Ruben Lombaert: de grootste ruimte die er bestaat, is de ruimte voor verbetering

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Een samenleving die iedereen kansen belooft, moet ook nagaan wie die kansen werkelijk kan benutten. Met die centrale bekommernis opende Ruben Lombaert, secretaris-generaal van Europese Beweging België, het inhoudelijke programma van de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide. Hij verbond het Europese ideaal van samenwerking met heel concrete vragen over werk, onderwijs, openbaar vervoer, toegankelijke gebouwen en zelfstandig wonen. Daarbij verwees hij naar een opvallend verschil: volgens de cijfers die hij tijdens zijn bijdrage aanhaalde, beschikt slechts 15 procent van de mensen met een langdurige ernstige beperking in België over een diploma hoger onderwijs, tegenover 37 procent bij de vergelijkingsgroep uit de overige bevolking. Voor Ruben Lombaert illustreert die kloof hoeveel mogelijkheden vandaag onvoldoende worden benut. Tijdens de bijeenkomst, georganiseerd door Europese Beweging België en EDC Fan Belgium op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede, bracht hij een pleidooi voor een Europa waarvan de ambities ook zichtbaar worden in het dagelijkse leven van mensen met een beperking.

Europa begon met de noodzaak om samen te werken

Ruben Lombaert begon zijn uiteenzetting bij de periode onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog. Europa is volgens hem in de eerste plaats een vredesproject: een poging om door samenwerking een andere toekomst mogelijk te maken. Daarmee plaatste hij de bijeenkomst in Diksmuide binnen een ruimere geschiedenis. Europese samenwerking gaat in zijn benadering over de overtuiging dat mensen en landen sterker staan wanneer zij gezamenlijke antwoorden zoeken op problemen. Dat uitgangspunt vormde de verbinding met het onderwerp van de dag. Ook de positie van mensen met een beperking vraagt om samenwerking tussen verschillende overheden, instellingen, organisaties en burgers. Een afzonderlijke maatregel kan iets verbeteren, maar wie op meerdere terreinen tegelijk hindernissen ervaart, heeft behoefte aan een aanpak die verder reikt dan één dienst of één bevoegdheid. Vanuit dat perspectief bracht Ruben Lombaert het Europese verhaal dicht bij de ervaringen van de aanwezigen.

Een beweging die ruimer is dan de Europese Unie

Ruben Lombaert lichtte ook de plaats van de Europese Beweging toe. Hij beschreef haar als een beweging die ouder is dan de Europese Unie zelf en die afdelingen heeft in tal van Europese landen, ook buiten de Unie. Die toelichting maakte duidelijk dat hij Europa niet uitsluitend benadert als een verzameling instellingen in Brussel. Hij omschreef de Europese Beweging als een volksbeweging in de ruimste betekenis van het woord, gericht op samenwerking in Europa. Tijdens de EDC Fan Dag kreeg die omschrijving een praktische invulling. De organisatie bracht mensen samen rond problemen die zij in hun eigen omgeving ervaren en wilde tegelijk bespreken hoe Europese ideeën en mogelijkheden daarbij kunnen helpen. Voor Ruben Lombaert hoort een beweging die samenwerking nastreeft ook te luisteren naar burgers die vaststellen dat hun deelname aan de samenleving nog onvoldoende wordt ondersteund.

Eenheid in verscheidenheid krijgt betekenis tussen mensen

De Europese leuze ‘eenheid in verscheidenheid’ vond Ruben Lombaert bijzonder toepasselijk voor het publiek in Diksmuide. Iedereen komt volgens hem met een andere achtergrond, andere ervaringen en een andere uitgangspositie naar zo’n bijeenkomst. Toch herkende hij gedeelde verwachtingen: erbij horen, kansen krijgen en het eigen leven zo zelfstandig mogelijk kunnen leiden. Hij noemde de aanwezigen een van de meest diverse publieken die hij in lange tijd had ontmoet. Daarbij sprak hij zowel over de energie die hij in de zaal voelde als over de hindernissen die mensen ondervinden. Die combinatie bepaalde de toon van zijn bijdrage. De aanwezigen werden aangesproken als mensen met mogelijkheden, ambities en ervaringen die van belang zijn voor het beleid. Hun verschillen moeten volgens zijn benadering kunnen samengaan met een volwaardige plaats in de samenleving.

