Trump schuift deadline op terwijl oorlog met Iran verder uitdijt

5 april 2026

De oorlog met Iran is op 5 april 2026 verder verbreed, met nieuwe Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iraanse doelen, aanhoudende Iraanse aanvallen op scheepvaart en energie-infrastructuur in de Golfregio, en een verdere uitbouw van het conflict via Hezbollah, de Houthi’s en Iraakse milities. Tegelijk meldde het Amerikaanse leger dat beide bemanningsleden van een op 2 april 2026 neergehaald F-15E-toestel levend uit Iran zijn weggehaald.

Deadline rond Straat van Hormuz

De Amerikaanse president Donald Trump lijkt de uiterste datum voor Iran om de aanvallen op de scheepvaart in de Straat van Hormuz te stoppen te hebben verschoven naar dinsdag 7 april 2026, om 20.00 uur Eastern Time. Eerder lag die grens op maandag 6 april 2026. Tegelijk verklaarde de Iraanse opperste leider Mojtaba Khamenei op 5 april 2026 dat Iran de aanvallen op de scheepvaart in de zeestraat zal voortzetten.

Abbas Araghchi, de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, sprak op 5 april 2026 telefonisch met de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken Ishaq Dar over de bemiddelingspogingen van Pakistan tussen Iran en de Verenigde Staten. Uit de vrijgegeven informatie bleek niet dat Iran al met onderhandelingen heeft ingestemd. Trump dreigde intussen met aanvallen op energie-infrastructuur en bruggen als Iran na de nieuwe deadline doorgaat.

Reddingsoperatie na neergehaalde F-15E

US Central Command bevestigde op 4 april 2026 dat beide bemanningsleden van een F-15E werden gered nadat Iran het toestel op 2 april 2026 had neergehaald tijdens een gevechtsmissie. De piloot was al op 3 april 2026 in veiligheid gebracht. Op 4 april 2026 werd ook de wapensysteemofficier door Amerikaanse speciale eenheden weggehaald.

Amerikaanse functionarissen verklaarden aan westerse media dat die officier 36 uur uit gevangenschap wist te blijven, zwaargewond raakte en intussen medische verzorging krijgt in Koeweit. De operatie leidde tot een niet nader genoemd aantal Iraanse slachtoffers. Amerikaanse troepen vernietigden na afloop twee transportvliegtuigen en meerdere MH-6 Little Birds die niet uit Iran konden worden weggehaald. Trump stelde dat bij de redding twee Amerikaanse invallen werden uitgevoerd en dat Amerikaanse troepen tijdens de tweede operatie zeven uur boven Iran aanwezig waren. Hij kondigde ook een persconferentie aan in de Oval Office op 6 april 2026, om 13.00 uur Eastern Time.

Aanvallen op Iraanse militaire en industriële doelen

De gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische strijdmacht bleef op 5 april 2026 Iraanse productie-, onderzoeks- en operationele onderdelen van het raketprogramma bestoken. In Kamyaran, in de provincie Koerdistan, zou een lanceerinrichting zijn geraakt die volgens een defensie-analist bestemd was voor een Haj Qassem-raket met een bereik van 1.400 kilometer. In Farashband, in de provincie Fars, zou een raketlanceerder in een loods zijn getroffen.

Ook interne veiligheidsstructuren kwamen opnieuw onder vuur. In Ahvaz, in de provincie Khuzestan, werd de internationale luchthaven geraakt. In de buurt daarvan is de 51ste Hazrat-e Hojjat onafhankelijke pantserbrigade gelegerd. In Esfahan werden volgens gemelde gegevens de 14de Imam Hossein-divisie van de grondtroepen van de Islamitische Revolutionaire Garde en het provinciale hoofdkwartier van de ordediensten getroffen.

De aanvallen troffen ook sleutelfiguren. Brigadier-generaal Mostafa Azizi van de marine van de Revolutionaire Garde werd op 5 april 2026 gedood. In de provincie Teheran werd ook Mohammad Reza Ashrafi Ghahi gedood, die binnen het oliehoofdkwartier van de Revolutionaire Garde verantwoordelijk was voor de commerciële tak en de olieverkopen beheerde. Iraanse media meldden daarnaast de dood van brigadier-generaal Masoud Zare, commandant van de luchtverdedigingsacademie van het Iraanse leger.

Tunnels en luchtafweer

Israël bleef op 5 april 2026 ingangen van Iraanse tunnels aanvallen om te verhinderen dat Iraanse troepen die gebruiken om raketsites af te schermen. Het hoofd van de Israëlische luchtinlichtingengroep verklaarde dat daarvoor grote middelen nodig zijn, omdat Iran belangrijke raketlocaties onder bergen en in tunnels heeft ondergebracht.

