Pieter Paul Moens wil dat politie en hulpdiensten de European Disability Card herkennen: een kaart moet ook op moeilijke momenten worden begrepen

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Een alcoholcontrole waarbij hij in paniek raakte en een politieman zijn kaart niet begreep, werd voor Pieter Paul Moens de aanleiding om jarenlang campagne te voeren. Op de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide vertelde Pieter Paul Moens hoe die persoonlijke ervaring uitgroeide tot een engagement dat zich uitstrekt van Facebook en gemeentebesturen tot politiediensten, ziekenhuizen en Europese beleidsmakers. Zijn centrale boodschap: de European Disability Card heeft pas werkelijk betekenis wanneer ook de persoon aan wie ze wordt getoond, begrijpt waarvoor ze staat. Samen met een kleine groep vrijwilligers probeert Pieter Paul Moens daarom zowel het publiek als professionele diensten vertrouwd te maken met de kaart. Daarbij vraagt hij bijzondere aandacht voor situaties waarin iemand door angst, paniek of een beperking moeilijk kan uitleggen welke ondersteuning nodig is. De bijeenkomst werd georganiseerd door Europese Beweging België in samenwerking met EDC Fan Belgium, op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede.

Een persoonlijke ervaring die bleef doorwerken

Pieter Paul Moens begon zijn verhaal bij een gebeurtenis die voor hem veel meer werd dan een onaangenaam moment onderweg. Als chauffeur maakte hij naar eigen zeggen voor het eerst in zijn loopbaan een alcoholcontrole mee. Hij vertelde dat hij mee moest naar de kazerne om te blazen en daarbij in paniek raakte. Op dat ogenblik toonde hij zijn kaart aan de politie, in de verwachting daarmee iets duidelijk te kunnen maken over zijn situatie. De politieman kon de kaart volgens Pieter Paul Moens echter niet lezen en begreep niet wat ze betekende. Het hulpmiddel waarop hij rekende, bracht daardoor niet de verduidelijking waarop hij had gehoopt. Juist die ervaring bleef doorwerken. Voor Pieter Paul Moens werd ze het vertrekpunt van de vraag hoe een kaart mensen kan ondersteunen wanneer de diensten waarmee zij in contact komen, onvoldoende weten wat ze ermee moeten doen. Hij besloot zelf actie te ondernemen en anderen over de kaart te informeren.

Een kaart tonen is pas het begin

De ervaring die Pieter Paul Moens beschreef, maakt duidelijk waarop zijn campagne zich richt. Het bezit van een kaart en de herkenning ervan zijn twee verschillende zaken. Een kaarthouder kan een document bij zich hebben, maar blijft afhankelijk van de kennis en de reactie van de persoon tegenover hem. Tijdens zijn uiteenzetting legde Pieter Paul Moens daarom sterk de nadruk op het moment waarop de kaart daadwerkelijk wordt getoond. Voor hem moet dat een aanleiding kunnen zijn om aandacht te hebben voor mogelijke ondersteuningsnoden. Zijn pleidooi gaat daarmee over de omgang tussen mensen: wordt de kaart opgemerkt, wordt de betekenis ervan begrepen en krijgt de kaarthouder ruimte om duidelijk te maken wat moeilijk loopt? De alcoholcontrole was in zijn verhaal het concrete voorbeeld van een situatie waarin die herkenning ontbrak. Hij wil voorkomen dat anderen op een vergelijkbaar moment opnieuw van nul moeten beginnen met uitleggen.

Van een handvol vrijwilligers naar een campagne met duizenden volgers

Pieter Paul Moens vertelde hoe hij samen met enkele vrijwilligers begon te werken aan een grotere bekendheid van de European Disability Card. Facebook werd daarbij een belangrijk kanaal. Volgens Pieter Paul Moens telt de campagne ongeveer 35.000 volgers. Dat aantal illustreert in zijn uiteenzetting hoeveel mensen inmiddels met het initiatief in aanraking zijn gekomen, maar zijn verhaal bleef nadrukkelijk verbonden met de kleine groep die het werk draagt. Hij bedankte de vrijwilligers en zijn ouders uitdrukkelijk voor hun inzet. Achter de zichtbaarheid op sociale media staan volgens hem mensen die tijd vrijmaken, informatie verspreiden en vragen helpen beantwoorden. De campagne steunt daardoor niet uitsluitend op berichten die online worden geplaatst. Persoonlijke contacten en mond-tot-mondreclame blijven voor Pieter Paul Moens essentieel om mensen te bereiken die de kaart niet kennen of niet goed begrijpen hoe zij die kunnen gebruiken.

