. Daarbij gaat het om studie, uitleg, overtuigingskracht en een geloofwaardig voorbeeld. Vrouwen moeten op dit terrein niet achter mannen blijven en moeten ook hun dochters voorbereiden om die verantwoordelijkheid verder te dragen.

De geloofsbelijdenis vraagt diep begrip

De kalief besteedde bijzondere aandacht aan de woorden “La ilaha illallah”, de verklaring dat niets aanbidding verdient behalve Allah. Die woorden mogen niet alleen worden uitgesproken. Zij moeten worden begrepen en in het leven worden toegepast. Hij bracht daarbij de religieuze opvatting naar voren dat Joden en christenen niet van hun oorspronkelijke geloofspad zouden zijn afgeweken wanneer zij deze verklaring in haar zuivere betekenis hadden behouden. Voor Ahmadis betekent de geloofsbelijdenis dat geen wereldlijk belang, persoon, bezit of relatie de plaats van Allah mag innemen.

Dicht bij de bron staan is nog geen drinken

Het toetreden tot de Ahmadiyya-moslimbeweging vergeleek hij met het bereiken van een bron met levengevend water. Alleen bij de bron aankomen is niet voldoende; men moet ook drinken. Het aanvaarden van bai’at brengt iemand dichter bij een religieuze weg, maar kennis, spiritualiteit en gehoorzaamheid moeten daarna nog groeien. Daarvoor is volgens hem de genade van Allah nodig. Hij riep vrouwen op te bidden dat zij niet slechts bij de bron blijven staan, maar zich geestelijk laten voeden door studie, aanbidding, berouw en handelen. Het water uit die beeldspraak schenkt volgens de Ahmadiyya-leer geestelijk leven, beschermt tegen ondergang en helpt weerstand te bieden aan aanvallen van Satan.

Media kunnen mensen van geloof verwijderen

Sociale media, televisie, gedrukte media en andere hedendaagse invloeden kregen een ernstige waarschuwing mee. De kalief beschreef die kanalen als middelen waardoor religieuze aandacht kan verzwakken en gedachten kunnen worden verspreid die mensen van Allah verwijderen. Hij sprak over voortdurende aanvallen van Satan en over verleidingen die in eerdere tijden niet in dezelfde vorm bestonden. Juist daarom moeten vrouwen hun kennis vergroten, hun aandacht bewaken, de Koran bestuderen en hun band met Allah onderhouden. Zonder die geestelijke discipline kan iemand gemakkelijk ideeën overnemen zonder de religieuze gevolgen ervan te onderzoeken.

Tawhid moet boven wereldlijke ambitie staan

Het centrale levensdoel is volgens Mirza Masroor Ahmad niet wat iemand maatschappelijk, financieel of professioneel bereikt, maar het vestigen van tawhid, het geloof in de eenheid van Allah. Dat vereist dat de liefde voor Allah sterker wordt dan iedere wereldlijke relatie. Hij verwees naar de Koranische opdracht Allah te gedenken zoals mensen hun vaders gedenken, en zelfs intenser. Daarbij verduidelijkte hij dat Allah niet als vader wordt aangeduid. Het vergelijkingspunt is de kracht van de herinnering en liefde, niet een menselijke familieband. Wie deze geestelijke toestand nastreeft, mag volgens hem rekenen op leiding, gebedsverhoring en hulp bij huishoudelijke moeilijkheden en zorgen over de opvoeding van kinderen.

Liefde voor Allah wordt door gedrag bewezen

Mondeling zeggen dat men Allah liefheeft, is onvoldoende. De kalief gebruikte het beeld dat het uitspreken van het woord suiker de mond niet zoet maakt. Ook een persoon die vriendschap belijdt maar op het beslissende moment wegloopt, is geen ware vriend. Op dezelfde wijze wordt liefde voor Allah pas geloofwaardig wanneer iemand Zijn geboden probeert na te leven. Dat vraagt aanbidding, gehoorzaamheid, zelfbeheersing, waarachtigheid en bereidheid om wereldlijke verlangens te begrenzen.