Zelf ervaren wat een hindernis betekent

Ruben Lombaert beperkte zich niet tot algemene beschouwingen. Hij vertelde hoe zijn eigen dagelijkse leven hem bewuster had gemaakt van toegankelijkheidsproblemen. Toen hij een baby kreeg, pendelde hij iedere dag met de trein tussen Brugge en Brussel. Het ging om een periode vóór corona en vóór thuiswerken een grotere plaats kreeg in het beroepsleven. Tijdens die verplaatsingen werd hij geconfronteerd met treinen, trappen en roltrappen die niet altijd bruikbaar waren. Hij vertelde bovendien dat hij zelf een periode in een rolstoel had gezeten. Daardoor kregen hindernissen die anderen misschien nauwelijks opmerken voor hem een heel concrete betekenis. Zijn voorbeelden dienden om duidelijk te maken hoe gemakkelijk mensen voorbijgaan aan de bruikbaarheid van hun omgeving wanneer zij zelf geen probleem ondervinden. Wie een trap zonder moeite neemt, staat niet noodzakelijk stil bij de vraag hoe iemand anders dezelfde bestemming moet bereiken.

Toegankelijkheid begint bij beslissingen die alledaags lijken

Die persoonlijke ervaringen werken volgens Ruben Lombaert door in zijn professionele keuzes. Bij beslissingen over gebouwen probeert hij aandacht te hebben voor toegankelijkheid. Daarmee legde hij de nadruk op een moment waarop veel problemen kunnen worden voorkomen: wanneer een locatie wordt gekozen of een praktische beslissing wordt genomen. Een gebouw kan geschikt lijken voor de activiteit die er plaatsvindt, terwijl het voor een deel van de bezoekers moeilijk bereikbaar of bruikbaar is. In zijn uiteenzetting werd toegankelijkheid daardoor een verantwoordelijkheid die mee moet wegen in gewone organisatorische beslissingen. De vraag wie kan deelnemen, begint al vóór een uitnodiging wordt verstuurd. Wanneer een locatie mensen voor hindernissen plaatst, moeten zij immers zelf oplossingen zoeken voor een probleem dat bij de voorbereiding mogelijk al zichtbaar had kunnen zijn.

De vier vrijheden en de vraag wie werkelijk kan deelnemen

Ruben Lombaert omschreef Europa daarnaast als een ontwikkelingsproject waarin samenwerking de samenleving sterker kan maken. Hij verwees naar het vrije verkeer van personen, kapitaal, goederen en diensten. Die vier vrijheden vormen volgens hem een krachtig economisch uitgangspunt, maar zijn bijdrage legde vooral de nadruk op mensen. Hij gaf het vrije verkeer van personen een bredere maatschappelijke betekenis: iedereen moet de mogelijkheid hebben om deel te nemen, en die deelname moet volgens hem ook wettelijk worden gewaarborgd. Daarmee formuleerde hij een politieke en maatschappelijke ambitie. Een formele mogelijkheid om zich te verplaatsen of ergens aan deel te nemen, heeft voor een burger weinig praktische waarde wanneer de omgeving dat bijzonder moeilijk maakt. Zijn voorbeelden over vervoer en gebouwen maakten duidelijk waarom hij die afstand tussen een beginsel en de dagelijkse werkelijkheid belangrijk vindt.