Werken zonder budget vraagt voortdurend engagement

Volgens Pieter Paul Moens beschikt het team niet over een budget. Dat gegeven nam een belangrijke plaats in zijn verhaal in, omdat het verklaart waarom de inzet van vrijwilligers zo zwaar doorweegt. Bekendmaking, contacten leggen en mensen informeren gebeuren volgens hem met de mogelijkheden die de groep zelf kan mobiliseren. Pieter Paul Moens vindt dat de overheid te weinig reclame maakt voor de kaart en dat vrijwilligers daardoor veel uitlegwerk op zich nemen. Zijn kritiek richt zich op de afstand tussen het bestaan van een initiatief en de bekendheid ervan bij de mensen voor wie het bedoeld is. Wanneer burgers niet weten dat de kaart bestaat, wat ze betekent of hoe ze eraan kunnen komen, blijft een deel van haar mogelijke betekenis onbenut. De vrijwilligers proberen die afstand te verkleinen door de kaart telkens opnieuw ter sprake te brengen, zowel bij gebruikers als bij organisaties die ermee in aanraking kunnen komen.

Ook mensen met een beperking hebben behoefte aan duidelijke uitleg

Pieter Paul Moens richt zijn sensibilisering niet alleen op politie, hulpdiensten of gemeentebesturen. Volgens hem weten ook heel wat mensen met een beperking onvoldoende wat de European Disability Card inhoudt. Sommigen beschouwen ze als een gewone pas of voornamelijk als een kortingskaart. Voor Pieter Paul Moens is dat een te beperkte benadering van wat hij met de kaart wil bereiken. Hij wil dat mensen begrijpen waar ze de kaart kunnen tonen, welke ondersteuning ze ermee ter sprake kunnen brengen en waarom herkenning belangrijk is. Daarbij gaat het om heel praktische vragen. Wat doe je met de kaart wanneer je een winkel binnenstapt? Hoe begin je een gesprek wanneer een medewerker het document niet kent? En hoe maak je duidelijk dat je behoefte hebt aan begrip of assistentie? Het zijn precies zulke dagelijkse onzekerheden waarbij het team volgens Pieter Paul Moens probeert te helpen.

Wat de kaart vandaag doet en waarvoor Pieter Paul Moens extra aandacht vraagt

De officiële Belgische informatie presenteert de European Disability Card als een kaart die de toegang tot cultuur, sport en vrijetijdsbesteding vergemakkelijkt. Deelnemende organisaties kunnen voordelen of aangepaste dienstverlening aanbieden. Pieter Paul Moens vraagt daarnaast nadrukkelijk aandacht voor herkenning tijdens contacten met politie en hulpdiensten. Dat is een belangrijk onderscheid: zijn pleidooi om de kaart in paniek- of crisissituaties als een signaal voor ondersteuning te begrijpen, betekent niet dat elke dienst of winkel vandaag automatisch dezelfde voorzieningen aanbiedt. Wie de kaart gebruikt, moet kunnen weten wat op een bepaalde plaats mogelijk is. Voor Pieter Paul Moens ligt juist daar een grote opdracht: de bekendheid vergroten en organisaties overtuigen om concreet na te denken over hun omgang met kaarthouders. De praktische waarde hangt volgens die benadering samen met wat mensen en diensten er in hun dagelijkse werking mee doen. eudisabilitycard.be

