Van Russische gasstromen via Zeebrugge tot de strijd om gerechtigheid voor vermoorde journalisten: Belgische finalist Andy Vermaut beleeft historische dag in Europees Parlement (Straatsburg), waar de Daphne Caruana Galizia-prijs naar De Correspondent gaat

Straatsburg, 21 oktober 2026 – Het Europees Parlement in Straatsburg stond woensdag volledig in het teken van onderzoeksjournalistiek, persvrijheid, corruptie, politieke verantwoordelijkheid en de vraag hoeveel bescherming een democratie werkelijk biedt aan journalisten die machtige belangen blootleggen. Wat begon met internationale televisie- en radio-interviews, groeide uit tot een indrukwekkende confrontatie met de families van vermoorde journalisten, scherpe waarschuwingen over politieke beïnvloeding, een uitzonderlijke bijeenkomst van Europese onderzoeksjournalisten en een plechtige prijsuitreiking in aanwezigheid van Europees Parlementsvoorzitter Roberta Metsola. De Belgische journalist Andy Vermaut, hoofdredacteur van indegazette.be, behoorde tot de tien finalisten van de Daphne Caruana Galizia-prijs voor Journalistiek 2026. Zijn onderzoek naar de aanhoudende invoer van Russisch vloeibaar aardgas via Zeebrugge kreeg een plaats tussen internationale onthullingen over Russische militaire technologie, corruptie, Europol, de wapenindustrie, migratiebeleid, digitale manipulatie en georganiseerde aanvallen op journalisten. Tijdens het seminar verdedigde Vermaut persoonlijk zijn bevindingen en stelde hij kritische vragen over het uitblijven van politieke antwoorden. De avond eindigde met de bekendmaking dat Maite Vermeulen en Giacomo Zandonini van het Nederlandse journalistieke platform De Correspondent de prijs van 20.000 euro hadden gewonnen met hun onderzoek naar de behandeling van migranten in de opvang- en detentiecentra die Italië in Albanië heeft ingericht. De hele dag maakte duidelijk dat onderzoeksjournalistiek niet alleen draait om onthullingen, maar ook om de vraag wat overheden, justitie, bedrijven en burgers met die onthullingen doen.
Een Belgische journalist tussen de internationale finalisten in Straatsburg
Voor Andy Vermaut begon de bijzondere betekenis van deze dag al vóór het eigenlijke seminar. Als hoofdredacteur van indegazette.be was hij naar Straatsburg afgereisd omdat een onafhankelijke internationale jury zijn onderzoek naar Russische gasstromen via Zeebrugge had geselecteerd voor de finale van een van de belangrijkste Europese onderscheidingen voor onderzoeksjournalistiek. De prijs, genoemd naar de op 16 oktober 2017 vermoorde Maltese onderzoeksjournaliste Daphne Caruana Galizia, wordt door het Europees Parlement toegekend aan journalistiek werk dat fundamentele Europese waarden verdedigt, waaronder democratie, menselijke waardigheid, vrijheid, rechtsstaat en mensenrechten. De selectie van Vermaut was opmerkelijk omdat hij met een zelfstandig onderzoeksproject tegenover grote internationale redacties en samenwerkingsverbanden kwam te staan. Onder de finalisten bevonden zich publieke omroepen, internationale onderzoeksnetwerken en gerenommeerde mediaorganisaties uit verschillende Europese landen. Het Belgische onderzoek draaide om een scherp geformuleerde tegenstelling: Europese leiders beloofden hun afhankelijkheid van Russische energie te verminderen, terwijl Russische lng-tankers Europese havens bleven binnenvaren. Daarmee raakte zijn werk rechtstreeks aan Europese sancties, economische belangen, haveninfrastructuur, energiebeleid en de geloofwaardigheid van politieke verklaringen.
De voormiddag begint tussen televisiestudio’s, camera’s en internationale journalisten
Nog vóór de officiële namiddagsessies stonden de finalisten in het Europees Parlement ter beschikking van buitenlandse nieuwsorganisaties. In de audiovisuele ruimten van het parlement vonden interviews, opnames, rechtstreekse uitzendingen en gesprekken met journalisten uit verschillende landen plaats. Voor Andy Vermaut was het een voormiddag waarin hij zijn onderzoek naar Zeebrugge aan een internationaal publiek kon toelichten. Op zijn interviewschema stonden onder meer Michał Gostkiewicz van Deutsche Welle, Agaton Koziński van Polska Times, Isaia Tsaousidou van WEST TV en Konstantinos Geropoulos van NE Global Media. De planning begon om 9.30 uur en liep door tot na de middag. De audiovisuele omgeving was bijzonder levendig: medewerkers begeleidden de finalisten van de ene opnameplaats naar de andere, interviews werden soms op korte termijn verschoven en journalisten probeerden hun gesprekken in te passen tussen televisieverbindingen, studiowerk en andere verplichtingen. De aangeleverde gesprekken laten zien hoe journalisten elkaar ontmoetten, materiaal uitwisselden, vragen voorbereidden en voortdurend moesten schakelen tussen verschillende talen. Engels, Italiaans, Frans en andere Europese talen liepen door elkaar. Deze voormiddag vormde een belangrijke aanvulling op de officiële ceremonie: hier kregen de onderzoeken een gezicht, ontmoetten de makers elkaar en kwamen ook persoonlijke ervaringen met bedreigingen, financiële onzekerheid en journalistieke onafhankelijkheid ter sprake.
Matthew Caruana Galizia spreekt over de dood van zijn moeder en de verantwoordelijkheid van de staat
Een van de meest aangrijpende onderdelen van de ochtend bestond uit gesprekken met Matthew Caruana Galizia, de zoon van Daphne Caruana Galizia. Hij maakte duidelijk hoe ingrijpend het is wanneer een familie na de moord op een journalist jarenlang moet blijven strijden voor gerechtigheid. Hij verzette zich tegen het idee dat de verantwoordelijkheid voor het doorbreken van straffeloosheid uiteindelijk bij de nabestaanden zou liggen. Volgens hem hebben de familieleden de corruptie, het geweld en het falen van de instellingen niet veroorzaakt. Die verantwoordelijkheid ligt bij degenen die betrokken waren bij de misdrijven en bij de staat die de veiligheid van burgers moet waarborgen. Hij stelde de vraag waarom juist de familie telkens opnieuw moet uitleggen wat er misloopt, terwijl de instellingen die de bevolking moeten beschermen daarvoor verantwoordelijk behoren te zijn. Ook sprak hij over de behoefte om het werk van zijn moeder en de strijd voor gerechtigheid voort te zetten. Dat beschouwde hij niet uitsluitend als een morele verplichting, maar vooral als een noodzaak, omdat mensen gebeurtenissen vergeten en maatschappelijke aandacht zonder voortdurende inspanningen kan verdwijnen. Daarmee legde hij meteen de centrale spanning van de dag bloot: herdenken is belangrijk, maar herdenken zonder gerechtigheid biedt geen bescherming tegen nieuwe misdrijven.
