Abortusdebat vraagt eerst ernstige preventie (opinie)

21 juni 2026
De discussie over een mogelijke uitbreiding van de abortustermijn naar achttien weken raakt aan een van de gevoeligste ethische dossiers van het land. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet pleiten ervoor om de politieke discussie niet te herleiden tot een keuze tussen vrouwenrechten en politieke terughoudendheid. Volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet moet België eerst veel krachtiger inzetten op preventie, informatie, vroege zwangerschapstesten, relationele weerbaarheid en betere begeleiding. Pas wanneer dat beleid werkelijk op niveau staat, kan volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet ernstig worden geoordeeld of een verdere termijnverlenging nodig of verantwoord is.
Een debat dat niet mag worden vernauwd
De discussie over abortus wordt vaak gevoerd alsof er maar twee kampen bestaan. Aan de ene kant zouden voorstanders staan van autonomie, zorg en reproductieve rechten. Aan de andere kant zouden tegenstanders staan die vooral beperkingen willen opleggen. Die voorstelling doet volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet geen recht aan de kern van het probleem. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vertrekken niet vanuit een afwijzing van reproductieve rechten. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet zien reproductieve rechten juist als een essentieel onderdeel van gelijke participatie van vrouwen en mannen in de samenleving. Hun vraag is anders. Als reproductieve rechten werkelijk ernstig worden genomen, waarom wordt dan niet eerst alles gedaan om ongewenste zwangerschappen vroeger te voorkomen, sneller vast te stellen en beter te begeleiden? En waarom wordt de foetus in het debat over achttien weken zo vaak herleid tot een medisch of juridisch detail, terwijl de morele afweging zwaarder wordt naarmate de zwangerschap vordert?
Reproductieve rechten en bescherming tegen seksueel geweld
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet koppelen hun standpunt aan een ruimere visie op mensenrechten. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet pleiten ervoor om reproductieve gezondheidsinformatie, onderwijs, zorg en rechten sterker internationaal te verankeren. Ook bescherming tegen gendergerelateerd geweld hoort daar volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet uitdrukkelijk bij. In hun voorstel zou de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kunnen worden aangevuld met een bepaling die elke persoon recht geeft op reproductieve gezondheidsinformatie, reproductieve zorg en bescherming tegen seksueel geweld. Daarmee willen Dr. Michel Loots en Roger Van Praet duidelijk maken dat hun standpunt niet vertrekt vanuit onverschilligheid tegenover vrouwen in nood. Integendeel. Hun redenering is dat vrouwen pas echt geholpen worden wanneer de overheid veel vroeger aanwezig is met informatie, bescherming, testen, begeleiding en praktische hulp. Een vrouw die pas laat duidelijkheid krijgt, pas laat hulp vindt of pas laat zonder angst over haar situatie kan spreken, is volgens die redenering niet geholpen door een beleid dat vooral achteraf de termijn oprekt.
Preventie als eerste plicht van de overheid
Centraal in de visie van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet staat preventie. België heeft zich via internationale afspraken rond bevolking en ontwikkeling geëngageerd om de preventie van ongewenste zwangerschappen de hoogste prioriteit te geven en de nood aan abortus zoveel mogelijk te verminderen. Voor Dr. Michel Loots en Roger Van Praet is dat geen losse intentieverklaring, maar een politieke opdracht. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vinden dat België op dit punt nog niet ver genoeg gaat. De overheid kan volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet veel sterker inzetten op betaalbare zwangerschapstesten, laagdrempelige informatie, gerichte communicatie, relationele vorming, anticonceptie, begeleiding bij twijfel en hulp aan meisjes en vrouwen die zich in een moeilijke situatie bevinden. Een termijnverlenging kan volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet nooit het eerste antwoord zijn zolang de preventie niet maximaal is uitgebouwd. Hun redenering is eenvoudig maar zwaarwegend: wie de nood aan abortus wil verminderen, moet vroeger in het traject aanwezig zijn.