Politieke aandacht moet ook de werkvloer bereiken

Pieter Paul Moens vertelde dat verschillende politieke partijen na de campagne een parlementaire resolutie indienden om de kaart beter bekend te maken bij hulpdiensten. Ook verwees hij naar informatie op de website van de politie. Daarmee is volgens hem echter nog niet verzekerd dat iedereen die informatie daadwerkelijk heeft gelezen of onthouden. Zijn uiteenzetting draaide op dat punt om het verschil tussen informatie beschikbaar stellen en ervoor zorgen dat ze wordt gebruikt. Een boodschap kan op een website staan, zonder dat iedere medewerker haar kent. Ze kan worden verspreid, maar vervolgens verdwijnen tussen andere berichten. Voor Pieter Paul Moens volstaat een eenmalige communicatie daarom niet. De bekendmaking moet worden herhaald en voldoende aansluiten bij de situaties waarmee medewerkers in hun werk worden geconfronteerd. Anders dreigt de informatie precies op het noodzakelijke moment niet beschikbaar te zijn in het geheugen van degene die moet reageren.

Een overvloed aan informatie maakt herkenning moeilijker

Volgens Pieter Paul Moens raakt belangrijke informatie gemakkelijk ondergesneeuwd door de hoeveelheid nieuws en berichten die mensen dagelijks ontvangen. Hij verwees daarbij naar sociale media en de voortdurende stroom aan communicatie. Zijn campagne gebruikt die kanalen zelf om mensen te bereiken, maar hij ziet tegelijk de beperkingen ervan. Een bericht over de European Disability Card kan veel mensen bereiken en toch onvoldoende blijven hangen. Dat verklaart waarom hij naast online zichtbaarheid ook gesprekken, toelichting en contacten met instellingen belangrijk vindt. De ambitie is dat de kaart herkenbaar wordt zonder dat iemand eerst op zoek moet naar een oud bericht of een webpagina. In zijn verhaal is bekendmaking daarom een langdurig proces. Het gaat om informatie die telkens opnieuw onder de aandacht moet worden gebracht totdat zij ook in de dagelijkse omgang een plaats krijgt.

Nieuwe gemeentebesturen mogen opgebouwde kennis niet verliezen

Pieter Paul Moens wees erop dat hetzelfde probleem zich voordoet bij lokale besturen. Hij verwees naar inspanningen die in 2019 werden geleverd om gemeenten tot erkenning van de kaart aan te zetten. Sindsdien zijn besturen van samenstelling veranderd en hebben andere mensen verantwoordelijkheden opgenomen. Volgens Pieter Paul Moens bestaat daardoor het risico dat eerdere aandacht verdwijnt. Wat ooit werd besproken of ondersteund, blijft niet vanzelf aanwezig in de werking van een gemeente. Zijn oproep aan lokale overheden gaat daarom verder dan een eenmalig positief standpunt. Hij wil dat de kaart gekend blijft en een concrete plaats krijgt in de dienstverlening. Voor inwoners maakt het immers weinig verschil dat er jaren geleden aandacht voor het onderwerp bestond als zij vandaag opnieuw moeten uitleggen wat hun kaart betekent. De continuïteit van die kennis is in zijn benadering een wezenlijk onderdeel van toegankelijkheid.

Automatische uitreiking bereikt niet iedereen op dezelfde manier

Ook de manier waarop mensen hun kaart ontvangen, kwam uitvoerig aan bod. Pieter Paul Moens wees erop dat automatische uitreiking niet betekent dat iedereen met een bestaande erkenning de kaart inmiddels vanzelf heeft gekregen. De officiële Belgische informatie bevestigt dat onderscheid. Wie sinds 1 januari 2024 een erkenning krijgt die recht geeft op de kaart, ontvangt die in beginsel automatisch. Wie al vóór die datum erkend was en nog geen kaart heeft, moet die doorgaans zelf aanvragen bij de bevoegde instelling. Voor de precieze werkwijze wordt verwezen naar de persoonlijke situatie en de betrokken dienst. Daarmee blijft informatie noodzakelijk, ook na de invoering van automatische uitreiking. Mensen met een oudere erkenning mogen niet veronderstellen dat zij niets meer hoeven te doen. De uitleg van Pieter Paul Moens richtte zich precies op die groep: mensen die mogelijk wel in aanmerking komen, maar nog niet beschikken over de kaart of niet weten welke stap zij moeten zetten. Handicap Belgium