Cijfers moeten ongelijkheid zichtbaar maken

Ter voorbereiding van zijn bijdrage verzamelde Ruben Lombaert cijfers over mensen met een beperking. Hij verwees naar ongeveer 595.000 mensen die in 2023 bij de federale overheid een erkenning hadden, van wie volgens zijn toelichting ongeveer de helft een tegemoetkoming kreeg. Daarnaast wees hij op verschillen in toegang tot de arbeidsmarkt en in opleidingsniveau. Hij gebruikte die gegevens om zichtbaar te maken dat de moeilijkheden die mensen ervaren ook terugkomen in bredere maatschappelijke patronen. Tegelijk moeten de groepen waarop zulke cijfers betrekking hebben zorgvuldig uit elkaar worden gehouden. Een administratieve erkenning bij een federale instelling en een langdurige beperking zoals die in een onderzoek wordt gemeten, verwijzen niet noodzakelijk naar dezelfde populatie. De cijfers die Ruben Lombaert aanhaalde, ondersteunden zijn pleidooi voor aandacht, maar mogen niet zonder meer als onderling uitwisselbare maatstaven worden gelezen.

Europese vergelijkingen vragen voorzichtigheid

Ruben Lombaert waarschuwde zelf voor de valkuilen van statistische vergelijkingen tussen landen. Niet ieder land meet op dezelfde manier en verschillen in registratie kunnen het beeld beïnvloeden. Hij verwees naar Letland en Bulgarije en verbond de uiteenlopende percentages die hij had gevonden aan verschillen in de beschikbare gegevens. Zijn belangrijkste waarschuwing was dat men zich met statistieken kan vergissen wanneer men onvoldoende kijkt naar wat precies wordt geteld. Een hoger geregistreerd aandeel betekent niet vanzelf dat een land op alle terreinen slechter presteert, net zoals een lager aandeel niet automatisch bewijst dat er minder ondersteuningsnoden bestaan. Zijn verklaring voor de verschillen tussen die landen bleef een duiding die hij tijdens zijn bijdrage gaf. De bredere boodschap was helder: cijfers zijn nuttig om vragen te stellen, maar vragen zelf ook om uitleg over definities, meetmethoden en de betrokken bevolkingsgroepen.

Een onderwijskloof die volgens Ruben Lombaert aandacht verdient

Het verschil tussen 15 en 37 procent gaf Ruben Lombaert een centrale plaats in zijn uiteenzetting. Volgens de door hem aangehaalde vergelijking heeft 15 procent van de mensen met een langdurige ernstige beperking een diploma hoger onderwijs, tegenover 37 procent bij de overige bevolking waarmee zij werden vergeleken. Hij zag daarin een duidelijke aanwijzing dat er veel werk te verrichten is. Het cijfer werd tijdens zijn bijdrage gebruikt als vertrekpunt voor vragen over kansen en toegang, niet als een oordeel over de mogelijkheden van individuele mensen. Een diploma hangt immers samen met de onderwijsweg die iemand heeft kunnen afleggen en met de omstandigheden waarin dat gebeurde. Voor Ruben Lombaert was vooral van belang dat een groot verschil niet onbesproken mag blijven. Het moet aanleiding geven om te onderzoeken welke hindernissen mensen ervaren en hoe hun mogelijkheden tot leren kunnen worden vergroot.

Vier werkterreinen die met elkaar verbonden zijn

Ruben Lombaert ordende zijn pleidooi rond vier grote werkterreinen: de arbeidsmarkt, toegankelijke gebouwen en openbaar vervoer, onderwijs en levenslang leren, en zelfstandig wonen en maatschappelijke participatie. Die indeling gaf structuur aan een onderwerp dat veel aspecten van het dagelijkse leven raakt. Tegelijk maakte zijn bijdrage duidelijk dat de vier terreinen niet los van elkaar staan. Wie een opleiding wil volgen, moet de onderwijsplek kunnen bereiken. Wie werk vindt, moet op de werkplek kunnen functioneren. Wie zelfstandig wil wonen, heeft behoefte aan een bruikbare woning en ondersteuning die aansluit bij het eigen leven. De samenhang vormt een belangrijk onderdeel van zijn betoog. Een vooruitgang op één gebied kan worden beperkt door een hindernis elders. Daarom vroeg hij aandacht voor een aanpak die de verschillende onderdelen van deelname aan de samenleving samen bekijkt.