Waarom achttien weken politiek en ethisch zwaar weegt
Het verschil tussen twaalf, veertien en achttien weken is niet alleen een juridisch verschil. Het is ook een verschil in ontwikkeling, medische ingreep en morele betekenis. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vragen dat dit onderscheid niet wordt uitgevlakt. Naarmate de zwangerschap vordert, wordt de foetus volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet steeds moeilijker te beschouwen als louter een onderdeel van de medische toestand van de vrouw. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet wijzen erop dat foetale geneeskunde in andere omstandigheden foetussen al in een relatief vroege fase als patiënt behandelt. Dat maakt het volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet moeilijk om in het abortusdebat te spreken alsof een foetus van achttien weken geen eigen morele betekenis heeft. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet stellen niet dat elke situatie gelijk is. Een medische noodsituatie, verkrachting, zware afwijking of dramatische sociale nood vraagt een afzonderlijke beoordeling. Hun bezwaar gaat vooral over de algemene wettelijke termijn en over de vraag of de samenleving die grens zonder zware ethische verantwoording mag verschuiven.
De foetus als patiënt in de ene context en als restmateriaal in de andere
Een van de pijnlijkste vragen in dit debat is hoe de samenleving kijkt naar een foetus die medisch wordt behandeld tegenover een foetus die wordt geaborteerd. In de ene context wordt alles gedaan om een foetus te volgen, te behandelen en soms zelfs te opereren. In een andere context kan diezelfde ontwikkelingsfase juridisch veel minder bescherming krijgen. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vinden dat deze spanning niet mag worden weggeduwd. Ze raakt aan de vraag of beleid coherent is. Als een foetus in een ziekenhuiscontext medische aandacht krijgt als levend wezen in ontwikkeling, kan dezelfde samenleving volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet niet achteloos doen over de ethische betekenis van een zwangerschapsafbreking in diezelfde ontwikkelingsfase. Dat betekent niet dat de autonomie van de vrouw verdwijnt. Het betekent wel dat het debat eerlijk moet erkennen dat twee waarden tegelijk op tafel liggen: de bescherming van de vrouw en de groeiende morele status van de foetus.
De vergelijking met mensapen
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet gebruiken een vergelijking die bewust confronterend is. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet stellen dat een menselijke foetus van achttien weken volgens hun nota ongeveer evenveel hersencellen heeft als een volwassen chimpansee. Chimpansees, gorilla’s en orang-oetans krijgen in België en Europa een hoge mate van wettelijke bescherming binnen de regels rond dierenwelzijn en dierproeven. Vanuit dat perspectief vinden Dr. Michel Loots en Roger Van Praet het moeilijk te verdedigen dat een foetus van achttien weken in de praktijk minder bescherming zou krijgen dan een volwassen mensaap. Het aantal hersencellen is natuurlijk niet de enige maatstaf voor juridische of morele bescherming. Toch legt hun vergelijking een ongemakkelijke vraag op tafel. Als de samenleving terecht steeds gevoeliger wordt voor de bescherming van dieren met een hoge graad van ontwikkeling, waarom zou ze dan minder voorzichtig zijn wanneer het gaat over menselijk leven in ontwikkeling?
Dierenwelzijn en politieke samenhang
Die redenering trekken Dr. Michel Loots en Roger Van Praet ook door naar het debat over jonge mannelijke kuikens. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet verwijzen naar politieke initiatieven om het doden van pasgeboren mannelijke kuikens te beperken vanuit dierenwelzijn. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet stellen de vraag waarom die ethische zorg voor dieren wel breed aanvaardbaar is, terwijl de ethische zorg voor een menselijke foetus van vijftien tot achttien weken veel sneller als hinderlijk of achterhaald wordt gezien. Dat is een ongemakkelijke vergelijking, maar ze raakt wel aan een politieke inconsistentie die Dr. Michel Loots en Roger Van Praet willen blootleggen. Wie kwetsbaar leven bij dieren wil beschermen, moet volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet minstens bereid zijn om ook te spreken over kwetsbaar menselijk leven vóór de geboorte. Het gaat niet om het tegen elkaar uitspelen van vrouwen en dieren. Het gaat om de vraag of ethische gevoeligheid alleen geldt wanneer het politiek minder moeilijk ligt.