De Europese erkenning van Daphne Caruana Galizia doorbrak een campagne van vernedering
In de gesprekken tijdens de voormiddag kwam ook de symbolische betekenis van de Europese erkenning voor Daphne Caruana Galizia uitgebreid aan bod. Matthew Caruana Galizia beschreef hoe zijn moeder gedurende jaren, zowel vóór als na haar dood, het doelwit was geweest van een campagne waarin haar menselijke waardigheid en geloofwaardigheid werden aangevallen. Volgens hem probeerden invloedrijke personen en politieke vertegenwoordigers in Malta het publiek ervan te overtuigen dat zij geen respect verdiende. Hij herinnerde zich hoe de internationale steun na haar dood een tegengewicht vormde. Toen mensen buiten Malta haar werk begonnen te erkennen en haar naam verbonden aan journalistieke moed, werd het moeilijker om de negatieve beeldvorming ongestoord voort te zetten. Hij sprak de hoop uit dat burgers daardoor kritischer gingen nadenken over de manier waarop hun overheid haar had voorgesteld. Het Europees Parlement vervult in die strijd een bijzondere rol. Door de naam van Daphne aan een internationale journalistieke prijs te verbinden, blijft haar werk zichtbaar en wordt jaarlijks aandacht gevraagd voor de bescherming van journalisten die onwelgevallige feiten openbaar maken.
De vrijspraak in de Maltese moordzaak veroorzaakt grote verontwaardiging
Bijzonder scherp waren de opmerkingen van Matthew Caruana Galizia over de recente vrijspraak van de Maltese zakenman Yorgen Fenech, die terechtstond op beschuldiging van betrokkenheid bij de moord op Daphne Caruana Galizia. Matthew beschreef hoe de zaak jarenlang was voorbereid en hoe de familie had gehoopt dat het proces eindelijk meer duidelijkheid zou brengen over de verantwoordelijkheid achter de aanslag. Volgens hem bevatte het dossier zwaarwegende aanwijzingen en verklaringen. De jury sprak Fenech echter vrij. Matthew reageerde bijzonder kritisch op het feit dat een Maltese jury haar beslissing niet op dezelfde manier hoeft te motiveren als een rechtbank die een uitvoerig juridisch vonnis opstelt. Daardoor blijft volgens hem onduidelijk waarom bepaalde bewijselementen niet tot een veroordeling hebben geleid. Hij verwees ook naar uitlatingen van juryleden na de uitspraak, die volgens hem wezen op vijandigheid tegenover zijn moeder en de familie. Dat zijn ernstige beschuldigingen die vanuit het perspectief van de nabestaanden moeten worden begrepen en niet gelijkgesteld mogen worden met een vaststelling van bewezen partijdigheid. Matthew verklaarde dat het Maltese openbaar ministerie beroep kan aantekenen en dat in bepaalde omstandigheden een nieuw proces mogelijk is, maar dat een nieuwe behandeling allerminst gegarandeerd is. De zaak toont hoe diep het vertrouwen in justitie kan worden aangetast wanneer nabestaanden na jaren procederen nog steeds het gevoel hebben dat essentiële vragen onbeantwoord blijven.
Russische energie, corruptie en journalistieke veiligheid worden met elkaar verbonden
Tijdens de ochtendgesprekken kwamen ook de bredere oorzaken van politieke corruptie aan bod. Matthew Caruana Galizia ging in op de Maltese energiesector en de verdenkingen rond de privatisering ervan. In zijn uiteenzetting verbond hij de belangen van ondernemingen, tussenpersonen en politieke vertegenwoordigers met het onderzoek dat zijn moeder vóór haar dood had gevoerd. Hij stelde dat journalisten bijzonder kwetsbaar worden wanneer hun onthullingen niet alleen individuele personen treffen, maar volledige netwerken van economische en politieke macht. Het verband met het onderzoek van Andy Vermaut was inhoudelijk opvallend: ook in het dossier van Zeebrugge staan de verbindingen tussen energiehandel, economische afhankelijkheid en politieke verantwoordelijkheid centraal. De omstandigheden en de ernst van beide dossiers zijn vanzelfsprekend verschillend, maar ze brengen dezelfde journalistieke vraag naar voren: wie profiteert van economische constructies, welke politieke toezeggingen worden gedaan, en wie controleert of die toezeggingen in de praktijk worden nageleefd?
Persvrijheid wordt meer dan een abstract begrip wanneer journalisten zelf over geweld spreken
In de informele gesprekken tussen de finalisten en andere journalisten ging het niet uitsluitend over de ingezonden onderzoeken. Ook persoonlijke ervaringen met bedreigingen, intimidatie en de kwetsbare positie van zelfstandige journalisten kregen aandacht. Andy Vermaut sprak over zijn eigen loopbaan, zijn ervaringen met geweld en bedreigingen, en de moeilijkheden die zelfstandige journalistieke projecten met zich kunnen meebrengen. Hij vertelde dat onafhankelijk werken dikwijls betekent dat een journalist zelf de financiële, praktische en organisatorische verantwoordelijkheid draagt voor een volledig onderzoeksproject. Een gesprek met een Finse freelancejournaliste bracht daarnaast de beperkte economische mogelijkheden van onderzoeksjournalistiek naar voren. Beiden bespraken hoe kostbaar langdurig onderzoek kan worden en hoe moeilijk het is om voldoende middelen te vinden. Voor Vermaut blijft het uitgangspunt dat burgers toegang moeten hebben tot betrouwbare informatie zonder dat financiële drempels hen daarvan uitsluiten. Die overtuiging stond in scherp contrast met de praktische werkelijkheid die ter sprake kwam: grondig onderzoek vereist tijd, toegang tot gegevens, reizen, contacten, juridische voorzichtigheid en vaak langdurige opvolging zonder zekerheid over inkomsten.