De arbeidsmarkt: ook kijken naar wie buiten beeld blijft

Bij het eerste werkterrein maakte Ruben Lombaert onderscheid tussen mensen die deelnemen aan de arbeidsmarkt en mensen die economisch inactief zijn. Hij wees erop dat binnen die laatste groep mensen zitten die niet naar werk zoeken of niet kunnen werken. Volgens zijn analyse ligt het aandeel bij mensen met een beperking aanzienlijk hoger. Voor hem begint verbetering met het zichtbaar maken van die situatie. Wanneer de aandacht uitsluitend gaat naar mensen die al solliciteren, blijven anderen buiten beeld. Zijn bijdrage nodigde uit om verder te kijken dan de vraag hoeveel kandidaten op een vacature reageren. Ook de omstandigheden die bepalen of iemand überhaupt een stap naar werk kan zetten, verdienen aandacht. Daarbij blijft het onderscheid van belang tussen wie niet kan werken en wie mogelijkheden heeft maar op hindernissen stuit. Een zorgvuldige aanpak moet rekening houden met die uiteenlopende situaties.

Een toegankelijke sollicitatie is onderdeel van gelijke kansen

Ruben Lombaert noemde aangepaste sollicitatieprocedures als een concreet aandachtspunt. Volgens hem bereiken uitnodigingen voor jobs mensen met een beperking minder vaak. Daarmee situeerde hij een deel van de moeilijkheden al vóór het moment waarop een werkgever een kandidaat beoordeelt. Wie niet wordt bereikt, krijgt ook minder gelegenheid om interesse te tonen of competenties zichtbaar te maken. Daarnaast vroeg hij aandacht voor de omstandigheden waarin mensen moeten solliciteren. Zijn pleidooi richt zich op de volledige weg naar een mogelijke baan: informatie ontvangen, kunnen deelnemen aan een selectie en vervolgens kunnen functioneren op de werkplek. Het gaat volgens die benadering om meer dan een algemene verklaring dat iedereen welkom is. Een organisatie moet nagaan of haar procedures en voorzieningen ook aansluiten bij de mensen die zij wil bereiken.

Werkomstandigheden bepalen mee of een kans bruikbaar wordt

Ook na een aanwerving blijven de werkomstandigheden en voorzieningen van belang. Ruben Lombaert wees erop dat die niet altijd aangepast zijn. Daarmee maakte hij duidelijk dat een baan aanbieden slechts een deel van het vraagstuk is. De werkplek moet iemand ook in staat stellen het werk te verrichten. Hij verbond dat met een herinnering aan een vroeger diensthoofd bij de federale overheidsdienst Werk, dat een been had dat korter was dan het andere. Het gebouw waarover hij sprak, was volgens zijn beschrijving niet aangepast voor rolstoelgebruikers. Dat voorbeeld illustreerde voor hem hoe zelfs in een professionele omgeving die met arbeid bezig is, vragen over toegankelijkheid heel concreet kunnen blijven bestaan. De bruikbaarheid van gebouwen is daarmee ook een arbeidsmarktvraagstuk: ze bepaalt mee wie waar kan werken en onder welke omstandigheden.

Openbaar vervoer moet aansluiten bij het leven dat mensen willen leiden

Het tweede werkterrein betrof gebouwen en openbaar vervoer. Ruben Lombaert reist zelf dagelijks met het openbaar vervoer en verbond zijn pleidooi met de ervaringen die hij daarbij opdoet. Verplaatsingen zijn een voorwaarde voor tal van activiteiten: werken, studeren, afspraken nakomen en andere mensen ontmoeten. Wanneer die verplaatsingen moeilijk verlopen, raakt dat meer dan de reis alleen. Zijn verwijzing naar trappen en niet-werkende roltrappen maakte zichtbaar hoe een probleem onderweg de bruikbaarheid van een volledige verbinding kan beïnvloeden. De aanwezigheid van vervoer is daarom niet het enige relevante criterium. Mensen moeten er ook daadwerkelijk gebruik van kunnen maken. In zijn uiteenzetting werd mobiliteit zo een onderdeel van zelfstandigheid: hoe beter iemand zich kan verplaatsen, hoe meer mogelijkheden er zijn om zelf het dagelijkse leven te organiseren.

