Oekraïne voert druk op Russische olie-infrastructuur verder op

Foto @Maks_NAFO_FELLA

6 april 2026

Oekraïense troepen hebben in de nacht van 4 op 5 april 2026 opnieuw Russische olie- en militaire infrastructuur aangevallen, terwijl ook aan het front in Oost- en Zuid-Oekraïne verschuivingen zichtbaar blijven. De jongste stand van zaken wijst op aanhoudende druk op Russische export- en bevoorradingspunten, op hergroeperingen van Russische eenheden en op verdere gevechten in richtingen als Pokrovsk, Koepjansk, Huljajpole, Oleksandrivka en Cherson.

Aanvallen op oliehavens en raffinaderijen

Oekraïne voerde in de nacht van 4 op 5 april 2026 aanvallen uit op Primorsk in de oblast Leningrad en op de raffinaderij Lukoil-Nizhegorodnefteorgsintez in Kstovo in de oblast Nizjni Novgorod. Bij Primorsk ontstond brand aan een belangrijk exportpunt voor Russische olie. Gouverneur Aleksandr Drozdenko meldde schade aan een deel van een oliepijpleiding in de buurt van Primorsk.

Ook in Kstovo brak brand uit. Beelden die op 5 april 2026 verschenen, tonen Russische luchtafweer in de omgeving van de raffinaderij. Warmte-anomalieën wezen daar rond 02.00 uur lokale tijd op brandhaarden. Gouverneur Gleb Nikitin meldde schade en brand op twee installaties van Lukoil-Nizhegorodnefteorgsintez en daarnaast schade aan de Novogorkovskaja warmtekrachtcentrale in Kstovo.

De aanval op Primorsk was volgens de beschikbare gegevens al de derde Oekraïense aanval op die locatie sinds de nacht van 22 op 23 maart 2026. In de voorbije dertien dagen werden in totaal acht Russische olie- en defensiedoelen geraakt, van Ust-Luga en Primorsk in de oblast Leningrad tot Ufa in Basjkortostan. Die spreiding over ruim 1.700 kilometer bemoeilijkt de bescherming van zulke grote installaties.

Russische verdediging onder druk

Russische militaire bloggers reageerden terughoudend op de jongste aanvallen, maar stelden wel vast dat de schade aan olie-installaties zwaar kan doorwegen op de Russische uitvoercapaciteit en dat herstel tijd en geld zal vragen. Er verschenen ook inschattingen dat Oekraïne overdag drones inzet aan grensgebieden om Russische luchtverdediging te belasten, waarna ’s nachts langeafstandsdrones op lage hoogte volgen.

Tegelijk groeit de indruk dat de beschikbare Russische luchtverdediging onvoldoende is om verspreide installaties over grote afstanden tegelijk af te schermen. Dat geldt voor oliehavens, raffinaderijen en defensiegerelateerde doelen die de voorbije dagen herhaaldelijk onder vuur kwamen te liggen.

Tegendruk rond Pokrovsk en Oleksandrivka

Oekraïense tegenaanvallen in de richtingen Huljajpole en Oleksandrivka blijven de Russische operaties rond Pokrovsk en Dobropillja verstoren. Volgens de gemelde militaire waarnemingen zijn Russische mariniers, waaronder delen van de 120ste divisie mariniers van de Baltische Vloot en de 40ste brigade mariniers van de Pacifische Vloot, weggetrokken uit het tactische gebied van Dobropillja om elders ingezet te worden.

Dat zou de Russische druk in de sector verzwakken. In de richting van Pokrovsk hielden Oekraïense troepen recent stand en wonnen zij terrein. Er zijn meldingen dat Oekraïense eenheden posities behouden tussen de begraafplaats in het noordoosten van Pokrovsk en een gebouw van Ahroproduct LTD in het noorden van de stad. Russische troepen voerden op 4 en 5 april 2026 aanvallen uit in en rond Pokrovsk, onder meer richting Bilytske, Rodynske, Myrnohrad, Udatsjne, Serhijivka, Hrysjyne en Novooleksandrivka.