Om 14 uur begint het persseminar in de WEISS N3.2-zaal
Het officiële namiddagprogramma begon om 14.00 uur in zaal WEISS N3.2 van het Europees Parlement in Straatsburg. Het seminar werd geleid door Raffaella De Marte, hoofd van de Decentralised Media Unit. Volgens het programma was vertolking voorzien in het Engels, Italiaans, Frans, Spaans, Slowaaks en Russisch. De officiële verwelkoming gebeurde door Jesús Carmona, directeur Media bij het directoraat-generaal Communicatie van het Europees Parlement. Hij benadrukte hoe noodzakelijk een debat over journalistieke vrijheid was geworden in een internationale context waarin journalisten steeds vaker worden geïntimideerd, vervolgd of aangevallen. Hij verwees naar de Wereldindex voor Persvrijheid van Reporters Without Borders en stelde dat de persvrijheid wereldwijd een bijzonder zorgwekkende ontwikkeling doormaakt. Volgens zijn toelichting bevindt de persvrijheid zich op het laagste niveau in een kwarteeuw en ondervindt meer dan de helft van de landen ernstige moeilijkheden. Hij kondigde bovendien aan dat het Europees Parlement diezelfde namiddag ook de rechtsstaat in Malta zou bespreken, negen jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia. De moorden op Daphne, Anna Politkovskaja en Ján Kuciak vormden volgens hem geen afzonderlijke historische gebeurtenissen, maar waarschuwingen voor de kwetsbaarheid van journalistiek werk.
Pina Picierno waarschuwt dat de democratie zelf wordt aangevallen wanneer journalisten worden bedreigd
Om 14.05 uur nam Pina Picierno, vicevoorzitter van het Europees Parlement en verantwoordelijk voor de Daphne Caruana Galizia-prijs voor Journalistiek, het woord. In een uitgebreide Italiaanse toespraak stelde ze dat bijeenkomsten over vermoorde journalisten niet mogen worden gereduceerd tot herdenkingsrituelen. Volgens haar verplicht de herinnering aan Daphne Caruana Galizia de Europese instellingen om daadwerkelijk verantwoordelijkheid op te nemen. Een journalist die wordt bedreigd of vermoord wegens zijn of haar werk, is niet alleen persoonlijk slachtoffer. Ook de democratische samenleving wordt aangevallen omdat burgers daardoor minder mogelijkheden krijgen om feiten te vernemen en machthebbers te controleren. Picierno beklemtoonde dat persvrijheid nooit definitief verworven is. Autoritaire regeringen, buitenlandse beïnvloedingscampagnes en georganiseerde desinformatie proberen volgens haar het vertrouwen van burgers in democratische instellingen te ondermijnen. Ze stelde dat zulke operaties niet noodzakelijk bedoeld zijn om mensen van één specifieke leugen te overtuigen. Het onderliggende doel kan ook zijn om verwarring te veroorzaken en burgers het vertrouwen te doen verliezen dat waarheid en propaganda überhaupt nog van elkaar kunnen worden onderscheiden.
Desinformatie als instrument om burgers tegen elkaar op te zetten
Pina Picierno werkte haar waarschuwing verder uit door te wijzen op de doelbewuste organisatie van desinformatie. Volgens haar beschikken sommige campagnes over aanzienlijke financiële middelen en worden zij ondersteund door staatsactoren of organisaties die in hun invloedssfeer werken. Hun activiteiten richten zich niet alleen tegen verkiezingen of politieke partijen, maar ook tegen de geloofwaardigheid van de journalistiek zelf. Wanneer burgers geen onderscheid meer kunnen maken tussen gecontroleerde feiten, speculatie en propaganda, wordt het gemakkelijker om maatschappelijke verdeeldheid te vergroten. Picierno verwees naar de Europese inspanningen rond de bescherming van democratische processen en naar het initiatief voor een European Democracy Shield. Ook haalde zij aangekondigde Europese steun van vijf miljoen euro en de ontwikkeling van een netwerk van factcheckers aan. Ze beschouwde die maatregelen als nuttig, maar waarschuwde dat afzonderlijke projecten niet volstaan. De bescherming van het publieke informatieklimaat vraagt volgens haar langdurige financiering, samenwerking tussen instellingen en media en voldoende aandacht voor de onafhankelijkheid van journalistiek onderzoek.
De strijd tegen propaganda mag nooit een vrijgeleide voor censuur worden
Een van de meest inhoudelijke onderdelen van de toespraak van Pina Picierno draaide om de spanning tussen democratische bescherming en vrijheid van meningsuiting. Zij erkende dat maatregelen tegen buitenlandse propaganda en georganiseerde manipulatie onmiddellijk de vraag oproepen waar bescherming ophoudt en censuur begint. Volgens haar mogen Europese instellingen niet de macht krijgen om zomaar een officiële waarheid op te leggen of legitieme kritiek het zwijgen op te leggen. De vrijheid om politieke standpunten te verdedigen, ook wanneer die scherp of controversieel zijn, behoort immers tot de fundamenten van een democratische samenleving. Tegelijk waarschuwde ze dat dit beginsel geen excuus mag worden om georganiseerde buitenlandse inmenging ongemoeid te laten. Voor haar ligt de oplossing onder meer in transparantie over digitale platforms, duidelijke verantwoordelijkheid van platformbeheerders en betere mogelijkheden om gecoördineerde manipulatiecampagnes te identificeren. Daarbij moeten rechtsstatelijke waarborgen en fundamentele rechten gerespecteerd blijven.
Een economisch verzwakte journalistiek kan de democratie onvoldoende beschermen
Picierno beperkte haar analyse niet tot politieke druk en buitenlandse inmenging. Ook de economische omstandigheden waarin journalisten werken, kwamen nadrukkelijk aan bod. Ze stelde dat een journalistiek landschap dat financieel verzwakt, voortdurend onder tijdsdruk staat en onvoldoende mogelijkheden heeft om publicaties te controleren, kwetsbaarder wordt voor politieke en economische beïnvloeding. Wanneer redacties onvoldoende middelen hebben voor langdurig onderzoekswerk, worden complexe dossiers minder grondig onderzocht en ontstaat meer ruimte voor manipulatie. Het antwoord op desinformatie bestaat volgens haar daarom niet alleen uit het bestrijden van onjuiste berichten, maar ook uit het versterken van betrouwbare journalistiek. Investeringen in kwalitatieve informatie, mediapluralisme, onderzoeksjournalistiek en bescherming van journalisten zijn volgens haar wezenlijke onderdelen van democratische veiligheid. Ook pleitte zij ervoor dat niet alleen uitvoerders van bedreigingen en aanslagen worden vervolgd, maar dat onderzoekers en gerechtelijke instanties eveneens proberen de opdrachtgevers te identificeren. De geschiedenis van Daphne Caruana Galizia toont volgens haar waarom juist dat laatste essentieel is.