De gemeente is de plaats waar veel verbeteringen zichtbaar moeten worden

Ruben Lombaert benadrukte dat wetgeving veel kan vastleggen, terwijl de toepassing voor burgers vaak zichtbaar wordt in de gemeente waar zij wonen. Hij riep de aanwezigen daarom op om bij hun gemeentebestuur en gemeenteraadsleden te blijven aandringen op toegankelijkheid. Die oproep bracht het gesprek van Europese ambities naar lokale verantwoordelijkheid. Een inwoner merkt verbetering wanneer een gebouw bruikbaar wordt, een hindernis verdwijnt of een praktische vraag wordt aangepakt. Ruben Lombaert wilde de aanwezigen aanmoedigen om hun ervaringen ook op dat niveau onder de aandacht te brengen. De mensen die dagelijks tegen problemen aanlopen, beschikken over kennis die bij beslissingen nodig is. Zijn pleidooi voor aanspreekbaarheid van lokale politici sloot daarmee aan bij zijn bredere visie op de Europese Beweging als een beweging waarin burgers zelf een stem hebben.

Waarom een voorbehouden parkeerplaats extra ruimte nodig heeft

Een concreet voorbeeld uit Diksmuide gebruikte Ruben Lombaert om het belang van sensibilisering te verduidelijken. Hij vertelde dat hij die dag naast een voorbehouden parkeerplaats op de markt had geparkeerd. Sommige mensen vinden zulke plaatsen volgens hem overdreven ruim. Vanuit zijn eigen omgeving weet hij echter waarom die ruimte nodig kan zijn. Hij verwees naar een buurmeisje dat een rolstoel gebruikt. Om haar rolstoel uit de auto te halen, zijn een oprijplaat en voldoende vrije ruimte nodig. Wat iemand anders als onbenutte oppervlakte ziet, is in zo’n situatie een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen uitstappen. Ruben Lombaert maakte daarmee duidelijk dat begrip ook ontstaat door de praktische reden achter een voorziening uit te leggen. De ruimte heeft een functie die niet voor iedere voorbijganger onmiddellijk zichtbaar is.

Onderwijs en levenslang leren als derde werkterrein

Onderwijs en levenslang leren vormden de derde grote opdracht die Ruben Lombaert naar voren schoof. Hij verbond die met de onderwijscijfers waarmee hij de ongelijkheid had geïllustreerd. Volgens zijn toelichting hebben mensen met een lager opleidingsniveau gemiddeld minder zekerheid op werk en vaak een lager loon. Hij wees ook op het statistische verband met armoede. Daarmee gaf hij onderwijs een plaats in een veel ruimere discussie over bestaanszekerheid en deelname. Het gaat om kansen die gedurende het leven kunnen doorwerken. Zijn verwijzing naar levenslang leren verbreedde het perspectief bovendien voorbij de eerste schoolloopbaan. Ook later moeten mensen mogelijkheden hebben om kennis en vaardigheden te ontwikkelen. In zijn betoog is onderwijs daarom geen afgesloten hoofdstuk uit de jeugd, maar een blijvend aandachtspunt voor wie de positie van mensen met een beperking wil versterken.

Verbanden met armoede zonder individuele levens te herleiden tot cijfers

Ruben Lombaert wees op verbanden tussen opleiding, arbeidsmarktdeelname en armoede die volgens hem in heel Europa terugkomen. Hij gebruikte die samenhang om uit te leggen waarom de vier werkterreinen op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede thuishoren. Zulke statistische verbanden beschrijven verschillen tussen groepen; zij bepalen niet hoe het leven van iedere afzonderlijke persoon verloopt. Dat onderscheid is belangrijk om zijn pleidooi zorgvuldig te begrijpen. De vaststelling dat bepaalde groepen vaker moeilijkheden ondervinden, moet aanleiding geven om hun kansen te verbeteren. Ze mag niet worden gelezen als een voorspelling over wat iemand persoonlijk kan bereiken. Ruben Lombaert richtte de aandacht op de omstandigheden waarin mensen hun leven opbouwen en op de mogelijkheden om die omstandigheden gunstiger te maken.

