‘Laat vrede niet op het bord achter’: HWPL-jongeren sluiten driedaagse af met oproep tot actie

21 september 2026

Sommige afscheidsmomenten zijn eigenlijk een begin

Er bestaan momenten waarop je pas bij het afscheid beseft wat er werkelijk is gebeurd. Tijdens een programma ben je voortdurend onderweg. Je luistert, spreekt, ontmoet mensen, maakt foto’s, wisselt gegevens uit, verplaatst je van de ene activiteit naar de andere en probeert ondertussen zoveel mogelijk vast te houden van wat voorbijgaat. Maar pas wanneer de stoelen opnieuw worden rechtgezet, de koffers wachten, de laatste foto wordt genomen en mensen elkaar voor misschien de laatste keer aankijken, daalt de betekenis van zo’n ontmoeting werkelijk neer. Zo voelde de afsluiting van het internationale HWPL-programma in Zuid-Korea op 19 september 2026. Het programma eindigde, maar de belangrijkste vraag begon pas toen: wat blijft er over wanneer iedereen opnieuw naar huis gaat?

Drie dagen werden plots een herinnering

De youth leaders werden naar voren gevraagd. De lichten gingen uit. Op het grote scherm verscheen een speciaal samengestelde terugblik op de drie dagen die we samen hadden beleefd. Beelden volgden elkaar op: activiteiten, gezichten, gesprekken, beweging, lachende mensen en kleine momenten waarvan je tijdens het gebeuren nauwelijks vermoedt dat ze later betekenis zullen krijgen. Het merkwaardige aan herinneringen is dat ze bijna altijd achteraf ontstaan. Op het moment zelf denk je zelden: dit is iets wat ik nooit zal vergeten. Je leeft gewoon. Pas later wordt een ogenschijnlijk klein ogenblik een ankerpunt in je leven. Een gesprek van vijf minuten kan langer bijblijven dan een officiële toespraak van een uur. Een blik kan meer vertellen dan een volledige verklaring. Een handdruk tussen mensen die elkaar enkele dagen eerder nog niet kenden, kan achteraf symbool worden voor iets veel groters.

Wij leven alsof tijd onbeperkt is, terwijl bijna alles tijdelijk is

Die slotvideo op TV confronteerde mij opnieuw met iets wat we allemaal weten, maar zelden werkelijk voelen: tijd is onherroepelijk. Geen enkele minuut van die drie dagen kon opnieuw worden beleefd. De beelden konden worden herhaald, maar het ogenblik zelf was voorbij. Dat geldt uiteindelijk voor een conferentie, maar ook voor een mensenleven. Wij gedragen ons dikwijls alsof er later altijd nog tijd zal zijn om iemand te bedanken, iemand te vergeven, een telefoontje te doen, een droom te realiseren of iets goeds te beginnen. Maar tijd geeft geen garanties. Misschien is dat precies waarom ontmoetingen zo kostbaar zijn. Niet omdat ze eeuwig duren, maar omdat ze dat niet doen.

Wat blijft er over wanneer de slogans verdwijnen?

Tijdens het programma hadden deelnemers boodschappen, opmerkingen en persoonlijke voornemens op het peace board geschreven. Bij de afsluiting kwam daarop een cruciale boodschap: laat die woorden niet gewoon woorden blijven. Een vredesboodschap die alleen mooi klinkt, verandert weinig. Het is relatief gemakkelijk om in een zaal vol gelijkgestemde mensen te zeggen dat vrede noodzakelijk is. Veel moeilijker is het om vreedzaam te blijven wanneer iemand je uitdaagt, wanneer je geconfronteerd wordt met een mening die je verafschuwt, wanneer iemand je onrecht aandoet of wanneer het politiek, sociaal of persoonlijk voordeliger lijkt om de ander tot vijand te maken.

Vrede begint niet wanneer oorlog eindigt

We spreken vaak over vrede alsof ze het tegenovergestelde van oorlog is. Maar vrede is veel groter dan de afwezigheid van wapens. Er kan formeel geen oorlog zijn en toch kan een samenleving gevuld zijn met vernedering, uitsluiting, discriminatie, angst, haat en wantrouwen. Echte vrede begint veel eerder: in de manier waarop we spreken over mensen die niet aanwezig zijn, in de woorden die we kiezen wanneer iemand anders denkt dan wij, in de vraag of we luisteren om werkelijk te begrijpen of alleen wachten tot we zelf opnieuw kunnen antwoorden.