Vera Politkovskaja: twintig jaar zonder moeder, twintig jaar zonder Anna Politkovskaja
Om 14.15 uur volgde een bijzonder aangrijpende bijdrage van Vera Politkovskaja, de dochter van de Russische onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja. Haar moeder werd op 7 oktober 2006 in Moskou vermoord. Voor de wereld betekent het twintigjarig overlijden een herdenking van een moedige journaliste die schreef over oorlog, machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen. Voor Vera betekent het twintig jaar zonder haar moeder. In haar Russische toespraak maakte ze duidelijk hoe de betekenis van Anna Politkovskaja’s werk sinds 2006 is veranderd. Waarschuwingen die destijds door veel mensen werden genegeerd, kregen volgens haar door latere ontwikkelingen een nieuwe betekenis. Anna had het gevaar van autoritair machtsgebruik en de gevolgen van politiek geweld vroegtijdig beschreven. Vera herinnerde aan de vastberadenheid waarmee haar moeder bleef werken, ook wanneer anderen haar probeerden te overtuigen dat de risico’s te groot waren.
Moet een journalist bereid zijn te sterven om zijn werk te doen?
Vera Politkovskaja stelde een bijzonder confronterende vraag: moet een journalist zijn professionele plicht blijven vervullen wanneer dat levensgevaarlijk wordt? Ze gaf toe dat ze daarop geen eenvoudig antwoord heeft. Ze kent de houding van haar moeder, maar vindt het moeilijk om te aanvaarden dat bereidheid om te sterven een voorwaarde zou moeten worden voor het journalistieke beroep. Ze vergeleek de gevaren waarmee journalisten worden geconfronteerd met die van andere risicoberoepen. Politieagenten en brandweerlieden beschikken over opleidingen en beschermingsmiddelen, terwijl journalisten vaak met weinig meer dan een notitieboekje en opnameapparatuur naar gevaarlijke plaatsen trekken. Volgens haar is er iets fundamenteel verkeerd met een samenleving waarin journalisten voortdurend moeten kiezen tussen eerlijk verslag uitbrengen en hun persoonlijke veiligheid. Het probleem ligt dan niet bij een gebrek aan moed van de journalist, maar bij de instellingen en maatschappelijke omstandigheden die hem of haar onvoldoende beschermen.
De ongemakkelijke waarheid over censuur binnen Europese redacties
Vera Politkovskaja richtte haar kritiek ook uitdrukkelijk op Europa. Het is volgens haar gemakkelijk om de censuur van buitenlandse autoritaire regeringen aan te klagen, maar veel moeilijker om kritisch te kijken naar beperkingen in eigen land of binnen de eigen redactie. Ze vertelde dat ze de voorbije jaren regelmatig met Europese journalisten had gesproken en hen had gevraagd of er censuur voorkwam in hun werkomgeving. Volgens haar kreeg ze nooit een volmondige ontkenning. Sommigen zouden openlijk over beperkingen hebben gesproken, anderen reageerden met humor of ontwijkende antwoorden. Ze stelde scherpe vragen over eigenaars van mediabedrijven, commerciële belangen en politieke bondgenoten. Kan een journalist werkelijk vrij blijven onderzoeken wanneer een publicatie nadelige gevolgen heeft voor een belangrijke financier? Durft een redactie een onderzoek te publiceren als het eigen economische belangen raakt? En welke informatie bereikt het publiek nooit omdat bepaalde onderwerpen al tijdens het redactionele proces worden tegengehouden? Volgens Vera is persvrijheid niet uitsluitend het recht van journalisten om te spreken, maar eveneens het recht van burgers om kennis te nemen van feiten die anderen liever verborgen houden.
Steun voor journalisten mag niet verdwijnen zodra hun volgende onderzoek ongemakkelijk wordt
Aan het einde van haar bijdrage richtte Vera Politkovskaja zich rechtstreeks tot de finalisten van de Daphne Caruana Galizia-prijs. Ze feliciteerde hen met hun onderzoekswerk en bedankte hen voor hun bereidheid om moeilijk toegankelijke of gevoelige onderwerpen te behandelen. Haar belangrijkste wens ging echter verder dan de prijsuitreiking. Ze hoopte dat de steun die journalisten tijdens officiële ceremonies ontvangen ook blijft bestaan wanneer hun volgende publicatie kritiek bevat op personen of instellingen die hen eerder hebben gefeliciteerd. Dat was een van de scherpste boodschappen van de hele dag. Politieke vertegenwoordigers kunnen gemakkelijk hun waardering uitspreken voor onderzoeksjournalisten die fouten van anderen aan de kaak stellen. De echte proef komt wanneer journalisten vragen beginnen te stellen over het beleid, de relaties of de financiële belangen van degenen die hen publiekelijk ondersteunen.
Reporters Without Borders beschrijft een historische achteruitgang van de persvrijheid
Om 14.30 uur begon het panel over de gevaren voor de vrije pers, van de nog altijd omstreden gerechtelijke afwikkeling van de moordzaken-Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak tot juridische en financiële intimidatie. Een vertegenwoordiger van Reporters Without Borders, in het programma aangekondigd als Pierre Dagard, schetste de mondiale situatie. Hij wees erop dat zijn organisatie sinds 2002 jaarlijks de persvrijheid in de wereld onderzoekt. Volgens de cijfers die hij presenteerde woont vandaag nog slechts ongeveer één procent van de wereldbevolking in een land waar persvrijheid werkelijk gewaarborgd is. Bij het begin van de metingen zou dat nog twintig procent zijn geweest. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat de crisis niet beperkt blijft tot landen die gewoonlijk met censuur en repressie worden geassocieerd. Ook Europa ontkomt volgens hem niet aan die ontwikkeling. Hij erkende dat Europa in vergelijking met veel andere regio’s relatief veilig blijft voor journalisten en dat de Europese regelgeving inzake mediavrijheid internationaal een belangrijke stap vormt. Maar hij waarschuwde dat wetgeving slechts waarde heeft wanneer lidstaten haar daadwerkelijk toepassen en wanneer voldoende politieke bereidheid bestaat om schendingen aan te pakken.
