Met Langemark-Poelkappelle erbij trekken 62 besturen naar het Grondwettelijk Hof

21 juni 2026

Een federale regeling onder vuur

Met Langemark-Poelkappelle erbij zijn er nu 62 lokale besturen die stappen zetten naar het Grondwettelijk Hof tegen de federale pensioenregeling voor lokale besturen. De betrokken besturen verzetten zich tegen een regeling waarbij lokale besturen met een maatschappelijke zetel in een stad of gemeente met meer dan 100.000 inwoners een extra federale toelage krijgen om hun pensioenfactuur te betalen, terwijl 555 andere lokale besturen buiten die steun vallen. Volgens de verzoekende partijen ontstaat daardoor een ongelijke behandeling tussen besturen die bijdragen aan hetzelfde pensioenfonds en vergelijkbare pensioenverplichtingen dragen. Het dossier raakt niet alleen steden en gemeenten, maar ook OCMW’s, ziekenhuizen, politiezones, hulpverleningszones en andere lokale besturen die met dezelfde pensioenlasten geconfronteerd worden.

Dezelfde pensioenlast, maar geen gelijke steun

Lokale besturen betalen elk jaar aanzienlijke bedragen voor de pensioenen van hun vastbenoemde medewerkers via de pensioenresponsabiliseringsbijdrage. Die bijdrage weegt op de lokale financiën en komt boven op andere opdrachten waarvoor steden, gemeenten en andere lokale instellingen moeten instaan. De federale wet van 18 december 2025 voorziet in een financiële verlichting van die bijdrage, maar die verlichting wordt niet voor alle lokale besturen op dezelfde manier toegepast. De ondersteuning gaat uitsluitend naar lokale besturen waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in een stad of gemeente met meer dan 100.000 inwoners. Daardoor kunnen besturen met dezelfde pensioenverplichtingen vandaag totaal anders behandeld worden.

Een grens die zwaar doorweegt

De grens van 100.000 inwoners staat centraal in het geschil. Een lokaal bestuur met een maatschappelijke zetel in een stad boven die grens kan federale steun krijgen. Een ander bestuur met vergelijkbare kosten, dezelfde pensioenverplichtingen en dezelfde bijdrage aan het pensioenfonds krijgt die steun niet wanneer de maatschappelijke zetel in een kleinere stad of gemeente ligt. Volgens de verzoekende partijen is dat verschil moeilijk te verantwoorden. De pensioenfactuur van een bestuur verandert niet omdat een maatschappelijke zetel in een gemeente met 99.999 inwoners ligt in plaats van in een stad met 100.001 inwoners. Toch is dat onderscheid vandaag bepalend voor de vraag of er federale steun komt.

Geen conflict met de grote steden

De 62 betrokken besturen voeren deze procedure niet als aanval op de grote steden. Zij betwisten niet dat grootsteden eigen uitdagingen hebben en zij verzetten zich ook niet tegen bijkomende ondersteuning voor die steden. Hun bezwaar gaat over de manier waarop de federale tussenkomst wordt verdeeld. Volgens hen moet steun voor lokale pensioenlasten steunen op criteria die verband houden met de werkelijke pensioenfactuur, de bijdragen en de verplichtingen van de betrokken besturen. Een verdeling op basis van de plaats van de maatschappelijke zetel en het inwonersaantal van de gemeente waarin die zetel ligt, wordt door hen gezien als onvoldoende objectief.

Ook andere lokale instellingen geraakt

De discussie is ruimer dan de klassieke gemeentelijke begroting. Ook OCMW’s, openbare ziekenhuizen, politiezones, hulpverleningszones en andere lokale besturen dragen bij aan hetzelfde pensioenfonds. Zij worden eveneens geconfronteerd met pensioenverplichtingen voor vastbenoemde personeelsleden. Wanneer de federale overheid beslist om een deel van die lasten te verlichten, rijst volgens de verzoekende partijen de vraag waarom een gelijkaardige instelling in de ene stad wel steun krijgt en een vergelijkbare instelling elders niet. Voor de betrokken besturen gaat het dus niet om een symbolisch debat, maar om concrete financiële ruimte voor lokale dienstverlening.

Raad van State stelde vragen

De verzoekende partijen verwijzen ook naar het advies van de Raad van State. Daarin werden ernstige vragen gesteld bij de verantwoording van het onderscheid dat de federale overheid maakt. Net daarom vragen de lokale besturen aan het Grondwettelijk Hof om de betrokken wetsartikelen te vernietigen. Hun doel is dat de federale tussenkomst wordt opengesteld voor alle lokale besturen die bijdragen aan het Gesolidariseerd Pensioenfonds, ongeacht hun maatschappelijke zetel of het inwonersaantal van de gemeente waarin zij gevestigd zijn.

Gelijkheid als kern van de procedure

De centrale vraag voor het Grondwettelijk Hof wordt of de huidige regeling te rijmen valt met het gelijkheidsbeginsel. De betrokken besturen stellen dat lokale besturen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden niet verschillend behandeld mogen worden zonder objectieve verantwoording. Zij betalen mee aan hetzelfde pensioenstelsel, dragen dezelfde pensioenverplichtingen en worden met dezelfde structurele pensioenuitdaging geconfronteerd. Toch krijgen sommigen federale steun en anderen niet. Dat maakt van dit dossier een principiële procedure over gelijke behandeling, maar tegelijk ook een zeer concreet financieel dossier voor tientallen lokale besturen.

