Plan Vooruit herleidt West-Vlaanderen van 62 naar 19 gemeenten

26 augustus 2026

Vooruit wil het aantal Vlaamse gemeenten tegen 2036 terugbrengen van 285 naar ongeveer 98. De partij ziet verplichte fusies vanaf 2030 als een manier om lokale besturen groter te maken en administratieve grenzen beter te laten aansluiten bij politiezones. Voor West-Vlaanderen zou die redenering bijzonder vergaande gevolgen hebben. Vlaams Parlementslid Brecht Warnez, cd&v, berekende dat de provincie van 62 naar negentien gemeenten zou gaan wanneer de huidige politiezonegrenzen als nieuwe gemeentegrenzen worden gebruikt. Dat betekent dat 43 gemeenten zouden opgaan in grotere gehelen.

Een scenario, geen vastgelegde kaart

Er ligt vandaag geen goedgekeurd decreet dat de West-Vlaamse gemeentekaart op deze wijze hertekent. Het gaat om een politieke piste van Vooruit, waarop Warnez een eigen cijfermatige toepassing voor West-Vlaanderen maakte. De berekening volgt de negentien politiezones die in het aangeleverde overzicht zijn opgenomen. Die zones omvatten samen 62 gemeenten, 244 deelgemeenten en 1.234.999 inwoners.

De oefening vertrekt dus niet van historische grenzen, arrondissementen, vervoersregio’s of bestaande gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Zij gebruikt één uitgangspunt: iedere politiezone wordt één gemeente. Daardoor ontstaan grote verschillen tussen de negentien gehelen. Brugge, Oostende en Middelkerke blijven volgens deze benadering één gemeente. Zestien andere gehelen brengen twee tot tien huidige gemeenten samen.

De grens tussen politieorganisatie en lokaal bestuur is daarbij belangrijk. Politiezones zijn bedoeld voor de lokale politiewerking. Gemeenten dragen een veel breder takenpakket, met onder andere ruimtelijke ordening, openbare werken, sociale dienstverlening, kinderopvang, cultuur, lokale economie, onderwijsgebouwen, sportinfrastructuur en burgerzaken. Dat maakt dat gelijke grenzen voor politie en gemeente een bestuurlijke keuze zijn, geen technische noodzaak.

Ieper wordt het grootste geheel

De politiezone Arro Ieper is het meest vergaande voorbeeld uit de berekening. Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Moorslede, Poperinge, Staden, Vleteren, Wervik en Zonnebeke zouden samen één stad Ieper vormen. Dat geheel telt 131.707 inwoners, tien huidige gemeenten en 43 deelgemeenten.

De oppervlakte bedraagt 634,5 vierkante kilometer. Ter vergelijking: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beslaat ongeveer 162 vierkante kilometer. Het hypothetische Ieper zou dus ongeveer viermaal zo groot zijn als Brussel. De afstand tussen sommige uiteinden van dit gebied zou aanzienlijk zijn. Voor inwoners van afgelegen dorpen kan dat een verschil maken wanneer gemeentelijke diensten, loketten, raadsleden of schepencolleges sterker rond één centrum worden georganiseerd.

Ook de interne verscheidenheid van dat gebied is groot. De stad Ieper, landelijke gemeenten in de Westhoek, grensgebieden, kleinere woonkernen en deelgemeenten met een eigen lokale geschiedenis zouden onder één gemeenteraad en één college vallen. De berekening zegt niets over de concrete inrichting van loketten, deelraden of dienstencentra. Zij toont wel aan hoe breed het territorium van één nieuw bestuur zou kunnen worden.

Negen zones halen 50.000 inwoners niet

Vooruit mikt op gemeenten van ongeveer 50.000 inwoners. De West-Vlaamse toepassing op basis van politiezones bereikt die grens niet overal. Negen van de negentien zones blijven onder 50.000 inwoners. Samen wonen daar 313.638 mensen, goed voor ongeveer een kwart van de bevolking die in de tabel is opgenomen.

De zone Polder, bestaande uit Diksmuide, Houthulst, Koekelare en Kortemark, komt uit op 49.874 inwoners. Daarmee mist zij de grens met 126 inwoners. De zone Spoorkin, met Alveringem, Lo-Reninge en Veurne, telt 20.848 inwoners en 24 deelgemeenten. Middelkerke blijft volgens de zone-indeling zelfstandig met 20.059 inwoners en negen deelgemeenten.

Ook Blankenberge-Zuienkerke, Damme-Knokke-Heist, Bredene-De Haan, MIDOW, Gavers en Westkust blijven onder 50.000 inwoners. De kleinste eenheid is Middelkerke. De grootste is Arro Ieper. Tussen beide zit een verschil van ruim 111.000 inwoners. De gemiddelde omvang van de negentien zones bedraagt nagenoeg 65.000 inwoners, maar dat gemiddelde verbergt grote lokale verschillen.

Dat is een belangrijk punt in het debat. Een doelstelling van ongeveer 50.000 inwoners kan een richtwaarde zijn, maar een kaart die uitsluitend op politiezones steunt, levert niet automatisch gemeenten op die elk rond dat cijfer uitkomen. Voor een consequente toepassing zouden dus bijkomende grenswijzigingen nodig zijn. Daarover bevat de West-Vlaamse berekening geen verdere uitwerking.

Deelgemeenten blijven een factor

De discussie gaat niet alleen over het aantal inwoners, maar ook over het aantal kernen dat in één bestuur terechtkomt. Arro Ieper zou 43 deelgemeenten tellen. Polder zou er 25 tellen, Spoorkin 24 en MIRA, met Anzegem, Avelgem, Spiere-Helkijn, Waregem en Zwevegem, 22.