Gerechtelijke intimidatie, spyware en economische druk ondermijnen de journalistiek
De vertegenwoordiger van Reporters Without Borders onderscheidde verschillende vormen van bedreiging. De zichtbaarste zijn fysieke aanvallen, moorden en directe intimidatie. Daarnaast wees hij op de groeiende druk door juridische procedures die journalisten en redacties financieel en psychologisch kunnen uitputten. Zulke procedures worden vaak aangeduid als SLAPP-zaken, strategische rechtszaken waarmee critici onder druk worden gezet of het zwijgen wordt opgelegd. Volgens de spreker gebruiken machtige personen soms wetgeving over privacy, intellectuele eigendom of economische belangen om de beschermende regels voor de pers te omzeilen. Ook digitale surveillance kwam ter sprake. De schandalen rond Pegasus en Predator tonen hoe journalistieke bronnen en communicatie kunnen worden bedreigd wanneer overheden of andere machtige actoren geavanceerde spionagetechnologie inzetten. De spreker wees daarnaast op de economische crisis van nieuwsorganisaties, de invloed van sociale media en de groeiende rol van artificiële intelligentie bij de verspreiding van informatie. Zijn centrale waarschuwing was dat journalistiek niet noodzakelijk volledig moet verdwijnen om de democratie ernstig te verzwakken. Het volstaat dat onafhankelijke verslaggeving haar positie verliest als gemeenschappelijke basis voor een publiek debat waarin feiten voorafgaan aan meningen.
Matthew Caruana Galizia: de uitvoerders zijn veroordeeld, maar wie gaf de opdracht?
Tijdens het daaropvolgende panel kreeg Matthew Caruana Galizia opnieuw uitgebreid het woord. Hij beschreef de situatie van de nabestaanden van vermoorde journalisten in Europa en herinnerde eraan dat de dood van zijn moeder geen op zichzelf staand incident was. Kort na de moord op Daphne werden in Slowakije Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová vermoord. Ook in andere Europese landen vielen journalisten ten prooi aan dodelijk geweld. Volgens Matthew bestaat er een terugkerend patroon waarbij personen die rechtstreeks betrokken waren bij de uitvoering van een moord worden veroordeeld, terwijl de verantwoordelijkheid van de mogelijke opdrachtgevers veel moeilijker juridisch kan worden vastgesteld. Hij verklaarde dat in het dossier van zijn moeder inmiddels vijf personen waren veroordeeld, maar dat voor de familie de centrale vraag naar de opdracht achter de aanslag niet is afgesloten. Zijn opmerkingen over Yorgen Fenech waren scherp. Hij verwees naar diens contacten met personen in de machtsomgeving en naar financiële transacties die volgens de familie een belangrijke rol spelen in de zaak. Deze beschrijving weerspiegelt Matthews standpunt over het beschikbare bewijsmateriaal; de vrijspraak van Fenech blijft een rechterlijke beslissing die juridisch onderscheiden moet worden van de overtuiging van de nabestaanden.
De familie van Ján Kuciak blijft eveneens wachten op gerechtigheid
De zaak van Ján Kuciak vormde een tweede aangrijpend onderdeel van het panel. Zijn ouders, Jozef Kuciak en Jana Kuciaková, namen online deel, samen met advocaat Peter Kubina. Ján Kuciak en Martina Kušnírová werden in februari 2018 in Slowakije vermoord. De zaak veroorzaakte destijds grote maatschappelijke protesten en bracht ernstige vragen naar voren over corruptie, politieke netwerken en de invloed van machtige personen op instellingen. Tijdens het seminar werd uitgelegd dat de gerechtelijke procedure verschillende processen, beroepen en nieuwe behandelingen heeft gekend. De ouders beschreven de uitputting die ontstaat wanneer een zaak jarenlang voortduurt. Iedere nieuwe zitting brengt herinneringen en verwachtingen met zich mee, terwijl de onzekerheid over een definitief oordeel blijft bestaan. Peter Kubina lichtte toe hoe eerdere uitspraken werden vernietigd of opnieuw beoordeeld en hoe de procedure tegen de vermeende opdrachtgevers verderloopt. Volgens zijn toelichting had de rechtbank inmiddels tientallen zittingsdagen gepland en verliep de nieuwe behandeling grondiger en georganiseerder dan eerdere fasen. Hij sprak de verwachting uit dat er mogelijk vóór de zomer van 2027 een nieuwe uitspraak zou kunnen volgen, zonder dat dit als zekerheid kon worden beschouwd.
Een vraag van Andy Vermaut aan Matthew Caruana Galizia over politieke verantwoordelijkheid voor justitie
Tijdens de vragenronde nam ook Andy Vermaut het woord. Hij stelde zich voor als journalist van indegazette.be en richtte zich rechtstreeks tot Matthew Caruana Galizia. Vermaut wilde weten in hoeverre er in Malta mogelijkheden bestaan voor politieke verantwoordelijkheid wanneer gerechtelijke procedures ernstig tekortschieten. Hij verwees naar de Belgische context, waarin de minister van Justitie binnen bepaalde institutionele grenzen politieke verantwoordelijkheid kan dragen voor het functioneren van justitie. Daarnaast vroeg hij hoe Matthew zelf met veiligheidsrisico’s omgaat na de moord op zijn moeder. Het antwoord was bijzonder betekenisvol. Matthew verklaarde dat hij in Malta geen rechtstreeks vergelijkbaar mechanisme herkende en dat de houding van de minister van Justitie volgens hem veeleer neerkwam op het verdedigen van het bestaande systeem, zelfs wanneer dat duidelijke tekortkomingen vertoont. Hij vond dat een ontoereikend antwoord op de verwachtingen van burgers. Over zijn persoonlijke situatie corrigeerde hij een belangrijk misverstand: hij is zelf geen verslaggever zoals zijn moeder; zijn broer werkt als journalist, terwijl hij de afgelopen negen jaar voornamelijk heeft besteed aan de juridische strijd en de samenwerking met advocaten. Hij vroeg zich af wat er van de zaak terechtgekomen zou zijn als zijn moeder geen volwassen kinderen had gehad die deze langdurige procedures konden blijven opvolgen.