Een aanvraagprocedure moet voor mensen begrijpelijk zijn

Voor Pieter Paul Moens is het ontvangen van de kaart verbonden met een bredere behoefte aan begeleiding. Een regeling kan administratief duidelijk lijken en toch vragen oproepen bij mensen die ermee aan de slag moeten. Zij moeten weten bij welke instelling hun erkenning loopt, of zij zelf een aanvraag moeten indienen en waar zij terechtkunnen met onzekerheden. Het vrijwilligerswerk dat Pieter Paul Moens beschreef, speelt zich ook op dat niveau af. Bekendmaking betekent voor hem niet alleen mensen vertellen dat de kaart bestaat. Het betekent eveneens helpen begrijpen hoe zij de kaart kunnen verkrijgen en wat zij er vervolgens mee kunnen doen. Wie die praktische vragen onbeantwoord laat, bereikt volgens de strekking van zijn betoog slechts een deel van het publiek. De kaart moet haar gebruikers daadwerkelijk bereiken, en gebruikers moeten voldoende uitleg krijgen om er vertrouwen in te hebben.

Van een proefproject naar een Europees wetgevend kader

Pieter Paul Moens plaatste zijn engagement ook in een Europese ontwikkeling. Hij beschreef hoe de kaart aanvankelijk functioneerde zonder het ruimere Europese wettelijke kader dat nadien werd uitgewerkt. De Europese Commissie bouwde haar voorstel voort op een proefproject in acht landen en presenteerde in september 2023 een wetgevend initiatief. In 2024 volgde de goedkeuring van de nieuwe Europese regels. Die beogen onder meer dat personen met een beperking tijdens korte verblijven in andere lidstaten op gelijke voorwaarden gebruik kunnen maken van daar aangeboden bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandelingen. Het kan bijvoorbeeld gaan om aangepaste toegang, begeleiding of verminderde tarieven. Pieter Paul Moens vertelde dat zijn team tijdens de voorbereiding online overleg organiseerde en beleidsmakers benaderde. Volgens hem werd hun pleidooi voor aandacht bij politie en hulpdiensten meegenomen in het Europese traject. Hij presenteerde dat als een belangrijke stap in de jarenlange inspanningen van de groep. European Commission

2028 als belangrijk vooruitzicht

Tijdens zijn bijdrage verwees Pieter Paul Moens naar 2028 als een belangrijk moment voor de verdere ontwikkeling van de kaart. De Europese Commissie verwacht dat de nieuwe regeling in dat jaar operationeel wordt. Lidstaten moeten daarvoor hun nationale bepalingen aanpassen en de uitvoering voorbereiden. Voor Pieter Paul Moens betekent die Europese vooruitgang niet dat het sensibiliseringswerk kan stoppen. De komende ontwikkeling maakt bekendmaking juist opnieuw noodzakelijk: gebruikers moeten begrijpen wat verandert, terwijl organisaties moeten weten wat de kaart in hun werking betekent. Zijn verhaal verbindt daarmee twee niveaus die gemakkelijk van elkaar gescheiden blijven. Europese besluitvorming legt een kader vast, maar de ontmoeting tussen een kaarthouder en een medewerker vindt plaats aan een loket, in een winkel of tijdens een interventie. Op die plaatsen moet de verandering uiteindelijk merkbaar worden. European Commission

Een digitale versie mag geen nieuwe hindernis worden

Pieter Paul Moens sprak over een toekomstige fysieke kaart en digitale herkenning op de smartphone. De Europese richtlijn voorziet inderdaad een fysieke kaart en een toegankelijke digitale versie, waarbij gebruikers een fysieke versie, een digitale versie of beide moeten kunnen aanvragen. Voor Pieter Paul Moens roept digitalisering meteen de vraag op hoe mensen worden geholpen die minder digitaal vaardig zijn. Een toepassing op een smartphone is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zijn aandacht gaat daarom naar de begeleiding die gebruikers nodig kunnen hebben. Wie de kaart wil inzetten om deelname aan het dagelijks leven gemakkelijker te maken, moet volgens de lijn van zijn betoog voorkomen dat het gebruik ervan zelf ingewikkeld wordt. Het behoud van een tastbare kaart sluit aan bij die bezorgdheid. De technische vernieuwing moet de gebruiker ondersteunen en mag de persoonlijke uitleg niet overbodig doen lijken. EUR-Lex