Een kritiek op een eenzijdige bril
Volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet wordt het debat vaak gevoerd vanuit het perspectief van de autonomie en de gezondheid van de vrouw, terwijl de morele status en de gezondheidsstatus van de foetus te beperkt aan bod komen. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vinden dat problematisch. Een ernstig beleid moet de gezondheid van de vrouw, haar rechten, haar vrijheid en haar moeilijke omstandigheden centraal nemen, maar mag de foetus niet uit het beeld halen. Wie één kant volledig centraal plaatst en de andere kant bijna onbesproken laat, krijgt volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet geen evenwichtig debat. Juist omdat abortus zo gevoelig is, moet de wetgever alle betrokken waarden benoemen. Dat vraagt zorgvuldige taal. Het vraagt ook de moed om te erkennen dat een foetus van achttien weken niet hetzelfde is als een prille zwangerschap van enkele weken.
Nederland als waarschuwing voor verschuiving naar latere ingrepen
Een belangrijk onderdeel van de argumentatie van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet gaat over de vergelijking met Nederland. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vrezen dat een verlenging van de Belgische abortustermijn niet automatisch leidt tot minder abortussen of minder noodsituaties. Volgens hun analyse kan de verdeling van abortussen verschuiven naar latere zwangerschapsweken. Met andere woorden: wanneer de wettelijke grens later wordt gelegd, kan een deel van de beslissingen ook later vallen. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vrezen dat het aantal abortussen in het tweede trimester daardoor zou stijgen. Dat is volgens hen geen neutraal gegeven. Latere zwangerschapsafbrekingen zijn medisch zwaarder, kunnen vaker onder narcose gebeuren, brengen hogere kosten mee en kunnen emotioneel zwaarder zijn voor alle betrokkenen. Het debat gaat daardoor niet alleen over toegang tot zorg, maar ook over de vraag of beleid mensen vroeger helpt of net toelaat dat moeilijke beslissingen later worden genomen.
De vraag naar medische zwaarte en maatschappelijke kost
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet wijzen erop dat abortussen in het tweede trimester doorgaans ingrijpender zijn dan vroegere zwangerschapsafbrekingen. Dat heeft medische, psychologische, organisatorische en financiële gevolgen. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet berekenden in hun paper dat een stijging van het aantal tweede trimesterabortussen tot een bijkomende kost zou kunnen leiden. Los van de exacte berekening blijft hun beleidsvraag overeind: waarom zou België investeren in een model dat mogelijk leidt tot latere en zwaardere ingrepen, terwijl een preventiemodel net probeert om vrouwen vroeger duidelijkheid en hulp te geven? Die vraag verdient politieke aandacht. Een overheid die vroeg test, vroeg informeert en vroeg begeleidt, kan vrouwen sneller uit onzekerheid halen. Een overheid die vooral de termijn verlengt, riskeert volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet dat het echte probleem wordt doorgeschoven.
Wat gebeurt er met foetale resten?
Naarmate de termijn opschuift, ontstaan ook gevoelige vragen over de behandeling van foetale resten. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vragen hoe de samenleving daarmee wil omgaan. Worden resten van een foetus van achttien weken behandeld als medisch afval? Of moeten zij onder regels vallen die dichter staan bij de omgang met sterrenkindjes? Alleen al het bestaan van die vraag toont aan dat het debat niet louter technisch is. De manier waarop een samenleving omgaat met het lichaam van een foetus zegt iets over de morele betekenis die zij eraan geeft. Wie de termijn wil uitbreiden, moet volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet ook deze gevolgen durven bespreken. Het is onvoldoende om alleen te spreken over toegang tot zorg, zonder stil te staan bij wat die zorg inhoudt op latere zwangerschapsweken.