De maatschappelijke gevolgen van straffeloosheid reiken veel verder dan één moordzaak
Uit de verdere gedachtewisseling bleek hoe zwaar de gevolgen van straffeloosheid kunnen doorwegen op de hele samenleving. Wanneer aanvallen op journalisten onvoldoende worden onderzocht, kan de indruk ontstaan dat machtige personen ernstige misdrijven kunnen laten plegen zonder daarvoor uiteindelijk zelf ter verantwoording te worden geroepen. Die boodschap raakt niet alleen journalisten, maar ook mogelijke bronnen, klokkenluiders en burgers die corruptie willen melden. Het risico bestaat dat mensen uit angst zwijgen, dat nieuwsorganisaties bepaalde dossiers vermijden en dat maatschappelijke controle verzwakt. De families van Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak wezen erop dat gerechtigheid voor hen geen abstract begrip is. Het gaat om de erkenning van wat hun dierbaren is aangedaan, om de identificatie van alle verantwoordelijken en om de zekerheid dat toekomstige journalisten niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan. Daarmee veranderde het panel van een herdenking in een veel fundamentelere discussie over rechtsbescherming, vertrouwen in de staat en de daadwerkelijke werking van de Europese rechtsstaat.
Ook jonge journalisten, freelancers en beroepsverenigingen trekken aan de alarmbel
De vragenronde bracht bijkomende perspectieven binnen. Verschillende aanwezigen vestigden de aandacht op de bescherming van journalistieke bronnen, de impact van bedreigingen op individuele verslaggevers en de verantwoordelijkheid van mediaorganisaties. Ook beroepsvertegenwoordigers vroegen aandacht voor de juridische en economische kwetsbaarheid van journalisten. De discussie ging onder meer over de vraag of wetgeving op zichzelf voldoende bescherming biedt, hoe beroepsverenigingen journalisten kunnen ondersteunen en hoe redacties reageren wanneer een onderzoek juridische gevolgen dreigt te hebben. Er werd benadrukt dat intimidatie niet noodzakelijk begint bij een expliciete doodsbedreiging. Langdurige juridische procedures, het verlies van inkomsten, publieke beschadiging van de reputatie en onzekerheid over de persoonlijke veiligheid kunnen een journalist evenzeer onder druk zetten. De rode draad was dat persvrijheid niet uitsluitend afhankelijk is van formele grondwettelijke rechten, maar ook van de daadwerkelijke mogelijkheid om die rechten zonder onredelijke risico’s uit te oefenen.
Na de koffiepauze verschuift de aandacht naar journalistiek onder autoritaire druk
Na de koffiepauze van 15.40 uur ging het seminar om 16.00 uur verder met een sessie over het belang van onderzoeksjournalisten. Jesús Carmona trad opnieuw op als spreker, samen met de Georgische journaliste Eka Kvesitadze, oprichtster en directrice van het YouTube-kanaal en de podcast Mismine. Zij beschreef hoe het medialandschap in Georgië geleidelijk onder toenemende politieke druk is komen te staan. Haar verhaal maakte duidelijk dat bedreigingen voor journalistieke onafhankelijkheid niet altijd beginnen met openlijk geweld of een formeel verbod op publicatie. Politieke beïnvloeding kan ook verlopen via eigendomsconstructies, wetgevende beperkingen, de controle over financiële middelen en het onder druk zetten van kritische redacties. Kvesitadze verwees naar de zogenoemde wetten op buitenlandse agenten die in 2024 en 2025 waren aangenomen en volgens haar bijkomende belemmeringen oplegden aan onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties. Ze wees op de tegenstrijdigheid van een systeem waarin kritische organisaties bij de overheid toestemming moeten vragen om middelen te ontvangen waarmee ze diezelfde overheid willen controleren.
Eka Kvesitadze beschrijft hoe onafhankelijke televisie steeds verder onder druk kwam
Eka Kvesitadze haalde een gebeurtenis uit 2018 aan, toen zij vóór de Georgische presidentsverkiezingen een politiek interview presenteerde op Rustavi 2, destijds een belangrijke Georgische televisiezender. Tijdens een gesprek confronteerde ze de invloedrijke zakenman en politicus Bidzina Ivanisjvili met documenten en foto’s over de rijkdom van personen in zijn machtsomgeving. Volgens haar reageerde hij geïrriteerd en gaf hij te kennen dat Georgië beter af zou zijn als Rustavi 2 zou verdwijnen. Voor Kvesitadze was dat bijzonder veelzeggend: in haar interpretatie werd daarmee duidelijk dat kritische onafhankelijke journalistiek door bepaalde machthebbers niet als een noodzakelijke democratische tegenmacht werd beschouwd, maar als een hinderpaal. Ze beschreef hoe dergelijke politieke houdingen kunnen bijdragen tot een klimaat waarin kritische redacties steeds moeilijker hun werk kunnen voortzetten. Haar bijdrage sloot rechtstreeks aan bij de waarschuwingen van Pina Picierno en Vera Politkovskaja: politieke druk op de pers ontstaat niet alleen via expliciete censuur, maar kan ook schuilgaan achter economische maatregelen, administratieve verplichtingen en campagnes die het vertrouwen in onafhankelijke journalisten beschadigen.
Om 16.20 uur staan de tien finalisten en hun ongemakkelijke onthullingen centraal
Het volgende onderdeel van het seminar droeg de titel ‘Unveiling uncomfortable truths – Finalists of Daphne Caruana Galizia Prize 2026’. Daarmee werd de aandacht verlegd van de algemene toestand van de persvrijheid naar het concrete werk van de geselecteerde journalisten. De tien finalisten behandelden uiteenlopende onderwerpen, maar hadden één gemeenschappelijk uitgangspunt: hun onderzoeken brachten feiten naar voren die voor politieke instellingen, ondernemingen of andere machtige organisaties ongemakkelijk konden zijn. De selectie omvatte onderzoek naar Russische activiteiten in het Noordpoolgebied, Russische energiehandel via Belgische havens, Europese investeringen in de wapenindustrie, de interne informatiesystemen van Europol, de milieu-impact van datacentra, de behandeling van migranten, gecoördineerde online haatcampagnes, desinformatie, criminaliteit op digitale platforms en de methoden van onderzoeksjournalisten zelf. Bij het begin van deze sessie werd benadrukt dat de jury een keuze had gemaakt uit 344 inzendingen. Het hoge aantal kandidaturen onderstreepte volgens de organisatoren de groeiende internationale belangstelling voor de prijs.
