Miljoenencijfers, Stationsstraat 3 en bushalte Beerst wegen op gemeenteraad Diksmuide

2 juni 2026
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 1 juni 2026 in Diksmuide brachten drie dossiers naar voren die elk op hun manier belangrijk zijn voor de stad: de afsluiting van de jaarrekening 2025, de verdere afwikkeling van de woning in de Stationsstraat 3 en de vraag naar een schuilhuisje aan de bushalte in Beerst. In de tussenkomsten van Kurt Vanlerberghe kwamen zowel grote budgettaire cijfers als heel concrete noden op straatniveau aan bod. De jaarrekening 2025 sluit de budgettaire meerjarenperiode 2020-2025 af, terwijl het dossier Stationsstraat 3 opnieuw toont hoe een woonproject met de provincie West-Vlaanderen uiteindelijk een andere richting uitgaat.
Stationsstraat 3 keert volledig terug naar het OCMW
De raad voor maatschappelijk welzijn kreeg de terugkoop van het provinciale aandeel in de woning Stationsstraat 3 in Diksmuide voorgelegd. Die woning maakte deel uit van het initiatief Innovatief Wonen van de provincie West-Vlaanderen. Dat initiatief was bedoeld om jonge gezinnen en nestverlaters te ondersteunen via aangepaste huisvesting. In dat kader stelde de provincie een ontwerper aan. Op 26 september 2024 verkocht het OCMW, in lijn met de gemaakte afspraken, 36 procent van het gebouw Stationsstraat 3 aan de provincie West-Vlaanderen. Bij de opmaak van de meerjarenplanning 2026-2031 stelde de huidige bestuursploeg vast dat het aandeel van het OCMW in de verbouwingskosten zeer hoog zou oplopen. Daardoor werd het project stopgezet en werd met de provincie onderhandeld over de verdere afwikkeling. Het akkoord houdt in dat de provincie haar aandeel van 36 procent opnieuw verkoopt aan het OCMW. De provincie en de stad nemen elk de helft van de kosten en erelonen van de architect voor hun rekening. Het ontwerp van de akte voor de terugkoop werd daarom aan de raad voorgelegd. Daarmee komt het gebouw opnieuw geheel in handen van het OCMW en kan de verdere aanpak van de woning vanuit die situatie worden bekeken.
Jaarrekening 2025 sluit een politieke en budgettaire periode af
De jaarrekening 2025 is niet zomaar een technisch financieel stuk, maar de afsluiting van de budgettaire meerjarenperiode 2020-2025. Die periode liep vijf jaar onder de vorige politieke legislatuur en één jaar onder de huidige bestuursploeg. Daardoor krijgt de jaarrekening ook een bredere politieke betekenis. Ze toont waar de stad en het OCMW financieel stonden aan het einde van die periode en welke cijfers worden meegenomen naar de nieuwe meerjarenplanning. Het exploitatiesaldo bedroeg 10.647.416 euro. Dat cijfer moet wel samen worden gelezen met een eenmalige dividenduitkering van Fluvius West van 4.419.698 euro. Die uitkering moest meteen opnieuw worden geïnvesteerd in Efin. Zonder die eenmalige verrichting bedraagt het gecorrigeerde exploitatiesaldo 6.227.718 euro. De investeringsuitgaven kwamen uit op 17.282.759 euro, maar ook dat cijfer wordt beïnvloed door dezelfde herinvestering. Gezuiverd van die verrichting gaat het om 12.863.061 euro. Ook de autofinancieringsmarge lag op het eerste gezicht hoog, met 8.265.455 euro, maar zonder de eenmalige dividenduitkering komt het cijfer uit op 3.845.757 euro.
Financiële evenwichten blijven positief
De stad moet voldoen aan twee financiële evenwichten: het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge. Het beschikbaar budgettair resultaat moet elk jaar positief zijn. In 2025 kwam dat positief saldo uit op 10.647.416 euro, met de nuance van de eenmalige dividenduitkering. Dat resultaat omvat het exploitatie-, investerings- en financieringssaldo van het boekjaar 2025, samen met het budgettair resultaat van het vorige boekjaar. De autofinancieringsmarge moet op het einde van de meerjarenplanning positief zijn. Omdat 2025 het laatste jaar van de meerjarenperiode 2020-2025 was, was dat cijfer van bijzonder belang. De marge bedroeg 8.265.455 euro, opnieuw met de nuance dat een eenmalige dividenduitkering de lezing beïnvloedt. De autofinancieringsmarge geeft aan in welke mate aflossingen en intresten op leningen kunnen worden betaald met het overschot uit de werking. Zowel het beschikbaar budgettair resultaat als de autofinancieringsmarge vielen beter uit dan vooraf was ingeschat.