Iraanse media probeerden de neerhaling van de F-15E en een latere A-10 tijdens de reddingsoperatie voor te stellen als een Amerikaanse nederlaag. Tegelijk bleek uit de Amerikaanse operatie dat er dicht bij een grote Iraanse stad een voorlopig vliegveld werd aangelegd, dat al het betrokken personeel levend werd weggehaald en dat de aanvallen op Iraanse doelen intussen doorgaan. De moeilijkheden met een MC-130-vliegtuig zouden volgens de beschikbare uitleg zijn veroorzaakt doordat het neuslandingsgestel vastzat in het zand en niet door Iraanse tussenkomst.

Iran raakt Golfstaten en Israël

Iran wijzigde op 5 april 2026 zijn aanvalspakketten deels door vaker kruisraketten in te zetten. Er werden vier kruisraketten op Koeweit afgevuurd, twee op Qatar en telkens één op de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië. Het bleef onduidelijk of dat wijst op een andere tactiek, op beheer van de resterende voorraden of op iets anders.

De Revolutionaire Garde verklaarde op 5 april 2026 dat zij op de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Koeweit mikte met aanvallen op olie- en gasinfrastructuur die volgens Iran aan de Verenigde Staten gelinkt is. In al Ruwais, in de Verenigde Arabische Emiraten, veroorzaakten brokstukken van onderschepte projectielen drie branden in een petrochemische installatie van Borouge. In de haven van Khor Fakkan, in het emiraat Sharjah, werd een containerschip geraakt door brokstukken van een onderschept projectiel, wat brand veroorzaakte en vier bemanningsleden verwondde.

In Sitra, in Bahrein, werden verschillende eenheden van Gulf Petrochemical Industries Company geraakt. Een Iraanse drone trof daar ook een opslagtank van Bahrain Petroleum Company, met brand tot gevolg. Iran had die raffinaderij eerder al op 5 maart 2026 getroffen. In Koeweit werden volgens het ministerie van Defensie op 5 april 2026 twee installaties voor elektriciteitsopwekking en waterontzilting geraakt, naast een gebouw van het ministeriële complex, een gebouw van het ministerie van Olie en verschillende operationele sites van Kuwait Petroleum Corporation.

Iran lanceerde sinds de vorige meetgrens van het rapport ook minstens vijf raketten op Israël. Een ballistische raket kwam neer in een open gebied in de industriële zone van Neot Hovav in Zuid-Israël. Een andere Iraanse raket sloeg rechtstreeks in op een woongebouw in Haifa, veroorzaakte zware schade en verwondde één persoon ernstig.

Bab al Mandeb en bredere druk op scheepvaart

Ali Akbar Velayati, de adviseur voor internationale zaken van voormalig opperste leider Ali Khamenei, stelde op 5 april 2026 dat het zogenoemde verenigde commando van de Axis of Resistance Bab al Mandeb op dezelfde manier bekijkt als de Straat van Hormuz. Hij waarschuwde dat de wereldwijde energiestromen en handel met één signaal verstoord kunnen worden.

Die uitlating wijst erop dat Iran ook de zuidelijke toegang tot de Rode Zee mee inzet als afschrikmiddel. Tegelijk bleek uit de beschikbare informatie niet dat Iran alleen beslist over de Houthi’s. Wel is duidelijk dat de Houthi’s hun acties afstemmen op de ruimere regionale confrontatie.

Hezbollah voert druk op

Hezbollah verklaarde dat het tussen 4 april 2026, om 14.00 uur Eastern Time, en 5 april 2026, om 14.00 uur Eastern Time, veertig aanvallen uitvoerde op Israëlische doelen in Zuid-Libanon en Noord-Israël. Daarbij waren verschillende drone- en raketaanvallen op Israëlische posities en steden. In Deir al Asad in Noord-Israël raakten minstens zes personen gewond door Hezbollah-raketten. In Shomrat werd op 5 april 2026 een woning geraakt door een Hezbollah-drone.

Voor het eerst sinds het begin van deze oorlog meldde Hezbollah op 5 april 2026 het gebruik van antischeepskruisraketten tegen een Israëlisch oorlogsschip dat zich 68 zeemijl voor de kust van Libanon bevond. Volgens Israëlische berichtgeving liep het schip schade op.

Hezbollah verspreidde op 4 en 5 april 2026 ook beelden van FPV-droneaanvallen die op 25 maart 2026 zouden zijn uitgevoerd op een Israëlisch voertuig en twee Merkava-tanks in Zuid-Libanon. Eerder had Hezbollah al zes FPV-droneaanvallen op Israëlische pantservoertuigen opgeëist tussen 31 maart en 3 april 2026.

Israël meldde op 5 april 2026 dat ten minste 165 raketaanvallen van Hezbollah zijn neergekomen in of nabij posities van de VN-vredesmacht UNIFIL in Zuid-Libanon. Volgens Israël maakt Hezbollah gebruik van de nabijheid van die posten om van daaruit aanvallen uit te voeren. UNIFIL had daar op het moment van de rapportage nog niet op gereageerd.