Voorschriften over bescheidenheid en opvoeding

De praktische verplichtingen omvatten ook richtlijnen voor vrouwen over bescheidenheid, kleding, religieuze studie en de vorming van kinderen. De kalief stelde dat iemand niet geloofwaardig kan beweren Allah lief te hebben wanneer de eigen levenswijze bewust losstaat van Zijn geboden. De religieuze regels moeten niet alleen worden gekend, maar zichtbaar worden in dagelijkse keuzes. Voor moeders en andere opvoeders ligt daar een extra verantwoordelijkheid, omdat hun kennis en gedrag invloed hebben op de volgende generatie.

Berouw moet eerlijk en blijvend zijn

Wie in het verleden fouten heeft gemaakt, moet oprecht berouw tonen en met waarachtigheid en trouw terugkeren naar Allah. Echte bekering is niet uitsluitend spijt uitspreken, maar ook afstand nemen van het verkeerde gedrag en moeite doen om niet terug te vallen. Alleen dan kan iemand de belofte van bai’at nakomen en volgens de Ahmadiyya-leer aanspraak maken op goddelijke zegeningen. De kalief koppelde vergeving aan een innerlijke verandering die zo ingrijpend is dat iemand als het ware opnieuw begint.

Een oprechte bai’at moet een nieuw leven voortbrengen

Mirza Masroor Ahmad stelde dat iemand die werkelijk tot de beweging toetreedt, niet dezelfde persoon kan blijven. Geestelijke, intellectuele en morele verbetering moeten aantoonbaar zijn. Hij verwees naar de voorstelling dat engelen een oprecht hervormd mens beschermen zoals een moeder haar kind in de armen neemt. Wie met een eerlijk hart bai’at aflegt, oprecht berouw toont en zijn leven corrigeert, kan volgens deze religieuze uitleg als een pasgeboren kind worden gereinigd. Wie daarentegen dezelfde schadelijke gewoonten behoudt, maakt de religieuze belofte betekenisloos.

Iedere Ahmadi moet zichzelf onderzoeken

De vrouwen werden opgeroepen na te gaan of zij werkelijk proberen afstand te nemen van kwade gedachten, satanische ingevingen en handelingen die Allah afkeurt. Zelfonderzoek is daarbij onmisbaar. Het lidmaatschap van de beweging mag niet worden gebruikt als bewijs dat de noodzakelijke hervorming reeds is bereikt. Wanneer gedrag, aanbidding en moraal niet veranderen, maakt het volgens de kalief uiteindelijk weinig verschil of iemand zich Ahmadi noemt of niet. Ook wie als Ahmadi is geboren maar geestelijk is afgedwaald, moet het verstand gebruiken dat Allah heeft gegeven, naar de Koran terugkeren en de leer opnieuw in het eigen leven toepassen.

Niet iedere onbeantwoorde bede kan bij Allah worden gelegd

Mensen schrijven de kalief geregeld dat zij hebben gebeden maar geen antwoord hebben ervaren. Hij wees erop dat gelovigen niet alleen van Allah mogen eisen dat Hij Zijn beloften nakomt, terwijl zij hun eigen verplichtingen vergeten. Voor iemand klaagt over een niet-verhoord gebed, moet die persoon onderzoeken of hij of zij de eigen levenswijze heeft gecorrigeerd, de rechten van Allah heeft gerespecteerd en de voorwaarden van bai’at probeert na te leven. Of en op welke wijze een gebed wordt aanvaard, blijft binnen deze religieuze visie afhankelijk van de wijsheid van Allah. Gebed werd daarmee niet voorgesteld als een los middel om een gewenst resultaat te verkrijgen, maar als onderdeel van een blijvende geloofsrelatie.

Bid vóór de moeilijkheden komen

De kalief riep op om niet pas in ziekte, verlies, angst of crisis intensief te bidden. In moeilijke omstandigheden ontstaat vaak sterke emotie, maar gebeden in goede omstandigheden tonen of de band met Allah werkelijk standhoudt. De gebeden die iemand vóór een crisis verricht, kunnen volgens zijn religieuze uitleg later bescherming bieden. Hij spoorde vrouwen aan in neerbuiging, tijdens de buiging in het gebed en buiten crisismomenten te vragen om bescherming tegen moeilijkheden waarvan zij nog niet weten wanneer die zullen komen. Een mens die oprecht en standvastig blijft bidden, zal volgens hem niet zonder goddelijke genade worden achtergelaten.

