Russisch offensief levert in juli amper terrein op tegen zware personeelsverliezen

3 augustus 2026
Het Russische offensief in Oekraïne heeft in juli 2026 slechts een beperkte directe terreinwinst opgeleverd. Russische strijdkrachten namen volgens het Institute for the Study of War gedurende de hele maand 37,85 vierkante kilometer in. Dat komt neer op gemiddeld 1,22 vierkante kilometer per dag. Wanneer ook gebieden worden meegerekend waarin kleine Russische groepen infiltreerden zonder er een bestendige controle te vestigen, stijgt de oppervlakte tot ongeveer 121,56 vierkante kilometer. Tegelijk raamde de Oekraïense generale staf de Russische personeelsverliezen in juli op 42.860. Dat cijfer omvat volgens de Oekraïense rapportering gesneuvelde en gewonde militairen en kan niet voor iedere persoon onafhankelijk worden gecontroleerd. De beschikbare gegevens wijzen op een offensief dat Rusland veel manschappen en materieel kost, zonder dat de Oekraïense verdediging over een brede frontsector instortte.
Directe terreinwinst blijft zeer beperkt
De 37,85 vierkante kilometer die Russische strijdkrachten in juli rechtstreeks zouden hebben ingenomen, is kleiner dan de oppervlakte van Manhattan. Het gaat om terrein waar op basis van geolokaliseerde beelden, militaire informatie en veranderingen aan de frontlijn een meer bestendige Russische aanwezigheid kon worden vastgesteld. Het ruimere cijfer van 121,56 vierkante kilometer omvat ook zones waarin Russische militairen tijdelijk achter of tussen Oekraïense posities geraakten. Infiltratie is echter niet hetzelfde als controle. Kleine groepen kunnen door openingen in de Oekraïense verdediging trekken, zich in gebouwen of boomrijen verbergen en tijdelijk een positie bezetten zonder de omliggende wegen en nederzettingen te beheersen. Oekraïense eenheden kunnen zulke groepen later afsnijden, terugdringen of uitschakelen. Het verschil tussen ingenomen terrein en infiltratiezones is daarom bepalend voor een correcte lezing van de frontkaart.
Russisch aanvalstempo veranderde nauwelijks
Het maandelijkse Russische tempo veranderde volgens de analyse nauwelijks sinds februari 2026. Rusland begon midden maart met zijn offensief van 2026, maar slaagde er in de daaropvolgende maanden niet in de opmars sterk te versnellen. De vergelijking met juli 2025 is aanzienlijk. Russische strijdkrachten namen toen naar schatting 455,74 vierkante kilometer in. In juli 2026 lag de terreinwinst daar ver onder, zelfs wanneer de infiltratiezones worden meegerekend. Rusland blijft op verschillende plaatsen aanvallen en kan plaatselijk Oekraïense stellingen innemen, maar deze bewegingen leidden niet tot een doorbraak die de militaire situatie in een hele regio wijzigde. Het offensief bleef grotendeels bestaan uit herhaalde aanvallen over korte afstanden.
Geen doorbraak van operationeel belang
Een terreinwinst krijgt pas operationeel belang wanneer zij Oekraïne verplicht de verdediging over een groot gebied te herschikken, een belangrijke stad of transportas rechtstreeks bedreigt of ruimte schept voor een snelle verdere opmars. Rusland bereikte in juli geen resultaat van die omvang. De frontlijn verschoof op verschillende plaatsen, maar er was geen brede instorting van de Oekraïense verdediging. Russische eenheden bleven druk uitoefenen in de oblast Donetsk en andere delen van het front. Zij gebruikten infanterie, drones, artillerie en zweefbommen tegen Oekraïense posities. Die aanvallen kunnen Oekraïense eenheden uitputten en schade veroorzaken, maar zij leverden in juli geen beslissende Russische beweging op.