Een fusie schaft deelgemeenten niet uit. Ze blijven woonkernen met verenigingen, lokale noden en vaak een eigen bestuurstraditie. Wel verschuift de politieke besluitvorming naar één gemeenteraad. Het aantal mandatarissen daalt daarbij doorgaans tegenover het gezamenlijke aantal raadsleden van de vroegere gemeenten. Hoe sterk lokale kernen daarna vertegenwoordigd blijven, hangt af van de verkiezingsuitslag, de samenstelling van partijen en de keuzes van het nieuwe bestuur.

Voorstanders van grotere gemeenten wijzen op schaalvoordelen bij gespecialiseerde functies. Denk aan personeel voor digitale dienstverlening, vergunningen, financiën, welzijn, cyberveiligheid of complexe overheidsopdrachten. Tegenstanders vrezen dat kleinere kernen minder aandacht krijgen wanneer de administratie en het politieke zwaartepunt in één centrum liggen. Beide elementen spelen in het fusiedebat, maar de uiteindelijke uitkomst verschilt per gebied en per manier waarop een nieuw bestuur wordt ingericht.

De zonekaart verandert zelf nog

De berekening gebruikt negentien politiezones, maar vermeldt tegelijk dat de zones RIHO en MIDOW volgens de planning op 1 januari 2027 zouden samengaan. RIHO omvat Hooglede, Izegem en Roeselare. MIDOW omvat Dentergem, Ingelmunster, Oostrozebeke en Wielsbeke. Samen zouden zij 145.984 inwoners en achttien deelgemeenten tellen.

Wanneer die geplande zonefusie effectief doorgaat en de politiezonegrenzen daarna nog steeds het uitgangspunt vormen, daalt het aantal mogelijke nieuwe gemeentelijke gehelen in West-Vlaanderen van negentien naar achttien. Dat verandert de politieke oefening inhoudelijk. Het toont ook waarom een kaart die op politiezones wordt gebaseerd, regelmatig moet worden geactualiseerd: politiezonegrenzen zijn zelf niet onveranderlijk.

De fusies van Wingene met Ruiselede en Tielt met Meulebeke speelden al mee in de cijfers. Beide gingen in op donderdag 1 januari 2025. Daardoor daalde het aantal West-Vlaamse gemeenten van 64 naar 62. In de tabel staat ook dat Meulebeke toen naar de politiezone Regio Tielt overstapte en Ruiselede deel werd van Wingene.

Wat weten studies over fusies?

De vraag of grotere gemeenten goedkoper of bestuurlijk sterker worden, kent geen eenvoudig antwoord. Onderzoek naar lokale herindelingen in verschillende landen laat uiteenlopende resultaten zien. Kosten dalen niet vanzelf door een fusie. Nieuwe administratieve structuren, harmonisering van lonen, digitalisering, huisvesting en dienstverlening kunnen eerst extra uitgaven veroorzaken. Eventuele besparingen hangen af van de bestuurskeuzes die nadien worden gemaakt.

Onderzoekers van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelden in verschillende studies vast dat schaalvergroting en samenwerking geen automatische besparing garanderen. In Nederland werd ook een lagere opkomst bij verkiezingen na gemeentelijke herindelingen vastgesteld. Dat betekent niet dat elke fusie hetzelfde effect heeft, maar het maakt duidelijk dat financiële en democratische gevolgen apart moeten worden bekeken.

De Deense hervorming van 2007 wordt vaak aangehaald omdat het land toen van 271 naar 98 gemeenten ging. Studies zagen aanvankelijk een daling in tevredenheid met de democratie en lokaal vertrouwen in gemeenten die werden samengevoegd. Later onderzoek wees erop dat deze effecten na verloop van tijd konden afnemen. Het Deense voorbeeld ondersteunt dus noch een eenvoudige stelling dat fusies altijd mislukken, noch de stelling dat schaalvergroting zonder gevolgen blijft.

Vrijwilligheid tegenover verplichting

Brecht Warnez plaatst daar het West-Vlaamse model van vrijwillige fusies tegenover. Als schepen van Wingene maakte hij de samenvoeging met Ruiselede mee. Hij stelt dat een fusie alleen duurzaam kan werken wanneer lokale besturen en inwoners het traject zelf dragen. Zijn partij wil daarom geen verplichte fusies en schuift een hervorming van de verdeelsleutel van het Gemeentefonds naar voren.

De discussie raakt aan een fundamentele beleidskeuze. Wie verplichte fusies verdedigt, legt de nadruk op gespecialiseerde dienstverlening, slagkracht en grotere administraties. Wie vrijwilligheid verdedigt, legt de nadruk op lokale autonomie, draagvlak en het behoud van de band tussen inwoners en hun bestuur. Die twee visies sluiten elkaar niet altijd uit. Gemeenten kunnen ook samenwerken rond specifieke taken zonder hun grenzen te wijzigen.

Bronnen:
Brecht Warnez: cd&v verwerpt fusievoorstel Vooruit in West-Vlaanderen
Doorrekening fusievoorstel Vooruit voor West-Vlaanderen
De Standaard: Vooruit wil naar ongeveer honderd gemeenten
Vlaamse overheid: vrijwillige fusie Wingene en Ruiselede
COELO, Rijksuniversiteit Groningen: inzichten uit onderzoek
Onderzoek naar lokaal vertrouwen na gemeentefusies in Denemarken

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)