De snelheidslimiet als politieke waarschuwing
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet gebruiken ook een vergelijking met de maximumsnelheid op autosnelwegen. Als men vindt dat boetes voor bestuurders die 140 kilometer per uur rijden te streng zijn, kan men de algemene grens optrekken van 120 naar 140 kilometer per uur. Daarmee verdwijnt het probleem van overdreven snelheid echter niet. Een deel van de bestuurders zal zich aanpassen en nog sneller rijden. De verdeling schuift op. Zo kijken Dr. Michel Loots en Roger Van Praet ook naar de abortustermijn. Als de grens wordt verschoven naar achttien weken, vrezen Dr. Michel Loots en Roger Van Praet dat het debat nadien opnieuw zal opschuiven naar negentien, twintig of tweeëntwintig weken. De onderliggende nood, twijfel, laattijdige signalering en gebrekkige preventie verdwijnen dan niet. De grens verhuist alleen. Hun conclusie is dat de politiek niet alleen mag kijken naar de huidige groep vrouwen die te laat komt, maar ook naar het gedrag en de keuzes die een nieuwe termijn op termijn kan beïnvloeden.
Waarom veertien weken voor hen een andere grens is
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet zijn geen voorstander van een uitbreiding tot achttien weken. Uit de aangeleverde inhoud blijkt dat Dr. Michel Loots en Roger Van Praet wel een onderscheid maken tussen beperkte aanpassingen en een veel ruimere verlenging. Hun terughoudendheid tegenover achttien weken heeft te maken met de ontwikkelingsfase van de foetus, de zwaarte van de ingreep en de maatschappelijke gevolgen. Een debat over veertien weken ligt voor Dr. Michel Loots en Roger Van Praet anders dan een algemene grens van achttien weken, omdat het ethische gewicht volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet toeneemt naarmate de zwangerschap verder gevorderd is. Dat onderscheid is belangrijk. Het verhindert dat het debat wordt voorgesteld als zwart-wit. De vraag is niet alleen of de huidige wet op elk punt goed werkt. De vraag is ook welke grens nog maatschappelijk verdedigbaar is zonder de morele status van de foetus te minimaliseren.
De erfenis van de oorspronkelijke abortuswetgeving
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet verwijzen in hun paper ook naar de historische bedoeling van de Belgische abortuswetgeving. De inzet van de oorspronkelijke wettelijke regeling was het beëindigen van schrijnende toestanden met onveilige abortussen en het bieden van zorg aan vrouwen. Volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet was dat iets anders dan het steeds verder uitbreiden van de termijn. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet zien in die geschiedenis een belangrijke les. De legalisering en medische omkadering van abortus hadden als doel om vrouwen uit gevaarlijke situaties te halen. Vandaag moet de volgende stap volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet niet automatisch een latere termijn zijn, maar een veel sterker beleid om ongewenste zwangerschappen te voorkomen en vrouwen sneller naar zorg te brengen. Dat zou volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet beter aansluiten bij de oorspronkelijke bekommernis: vrouwen beschermen, leed voorkomen en vermijden dat mensen in uiterste situaties terechtkomen.
Preventie via de apotheek
Een van de meest concrete voorstellen van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet gaat over zwangerschapstesten via de apotheek. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet denken aan goedkope, betrouwbare testen die zeer snel duidelijkheid geven. In hun paper verwijzen Dr. Michel Loots en Roger Van Praet naar HCG-bloedtesten, maar ook naar gewone urinezwangerschapstesten die goedkoper en toegankelijker zouden moeten worden. De apotheek kan volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet een belangrijke schakel zijn, omdat ze laagdrempelig is en vaak dicht bij de burger staat. Wie snel zekerheid krijgt, kan ook sneller hulp zoeken. Dat is cruciaal. Veel laattijdige situaties ontstaan niet noodzakelijk uit onverschilligheid, maar uit angst, ontkenning, schaamte, geldgebrek, gebrek aan informatie of het uitstellen van een test. Een beleid dat testen goedkoper en zichtbaarder maakt, kan volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet daarom veel concreter helpen dan een debat dat pas begint wanneer de zwangerschap al ver gevorderd is.