Rechten gaan samen met plichten

Mirza Masroor Ahmad verwees naar eerdere uiteenzettingen over de rechten die de islam aan vrouwen toekent. Deze keer plaatste hij de plichten nadrukkelijk naast die rechten. Vrouwen mogen hun rechten opeisen, maar moeten ook hun religieuze, morele en familiale verantwoordelijkheden nakomen. Hij stelde dat rechten pas op een stabiele manier kunnen worden beschermd wanneer verantwoordelijkheden ernstig worden genomen. Daarmee bracht hij aanbidding, kennis, opvoeding, gedrag en zorg voor relaties samen in één religieuze opdracht.

De islamitische rechten van vrouwen moeten met kennis worden verdedigd

De kalief waarschuwde voor wat hij de misleidende plannen van de Dajjal noemde, die twijfel proberen te zaaien over de positie van vrouwen in de islam. Hij stelde vanuit zijn geloofsovertuiging dat geen andere religie en geen regering vrouwen dezelfde rechten heeft toegekend als de islam. Mirza Ghulam Ahmad heeft volgens hem als ware dienaar van de profeet Mohammed in deze tijd verduidelijkt welke rechten, waardigheid en positie de islam aan vrouwen geeft. Ahmadi-vrouwen moeten die argumentatie zelf kennen, zodat zij kritiek kunnen beantwoorden en niet afhankelijk zijn van slogans van voor- of tegenstanders. Zij moeten zichzelf blijven zien als volgelingen van de islam die een levende relatie met Allah zoeken en de religie actief dienen.

Taqwa bepaalt menselijke waardigheid

Niet schoonheid, afkomst, geld, macht of maatschappelijke status bepalen iemands waarde bij Allah, maar taqwa: godsbewustzijn, rechtschapenheid en morele discipline. Deze maatstaf geldt voor mannen en vrouwen. De kalief koppelde daaraan een ernstige waarschuwing: een rechtschapen persoon en iemand die bewust kwaad blijft doen, kunnen geestelijk niet als gelijkwaardig worden beschouwd. Het behoren tot een religieuze beweging biedt geen vrijstelling van die beoordeling.

Ook partnerkeuze moet vanuit geloof gebeuren

Bij huwelijksvoorstellen kijken families vaak naar uiterlijk, familieachtergrond, bezit of invloed. Mirza Masroor Ahmad riep zowel vrouwen als mannen op eerst hun eigen taqwa te verhogen en bij partnerkeuze religieuze en morele kwaliteiten centraal te stellen. Een huwelijk kan volgens hem pas werkelijk slagen wanneer beide partners de belofte om geloof boven wereldlijke belangen te plaatsen ernstig nemen. Materiële of sociale voordelen bieden geen zekerheid wanneer karakter, aanbidding en verantwoordelijkheidszin ontbreken.

Wereldlijk onderwijs blijft noodzakelijk

De erkenning van meisjes en vrouwen met sterke studieresultaten vormde ook een antwoord op de gedachte dat religieuze toewijding wereldlijke ontwikkeling zou uitsluiten. Allah heeft de mens verstand gegeven en kennisverwerving is noodzakelijk. Vrouwen kunnen arts, onderzoeker of hoogopgeleide beroepskracht worden. De grens ligt daar waar kennis, carrière, gedrag of sociale kringen iemand bewust van Allah verwijderen. Ook omgevingen en gezelschappen die iemand structureel van geloof en aanbidding wegtrekken, moeten worden vermeden. De kalief vroeg dus geen terugtrekking uit onderwijs, maar een rangorde waarin religieuze beginselen richting blijven geven aan studie en beroep.