Burgemeesters wijzen op dezelfde verantwoordelijkheid

Vanuit verschillende gemeenten klinkt dezelfde redenering. In Genk wordt gewezen op het fundamentele gelijkheidsprincipe: wanneer de federale overheid lokale pensioenlasten ondersteunt, moet dat gebeuren op basis van objectieve criteria. Vanuit Lanaken wordt het inwonersaantal als criterium in vraag gesteld, omdat gelijke situaties verschillend behandeld worden. Zonnebeke wijst op de vraag waarom de federale overheid wel mee betaalt aan de ambtenarenfactuur van grootsteden, maar niet aan die van landelijke gemeenten. Wingene stelt dat alle lokale besturen bijdragen aan hetzelfde pensioenfonds en daarom recht hebben op een eerlijke en objectieve verdeling van de steun.

Ook ziekenhuizen en andere besturen betrokken

Ook vanuit de ziekenhuissector wordt de regeling in vraag gesteld. De redenering daar is dat het statuut, de verloning en de werkgeverskost van medewerkers niet verschillen omdat zij in een kleinere of grotere stad werken. Wanneer een openbaar ziekenhuis dezelfde kosten draagt, maar geen vergelijkbare federale ondersteuning krijgt, ontstaat volgens de betrokken partijen een ongelijkheid die moeilijk uit te leggen valt. Die redenering maakt duidelijk waarom het dossier niet beperkt blijft tot gemeentehuizen. Het raakt ook instellingen die dagelijks publieke dienstverlening organiseren en die hun personeelskosten moeten blijven dragen binnen een krap financieel kader.

Lokale investeringen onder druk

Voor lokale besturen heeft de pensioenresponsabiliseringsbijdrage rechtstreekse gevolgen voor de financiële ruimte. Geld dat naar pensioenlasten gaat, kan niet gebruikt worden voor wegen, publieke gebouwen, zorg, veiligheid, jeugd, sport, cultuur of andere lokale opdrachten. De betrokken besturen vragen daarom geen voorkeursbehandeling, maar een gelijke benadering van besturen die dezelfde lasten dragen en dezelfde bijdragen betalen. Voor kleinere en middelgrote gemeenten kan een verschil in federale steun zwaar doorwegen in de meerjarenplanning. De discussie gaat dus ook over de vraag hoeveel beleidsruimte lokale besturen nog overhouden.

Langemark-Poelkappelle sluit aan bij bredere beweging

Met Langemark-Poelkappelle erbij groeit de groep tot 62 lokale besturen. Dat aantal toont dat de kritiek niet beperkt blijft tot één gemeente of één regio. De bezorgdheid leeft bij verschillende soorten besturen en in verschillende lokale contexten. Zij zien in de huidige regeling een systeem waarbij dezelfde verplichting niet leidt tot dezelfde ondersteuning. Het kernargument blijft dat de federale overheid geen grens mag gebruiken die onvoldoende verband houdt met de echte pensioenlasten van de betrokken besturen.

Wat het Grondwettelijk Hof moet beoordelen

Het Grondwettelijk Hof zal zich moeten buigen over de vraag of het onderscheid tussen besturen boven en onder de grens van 100.000 inwoners juridisch standhoudt. De verzoekende partijen vragen de vernietiging van de betrokken wetsartikelen. Wanneer het Hof hen volgt, kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop federale steun voor lokale pensioenlasten wordt verdeeld. De betrokken besturen vragen dat de regeling wordt opengezet voor alle lokale besturen die bijdragen aan het Gesolidariseerd Pensioenfonds. Daarmee willen zij vermijden dat de plaats van de maatschappelijke zetel doorslaggevend blijft voor de toegang tot steun.

Een dossier met grote lokale inzet

Voor inwoners lijkt pensioenfinanciering op het eerste gezicht een technisch dossier, maar de gevolgen zijn lokaal voelbaar. Elke euro die een lokaal bestuur extra moet dragen zonder federale steun, heeft invloed op de financiële ruimte voor dienstverlening en investeringen. Daarom wordt deze procedure ook buiten de betrokken gemeentebesturen van belang. Het gaat over de vraag of lokale besturen die dezelfde verplichtingen dragen ook op dezelfde manier ondersteund moeten worden. Met 62 besturen, waaronder nu ook Langemark-Poelkappelle, komt die vraag nadrukkelijk op tafel.

Bronnen:
Persbericht 11u55: 62 lokale besturen verenigen zich in procedure tegen ongelijke federale pensioenregeling
Achtergrondinformatie via www.11u55.be
Toelichting over dezelfde pensioenlasten, de wet van 18 december 2025 en de grens van 100.000 inwoners
Toelichting over de Raad van State en de vraag aan het Grondwettelijk Hof
Standpunten van betrokken burgemeesters en ZOL
Langemark-Poelkappelle sluit aan, waardoor het totaal op 62 besturen komt

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)