Kostjantynivka blijft buiten Russische controle
Een belangrijk deel van de Russische inspanningen was gericht op Kostjantynivka in de oblast Donetsk. De stad is belangrijk door haar ligging en haar verbindingen met andere Oekraïense verdedigingsplaatsen. Russische kleine eenheden probeerden Oekraïense linies te passeren en in of nabij bebouwd gebied posities in te nemen. Zulke infiltraties kunnen plaatselijk ernstige problemen veroorzaken. Oekraïne moet militairen inzetten om binnengedrongen groepen op te sporen, gebouwen te controleren en bevoorradingsroutes opnieuw te beveiligen. De infiltraties leidden echter niet tot de inname van Kostjantynivka. Rusland verkreeg evenmin een positie waardoor de hele Oekraïense verdediging rond de stad onhoudbaar werd. Zolang Oekraïne de belangrijkste wegen, logistieke routes en het grootste deel van het stedelijke gebied kan gebruiken, betekent de aanwezigheid van kleine Russische groepen nog geen Russische controle.
Infiltraties kunnen het kaartbeeld vertekenen
De aanwezigheid van enkele Russische militairen achter Oekraïense posities kan door Russische bronnen worden gebruikt om een groter gebied als veroverd voor te stellen. Op kaarten ontstaat dan de indruk dat ook het terrein tussen de Russische hoofdmacht en de infiltranten onder Russische controle staat. Dat hoeft militair niet het geval te zijn. Een vooruitgeschoven groep kan zonder regelmatige bevoorrading of verbinding met andere eenheden geïsoleerd raken. Het Kremlin probeert volgens ISW de trage opmars te verhullen met ruime claims over Russische terreinwinst. Die communicatie is gericht op de Russische bevolking, militair personeel en buitenlandse waarnemers. Moskou wil aantonen dat Oekraïne voortdurend terrein verliest en dat de Russische offers tastbare resultaten opleveren.
Oekraïne meldt hoogste Russische verliescijfer van 2026
De Oekraïense generale staf raamde de Russische personeelsverliezen in juli op 42.860. Volgens de Oekraïense cijfers was dat het hoogste maandelijkse aantal van 2026. In februari bedroeg de Oekraïense raming 26.090 personeelsverliezen. Het gemelde aantal liep daarna geleidelijk op. De Oekraïense cijfers kunnen niet geheel onafhankelijk worden gecontroleerd. Rusland geeft geen betrouwbare dagelijkse rapportering over gesneuvelde en gewonde militairen vrij, terwijl Oekraïne zelf een militair belang heeft bij het presenteren van hoge Russische verliezen. De cijfers moeten daarom als ramingen worden gelezen. Andere gegevens, zoals overlijdensberichten, beelden van aanvallen, informatie over Russische eenheden en het voortdurende aanvoeren van nieuwe manschappen, wijzen er wel op dat Rusland zware verliezen blijft lijden.
Hoge prijs per ingenomen vierkante kilometer
Op basis van de gemelde cijfers berekende ISW dat Rusland in juli gemiddeld ongeveer 353 personeelsverliezen leed per vierkante kilometer waarin Russische eenheden oprukten of infiltreerden. Wanneer uitsluitend het duurzaam ingenomen terrein van 37,85 vierkante kilometer wordt meegeteld, stijgt de verhouding tot ongeveer 1.132 personeelsverliezen per ingenomen vierkante kilometer. Deze berekening betekent niet dat alle betrokken militairen letterlijk tijdens de verovering van die specifieke grond omkwamen of gewond raakten. Russische verliezen kunnen ook vallen tijdens aanvallen elders, Oekraïense operaties achter het front en bewegingen langs bevoorradingsroutes. De berekening toont vooral het grote verschil tussen de intensiteit van de Russische inzet en de beperkte geografische opbrengst.
Kleine infanteriegroepen vervangen grotere colonnes
Rusland gebruikt steeds vaker kleine groepen infanteristen die te voet, met motorfietsen, lichte voertuigen of terreinwagens richting Oekraïense posities bewegen. Deze methode verkleint de kans dat een hele colonne tegelijk wordt waargenomen en aangevallen. Kleine groepen zijn moeilijker te vinden dan een verzameling tanks en pantservoertuigen. De tactiek heeft echter belangrijke nadelen. De groepen beschikken over minder vuurkracht, kunnen minder munitie meenemen en zijn kwetsbaar wanneer hun bevoorrading wordt afgesneden. Wanneer enkele militairen een Oekraïense positie bereiken, betekent dat niet dat voldoende versterkingen kunnen volgen om het terrein te behouden. Daardoor ontstaan situaties waarin Russische soldaten binnendringen, maar later worden teruggedrongen of geïsoleerd raken.