Vragen uit de supermarkt en de schoenenwinkel

De voorbeelden die Pieter Paul Moens aanhaalde, kwamen niet uitsluitend uit beleidsvergaderingen of contacten met instellingen. Hij vertelde ook over mensen die willen weten hoe zij de kaart kunnen gebruiken in een supermarkt of een schoenenwinkel. Juist zulke alledaagse plaatsen maken duidelijk hoe concreet zijn inzet is. Voor een gebruiker gaat het niet om de naam van een Europees initiatief, maar om een gewone activiteit die moeilijk kan verlopen en waarbij ondersteuning welkom is. Pieter Paul Moens en zijn team proberen mensen volgens zijn uitleg bij zulke vragen te helpen. Tegelijk richt hij zich tot bedrijven, omdat de gebruiker niet alleen verantwoordelijk kan zijn voor de bekendmaking. Wanneer personeel de kaart kent en weet welke dienstverlening de onderneming aanbiedt, hoeft een klant minder onzekerheid te overbruggen. Zijn oproep aan de bedrijfswereld is daarom om de kaart bespreekbaar te maken en duidelijkheid te scheppen over de mogelijkheden.

Een voorbeeld van Auchan net over de grens

Pieter Paul Moens verwees naar een vestiging van Auchan net over de grens, waar volgens hem aparte kassa’s beschikbaar zijn voor kaarthouders. Hij gebruikte dat voorbeeld om te verduidelijken welke praktische ontwikkeling hij voor ogen heeft. De betekenis zit voor hem in een herkenbare voorziening die aansluit bij een concrete behoefte. Een klant ziet waar hij terechtkan en het personeel weet waarom die mogelijkheid bestaat. Zijn verwijzing naar die vestiging moet worden gelezen als het voorbeeld dat hij tijdens zijn bijdrage gaf, niet als een algemene vaststelling over alle winkels van de keten of een overal geldend recht voor iedere EDC-houder. Voor Pieter Paul Moens toont het wel de richting waarin hij wil werken: een kaart die in het dagelijkse leven aanleiding geeft tot begrijpelijke, bruikbare ondersteuning.

Politieopleiding als plaats voor blijvende kennis

Pieter Paul Moens vertelde dat hij in 2024 ging spreken in de veiligheidsraad van de provincie West-Vlaanderen. Volgens zijn toelichting was daar ook de huidige waarnemend gouverneur aanwezig. Dat contact past in zijn streven om de kaart bekend te maken bij mensen die verantwoordelijkheid dragen voor veiligheid en hulpverlening. Zijn ambitie is dat de European Disability Card een plaats krijgt in de opleiding van de politie. Daarmee wil hij verder gaan dan losse campagnes of informatie die medewerkers toevallig tegenkomen. Opleiding biedt in zijn benadering de mogelijkheid om herkenning te verbinden met het dagelijkse werk. De persoonlijke ervaring waarmee hij zijn toespraak begon, blijft daarbij het uitgangspunt: een medewerker moet voldoende vertrouwd zijn met de kaart om haar betekenis niet pas tijdens een gespannen contact te moeten ontdekken.

Ook ambulances, spoeddiensten en artsen worden aangesproken

Naast de politie noemt Pieter Paul Moens nadrukkelijk de medische sector. Hij vertelde dat hij contacten zoekt in ziekenhuizen en bij ambulancediensten, spoeddiensten en artsen. Hij wil dat de kaart ook daar wordt herkend als een mogelijk aanknopingspunt voor begrip en assistentie. Zijn pleidooi betreft de manier waarop een hulpvraag wordt opgemerkt en hoe het gesprek met de betrokkene verloopt. De kaart vertelt op zichzelf niet welke volledige medische situatie iemand heeft of welke concrete hulp op dat ogenblik nodig is. Juist daarom is het van belang dat herkenning leidt tot aandacht voor de persoon. Pieter Paul Moens vraagt dat professionele diensten de kaart niet als een onbekend document terzijde schuiven, maar begrijpen waarom iemand ze toont. Dat is voor hem een belangrijke aanvulling op de bekendheid die de kaart in andere sectoren moet krijgen.