Jongens mee verantwoordelijk maken
Opvallend in het preventiedenken van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet is de rol van jongens. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet willen dat preventie niet alleen bij meisjes en vrouwen wordt gelegd. Jongens moeten volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet leren wat een zwangerschapstest is, wat ongewenste zwangerschap betekent, welke verantwoordelijkheid zij dragen en hoe zij moeten reageren wanneer een meisje of vrouw in nood is. Dat is een belangrijk sociaal punt. Te vaak wordt ongewenste zwangerschap behandeld als een probleem van de vrouw alleen, terwijl mannen mee verantwoordelijkheid dragen voor seksualiteit, anticonceptie, steun en de gevolgen van hun gedrag. Door jongens in onderwijs en preventie actief te betrekken, kan de druk op meisjes en vrouwen verminderen. Het debat wordt dan niet alleen medisch of juridisch, maar ook relationeel en maatschappelijk.
Onderwijs dat jongeren echt voorbereidt
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet willen preventie ook sterker opnemen in het onderwijs. Niet alleen via biologische kennis, maar via weerbaarheid, gesprekstraining en praktische situaties. Jongeren moeten leren hoe zij omgaan met seksualiteit, grenzen, alcohol, drugs, groepsdruk, zwangerschap, angst en verantwoordelijkheid. Jongeren moeten weten waar zij terechtkunnen, hoe snel een test kan, welke hulp bestaat en hoe zij iemand in hun omgeving kunnen steunen. Die aanpak is veel praktischer dan een eenmalige les seksuele opvoeding. Het gaat om vaardigheden. Wat doet iemand wanneer een vriendin bang is dat ze zwanger is? Hoe reageert een jongen wanneer hij betrokken is? Welke rol kan een leerkracht, ouder, apotheker of hulpverlener spelen? Wie zulke situaties vooraf bespreekbaar maakt, verkleint de kans dat jongeren pas laat handelen.
Relationele weerbaarheid als preventiebeleid
Preventie is in de visie van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet niet alleen een kwestie van anticonceptie of testen. Het gaat ook over relationele weerbaarheid. Jongeren moeten leren grenzen stellen, druk herkennen, hulp vragen en steun geven. Seksueel gedrag vindt niet plaats in een vacuüm. Het wordt beïnvloed door relaties, macht, alcohol, onzekerheid, sociale druk, digitale communicatie en soms geweld. Daarom koppelen Dr. Michel Loots en Roger Van Praet reproductieve rechten aan bescherming tegen seksueel geweld. Wie ongewenste zwangerschappen wil voorkomen, moet ook seksueel grensoverschrijdend gedrag aanpakken. Een vrouw die onder druk wordt gezet, slecht geïnformeerd is of geen veilige omgeving heeft, staat niet werkelijk vrij. Preventie betekent dan ook bescherming, vorming en toegang tot hulp zonder schaamte.
Gerichte communicatie via mobiele kanalen
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet zien ook een rol voor gerichte communicatie via mobiele telefoons, sociale media en publieke informatiekanalen. Jonge vrouwen zouden op geregelde momenten korte, betrouwbare informatie kunnen krijgen over reproductieve gezondheid, testen, anticonceptie en hulp in de buurt. Dat kan discreet en laagdrempelig. Het uitgangspunt is dat informatie aanwezig moet zijn vóór de crisis. Wanneer iemand in paniek is, wordt zoeken moeilijker. Wanneer hulpbronnen al bekend zijn, wordt de stap kleiner. Dit soort communicatie vraagt natuurlijk zorg voor privacy, leeftijd, toestemming en correcte uitvoering. Toch is de richting duidelijk: gezondheidsinformatie moet niet verstopt zitten in folders, websites of loketten waar jongeren pas terechtkomen wanneer het probleem al groot is. Ze moet zichtbaar, begrijpelijk en bereikbaar zijn.