Geen afhankelijkheid van rijke of invloedrijke mensen

Vrouwen mogen niet vrezen dat trouw aan religieuze beginselen hun contacten met zakenmensen, rijke personen of invloedrijke vrouwen zal schaden. Wie uit angst voor gemiste kansen zijn geloof opzijzet, maakt wereldlijke relaties te belangrijk. De kalief stelde dat iemand die zich aan Allah vasthoudt uiteindelijk niet afhankelijk hoeft te worden van anderen. Zelfs wanneer de hele wereld zich tegen zo iemand zou keren, blijft Allah naar zijn overtuiging de beslissende helper. Allah werd daarbij omschreven als almachtig, kenner van het ongeziene en de eeuwig levende, zelfstandig bestaande God.

Abraham en Noah als voorbeelden van bescherming

De verhalen over Abraham en Noah werden gebruikt om goddelijke bescherming uit te leggen. Abraham werd volgens de religieuze overlevering uit het vuur gered en Noah met zijn medestanders uit de overstroming. De kalief wilde dat deze gebeurtenissen niet uitsluitend als oude vertellingen worden gezien. Allah leeft en kan ook nu Zijn macht tonen aan mensen die een oprechte relatie met Hem onderhouden, Zijn rechten nakomen en ook de rechten van andere mensen respecteren.

De rechten van mensen horen bij geloof

De nabijheid tot Allah hangt niet alleen af van rituele aanbidding. Ook huquq-ul-ibad, de rechten van mensen, moeten worden nagekomen. Wie bidt maar anderen kwetst, vernedert, uitbuit of angst aanjaagt, kan geen aanspraak maken op een hoge morele positie. De kalief plaatste godsdienstige plichten en menselijke verantwoordelijkheid naast elkaar. De kwaliteit van geloof blijkt dus zowel in de relatie met Allah als in de omgang met familieleden, kennissen, zwakkere personen en mensen met wie een conflict bestaat.

De tong moet onder controle blijven

Hard taalgebruik, beledigingen, ruzie en hoogmoed werden uitdrukkelijk afgewezen. Zelfs tegenover iemand die hard spreekt, moet een gelovige proberen zacht en fatsoenlijk te reageren. Iemand bewust pijn doen, het hart van een ander kwetsen of woorden gebruiken om vernedering te veroorzaken, past niet bij een gelovige. De kalief zag beheersing van de tong niet als een kleine beleefdheidsregel, maar als een toets voor bai’at en morele hervorming.

Spanningen tussen schoonmoeders en schoondochters

Als concreet voorbeeld noemde hij conflicten tussen schoonmoeders en schoondochters. Een kleine klacht kan uitgroeien tot harde beschuldigingen, kwetsende woorden en pogingen om de ander doelbewust pijn te doen. Dat gedrag is volgens hem onverenigbaar met geloof. Beide kanten moeten hun taal, trots en reactie beheersen. Een familie kan niet religieus sterk worden wanneer de leden elkaar onder druk zetten of geestelijk beschadigen.

Ook zwakkere mensen verdienen goed gedrag

Mensen die zwak zijn in hun aanbidding, moraal of dagelijkse praktijk mogen niet worden afgeschreven. Zij moeten met geduld, goede omgang en begeleiding worden geholpen. De kalief vroeg vrouwen niet alleen naar hun eigen gedrag te kijken, maar ook naar de manier waarop zij anderen opvoeden en ondersteunen. Corrigeren mag niet ontaarden in vernedering. Religieuze vorming vraagt zorg, kennis en een voorbeeld dat anderen daadwerkelijk kan helpen.

Zonder daden wordt het bestaan van de beweging tegengesproken

Een ingrijpende waarschuwing was dat leden die geen praktisch religieus voorbeeld geven door hun eigen gedrag de noodzaak van de komst van de Beloofde Messias tegenspreken. Wanneer bai’at geen verandering in aanbidding, moraal en handelen voortbrengt, lijkt het alsof religieuze hervorming niet nodig was. Een ware Ahmadi moet daarom door concrete daden aantonen dat de leer invloed heeft op het leven. Woorden en handelen moeten overeenkomen.

