Overijse wint strijd om voetweg bij Raad van State


23 april 2025

Op 21 februari 2025 vernietigde de Raad van State in Brussel een ministerieel besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters, dat de verplaatsing van een deel van voetweg nummer 183 in Overijse had tegengehouden. De gemeente Overijse, vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert, trok aan het langste eind in een juridisch geschil tegen het Vlaams Gewest, bijgestaan door advocaten Steven Van Garsse en Koen De Metsenaere. De zaak draaide om de vraag of een buurtweg nog juridisch bestond, een kwestie die verstrekkende gevolgen heeft voor lokale ruimtelijke planning.

Achtergrond van het conflict

De gemeente Overijse besloot op 30 november 2021 een ontwerp-rooilijnplan voor te leggen om een deel van voetweg nummer 183 te verplaatsen. Tijdens een openbaar onderzoek, gehouden tussen 17 december 2021 en 17 januari 2022, diende burger V.B. een bezwaarschrift in. Ondanks dit bezwaar keurde de gemeenteraad op 22 februari 2022 het rooilijnplan definitief goed. V.B. ging hiertegen in beroep bij de Vlaamse Regering, die op 12 oktober 2022 het besluit van Overijse vernietigde. De gemeente liet het hier niet bij zitten en stapte op 22 februari 2023 naar de Raad van State om die vernietiging ongedaan te maken.

Juridisch steekspel rond verjaring

Centraal in de zaak stond de vraag of het bewuste deel van voetweg nummer 183 nog bestond op 1 september 2019, de datum waarop het Decreet Gemeentewegen van kracht werd. Volgens artikel 85 van dit decreet worden alle buurtwegen die op dat moment bestaan, beschouwd als gemeentewegen. V.B. stelde dat de voetweg al decennia niet meer in gebruik was, onder meer omdat een vijver op het tracé zou zijn aangelegd en omdat de familie van V.B., al generaties lang wonend in een aanpalende woning, geen gebruik van de weg waarnam. De Vlaamse minister oordeelde dat de voetweg door langdurig onbruik was verjaard en vernietigde daarom het besluit van Overijse.

De gemeente bracht hiertegen in dat gegevens van Strava wandelactiviteit aantoonden, dat een getuige het gebruik van de weg bevestigde en dat V.B. zelf overlast door fietsers en sluikstorten had gemeld. Deze elementen zouden wijzen op actief gebruik. De minister veegde dit van tafel, omdat het gebruik niet leek te slaan op het oorspronkelijke tracé zoals vastgelegd in de Atlas der Buurtwegen.

Uitspraak van de Raad van State

De Raad van State, onder leiding van kamervoorzitter Jan Clement en met staatsraden Stephan De Taeye en David D’Hooghe, oordeelde anders. Op 17 januari 2025 vond een zitting plaats waar advocaat Karel Verbestel, namens Wim Rasschaert, de gemeente verdedigde, en Koen De Metsenaere het Vlaams Gewest vertegenwoordigde. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye leverde een advies dat met het arrest overeenstemde.

De Raad stelde dat het “bestaan” van een buurtweg in juridische zin niet afhankelijk is van feitelijk gebruik of eigendomsrechtelijke verjaring. Zolang een weg niet formeel is afgeschaft volgens de Wet op de Buurtwegen van 1841, blijft deze bestaan. Omdat niets wees op een formele afschaffing van voetweg nummer 183 vóór 1 september 2019, kwalificeerde de weg als een gemeenteweg onder het Decreet Gemeentewegen. De minister had dus ten onrechte geoordeeld dat zij kon beslissen over verjaring, een bevoegdheid die zij niet bezat. Dit maakte het ministerieel besluit van 12 oktober 2022 ongeldig.

Financiële afrekening

De kosten van de procedure vielen ten laste van het Vlaams Gewest en V.B. Het Vlaams Gewest betaalt een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan Overijse. V.B., als tussenkomende partij, draagt 150 euro aan kosten voor de tussenkomst. De Raad beval ook dat het arrest op dezelfde wijze bekendgemaakt moet worden als het vernietigde besluit.

Gevolgen voor Overijse

De uitspraak geeft Overijse groen licht om het rooilijnplan voor voetweg nummer 183 verder uit te voeren. Dit plan, dat een verplaatsing van het tracé beoogt, kan nu zonder verdere juridische obstakels worden gerealiseerd. Voor de inwoners van Overijse betekent dit mogelijk een aan passing van lokale wandelroutes, maar ook een bevestiging van de gemeentelijke autonomie in ruimtelijke planning. De zaak onderstreept hoe oude buurtwegen, vastgelegd in de Atlas der Buurtwegen, nog steeds juridische discussies kunnen oproepen.

Een precedent voor de toekomst

Met deze uitspraak zet de Raad van State, bijgestaan door griffier Silvan De Clercq, een duidelijke grens aan de bevoegdheden van de Vlaamse Regering in soortgelijke geschillen. Gemeenten krijgen meer zekerheid over hun beslissingsmacht inzake gemeentewegen, terwijl burgers zoals V.B. scherper moeten onderbouwen waarom een weg niet langer bestaat. De uitspraak biedt helderheid in een vaak technisch en juridisch debat, en versterkt de positie van lokale besturen in hun omgang met het Decreet Gemeentewegen.