Publieke campagnes zonder schaamte
Dr. Michel Loots en Roger Van Praet stellen ook een brede jaarlijkse preventiecampagne voor. Die zou niet alleen over zwangerschap gaan, maar ook over alcohol, drugs, tabak, grensoverschrijdend gedrag en relationele verantwoordelijkheid. De bedoeling is om preventie uit de sfeer van schaamte te halen. Als de samenleving zonder schroom kan spreken over verkeersveiligheid, alcoholgebruik, rookpreventie en kankeronderzoek, dan moet ze ook duidelijker kunnen spreken over zwangerschap, anticonceptie, testen en seksuele verantwoordelijkheid. Zulke campagnes kunnen mensen niet dwingen, maar ze kunnen informatie normaler maken. Ze kunnen jongeren tonen dat hulp vragen verstandig is en dat vroeg testen geen teken van paniek is, maar van verantwoordelijkheid.
Vijf jaar ernstig preventiebeleid
Een van de sterkste elementen in het voorstel van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet is de vraag om preventie niet als bijzin te gebruiken, maar als hoofdbeleid. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet willen dat België vijf jaar lang veel sterker inzet op preventie en daarna evalueert. In die periode kan worden nagegaan of betere informatie, goedkopere testen, onderwijs, apothekers, sociale media, relationele vorming en snelle hulp het aantal laattijdige noodsituaties doen dalen. Pas dan kan de politiek volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet eerlijk beoordelen wat nog ontbreekt. Die aanpak is minder snel dan een wetswijziging, maar mogelijk duurzamer. Ze vertrekt vanuit de ambitie om de nood aan abortus te verminderen, niet om alleen de wettelijke grens te verschuiven.
Een alternatief voor politieke loopgraven
Het voorstel van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet biedt ook een uitweg uit de politieke loopgraven. Voorstanders van ruimere abortusrechten kunnen erkennen dat vrouwen snelle, veilige en respectvolle zorg nodig hebben. Tegenstanders van een uitbreiding tot achttien weken kunnen erkennen dat vrouwen niet geholpen zijn met veroordeling of praktische drempels. Preventie kan een terrein zijn waar beide bezorgdheden samenkomen. Het beschermt vrouwen door hen vroeger hulp te geven. Het beschermt ongeboren leven door ongewenste zwangerschappen te verminderen en laattijdige ingrepen te voorkomen. Het verplicht mannen om verantwoordelijkheid op te nemen. Het dwingt de overheid om niet alleen over grenzen te discussiëren, maar over concrete hulp.
De rol van CD&V in dit debat
Voor CD&V is dit dossier politiek gevoelig, maar ook inhoudelijk bepalend. De partij kan zich volgens deze redenering niet beperken tot verzet tegen achttien weken. CD&V moet uitleggen welk alternatief CD&V op tafel legt. Als dat alternatief bestaat uit preventie, reproductieve informatie, bescherming tegen seksueel geweld, relationele weerbaarheid en vroege hulp, dan wordt de discussie inhoudelijk sterker. De vraag is dan niet of CD&V vrouwenrechten wil beperken, maar of CD&V vindt dat vrouwen sneller en beter geholpen moeten worden voordat een zwangerschap verder gevorderd is. Die lijn kan politiek verdedigbaar zijn, op voorwaarde dat ze concreet wordt uitgewerkt en niet blijft steken in algemene woorden.
De verantwoordelijkheid van andere partijen
Ook partijen die een langere termijn verdedigen, hebben een verantwoordelijkheid. Zij moeten niet alleen uitleggen waarom achttien weken volgens hen nodig is, maar ook hoe zij vermijden dat beslissingen later worden genomen, hoe zij omgaan met de zwaarte van tweede trimesterabortussen, hoe zij preventie versterken en hoe zij de morele status van de foetus in hun afweging plaatsen. Het volstaat niet om te verwijzen naar autonomie zonder de gevolgen van latere ingrepen te bespreken. Het volstaat evenmin om dierenwelzijn, kwetsbaarheid en zorg als politieke waarden naar voren te schuiven, maar de ethische spanning rond de foetus amper te erkennen. Een democratisch debat vraagt dat alle partijen hun eigen uitgangspunten consequent toepassen.