Oekraïense drones beperken gemechaniseerde aanvallen
De ruime inzet van Oekraïense drones is een belangrijke reden waarom Rusland grotere formaties moeilijk kan gebruiken. Verkenningsdrones kunnen Russische voertuigen, manschappen en verzamelplaatsen waarnemen voordat een aanval begint. De beelden kunnen worden doorgestuurd naar artillerie, aanvalsdrones en andere eenheden. Kleine drones met springladingen kunnen tanks, pantservoertuigen, vrachtwagens en motorfietsen rechtstreeks aanvallen. Andere drones volgen Russische bewegingen, leggen mijnen of viseren bevoorradingsroutes. Een grotere gemechaniseerde aanval vraagt de verzameling van voertuigen, brandstof, munitie en personeel. Zulke voorbereidingen kunnen vanuit de lucht worden waargenomen. Oekraïne kan toeslaan voordat de aanval de eigen linies bereikt. Rusland voerde in juli nog enkele gemechaniseerde aanvallen uit, maar deze acties bleven plaatselijk en brachten geen belangrijke doorbraak.
Aanvaller beweegt langer door zichtbaar terrein
Drones hebben het front veel transparanter gemaakt. Militairen kunnen zich minder gemakkelijk ongezien verzamelen of over open terrein verplaatsen. Dit probleem treft beide partijen, maar de aanvallende partij moet beschermde posities verlaten en terrein oversteken. Russische eenheden zijn daardoor gedurende een langere periode zichtbaar en kwetsbaar. Oekraïne kan een verdedigingssector met kleinere eenheden bewaken en via drones een groter gebied observeren. Zodra Russische groepen worden waargenomen, kunnen artillerie en aanvalsdrones worden ingezet. Rusland gebruikt zelf eveneens veel drones tegen Oekraïense voertuigen, militairen en bevoorradingsroutes. Het Russische voordeel in aantallen manschappen leidt daardoor niet automatisch tot een snelle terreinwinst.
Plaatselijke Oekraïense tegenaanvallen vertragen Rusland
Oekraïne voert plaatselijke tegenaanvallen uit om verloren posities terug te nemen, Russische infiltranten af te snijden en de aanvoer van nieuwe Russische militairen te verhinderen. Een tegenaanval hoeft geen groot gebied te heroveren om militair nuttig te zijn. Het kan voldoende zijn om een weg opnieuw te controleren, een Russische positie van bevoorrading af te snijden of een pas ingenomen gebied onhoudbaar te maken. Deze acties verplichten Rusland manschappen in te zetten om recent verworven posities te verdedigen. Die militairen kunnen dan niet tegelijk voor een volgende aanval worden gebruikt. Daardoor ontstaat een terugkerend patroon van Russische aanvallen, kleine terreinwinsten, Oekraïense reacties en nieuwe Russische pogingen.
Oekraïne viseert Russische logistiek en brandstofvoorziening
Oekraïne probeert het Russische offensief ook verder achter het front te verzwakken. Oekraïense drones en andere aanvalsmiddelen treffen olieraffinaderijen, brandstofopslagplaatsen, spoorverbindingen, munitiedepots en militaire vliegvelden. Een aanval op een raffinaderij kan de brandstofproductie en de Russische inkomsten raken. Een beschadigde spoorverbinding kan de levering van munitie, voertuigen en reservetroepen vertragen. Een aanval op een vliegveld kan Russische toestellen verplichten naar andere bases te verhuizen. Niet iedere aanval veroorzaakt langdurige schade. Rusland kan installaties herstellen, alternatieve routes gebruiken en voorraden verplaatsen. De opeenvolging van aanvallen verplicht Moskou wel om luchtverdediging, bewaking en herstelcapaciteit over een groot grondgebied te spreiden.