Zelfstandig wonen vraagt passende voorzieningen

Het vierde werkterrein was zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving. Ruben Lombaert maakte daarbij duidelijk dat armoede voor hem ook gaat over eenzaamheid en een gebrek aan toegang tot voorzieningen. Een woning hebben betekent nog niet dat iemand daarin het eigen leven naar wens kan organiseren. Om dat toe te lichten, vertelde hij over een man uit een vakjury waaraan hij refereerde, die volgens zijn beschrijving motorisch volledig verlamd is en een rolstoel gebruikt. Met een aangepaste computer werkt deze man als ICT-medewerker in een school. Hij woont bovendien in een volledig aangepaste woning met een lift. Ruben Lombaert gebruikte het voorbeeld om te tonen hoeveel mogelijk wordt wanneer de omgeving en de hulpmiddelen aansluiten bij de persoon. Ondersteuning kan daarmee de praktische basis vormen voor werk en een zelfstandig leven.

Een goed voorbeeld toont ook hoe hoog de drempel kan zijn

Ruben Lombaert bleef tegelijk nadrukkelijk stilstaan bij de voorwaarden waaronder dat voorbeeld mogelijk is. De aangepaste computer, woning en lift kosten veel geld. Daarnaast is volgens hem veel hulp van anderen nodig. Hij stelde dat zulke omstandigheden voor de meeste mensen niet zomaar haalbaar zijn. Daardoor kreeg het voorbeeld een dubbele betekenis. Het liet zien welke mogelijkheden bestaan, maar maakte ook duidelijk dat toegang tot passende ondersteuning ongelijk kan zijn. De aanwezigheid van een succesvolle oplossing voor één persoon beantwoordt nog niet de vraag hoe anderen een vergelijkbare kans kunnen krijgen. Ruben Lombaert koppelde daar een aanmoediging aan om toch mogelijkheden te blijven onderzoeken. Zijn opmerking dat wie het niet probeert het ook nooit krijgt, stond naast zijn erkenning dat mensen met zware financiële en praktische drempels worden geconfronteerd.

Deelnemen betekent ook mensen kunnen ontmoeten

Door eenzaamheid ter sprake te brengen, verbreedde Ruben Lombaert de discussie over armoede. Het dagelijkse leven bestaat uit meer dan inkomen, een woning of een professionele activiteit. Ook contacten, ontmoetingen en toegang tot voorzieningen bepalen of iemand zich betrokken voelt bij de samenleving. Dat sluit aan bij de behoefte om erbij te horen die hij aan het begin van zijn bijdrage benoemde. De verschillende werkterreinen komen ook hier samen. Wanneer vervoer moeilijk is, gebouwen ontoegankelijk zijn of ondersteuning ontbreekt, kunnen de mogelijkheden om anderen te ontmoeten kleiner worden. Zijn bijdrage plaatste zelfstandigheid daarom in een sociale context. Het gaat om de mogelijkheid om eigen keuzes te maken én om de voorwaarden om verbinding met anderen te onderhouden.