Een politieke oproep om de bevolking te bereiken

Tijdens zijn bijdrage riep Pieter Paul Moens ook de N-VA op om de kaart bij de bevolking te promoten. Die oproep sloot aan bij zijn bredere verwachting tegenover politieke partijen en overheden: gebruik de beschikbare communicatiekanalen om mensen te informeren. Voor Pieter Paul Moens mag de bekendmaking niet volledig afhangen van een kleine vrijwilligersgroep. Politieke aandacht krijgt pas betekenis wanneer de informatie ook terechtkomt bij burgers die er iets aan hebben. Zijn vraag was daarom praktisch gericht. Mensen moeten horen dat de kaart bestaat, begrijpen hoe zij eraan kunnen komen en weten waar zij ermee terechtkunnen. Dat vraagt volgens zijn uiteenzetting herhaling, bereik en betrokkenheid van meer organisaties dan EDC Fan Belgium alleen.

Pictogrammen moeten ondersteuningsnoden sneller verduidelijken

Voor de verdere ontwikkeling van de kaart ziet Pieter Paul Moens mogelijkheden in pictogrammen op de achterkant. Hij wil daarmee sneller zichtbaar maken welke ondersteuning iemand nodig kan hebben. Zijn voorstel vertrekt opnieuw vanuit het moment waarop een gebruiker moeilijk uitleg kan geven. Een herkenbaar beeld zou dan kunnen helpen om de communicatie op gang te brengen. Pieter Paul Moens presenteerde dat als een gewenste ontwikkeling, niet als een voorziening die vandaag al op iedere kaart staat. De gedachte achter het voorstel is dat een kaart niet alleen herkenbaar moet zijn als document, maar ook bruikbaar moet worden in het contact tussen mensen. Hoe die pictogrammen precies zouden worden gekozen en toegepast, werd in de aangeleverde inhoud niet verder uitgewerkt. Zijn richting was wel duidelijk: minder onduidelijkheid voor de gebruiker en meer houvast voor degene die ondersteuning biedt.

Een QR-code heeft niet automatisch dezelfde functie als een zorgprofiel

Pieter Paul Moens koppelde aan zijn toekomstbeeld ook een QR-code waarmee ondersteuningsinformatie zou kunnen worden verduidelijkt. Daarbij is het onderscheid met de Europese technische regeling relevant. De richtlijn voorziet een QR-code op de fysieke kaart in het kader van beveiliging en fraudebestrijding. Dat betekent niet automatisch dat iedere kaart daarmee een overzicht van medische gegevens of persoonlijke ondersteuningsnoden zal ontsluiten. Het voorstel van Pieter Paul Moens gaat over de praktische bruikbaarheid voor hulpverleners; de wettelijke technische voorziening heeft een omschreven beveiligingsfunctie. Beide kunnen niet zonder meer met elkaar worden gelijkgesteld. Zijn pleidooi maakt vooral duidelijk dat hij wil nadenken over een kaart die tijdens een moeilijk contact sneller de juiste vragen helpt stellen. EUR-Lex

De ambitie van één herkenbare kaart

Pieter Paul Moens verwees naar afzonderlijke passen, zoals een dovenpas en een toiletpas. Zijn wens is dat mensen uiteindelijk met één herkenbare kaart terechtkunnen, in plaats van voor verschillende behoeften telkens een ander document te moeten tonen en toelichten. Dat is een ambitie tot vereenvoudiging. In zijn verhaal vormt de veelheid aan passen een extra reden om te zoeken naar duidelijkheid voor zowel gebruikers als medewerkers. Eén herkenbaar uitgangspunt zou volgens die gedachte minder uitleg vergen en het gebruik overzichtelijker maken. Daarmee stelde Pieter Paul Moens niet vast dat de European Disability Card vandaag al die andere documenten vervangt. Hij formuleerde een richting voor verdere ontwikkeling: een kaart die voor meer mensen begrijpelijk is en in meer omstandigheden betekenis krijgt.