Raketten en drones houden druk op Oekraïne hoog
De trage Russische opmars op de grond betekent niet dat de militaire druk afneemt. Rusland gebruikt raketten en aanvalsdrones tegen Oekraïense steden, energievoorzieningen, logistieke centra en militaire installaties. In de nacht van vrijdag 31 juli op zaterdag 1 augustus 2026 voerde Rusland opnieuw een grote aanval uit met ballistische raketten en drones, vooral tegen de oblast Kyiv. Rusland probeert daarbij gebruik te maken van het Oekraïense tekort aan onderscheppingsraketten voor Patriot-systemen. Ballistische raketten zijn moeilijk te bestrijden en vragen gespecialiseerde luchtverdediging. Wanneer Oekraïne onvoldoende Patriot-onderscheppers heeft, neemt de kans toe dat Russische raketten hun doelen bereiken.
Rusland lanceerde in juli een recordaantal raketten
Rusland zette in juli volgens ISW een recordaantal raketten in. Het afgevuurde aantal lag naar schatting boven de Russische maandproductie, waardoor Moskou ook bestaande voorraden moet hebben aangesproken. Rusland gebruikte daarnaast raketten van S-400-systemen en Zirkon-raketten om tekorten binnen andere categorieën op te vangen. De S-400 werd oorspronkelijk ontwikkeld voor luchtverdediging, maar bepaalde raketten kunnen ook tegen doelen op de grond worden gebruikt. De Zirkon vliegt op zeer hoge snelheid en is moeilijk te onderscheppen. Door verschillende soorten raketten en drones binnen dezelfde aanvalsgolf te gebruiken, probeert Rusland de Oekraïense luchtverdediging te belasten en dure onderscheppingsmiddelen op te gebruiken.
Brandstof- en logistieke doelen krijgen grotere rol
Russische aanvallen richten zich steeds vaker op Oekraïense brandstofvoorzieningen, energie-installaties, tankstations, opslagplaatsen en logistieke centra. Dergelijke locaties kunnen zowel burgerlijke als militaire functies hebben. Brandstof wordt gebruikt door bedrijven, burgers en hulpdiensten, maar ook door militaire voertuigen. Magazijnen kunnen consumptiegoederen opslaan en tegelijk deel uitmaken van bredere logistieke netwerken. Aanvallen op deze infrastructuur kunnen leveringen vertragen, ondernemingen stilleggen en de burgerbevolking raken. Rusland kan zo druk uitoefenen zonder grote terreinwinst aan het front te boeken.
Rusland behoudt vermogen om aanvallen voort te zetten
De beperkte terreinwinst betekent niet dat Rusland geen ernstige bedreiging meer vormt. Rusland beschikt nog steeds over grote aantallen militairen, drones, artillerie en bommen. Moskou kan de aanvallen voortzetten zolang het voldoende nieuwe manschappen kan rekruteren, munitie kan produceren en de verliezen politiek kan dragen. Een traag offensief kan op langere termijn nog steeds gevolgen hebben wanneer Oekraïne onvoldoende militairen, munitie of buitenlandse steun ontvangt. Oekraïne moet voortdurend eenheden vervangen, stellingen herstellen en reserves inzetten. Rusland kan proberen met langdurige druk een situatie te creëren waarin de Oekraïense verdediging later verzwakt.
Aanhoudende verliezen kunnen kwaliteit van eenheden aantasten
Wanneer Rusland maandelijks grote aantallen militairen verliest, moeten nieuwe rekruten en reservisten hun plaatsen innemen. Deze vervangers beschikken mogelijk over minder opleiding en gevechtservaring. Ervaren onderofficieren, officieren en gespecialiseerde militairen zijn moeilijker te vervangen dan gewone infanteristen. Het verlies van zulke personeelsleden kan de kwaliteit van planning, communicatie en leiding aantasten. Rusland kan de aantallen aanvullen, maar dat betekent niet dat nieuwe eenheden dezelfde militaire capaciteit hebben als de formaties die zij vervangen. De afhankelijkheid van kleine infanteriegroepen kan daardoor verder toenemen.
Veel militaire activiteit is nog geen beslissend resultaat
Bronnen:
ISW Publications, Russian Offensive Campaign Assessment, 1 augustus 2026
Institute for the Study of War en AEI Critical Threats Project
Oekraïense generale staf, ramingen van Russische personeelsverliezen in juli 2026
ISW-mail ontvangen op 2 augustus 2026
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