Israëlische operaties in Libanon

Het Israëlische leger zette de luchtaanvallen en grondoperaties tegen Hezbollah verder. Sinds 2 maart 2026 zijn volgens de gemelde gegevens ruim 3.500 Hezbollah-doelen geraakt, waaronder commandocentra, wapendepots en lanceerinstallaties voor raketten en missiles. Op 5 april 2026 werden in Beiroet een Hezbollah-hoofdkwartier en twee tankstations van Amana Fuel Company getroffen. Dat bedrijf is eigendom van Hezbollah en beheert de brandstofvoorziening van de organisatie. De Verenigde Staten legden in februari 2020 sancties op tegen dat bedrijf.

Meerdere Israëlische divisies bleven opereren in Zuid-Libanon. De 91ste territoriale divisie, met onder meer de 8ste pantserbrigade in reservestatus, breidde haar gerichte acties verder uit. Ook de 1ste Golani-infanteriebrigade van de 36ste pantserdivisie en de 146ste reservedivisie bleven actief. Die laatste divisie zou sinds 2 maart 2026 al ruim negentig Hezbollah-strijders hebben gedood.

Israëlische functionarissen verklaarden dat het leger terrein in Zuid-Libanon zal blijven vasthouden zolang de rechtstreekse dreiging van Hezbollah niet is weggenomen. Ook het ontwapenen van Hezbollah blijft volgens hen een doel.

Israël schat Hezbollah sterker in dan eerder gedacht

Israëlische media meldden op 4 april 2026 dat het Israëlische leger erkent dat het in de gevechten van 2024 het verlies aan slagkracht bij Hezbollah te hoog had ingeschat. Nieuwe inschattingen wijzen erop dat Hezbollah voorbereid is op een langdurige campagne en een dagelijkse vuursnelheid van 200 lanceringen van raketten en drones nog vijf maanden kan aanhouden.

Volgens dezelfde inschattingen slagen de aanvallen van Hezbollah er voorlopig niet in de Israëlische besluitvorming over luchtaanvallen op Iran te wijzigen. Het leger stelde ook aanzienlijke breuken vast in de bevelsstructuur van Hezbollah, vooral tussen de centrale leiding in Beiroet en de strijders op het terrein in Zuid-Libanon. Tegelijk meldden veiligheidsbronnen dat Hezbollah-secretaris-generaal Naim Qassem in het vizier ligt zodra zich een operationele kans voordoet. Er zou daarnaast sprake zijn van dalend moreel, met reservisten die zich niet melden en militanten die uitwijken naar het noorden.

Houthi’s en Iraakse milities

De Houthi’s verklaarden op 4 april 2026 dat zij een ballistische raket en meerdere drones hadden afgevuurd op de luchthaven Ben Gurion in Centraal-Israël en op niet nader genoemde militaire doelen in Zuid-Israël. Zij stelden dat de aanval gecoördineerd werd met Iran en Hezbollah. Op het moment van de rapportage waren er geen meldingen van inslagen op de luchthaven. Het was de zevende Houthi-aanval op Israël sinds hun intrede in deze oorlog op 28 maart 2026.

De gezamenlijke Amerikaans-Israëlische strijdmacht voerde voor de derde keer in deze oorlog aanvallen uit op posities van de door Iran gesteunde Iraakse militie Kataib al Tayyar al Risali. Daarbij werden op 4 en 5 april 2026 herhaaldelijk sites van de 31ste brigade van de Popular Mobilization Forces in de provincie Salah al Din geraakt. Op 5 april 2026 werden ook sites getroffen van PMF-brigades onder controle van de Badr-organisatie in diezelfde provincie.

De Islamic Resistance in Iraq, een koepel van door Iran gesteunde Iraakse milities, eiste op 4 april 2026 negentien droneaanvallen op tegen vijandelijke bases in Irak en de regio. Frontgroepen als Kataib Sarkhat al Quds en Jaysh al Ghadab meldden op 4 april 2026 ook aanvallen op Amerikaanse en Israëlische belangen in Koeweit, Bahrein en Noord-Irak.

Op 4 april 2026 werden bovendien zes drones ingezet tegen een olieveld in de provincie Maysan dat wordt uitgebaat door China National Offshore Oil Corporation. Daarbij ontstond brand. Het was de tweede keer sinds het begin van deze oorlog dat een Iraakse militie een geheel of gedeeltelijk Chinees bezit viseerde. Kataib Sarkhat al Quds probeerde de verantwoordelijkheid voor aanvallen op Iraakse energie-infrastructuur af te schuiven op de regering van Koeweit en de Koerdische regionale regering.

Bronnen:
Institute for the Study of War
The Critical Threats Project
Iran Update Special Report, April 5, 2026
https://www.understandingwar.org

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)