De moeilijkste vredesonderhandeling vindt soms binnenin een mens plaats

Misschien is dat een van de diepste lessen die jongeren kunnen meenemen. De eerste grens die een mens moet oversteken, ligt niet noodzakelijk tussen twee landen. Soms ligt die grens tussen onze eigen vooroordelen en de werkelijkheid. We dragen allemaal ideeën mee over groepen mensen die we nauwelijks kennen. Over religies die we nooit van binnenuit hebben meegemaakt. Over landen die we alleen via nieuwsbeelden kennen. Over generaties waarvan we denken dat we ze begrijpen zonder ooit echt naar hen te hebben geluisterd. Een ontmoeting kan zo’n grens openbreken. Maar alleen wanneer we bereid zijn toe te geven dat ons eigen wereldbeeld onvolledig is.

Niemand heeft de volledige waarheid van de ander in handen

Internationale ontmoetingen maken duidelijk hoe beperkt onze individuele blik eigenlijk is. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen geschiedenis, taal, familie, cultuur, trauma’s, overtuigingen en ervaringen. Dat betekent niet dat waarheid niet bestaat. Het betekent wel dat geen enkel mens het volledige perspectief van een ander kan bezitten. Daarom is luisteren geen teken van zwakte. Het is een vorm van intellectuele nederigheid. Wie denkt dat hij niets meer kan leren van iemand met wie hij grondig van mening verschilt, heeft misschien niet de ander opgegeven, maar zijn eigen mogelijkheid om te groeien.

De verantwoordelijkheid begint wanneer niemand meer kijkt

Tijdens de afsluiting werd de deelnemers gevraagd om hun voornemens werkelijk om te zetten in actie. Dat is essentieel. Karakter wordt niet zichtbaar wanneer honderd camera’s aanwezig zijn. Karakter wordt zichtbaar wanneer niemand kijkt. Vrede wordt niet alleen gebouwd op internationale podia. Ze wordt gebouwd in gezinnen, scholen, buurten, verenigingen, redacties, geloofsgemeenschappen en werkplaatsen. Ze wordt gebouwd wanneer iemand weigert een vernederende grap verder te verspreiden. Wanneer iemand tussenbeide komt als een ander wordt uitgesloten. Wanneer een journalist weigert een gemeenschap te reduceren tot een stereotype. Wanneer een religieuze leider zegt dat menselijke waardigheid belangrijker is dan groepshaat. Wanneer een jongere het aandurft om tegen zijn eigen vrienden te zeggen: dit gaat te ver.

Een cultuur van vrede ontstaat door miljoenen kleine handelingen

De deelnemers werden aangemoedigd om in hun eigen gemeenschappen verder te werken via vredesinitiatieven, educatie, interreligieuze ontmoetingen en jongerenprogramma’s. De werkelijke waarde daarvan ligt misschien juist in de kleine schaal. De geschiedenis wordt vaak verteld alsof alleen presidenten, generaals en grote leiders haar vormgeven. Maar samenlevingen worden ook gevormd door ontelbare kleine keuzes van gewone mensen. Een onderwijzer die een kind leert luisteren. Een ouder die een vooroordeel niet doorgeeft. Een jongere die vriendschap sluit met iemand uit een groep die thuis altijd negatief werd besproken. Een vrijwilliger die jarenlang iets doet zonder ooit erkenning te krijgen. Misschien ontstaat vrede precies daar: waar niemand een standbeeld voor krijgt.

Een geschenk kan een geheugen bewaren

Aan het einde kregen de deelnemers een laatste geschenk mee, bedoeld als herinnering aan de tijd in Jeollanam-do. Een voorwerp op zichzelf kan natuurlijk geen vrede bewaren. Maar voorwerpen kunnen dragers worden van herinneringen. Jaren later kan iets wat in een kast ligt plots een volledig moment terugbrengen: een stem, een gezicht, een bepaalde geur, een lach, een gesprek. Mensen zijn bijzondere wezens. We weten dat alles voorbijgaat en toch bewaren we dingen alsof we daarmee een stukje tijd kunnen tegenhouden.

De laatste groepsfoto

Vervolgens kwam de grote groepsfoto. Mensen werden naar voren geroepen. Rijen werden gevormd. Iedereen moest dichter bij elkaar staan. Gezichten moesten zichtbaar zijn. Er werd geschoven en gelachen. Uiteindelijk stond de groep samen voor de camera. “We Are One” klonk door de zaal. Handen gingen omhoog. Daarna gebeurde het opnieuw voor video. Op papier is dat maar een ceremonieel moment. Maar er zit een merkwaardige symboliek in honderden mensen die letterlijk dichter bij elkaar moeten gaan staan om samen in één beeld te passen. Misschien is samenleven uiteindelijk precies dat: een beetje opschuiven zodat ook de ander in het beeld past.