Ahmadis mogen wereldlijke gewoonten niet klakkeloos volgen

De beweging is volgens Mirza Masroor Ahmad niet opgericht om dezelfde levenswijze te volgen als een samenleving die religie terzijde schuift. Leden mogen geen gedrag overnemen enkel omdat het sociaal gangbaar is. Hun opdracht is juist anderen met kennis, moreel gedrag en vreedzame uitleg naar Allah te leiden. Dat vereist zelfvertrouwen zonder hoogmoed en duidelijke principes zonder hardheid.

Atheïsme en afstand tot religie werden als dreiging genoemd

De kalief sprak over een wereld waarin afstand tot religie toeneemt en atheïsme zich verder verspreidt. Hij waarschuwde dat samenlevingen zonder terugkeer naar Allah richting zware vernietiging gaan. Veel mensen beseffen volgens hem niet hoe ernstig die ontwikkeling is. Ahmadis kregen daarom de verantwoordelijkheid om door hun daden en woorden mensen opnieuw op God te wijzen en duidelijk te maken dat geestelijke en maatschappelijke bescherming verbonden is met een oprechte relatie tot de Schepper.

De Jamaat kreeg een profetische voorgeschiedenis

Mirza Masroor Ahmad plaatste de Ahmadiyya-Jamaat binnen een brede religieuze geschiedenis. Hij stelde dat de voorbereiding van deze Jamaat volgens de Ahmadiyya-leer reeds begon in de tijd van Adam en dat geen profeet voorbijging zonder de komst ervan aan te kondigen. Daaruit volgde een oproep om het behoren tot de Jamaat niet als een gewone sociale identiteit te behandelen. De waarde ervan moet worden aangetoond door waarheidsliefde, aanbidding en rechtschapen daden van mannen, vrouwen, jongeren, kinderen en ouderen.

De beweging draagt volgens hem een wereldwijde opdracht

De verantwoordelijkheid beperkt zich niet tot persoonlijke vroomheid of de eigen familie. Ahmadi-vrouwen moeten meewerken aan het bewaren en verspreiden van de islamitische leer in alle delen van de wereld. Dat vraagt kennis, redeneringsvermogen, geestelijke discipline en actieve deelname aan tabligh. Zij moeten niet alleen zelf vooruitgaan, maar ook meisjes en kinderen voorbereiden om later inhoudelijk sterk en moreel betrouwbaar over hun geloof te spreken.

Ouders moeten vragen van kinderen kunnen beantwoorden

Kinderen stellen vragen over Allah, religieuze voorschriften, sociale normen en kritiek op de islam. Ouders kunnen die taak niet doorschuiven wanneer zij zelf weinig kennis opbouwen. De kalief legde vooral bij vrouwen een belangrijke verantwoordelijkheid voor de vorming van komende generaties. Zij moeten kinderen bij de Jamaat houden, hun begrip van bai’at versterken en uitleggen wat het betekent geloof voorrang te geven boven wereldlijke aantrekkingskracht.

Afstand in tijd verhoogt de verantwoordelijkheid

Naarmate de tijd verder verwijderd raakt van het leven van de Beloofde Messias, kunnen zwakheden toenemen en kan het oorspronkelijke doel minder duidelijk worden. De oplossing ligt volgens Mirza Masroor Ahmad in hogere normen voor aanbidding, grotere religieuze kennis en sterker persoonlijk gedrag. Elke generatie moet de leer opnieuw begrijpen en toepassen. Een geërfde identiteit zonder studie en handelen biedt geen bescherming tegen twijfel of vervreemding.

Eigen toekomst en die van volgende generaties

Wie trouw blijft aan bai’at, de raadgevingen van de Beloofde Messias toepast, de Koran bestudeert, bidt vóór en tijdens moeilijkheden, de tong beheerst, rechten en plichten nakomt en kinderen degelijk vormt, werkt volgens de kalief tegelijk aan de eigen toekomst en die van volgende generaties. Dat betreft volgens hem zowel hun religieuze als hun wereldlijke welzijn. De sessie eindigde met stil gebed en koorzang. Daarna werd de aanwezigheid van 19.695 vrouwen bekendgemaakt.

Bronnen:
Jalsa Salana UK 2026, rede van Hazrat Mirza Masroor Ahmad

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)