Alice Pesavento onthult hoe Russische militaire projecten met westerse technologie werden ondersteund
Binnen de thematische groep over Russische activiteiten kreeg Alice Pesavento het woord. Zij vertegenwoordigde het internationale onderzoek ‘Russian Secrets. So schützt Putin seine Atomwaffen’, gepubliceerd door de Duitse publieke omroep NDR in samenwerking met een groot netwerk van onderzoeksjournalisten. Volgens haar uiteenzetting werkten ongeveer dertig journalisten samen om een geheim Russisch onderwatersysteem in de Barentszzee te onderzoeken. Dat systeem zou bijdragen aan de bescherming en ondersteuning van Russische nucleaire onderzeeërs en militaire installaties. De onderzoekers ontdekten dat daarbij technologie werd gebruikt die afkomstig was uit westerse landen, waaronder Europese staten, de Verenigde Staten en Japan. Het onderzoek begon met gerechtelijke documenten uit Duitsland over een zakenman die werd verdacht van het omzeilen van sancties en het leveren van apparatuur aan een geheim Russisch militair project. Via bedrijvenconstructies, onder meer met verbindingen naar Cyprus, zouden goederen zijn verplaatst die uiteindelijk in Rusland konden worden ingezet.
Internationale samenwerking maakt een verborgen militair netwerk zichtbaar
Alice Pesavento beschreef hoe verschillende journalistieke technieken werden gecombineerd om het Russische project beter te begrijpen. De onderzoekers bestudeerden gerechtelijke documenten, bedrijfsgegevens, scheepsbewegingen, openbare online informatie en contacten met bronnen. Een opvallend onderdeel van de werkwijze was het gebruik van informatie die werknemers uit de maritieme sector zelf op professionele netwerken hadden gepubliceerd. Sommige betrokkenen vermeldden hun werkzaamheden of de aanleg van onderzeese kabels zonder zich er kennelijk van bewust te zijn hoe waardevol die informatie kon zijn voor onderzoekers. Door verschillende gegevensbronnen met elkaar te vergelijken, kon het internationale team een kaart van het vermoedelijke systeem samenstellen. De coördinatie was volgens Pesavento bijzonder complex. Teams uit verschillende landen hielden wekelijkse overlegmomenten en gebruikten beveiligde communicatiekanalen om bevindingen te delen. De bijdrage liet zien hoeveel technische expertise en organisatorisch werk nodig zijn om een militair project bloot te leggen dat juist ontworpen is om buiten de publieke belangstelling te blijven.
Andy Vermaut krijgt het woord over Russische lng-import via Zeebrugge
Vervolgens kondigde moderator Raffaella De Marte de Belgische finalist aan. Andy Vermaut mocht zijn onderzoek over Zeebrugge persoonlijk toelichten aan de internationale aanwezigen. Hij begon met de vaststelling dat Europa herhaaldelijk heeft beloofd zijn afhankelijkheid van Russische energie af te bouwen. Zijn centrale vraag was wat er zichtbaar wordt wanneer men niet de politieke verklaringen volgt, maar de concrete scheepsbewegingen. Volgens de cijfers die hij tijdens zijn presentatie naar voren bracht, kwamen in de onderzochte periode 136 lng-ladingen uit het Russische Jamal-project aan in havens van de Europese Unie. Daarvan bereikten 37 leveringen Zeebrugge. Op basis van deze individuele havenvergelijking beschreef hij Zeebrugge als de belangrijkste Europese aankomsthaven voor Russisch lng uit het Noordpoolgebied. Hij wees erop dat Europese ondernemingen ondertussen grote hoeveelheden Russisch gas bleven aankopen, terwijl politieke leiders publiekelijk spraken over vermindering van de afhankelijkheid. Volgens de gepresenteerde berekeningen vertegenwoordigde de aankoop van Russisch lng in zes maanden een geschatte waarde van bijna zes miljard euro.
De cijfers over Zeebrugge leggen een fundamentele tegenstelling bloot
Vermaut wees tijdens zijn presentatie op een bijkomend cijfer dat de politieke discussie bijzonder relevant maakt: het aantal onderzochte lng-leveringen was volgens zijn gegevens niet afgenomen, maar met zestien procent gestegen tegenover dezelfde periode van het voorgaande jaar. De betekenis daarvan gaat verder dan de vraag hoeveel schepen een haven bezoeken. De invoer van vloeibaar aardgas is verbonden met langlopende commerciële overeenkomsten, havenfaciliteiten, vervoerscontracten, energieleveranciers en de financiering van productieactiviteiten. De aanwezigheid van Russische lng-ladingen betekent niet automatisch dat individuele betrokken ondernemingen de geldende sancties overtreden. Dat juridische onderscheid is essentieel. Maar het onderzoek roept wel de vraag op hoe de Europese doelstelling om economisch minder afhankelijk te worden van Rusland zich verhoudt tot aanhoudende commerciële aankopen van Russische energie. Volgens Vermaut bestaat de taak van onderzoeksjournalisten erin precies deze tegenstellingen zichtbaar te maken, de beschikbare gegevens te onderzoeken en beleidsverantwoordelijken om uitleg te vragen.
‘Het publiek moet weten wat Europa doet, niet alleen wat Europa belooft’
Het centrale argument van de Belgische finalist was dat journalistiek niet mag ophouden bij het herhalen van politieke verklaringen. Zijn onderzoek wilde zichtbaar maken wat er in de praktijk gebeurde en welke financiële stromen daarmee gepaard gingen. Vermaut beklemtoonde dat burgers recht hebben op informatie over de werkelijke gevolgen van beleid. Wie politieke beloften wil toetsen, moet de beschikbare gegevens, economische verbanden en concrete uitvoering onderzoeken. Zeebrugge is daarbij niet zomaar een geografische locatie. Het is een belangrijke logistieke schakel in het Europese energiesysteem en daarmee ook een plaats waar Europese beleidskeuzes tastbaar worden. De aanwezigheid van Russische ladingen in die haven vormt volgens de onderzoeker een belangrijk aanknopingspunt voor vragen over de geloofwaardigheid van het energiebeleid. Zijn presentatie sloot nauw aan bij de historische opdracht van de Daphne Caruana Galizia-prijs: feiten zichtbaar maken die door hun economische en politieke gevolgen niet altijd gemakkelijk bespreekbaar zijn.
