Raad van State verwerpt fusieprotest Zwijndrecht


23 april 2025

Op 17 januari 2025 sprak de Raad van State in Brussel een arrest uit dat het verzet tegen de fusie van de gemeenten Zwijndrecht, Beveren en Kruibeke definitief afwees. De zaak, aangespannen door een groep burgers, draaide om de nietigverklaring van een beslissing van de Zwijndrechtse gemeenteraad op 26 oktober 2023. Die beslissing keurde een gezamenlijk voorstel goed om de drie gemeenten samen te voegen. Het juridische proces, dat meer dan een jaar duurde, kende meerdere wendingen, maar eindigde met een duidelijke uitspraak: het beroep van de enige overgebleven verzoeker, W.S., werd verworpen wegens gebrek aan belang.

Achtergrond van het geschil

De zaak begon op 28 november 2023, toen vijftien burgers, waaronder C.V., D.M., W.S., E.V., K.T., B.N., I.G. en J.V., een beroep indienden bij de Raad van State. Ze werden bijgestaan door advocaten Timo Lehaen en Lies Michielsen, met kantoor in Antwerpen. Hun doel was de nietigverklaring van de fusiebeslissing van Zwijndrecht. De gemeente Zwijndrecht, verdedigd door advocaten Jonas De Wit en Matthias Boydens uit Mechelen, kreeg steun van de tussenkomende partijen, de gemeenten Beveren en Kruibeke, vertegenwoordigd door dezelfde advocaten. Het geschil bracht lokale spanningen aan het licht over de voorgenomen samenvoeging, die volgens de verzoekers niet voldoende gerechtvaardigd was.

Verloop van de procedure

De rechtspleging kende een gestage voortgang. Op 28 maart 2024 verwierp de Raad van State al een eerdere vordering tot schorsing van de fusiebeslissing, vastgelegd in arrest nummer 259.313. Na deze afwijzing trokken de meeste verzoekers zich terug. Alleen W.S., de zevende verzoeker, diende een verzoek in om de procedure voort te zetten. Zwijndrecht en de tussenkomende partijen Beveren en Kruibeke reageerden met een memorie van antwoord, die op 9 augustus 2024 aan W.S. werd bezorgd. De hoofdgriffier wees de partijen op 14 en 20 november 2024 op de verplichting om binnen zestig dagen een memorie van wederantwoord in te dienen, conform de wetten op de Raad van State. W.S. liet deze termijn echter verstrijken, wat cruciale gevolgen had.

Beslissing van de Raad van State

De Raad van State oordeelde dat W.S. geen memorie van wederantwoord indiende binnen de gestelde termijn van zestig dagen. Volgens artikel 21 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State leidde dit tot het vaststellen van een gebrek aan belang. Hierdoor werd het beroep van W.S. verworpen. Voor de overige verzoekers, die geen verzoek tot voortzetting indienden na de verwerping van de schorsingsvordering, stelde de Raad afstand van geding vast. Dit betrof C.V., D.M., E.V., K.T., B.N., I.G., J.V. en zes anderen, van wie de identiteit van sommigen bij publicatie werd afgeschermd.

Financiële consequenties

De kosten van de procedure werden verdeeld over de partijen. Elke verzoekende partij werd voor een vijftiende aansprakelijk gesteld voor de kosten van de schorsingsvordering, waaronder een rolrecht van 3000 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan Zwijndrecht. W.S. droeg daarnaast de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een supplementaire rechtsplegingsvergoeding van 154 euro. De tussenkomende partijen, Beveren en Kruibeke, betaalden elk de helft van de kosten van hun tussenkomst, vastgesteld op 300 euro.

Betekenis voor de fusie

De uitspraak van de Raad van State, voorgezeten door kamervoorzitter Jan Clement en bijgestaan door griffier Silvan De Clercq, maakt de weg vrij voor de fusie van Zwijndrecht, Beveren en Kruibeke. De beslissing van 26 oktober 2023 blijft overeind, en de samenvoeging kan nu verder worden uitgewerkt. Voor de inwoners van de drie gemeenten markeert dit een belangrijke stap in een proces dat al jaren discussie oproept. De fusie beoogt efficiënter bestuur en gedeelde middelen, al blijven sommige burgers kritisch over de impact op lokale identiteit.

Een juridisch einde, een nieuw begin

De afwijzing van het beroep sluit een juridisch hoofdstuk af, maar opent tegelijk een nieuwe fase voor Zwijndrecht, Beveren en Kruibeke. De samenwerking tussen de gemeenten kan nu concreter vorm krijgen, met aandacht voor de uitdagingen die een fusie met zich meebrengt. De uitspraak onderstreept het belang van strikte naleving van juridische termijnen, zoals bleek uit de verwerping van W.S.’s beroep. Voor de regio betekent dit een moment van transitie, waarbij de toekomst van het bestuurlijk landschap verder wordt bepaald.