N-VA vraagt bijsturing van Akkoorden van Doornik en extra ANPR in West-Vlaamse grensregio

12 december 2025
Op vrijdag 12 december 2025 organiseerde N-VA een symbolische actie om bijkomende maatregelen te vragen tegen grenscriminaliteit. Tijdens die actie werd een gele muur gevormd als signaal richting de beleidsmakers. Gemeenteraadslid Sam Lernout uit Menen, provincieraadslid Kurt Himpe en Kamerlid en partijondervoorzitter Maaike De Vreese stellen dat de criminaliteitscijfers blijven aantonen dat extra inzet nodig is, met een bijsturing van de Akkoorden van Doornik en bijkomende middelen, waaronder ANPR-camera’s, voor de West-Vlaamse grensregio. Een exact uur en een precieze locatie werden in het persbericht niet vermeld.
Grensstreek blijft aandachtspunt
Volgens de door Sam Lernout opgevraagde cijfers over 2024 is er een lichte daling van het aantal feiten, ook bij grensgerelateerde criminaliteit. Tegelijk blijven Menen, Wervik en Kortrijk volgens N-VA hoog scoren op provinciaal en Vlaams niveau, wat de partij ziet als een aanwijzing dat de problematiek in de regio aanhoudt. In die context pleit Lernout voor verdere investeringen in grensveiligheid en preventieve maatregelen, met blijvende aandacht voor de impact op lokale politiezones en bewoners.
De partij wijst daarnaast op een stijging van drugscriminaliteit in het midden en zuiden van West-Vlaanderen. Als voorbeeld wordt een actie in Roeselare in juni 2025 genoemd, waarbij vijf arrestaties volgden en 1,4 kilogram cocaïne in een voertuig werd aangetroffen. Bij vier huiszoekingen in Roeselare en Oostende werden volgens het persbericht gebruikershoeveelheden cocaïne, 15.000 euro cash, vier voertuigen en luxeartikelen in beslag genomen.
Doornik-akkoorden onder druk
Kurt Himpe focust op de operationele samenwerking tussen België en Frankrijk. Hij verwijst naar de overeenkomst uit 2001 over grensoverschrijdende samenwerking tussen politie en douane, bekend als de Akkoorden van Doornik. Volgens Himpe kwam er in 2013 een update, maar bleef de uitvoering achter bij wat nodig is op het terrein, onder meer bij informatiedeling, afstemming op materieel en digitale toepassingen, gemengde patrouilles en gezamenlijke acties.
Een blijvend knelpunt is volgens Himpe het ontbreken van een gezamenlijk radiocommunicatiekanaal, wat de samenwerking bij grensoverschrijdende achtervolgingen bemoeilijkt. Hij waarschuwt ook voor een recent Frans voorstel dat, zoals hij het schetst, zou neerkomen op meer achtervolgingen van Frankrijk naar België, zonder een gelijkwaardige regeling in de andere richting. N-VA vraagt daarom een bijsturing die achtervolgingen efficiënter maakt en de afspraken in evenwicht houdt.
ANPR en standhoudingsrecht op tafel
Maaike De Vreese bracht de kwestie volgens het persbericht ook ter sprake in het federaal parlement. Minister van Binnenlandse Zaken Quintin erkende de problematiek en had overleg met de Franse regering. De partij schuift twee aandachtspunten naar voren: een versoepeling van de voorwaarden voor grensoverschrijdende achtervolgingen en een standhoudingsrecht voor achtervolgende agenten in beide landen.
Quintin gaf volgens N-VA ook aan dat het ANPR@GPI-cameraschild innovatiever werd, met als doel grenscriminelen in West-Vlaanderen beter te detecteren en te onderscheppen. Daarnaast kondigde de minister een investeringsplan aan voor extra ANPR-camera’s in en rond grote steden en op cruciale grenslocaties. N-VA wil dat West-Vlaanderen daarin nadrukkelijk wordt meegenomen, met extra middelen en camera’s voor de grenszone, omdat fenomenen zoals mensensmokkel, drugsfeiten en gewelddadige overvallen zich volgens de partij niet laten begrenzen door een landsgrens.
Geen overleg over West-Vlaamse gevangenissen
In een afzonderlijke communicatie vestigt N-VA West-Vlaanderen ook de aandacht op de situatie in de West-Vlaamse gevangenissen. Ondanks aanhoudende en toenemende overbevolking, met een recordaantal grondslapers, werd er in 2025 geen officieel periodiek overleg georganiseerd over de situatie in de provincie. Dat blijkt uit informatie die Kurt Himpe ontving van gouverneur Carl Decaluwé. In 2023 was er volgens het persbericht nochtans een overlegstructuur opgestart om sneller en gecoördineerd naar oplossingen te zoeken.
Himpe licht toe dat zo’n overleg bedoeld is om politiediensten, lokale overheden van de betrokken stad of gemeente, rechtbanken, het Openbaar Ministerie en de gevangenissen rond dezelfde tafel te brengen, met oog voor oplossingen die niet binnen één sector blijven hangen. Het overleg wordt samengeroepen wanneer één van de partners dat aanvraagt, maar volgens de ontvangen informatie kwam er dit jaar geen vraag. Tegelijk wordt gesteld dat eerdere overlegmomenten de onderlinge contacten versterkten, waardoor partners sneller rechtstreeks met elkaar schakelen bij problemen. De diensten van de gouverneur zouden het thema blijven aankaarten, onder meer via bespreking deze maand op de Conferentie van de provinciegouverneurs.
Noodplannen als laatste vangnet
Op vragen van Himpe bevestigde de gouverneur volgens het persbericht dat, als overbevolking zou uitmonden in een noodsituatie, het Algemeen Nood- en Interventieplan en het Bijzonder Noodplan voor de gevangenissen geactiveerd kunnen worden. Dat geldt wanneer er een ernstige bedreiging ontstaat voor leven of gezondheid, en coördinatie nodig is om de dreiging weg te nemen of de gevolgen te beperken. De situatie verandert volgens de communicatie dagelijks, maar vooral het penitentiair complex van Brugge wordt als zorgwekkend genoemd. Daar gebeurde de voorbije jaren een tijdelijke capaciteitsuitbreiding door meerdere eenpersoonscellen om te vormen tot tweepersoonscellen.
Bronnen:
Persbericht N-VA West-Vlaanderen, 12 december 2025
Persbericht N-VA West-Vlaanderen, 11 december 2025
Informatie gouverneur Carl Decaluwé via provincieraadslid Kurt Himpe
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