De vrouw in nood mag niet verdwijnen
Tegelijk mag de vrouw in nood niet verdwijnen uit dit debat. Preventiebeleid mag nooit een dekmantel worden om vrouwen te beschuldigen, te beschamen of alleen te laten. Een ongewenste zwangerschap kan ontstaan door mislukte anticonceptie, geweld, druk, onwetendheid, psychische kwetsbaarheid, financiële problemen, relationele afhankelijkheid of een late vaststelling. Een ernstig preventiemodel moet daarom mild, snel en toegankelijk zijn. Het moet vrouwen helpen zonder oordeel. Het moet ook rekening houden met vrouwen die geen steun hebben, geen veilige thuissituatie hebben of niet durven spreken. Wie preventie centraal zet, moet bewijzen dat die preventie ook echt bij de meest kwetsbaren terechtkomt.
De foetus mag evenmin verdwijnen
Net zoals de vrouw in nood niet mag verdwijnen, mag de foetus volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet niet uit het debat worden gehaald. Zeker bij achttien weken gaat het volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet niet meer om een abstract beginstadium. Het gaat om menselijk leven in ontwikkeling dat in andere medische contexten aandacht en zorg krijgt. Dat maakt de afweging moeilijk. Maar precies daarom moet ze worden gevoerd. Een wetgever die de termijn verlengt zonder die morele vraag ernstig te behandelen, riskeert volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet een deel van de samenleving het gevoel te geven dat kwetsbaar ongeboren leven geen stem heeft. Dat is niet goed voor het draagvlak van de wet en ook niet voor de ernst van het debat.
Wat echte vooruitgang zou kunnen zijn
Echte vooruitgang hoeft niet altijd te betekenen dat een wettelijke grens wordt opgeschoven. In dit dossier kan vooruitgang ook betekenen dat er minder ongewenste zwangerschappen zijn, dat vrouwen vroeger weten waar ze aan toe zijn, dat mannen meer verantwoordelijkheid nemen, dat jongeren beter voorbereid zijn, dat seksueel geweld harder wordt aangepakt, dat testen goedkoper zijn en dat hulp sneller wordt gevonden. Als België daarin beter wordt, dalen mogelijk net de situaties waarin een vrouw pas laat voor een zware keuze staat. Dat is de kern van het voorstel van Dr. Michel Loots en Roger Van Praet. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vragen niet om niets te doen. Dr. Michel Loots en Roger Van Praet vragen om eerst het beleid te voeren dat de nood aan abortus vermindert.
Een debat met menselijke gevolgen
Achter elke wettelijke termijn zitten menselijke situaties. Er zijn vrouwen die bang zijn. Er zijn mannen die hun verantwoordelijkheid ontlopen. Er zijn koppels in crisis. Er zijn ouders die twijfelen. Er zijn artsen die moeilijke zorg moeten bieden. Er zijn foetussen in ontwikkeling. Er zijn politieke partijen die botsen op fundamentele waarden. Een ernstig land behandelt zo’n dossier niet als een snelle ideologische overwinning. Het zoekt naar beleid dat leed voorkomt. Preventie is daarbij geen detail. Het is misschien het enige terrein waar bijna iedereen, ondanks diepe meningsverschillen, een stap vooruit kan zetten.
De vraag die België moet beantwoorden
De kernvraag is niet alleen of de abortustermijn naar achttien weken moet. De kernvraag is of België al alles heeft gedaan om ongewenste zwangerschappen vroeg te voorkomen, vrouwen snel te helpen en laattijdige ingrepen te vermijden. Volgens Dr. Michel Loots en Roger Van Praet is het antwoord daarop duidelijk: neen. Daarom vragen Dr. Michel Loots en Roger Van Praet om van preventie geen voetnoot te maken, maar het hart van het beleid. Hun voorstel legt de lat hoog. Goedkopere testen, betere informatie, onderwijs, verantwoordelijkheid voor jongens, bescherming tegen seksueel geweld en een evaluatie na vijf jaar. Dat is een andere koers dan een loutere termijnverlenging. En net daarom verdient ze een ernstig debat.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