Budgettair resultaat ligt bijna twee miljoen euro hoger
Het budgettair resultaat over 2025 lag 1.994.455 euro hoger dan voorzien in het meerjarenplan. Dat verschil kwam voor een deel door factoren die vooraf moeilijk te ramen waren. De aanvullende personenbelasting bracht 274.239 euro extra op tegenover de eerdere raming. De opcentiemen op de onroerende voorheffing leverden 285.619 euro extra op. De responsabiliseringsbijdrage voor pensioenen van vastbenoemden viel 157.785 euro lager uit dan eerder ingeschat. Ook de energie-uitgaven lagen lager, met 147.700 euro minder uitgaven. Die daling kwam grotendeels door twee creditnota’s voor openbare verlichting. Over de finale afrekening daarvan bleef nog onduidelijkheid bestaan. Het gecumuleerd budgettair resultaat bedroeg 10.524.389 euro. Dat cijfer kan niet los worden gezien van netto-investeringen voor 5.764.718,50 euro die in 2025 gepland waren, maar naar 2026 werden doorgeschoven. Na aftrek daarvan blijft 4.759.671 euro over. Het saldo van leningen en leasings bedroeg op 31 december 2025 in totaal 29.821.681 euro.
Ontvangsten tonen breed financieel beeld
In 2025 werden 51.287.486 euro aan exploitatieontvangsten geregistreerd. De fiscale ontvangsten vormden een groot deel daarvan, met 18.372.227 euro. De werkingssubsidies waren goed voor 17.649.049 euro. De opbrengsten uit de werking bedroegen 8.664.527 euro, terwijl de dividenden 6.033.019 euro opleverden. De realisatiegraad van de budgettaire ontvangsten lag op 102,53 procent tegenover het eindbudget. Sommige inkomsten vielen lager uit dan gebudgetteerd, zoals de RIZIV-subsidiëring voor het woonzorgcentrum, het eigen aandeel van medewerkers in maaltijdcheques en de recuperatie van kosten door cliënten van de sociale dienst. Andere ontvangsten lagen hoger. Dat was onder andere het geval bij innames van openbaar domein, parkeerretributies en bewonerskaarten, het afleveren van omgevingsvergunningen, sportlessen en sportkampen, verblijven in het woonzorgcentrum, de verhuur van culturele centra en ontmoetingscentra en de verhuur van gebouwen aan de politiezone. Daardoor krijgt de jaarrekening niet alleen betekenis als eindbalans, maar ook als overzicht van waar inkomsten afweken van wat vooraf werd geraamd.
Verkoop Stationsstraat 3 vraagt zorgvuldige aanpak
Naast de terugkoop van het provinciale aandeel kwam ook de latere verkoop van de woning Stationsstraat 3 aan bod. In de vorige raad voor maatschappelijk welzijn werd alleen goedkeuring gegeven voor een onderhandse verkoop van de woning, met een minimumprijs van 695.000 euro. Er werd toen geen beslissing genomen over de aanstelling van een bepaalde vastgoedmakelaar. Die keuze behoort tot de bevoegdheid van het vast bureau. In de toelichting werd aangegeven dat er een materiële vergissing in het gunningsverslag was geslopen. Tegelijk werd gesteld dat dit op zich geen probleem vormde voor de verdere procedure. Wel moet de verkoopwijze beantwoorden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Als een andere verkoopwijze nodig zou blijken, moet dat opnieuw worden voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn. De raad beslist dan over de verdere aanpak. Daarmee blijft het dossier Stationsstraat 3 niet beperkt tot een patrimoniumkwestie, maar gaat het ook over transparantie, procedure en correcte besluitvorming.
Beerst krijgt mogelijk tijdelijk schuilhuisje
Ook de bushalte in Beerst kwam tijdens de gemeenteraad aan bod. De vraag werd voorgelegd aan de administratie, die op die locatie geen probleem zag. De plek is ook de locatie waar op termijn het Hoppinpunt in Beerst wordt voorzien. Daar moeten later extra voorzieningen komen, zoals toegankelijke haltes, een fietsenstalling en een schuilhuisje. In afwachting daarvan werd voorgesteld om alvast een verplaatsbaar schuilhuisje te plaatsen. Bij de latere inrichting van het Hoppinpunt kan dan worden nagegaan of het schuilhuisje op dezelfde plaats kan blijven of moet worden verplaatst. Het dossier is kleiner dan de jaarrekening of de verkoop van Stationsstraat 3, maar raakt wel rechtstreeks aan het comfort van reizigers die de bushalte gebruiken. Het toont ook hoe mobiliteitsbeleid vaak begint bij praktische ingrepen die voor inwoners meteen merkbaar zijn.
Bronnen:
Interventies Kurt Vanlerberghe op de gemeenteraad van 1 juni 2026
Presentatie Jaarrekening 2025
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