Europese instellingen moeten bereikbaar worden voor burgers

Ruben Lombaert wees erop dat er op Europees niveau veel plannen bestaan en dat de positie van mensen met een beperking aandacht krijgt binnen de Europese instellingen. Hij wilde de aanwezigen ook laten zien waar zij terechtkunnen en met wie zij in Brussel kunnen spreken. Daarmee ging zijn bijdrage over toegang tot het beleid zelf. Wie problemen ervaart, moet niet alleen onderwerp van beleidsplannen zijn, maar moet ervaringen en voorstellen ook kunnen overbrengen. De bedoeling die Ruben Lombaert uitsprak, sluit aan bij de rol die hij voor Europese Beweging België ziet: mensen verbinden met het Europese gesprek en de afstand tot instellingen verkleinen. Zijn oproep aan gemeenten en zijn verwijzing naar Brussel vormden zo twee kanten van hetzelfde engagement. Zowel dichtbij huis als op Europees niveau moeten vragen kunnen worden gesteld.

Europese Beweging België wil de bijeenkomst opvolgen

Volgens Ruben Lombaert is Europese Beweging België zich sterk bewust van de problemen die tijdens de EDC Fan Dag aan bod kwamen. Hij verwees naar de communicatiecampagne rond de bijeenkomst en sprak de wil uit om opvolging te verzekeren. Daarmee presenteerde hij de dag als een moment waarop ervaringen worden verzameld en contacten worden gelegd die verder kunnen doorwerken. Hij gaf ook aan veel van de aanwezigen te hopen leren. Die uitspraak sloot aan bij zijn erkenning van de verscheidenheid in de zaal. Mensen brengen kennis mee uit hun eigen leven die niet volledig in algemene plannen of cijfers te vatten is. Door daarnaar te luisteren, kan duidelijker worden welke problemen het meest dringend zijn en waar voorgestelde oplossingen nog onvoldoende aansluiten bij de werkelijkheid.

Ruimte voor verbetering als opdracht

Ruben Lombaert sloot af met een Engelse uitdrukking die hij in het Nederlands weergaf: de grootste ruimte die er bestaat, is de ruimte voor verbetering. Na zijn uiteenzetting over arbeid, mobiliteit, onderwijs en wonen kreeg die gedachte een concrete betekenis. Op elk van die terreinen had hij voorbeelden gegeven van kansen die groter kunnen worden wanneer de omstandigheden verbeteren. De uitspraak was daarmee een uitnodiging om bestaande tekortkomingen niet als onveranderlijk te beschouwen. Tegelijk had zijn bijdrage duidelijk gemaakt dat vooruitgang inspanningen vraagt van veel verschillende betrokkenen. Politieke beslissingen, professionele keuzes, lokale voorzieningen en de bereidheid om naar ervaringen te luisteren, spelen daarin allemaal een rol.

Bewustwording moet leiden tot bruikbare veranderingen

Moderator Alfons Moens bedankte Ruben Lombaert omdat hij de aanwezigen bewust maakte van de problemen waarmee mensen met een beperking worden geconfronteerd. De bijdrage van Ruben Lombaert bracht daarbij verschillende niveaus samen: het Europese vredesproject, maatschappelijke cijfers en ervaringen met een trap, een trein of een parkeerplaats. Juist die combinatie maakte zijn centrale boodschap duidelijk. Gelijke kansen krijgen betekenis in situaties waarin mensen hun dagelijkse leven proberen te organiseren. De vier werkterreinen die hij voorstelde, bieden aanknopingspunten om daar verder aan te werken. Voor Ruben Lombaert begint dat bij het erkennen van de hindernissen, het luisteren naar de mensen die ermee leven en het blijven zoeken naar verbeteringen die zij daadwerkelijk kunnen gebruiken.

Andy Vermaut
indegazette.be

Reageren op dit artikel

Voor vragen, aanvullingen, feitelijke correcties of een reactie kunt u Andy Vermaut bereiken via info@indegazette.be of +32 499 357 495. De verslagen van de sprekers op de EDC Fan Dag in Diksmuide verschijnen op indegazette.be.

Steun onafhankelijke journalistiek

Iedere dag zet indegazette.be zich in voor nieuws, reportages en verhalen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Wilt u helpen om die onafhankelijke journalistiek toegankelijk te houden? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt de redactie haar werk voort te zetten. U kunt steunen via Ko-fi of Buy Me a Coffee. Hartelijk dank voor uw vertrouwen, betrokkenheid en steun.