Gemeenten en bedrijven moeten de kaart in hun werking opnemen

De oproep van Pieter Paul Moens aan gemeenten en ondernemingen draait uiteindelijk om de stap van belangstelling naar toepassing. De kaart erkennen moet volgens de strekking van zijn bijdrage zichtbaar worden in de manier waarop een organisatie mensen ontvangt en informeert. Het gaat daarbij niet uitsluitend om het tonen van een logo of het vermelden van deelname. Voor gebruikers is vooral van belang dat medewerkers weten wat de organisatie aanbiedt en hoe zij met vragen kunnen omgaan. Pieter Paul Moens vraagt daarom om de kaart een plaats te geven in de dagelijkse werking. Dat sluit aan bij zijn eerdere waarschuwing over kennis die verloren gaat wanneer medewerkers of bestuurders veranderen. Bekendheid moet voldoende worden onderhouden om ook later nog bruikbaar te zijn.

Een dag waarop deelname aan de samenleving centraal stond

De bijdrage van Pieter Paul Moens paste binnen de EDC Fan Dag, die op 17 oktober in Diksmuide werd georganiseerd ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Zijn verhaal bracht vooral de praktische kant van deelname aan de samenleving naar voren. Kunnen mensen beschikken over informatie die zij begrijpen? Weten zij welke hulpmiddelen bestaan? Wordt een vraag om ondersteuning herkend wanneer zij die stellen? En nemen overheden, bedrijven en diensten voldoende verantwoordelijkheid om hun werking toegankelijk te maken? De voorbeelden uit zijn uiteenzetting liepen uiteen van een politiecontrole tot een winkelbezoek, maar hadden hetzelfde vertrekpunt: iemand mag niet telkens alleen staan met de opdracht om zijn situatie begrijpelijk te maken. De kaart kan volgens Pieter Paul Moens daarbij helpen, op voorwaarde dat de omgeving haar betekenis kent.

Dank aan de mensen die het werk dragen

Aan het einde van zijn bijdrage bedankte Pieter Paul Moens Europese Beweging België, de organisatoren en de mensen die instonden voor de opvang van de deelnemers. Eerder had hij ook zijn vrijwilligers en zijn ouders uitdrukkelijk genoemd. Die dankwoorden onderstreepten hoe sterk hij zijn campagne als gezamenlijk werk beschouwt. Het initiatief is volgens zijn eigen beschrijving afhankelijk van mensen die zich zonder budget blijven inzetten. Andy Vermaut, die na Pieter Paul Moens als slotspreker het woord nam, noemde hem een van de motoren achter de dag. Die omschrijving sloot aan bij het beeld dat uit de bijdrage naar voren kwam: een persoonlijke ervaring groeide uit tot een aanhoudende inspanning om anderen te informeren, instellingen aan te spreken en de kaart in uiteenlopende omgevingen bekend te maken.

De beslissende vraag blijft wat er gebeurt wanneer iemand de kaart toont

De rode draad door de bijdrage van Pieter Paul Moens was herkenning. Een kaart kan worden ontworpen, uitgereikt en opgenomen in Europese regelgeving, maar voor de gebruiker blijft het concrete contact doorslaggevend. Begrijpt de politieman het document? Weet een medewerker aan het onthaal wat de organisatie aanbiedt? Is een hulpverlener bereid na te gaan welke ondersteuning iemand vraagt? En weet de kaarthouder zelf hoe hij de kaart kan inzetten? Op die vragen wil Pieter Paul Moens met zijn campagne blijven werken. Zijn ervaring tijdens de alcoholcontrole was de aanleiding; zijn ambitie is dat meer mensen een begrijpelijk antwoord krijgen wanneer zij hun kaart tonen. Daarom wil hij doorgaan met informeren, overleg voeren en aandringen op een ruimere bekendheid bij politie, hulpdiensten, gemeenten en bedrijven.

Andy Vermaut
indegazette.be

Reageren op dit artikel

Voor vragen, aanvullingen, feitelijke correcties of een reactie kunt u contact opnemen met Andy Vermaut via info@indegazette.be of +32 499 357 495.

Ja, Ik Steun de onafhankelijke journalistiek

Iedere dag werkt indegazette.be aan nieuws, reportages en verhalen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Wilt u helpen om die onafhankelijke journalistiek toegankelijk te houden? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, ondersteunt de verdere werking van de redactie. Steunen kan via Ko-fi of Buy Me a Coffee. Hartelijk dank voor uw vertrouwen, betrokkenheid en steun.