Terugblik op verkoop van zeeuwse landbouwgrond door OCMW Gent

7 januari 2019
Op maandag 7 januari 2019 kwam in Gent opnieuw aandacht voor de verkoop van een groot pakket landbouwgrond door OCMW Gent. Historici Dieter Bruneel en Esther Beeckaert van UGent plaatsten die verkoop in een lang historisch kader en stelden dat het om grond ging die eeuwenlang mee het sociale beleid van de stad had gedragen. Volgens hen dreigde Gent met die verkoop niet alleen patrimonium kwijt te raken, maar ook ruimte om in de toekomst zelf richting te geven aan voedselbeleid, sociale rechtvaardigheid en duurzaam grondgebruik.
Historische wortels
De discussie draaide om honderden hectaren landbouwgrond in Zeeuws-Vlaanderen, vooral op het grondgebied van de huidige gemeenten Hontenisse en Terneuzen. Die gronden waren verbonden met de geschiedenis van de Bijloke in Gent, het vroegere abdijhospitaal dat vanaf de middeleeuwen een omvangrijk landelijk bezit uitbouwde. Een deel van dat bezit ging verloren door overstromingen op het einde van de zestiende eeuw, waarna vooral in de negentiende eeuw opnieuw land op het water werd gewonnen.
Doorheen die lange periode bleven de betrokken gronden volgens de auteurs gekoppeld aan de Gentse armenzorg. In de negentiende eeuw werden ze zelfs omschreven als het heerlijkste sieraad van het Hospitaal de Bijloke. Ze maakten deel uit van het patrimonium van instellingen die instonden voor zieken, ouderen, wezen, vondelingen en andere kwetsbare groepen in de stad.
Juridische strijd over eigendom
De eigendom van de gronden leidde in de jaren 1840 al tot juridische procedures tussen de Gentse Commissie Burgerlijke Godshuizen en de Nederlandse staat. Die Commissie was de rechtsvoorganger van het huidige OCMW. De Nederlandse overheid betwistte toen dat de Gentse instelling nog rechten kon laten gelden op opnieuw ingepolderde gronden, maar de Godshuizen verwezen naar documenten die hun eigendom bevestigden, tot en met het Nederlandse kadaster van 1832.
Ook in latere decennia bleef het dossier gevoelig. In een huldeboek over Adolph Dubois werd beschreven hoe hij zich in de negentiende eeuw inzette voor de verdediging van wat toen het patrimonium van de armen werd genoemd. Tegen die achtergrond wezen de auteurs erop dat het geschil van 2019 niet los kon worden gezien van een veel oudere strijd over eigendom, bestuur en publieke verantwoordelijkheid.
Verkoop en betwisting
De rechtstreekse aanleiding lag bij een verkoop die in 2016 werd gesloten met de NV Bijloke, een dochteronderneming gelieerd aan de familie Huts. De Gentse Raad voor Maatschappelijk Welzijn had het voorstel tot verkoop al op donderdag 9 juni 2011 unaniem goedgekeurd, toen nog onder het voorzitterschap van Geert Versnick. Volgens de auteurs werden de gronden daarbij hoofdzakelijk bekeken als investeringskapitaal op korte termijn.
Eén van de argumenten voor de verkoop was dat het jaarlijkse rendement van de gronden lager zou liggen dan wat via roerend kapitaal mogelijk was. De opbrengst kon volgens die redenering ook sneller worden ingezet voor bouwprojecten en andere investeringen binnen de zorg. Daarmee verschoof de blik van een langlopend patrimonium naar een onmiddellijke financiële opbrengst.
De verkoopprijs en de modaliteiten waren in januari 2019 nog voorwerp van een juridische betwisting. Een Oost-Vlaamse landbouwer had daartegen een procedure ingesteld, gesteund door een concessionaris van een Gentse boerenmarkt die zich burgerlijke partij had gesteld. Zij voerden aan dat de opzet grote investeerders bevoordeelde en de doorsnee landbouwer buiten spel zette. Ook de prijs lag onder vuur, omdat die volgens hen niet marktconform was en neerkwam op onrechtmatige staatssteun.
Breder patroon bij openbare besturen
De Gentse zaak stond volgens de auteurs niet op zichzelf. Zij wezen op een ruimere beweging waarbij openbare besturen in België in het voorbije decennium vaker onroerend patrimonium verkochten om snel over liquide middelen te beschikken. In dat klimaat werd landbouwgrond niet langer in de eerste plaats gezien vanuit haar functie voor voedselproductie of sociaal beleid, maar als financieel bezit dat kon worden omgezet in cash.
In die redenering kreeg ook het landbouwgebruik zelf een andere plaats. Waar pachters vroeger deel uitmaakten van het verhaal van die gronden, werden zij in de verantwoording van de verkoop eerder gezien als een factor die toekomstige verkopen lastiger kon maken. De auteurs stelden daar een andere vraag tegenover: waarom zouden pachters geen rol kunnen spelen in een toekomstgericht landbouwbeleid voor de stad?
Voedselbeleid en lange termijn
In hun analyse wezen Dieter Bruneel en Esther Beeckaert erop dat Gent in diezelfde periode werkte aan plannen voor een stadsgericht voedselsysteem. Zij verwezen naar initiatieven zoals Gent en Garde uit 2013, het Commons Transitie Plan uit 2017 en een toekomstvisie op landbouw in de stedelijke omgeving van Gent richting 2030. In dat soort denkwerk kregen gronden van publieke instellingen net een plaats als mogelijke hefboom voor een sociaal rechtvaardig en duurzaam beleid.
Volgens de auteurs ontstond daar een duidelijke spanning. Terwijl studies en beleidsplannen uitgingen van een actievere rol voor publieke gronden, deed de stad tegelijk een groot deel van dat patrimonium van de hand. Daardoor verdwenen volgens hen bouwstenen die later van nut hadden kunnen zijn voor korte ketens, stadsgerichte landbouw en een eigen grondbeleid van de stad.
Een vraag die bleef hangen
Wie vandaag terugkijkt naar januari 2019, ziet hoe één dossier tegelijk over geschiedenis, grondbezit, zorg en stadsbeleid ging. Het opvallendste element bleef dat grond die ooit werd omschreven als het heerlijkste sieraad van het Bijlokehospitaal in enkele jaren tijd werd herleid tot een financiële post. Op indegazette.be blijft zo’n terugblik relevant, net omdat oude dossiers vaak nog lang doorwerken.
Bronnen:
Apache
Wijlen Dieter Bruneel
Esther Beeckaert
UGent
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