Aan Russische zijde zouden de verliezen in deze sector oplopen. Een woordvoerder van een Oekraïense brigade met onbemande systemen stelde dat het aantal kleine infanterieaanvallen in maart 2026 toenam tegenover februari. Daarbij zouden in maart ruim 500 Russische militairen uitgeschakeld zijn.

Frontlijn blijft bewegen

In de richting van Koepjansk maakten Russische troepen recent een beperkte vooruitgang ten westen van Holubivka. In de richting van Sumy gingen Russische aanvallen door, maar zonder bevestigde terreinwinst. Tegelijk zouden elementen van de 83ste aparte luchtlandingsbrigade zich terugtrekken naar de oblast Moskou voor herstel, terwijl elementen van de 106de luchtlandingsdivisie opnieuw in beweging zijn.

In de sector Slovjansk en de omgeving van Kostjantynivka en Druzjkivka gingen Russische aanvallen verder zonder bevestigde doorbraak. De Oekraïense luitenant-kolonel Dmytro Zaporozjets verklaarde dat Russische luchtbombardementen op Kramatorsk, Slovjansk en frontposities in de zone zijn toegenomen, terwijl het aantal grondaanvallen in de voorbije week lager lag.

In de richting Oleksandrivka meldde opperbevelhebber Oleksandr Syrskyj dat Oekraïense troepen sinds het einde van januari 2026 ruim 480 vierkante kilometer en twaalf nederzettingen hebben heroverd, waarvan acht in de oblast Dnipropetrovsk en vier in de oblast Zaporizja. Oekraïense troepen voerden daar ook aanvallen uit op Russische personeelsconcentraties bij Berezove en Novomykolaivka.

In de richting Huljajpole werd een Russische infiltratie ten noorden van Myrne vastgesteld, zonder wijziging van de controle over het terrein. Verder gingen Russische grondoperaties in West-Zaporizja en in de richting van Cherson door zonder bevestigde terreinwinst. In de nacht van 4 op 5 april 2026 werd ook een luchtvaartopslagplaats in het bezette Saky op de Krim getroffen.

Gasgranaten en droneaanvallen

De Oekraïense generale staf stelde op 4 april 2026 dat in maart 2026 ongeveer 400 gevallen werden vastgelegd waarbij Russische troepen munitie met chemische agentia gebruikten. Sinds februari 2022 zou het om ruim 13.000 gevallen gaan. Daarbij zouden vaak K-51- en RG-Vo-aerosolgranaten gebruikt worden, net als geïmproviseerde middelen die CS- en CN-stoffen verspreiden. Die middelen zouden ingezet worden om Oekraïense militairen uit dekking te dwingen.

In de nacht van 4 op 5 april 2026 lanceerde Rusland volgens de Oekraïense luchtmacht 93 drones richting Oekraïne. Daarvan zouden ongeveer 60 Shahed-drones geweest zijn. Oekraïense eenheden haalden 76 drones neer. Zeventien drones troffen tien locaties, terwijl brokstukken op drie plaatsen neerkwamen. Infrastructuur in de oblasten Tsjernihiv, Charkiv, Poltava en Odessa werd geraakt.

Wit-Rusland en bredere militaire samenwerking

Ook buiten de onmiddellijke frontlijn bleven de militaire en industriële banden tussen Rusland en Wit-Rusland zichtbaar. Een delegatie uit de vrije economische zone van Brest ondertekende op 4 april 2026 akkoorden met de oblast Leningrad om economische, industriële en handelsrelaties uit te bouwen en bezocht het Russische scheepsbouwbedrijf Emperium LLC.

Daarnaast vond op 5 april 2026 in Minsk de twaalfde Wit-Russisch-Cubaanse commissie voor militair-technische samenwerking plaats. Daar werd gesproken over de stand van de bilaterale relaties, de uitvoering van bestaande akkoorden en verdere samenwerking.

Bronnen:
Institute for the Study of War
Russian Offensive Campaign Assessment, April 5, 2026
Institute for the Study of War

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)