Minister van Buitenlandse zaken van Bangladesh komt herdenkingsplechtigheid in Brussel versterken, Een stem voor gerechtigheid klinkt voor het Europees Parlement

25 maart 2025
Voor het Europees Parlement in Brussel kwamen op 25 maart 2025 mensen samen om een pijnlijke geschiedenis te herdenken. Sprekers en aanwezigen stonden stil bij de genocide in Bangladesh van 1971, een gebeurtenis die meer dan vijftig jaar later nog steeds erkenning eist. Met krachtige toespraken werd opgeroepen tot gerechtigheid, terwijl de actualiteit van Bangladesh en zijn relaties met Pakistan en de EU onder de loep werd genomen.
Herdenking van een tragedie
In 1971 verloren drie miljoen Bengalen het leven door een systematische genocide, uitgevoerd door Pakistan. Meer dan tweehonderdduizend meisjes en vrouwen ondergingen gruwelijk geweld. Jarenlang, sinds 2021, komen mensen samen om deze verschrikkingen levend te houden en erkenning te eisen. De bijeenkomst van 25 maart 2025 voor het Europees Parlement in Brussel onderstreepte die oproep opnieuw. Sprekers benadrukten dat de vrede die Bangladesh meer dan vijftig jaar kende tot 5 augustus 2024, voortkwam uit een zware strijd. Zonder officiële erkenning blijven de littekens voelbaar.

Sprekers met een boodschap
Andy Vermaut, journalist en organisator, leidde de bijeenkomst met een pleidooi voor historische waarheid. Hij werd bijgestaan door Dr. Hasan Mahmud, de Bengaalse minister van Buitenlandse Zaken, die de roep om gerechtigheid kracht bijzette. Paulo Casaca, voormalig Europarlementariër en president van het South Asian Democratic Forum, wees op de rol van Europa. Shahidul Hoque en Murshed Mahmud, medeorganisatoren en prominenten binnen de Belgium Awami League en Global Solidarity for Peace, voegden hun stemmen toe. Humyun Maksud Himu en Bazlur Rashid, eveneens gelinkt aan de Belgium Awami League, spraken over de blijvende impact op de Bengaalse diaspora. Samen vormden zij een krachtig front.

Aanwezigen tonen betrokkenheid
Onder de aanwezigen bevonden zich figuren als Atikuzzaman Chowdhury, een leider binnen de Bengaalse gemeenschap, en Manwar Ahammed. Rafique Ramuj en vrouwen als Shwapna Deb, Dilruba Begum en Daizy Akter waren eveneens present, net als Khaled Minhaj van de Belgium Awami Jubo League. Rana Martuza, Nashat Tabassum (Mauri), Mahmud Mahir, Mahjabeen Suraiya en de jonge Ahyan Arhab (Amir) vulden de rijen. Hun aanwezigheid toonde hoe breed deze zaak leeft.
Bangladesh in beweging
Bangladesh beleeft in 2025 een overgangsperiode. Na de afzetting van premier Sheikh Hasina in augustus 2024 leidt Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus nu een interim-regering. Er zijn beloftes voor democratische hervormingen, met verkiezingen gepland tussen december 2025 en juni 2026. Maar er zijn zorgen: politieke verdeeldheid, geweld tegen minderheden zoals hindoes en oud-leiders van de Awami League, en een economie onder druk met een verwachte inflatie boven de 10 procent. De banksector staat eveneens voor uitdagingen.

Nieuwe banden met Pakistan
Sinds de coup in augustus 2024 zijn de relaties tussen Bangladesh en Pakistan verbeterd. Op 17 april 2025 staat een overleg gepland over handel, connectiviteit en zelfs militaire samenwerking. Militaire delegaties wisselden bezoeken uit, visa-regelingen versoepelden en directe scheepvaart is gestart. Gesprekken over vluchten zijn gaande. Bangladesh lijkt een eigen koers te varen, terwijl Pakistan een strategische band ziet. Toch blijft de genocide van 1971 een struikelblok, omdat Pakistan geen excuses aanbood. India volgt deze toenadering met argusogen.
De rol van Europa
De Europese Unie kan niet aan de zijlijn blijven staan. Een rapport uit januari 2025 benadrukt EU-steun voor de democratische transitie in Bangladesh. In september 2024 werd in het Europees Parlement aandacht gevraagd voor aanvallen op hindoes. Eerder, in 2009, erkende de EU 11 juli als herdenkingsdag voor de genocide in Srebrenica, wat aantoont dat erkenning mogelijk is. Campagnes van organisaties als Global Human Rights Defence en de Fundamental Rights Movement Postversa dringen aan op formele erkenning van 1971. Een memorandum ligt bij de parlementsvoorzitter van het Europees parlement, maar helaas hebben wij nog geen antwoord ontvangen.
Obstakels voor erkenning
Toch is erkenning geen eenvoudige zaak. Geopolitieke belangen en machtsverhoudingen spelen mee. Er ontbreekt een helder internationaal juridisch kader. Historische factoren, zoals de Koude Oorlog, hielden erkenning destijds tegen. Ontkenning blijft een tactiek. Sprekers in Brussel riepen op tot een duidelijke stem, geïnspireerd door leiders die ooit met overtuiging spraken en naties in beweging brachten.
Een oproep tot actie
De bijeenkomst eindigde met een krachtig statement: Pakistan moet deze donkere bladzijde erkennen, en de EU, als hoeder van mensenrechten, moet volgen. Erkenning helpt wonden helen, bevestigt de waarde van historische waarheid en voorkomt toekomstige gruwelen. De strijd tegen ontkenning van genocide is wereldwijd, en hoop blijft bestaan – hoop op gerechtigheid, op verzoening en op waardering voor de veerkracht van de Bengalen.
Verder speciale dank aan: Dr. Hasan Mahmud, Paulo Casaca, Shahidul Hoque, Humyun Maksud Himu, Murshed Mahmud, Bazlur Rashid, Atikuzzaman Chowdhury, Manwar Ahammed, Rafique Ramuj, Shwapna Deb, Khaled Minhaj, Rana Martuza, Dilruba Begum, Daizy Akter, Nashat Tabassum (Mauri), Mahmud Mahir, Mahjabeen Suraiya, Ahyan Arhab (Amir)
EU Review