Eenheid betekent niet dat we hetzelfde moeten worden

“We Are One” mag nooit betekenen dat verschillen moeten verdwijnen. Echte eenheid vereist geen uniformiteit. Een orkest klinkt niet mooi omdat ieder instrument exact dezelfde toon speelt. Het krijgt betekenis doordat verschillende klanken leren samen te bestaan zonder elkaar te vernietigen. Zo is het ook met mensen. We hoeven niet hetzelfde te geloven, dezelfde politieke overtuigingen te hebben, dezelfde tradities te volgen of dezelfde geschiedenis te dragen. Eenheid begint waar verschil niet langer wordt gezien als bedreiging.

De ander hoeft niet op mij te lijken om dezelfde menselijke waarde te hebben

Misschien is dat de eenvoudigste en tegelijk moeilijkste vredesboodschap. Een mens hoeft niet op mij te lijken om recht te hebben op veiligheid. Hij hoeft mijn geloof niet te delen om vrijheid van godsdienst te verdienen. Hij hoeft mijn taal niet te spreken om gehoord te worden. Hij hoeft mijn politieke analyse niet te aanvaarden om menselijke waardigheid te bezitten. Mensenrechten zouden betekenisloos worden wanneer ze alleen gelden voor mensen die wij sympathiek vinden.

De grootste afstand is niet geografisch

Tijdens internationale bijeenkomsten komen mensen duizenden kilometers ver. Sommigen steken continenten over om elkaar te ontmoeten. Toch is de grootste afstand tussen mensen soms geen afstand die met een vliegtuig kan worden afgelegd. Het kan de afstand zijn tussen twee buren die al jaren niet meer spreken. Tussen een vader en een kind die elkaar niet meer begrijpen. Tussen religieuze gemeenschappen die naast elkaar leven maar nooit met elkaar praten. Tussen politieke groepen die elkaar alleen nog via karikaturen bekijken.Je kunt twaalfduizend kilometer reizen en ontdekken dat de moeilijkste reis uiteindelijk naar de ander toe is.

Wat zullen wij achterlaten wanneer wij zelf verdwijnen?

Tijdens zo’n vredesprogramma wordt veel gesproken over de toekomst. Maar die toekomst zal grotendeels worden bewoond door mensen die vandaag nog kinderen zijn of misschien nog niet eens geboren. Wij zijn tijdelijke bewoners van deze wereld. Geen enkele functie, titel, organisatie of reputatie gaat met ons mee wanneer ons leven eindigt. Wat misschien wel blijft, zijn de gevolgen van hoe we andere mensen hebben behandeld. Een goed woord kan generaties doorwerken. Een trauma ook.Daarom is vrede geen idealistisch extraatje voor mensen die tijd over hebben. Ze behoort tot de morele verantwoordelijkheid die iedere generatie tegenover de volgende heeft.

Misschien zullen wij de wereldvrede nooit meemaken

Dat mag geen reden zijn om haar niet na te streven. Een mens plant ook bomen waarvan hij weet dat hij nooit onder hun volwassen kruin zal zitten. Hij bouwt scholen waar kinderen zullen studeren die hij nooit zal ontmoeten. Hij beschermt monumenten die werden gebouwd voordat hij geboren was. Beschaving ontstaat wanneer mensen bereid zijn iets te doen waarvan de volledige opbrengst pas na hun eigen leven zichtbaar wordt.Vrede behoort tot die categorie.

Het programma eindigde, de opdracht niet

Op 19 september werden de laatste foto’s genomen. Mensen begonnen afscheid te nemen. Koffers zouden opnieuw worden gesloten. Vliegtuigen zouden vertrekken naar verschillende continenten. De zaal zou worden opgeruimd en opnieuw gebruikt voor iets anders. Zo gaat het altijd. De fysieke sporen verdwijnen snel.Maar de belangrijkste vraag blijft. Wat doen wij met wat wij hebben meegemaakt? Wanneer “We Are One” alleen een slogan voor een groepsfoto blijft, verandert de wereld nauwelijks. Wanneer één deelnemer daardoor besluit anders naar een ander mens te kijken, kan er al iets verschuiven. Wanneer honderd deelnemers dat doen, ontstaat een netwerk. Wanneer duizenden mensen het doen, begint een cultuur te veranderen. Misschien bestaat vrede uiteindelijk niet uit één historische dag waarop de mensheid plotseling verstandig wordt. Misschien ontstaat ze elke dag opnieuw, telkens wanneer één mens besluit een ander mens niet tot vijand te maken.

Andy Vermaut