Een Litouwse journaliste vraagt naar de gevolgen van de onthullingen
Na de presentaties over Russische militaire technologie en Russische gasleveringen kreeg het publiek de gelegenheid om vragen te stellen. Een journaliste uit Litouwen wilde weten welke reacties de onderzoeken hadden veroorzaakt en of de publicaties daadwerkelijk veranderingen teweeg hadden gebracht. Andy Vermaut antwoordde dat hij al in 2022 vragen was beginnen stellen over de Russische gascontracten. Hij verwees daarbij naar contacten met lokale beleidsverantwoordelijken in Diksmuide en naar de economische belangen die verschillende Belgische overheden en ondernemingen kunnen hebben bij bestaande energieconstructies. Volgens hem werd destijds aangevoerd dat bepaalde overeenkomsten al vóór de grootschalige Russische invasie van Oekraïne waren afgesloten, waardoor ingrijpen moeilijk zou zijn. Vermaut vond dat argument onvoldoende om het debat af te sluiten. Hij wees erop dat sinds 2022 verschillende jaren waren verstreken en dat nieuwe politieke keuzes mogelijk waren geweest. Volgens zijn ervaring bleef een bevredigend antwoord op fundamentele vragen echter uit. Zijn conclusie was bijzonder scherp: ook het uitblijven van een antwoord heeft een betekenis.
Het zwijgen van instellingen wordt zelf een onderwerp van journalistiek onderzoek
De tussenkomst van Andy Vermaut leidde tot een bredere discussie over de maatschappelijke gevolgen van journalistieke onthullingen. Het bestaan van een onderzoek betekent immers niet automatisch dat beleidsverantwoordelijken hun handelen veranderen. Soms volgen parlementaire vragen, gerechtelijke onderzoeken of nieuwe politieke standpunten. In andere gevallen reageren instellingen beperkt of helemaal niet. Vermaut wees erop dat deze laatste mogelijkheid niet betekent dat de oorspronkelijke vragen daardoor verdwijnen. Wanneer politieke vertegenwoordigers zich niet uitspreken over informatie die maatschappelijk relevant is, ontstaat een bijkomende journalistieke opdracht: vaststellen welke vragen onbeantwoord blijven, wie bevoegd is om antwoorden te geven en waarom er geen inhoudelijke reactie komt. Alice Pesavento lichtte op haar beurt toe dat het onderzoek naar Russische militaire technologie onder meer in Noorwegen vragen had opgeroepen over betrokken ondernemingen en de herkomst van uitrusting. Zij bleef voorzichtig over de omvang van de politieke gevolgen die zij persoonlijk kon bevestigen. Die terughoudendheid was betekenisvol: ook onderzoeksjournalisten moeten onderscheid maken tussen aangetoonde feiten, reacties van betrokkenen en mogelijke gevolgen die nog nader onderzocht moeten worden.
Een tweede debat over de juridische grenzen van onderzoeksjournalistiek
Tijdens de vragenronde werd ook gevraagd hoe journalisten omgaan met juridische risico’s wanneer zij ondernemingen of instellingen noemen in gevoelige publicaties. Alice Pesavento legde uit dat het NDR-team regelmatig overlegde met juridische adviseurs. De onderzoekers moesten bijvoorbeeld zorgvuldig beoordelen welke bedrijven in de publicatie konden worden genoemd en in hoeverre zij konden weten wat de uiteindelijke bestemming van geleverde technologie was. De juridische controle werd volgens haar niet ervaren als een poging om journalistiek onderzoek te censureren, maar als een manier om de publicatie feitelijk en juridisch zo sterk mogelijk te maken. Ook de bescherming van bronnen speelde een belangrijke rol. Het team besloot bepaalde personen in Rusland niet rechtstreeks te benaderen omdat contact met buitenlandse journalisten voor hen veiligheidsrisico’s kon veroorzaken. Daarmee werd een essentieel verschil zichtbaar tussen informatie die technisch beschikbaar is en informatie die verantwoord kan worden gepubliceerd of verder onderzocht. Een journalist moet niet alleen afwegen wat hij kan achterhalen, maar ook welke gevolgen zijn onderzoek voor anderen kan hebben.
Europol, de wapenindustrie en de milieu-impact van datacentra komen onder vuur
De andere finalisten richtten zich op uiteenlopende vormen van institutionele en economische macht. Giacomo Zandonini stond als onderzoeksjournalist eveneens op de finalistenlijst vanwege het onderzoek van De Correspondent, terwijl Gian-Paolo Accardo van Voxeurop het onderzoek naar Europese investeringsstromen richting de wapenindustrie vertegenwoordigde. Dat project, ‘War Made Sustainable: how green investment funds bankroll the arms industry with EU backing’, werd gecoördineerd door Voxeurop, met bijdragen van El País, IrpiMedia en Mediapart. Het onderzocht hoe financiële instrumenten met een duurzaamheidsprofiel verbonden konden raken met activiteiten in de defensiesector. Een ander belangrijk onderzoek kwam van Solomon en behandelde de interne informatiesystemen van Europol. Daarin stond de vraag centraal hoe een Europese veiligheidsinstelling gedurende jaren gegevens kon verwerken via een omvangrijk parallel informatiesysteem en welke gevolgen dat had voor transparantie, toezicht en gegevensbescherming. Investigate Europe onderzocht dan weer hoe grote technologiebedrijven invloed konden uitoefenen op Europese regels over de transparantie van de milieukosten van datacentra. Samen legden deze onderzoeken bloot dat de controle op macht niet beperkt mag blijven tot gekozen politici. Ook Europese agentschappen, technologiebedrijven en financiële instellingen moeten onderwerp kunnen zijn van grondig journalistiek onderzoek.
De finalisten onderzoeken hoe machtige digitale platforms maatschappelijke schade kunnen versterken
Een afzonderlijke thematische groep ging over de verantwoordelijkheid van digitale platforms bij schadelijk of crimineel gedrag. Karin Kóváry Sólymos vertegenwoordigde het onderzoek ‘Platená nenávisť’, over betaalde haatcampagnes en aanvallen op journalisten in Slowakije en Hongarije. Het project werd gerealiseerd door het Investigative Centre of Ján Kuciak, in samenwerking met internationale partners. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was de vraag hoe georganiseerde online aanvallen kunnen worden gebruikt om journalisten te beschadigen of het publieke debat te beïnvloeden. Sergio Hernández vertegenwoordigde het project ‘Noticias falsas, víctimas reales’ van EFE Verifica, dat de gevolgen van desinformatie onderzoekt voor mensen die daardoor daadwerkelijk worden getroffen. Clara Jiménez Cruz bracht namens Maldita.es het onderzoek ‘Depredadores en TikTok 2: un bufé libre para más de 1.300 pedófilos’, dat ernstige vragen stelt over de veiligheid van minderjarigen en de verantwoordelijkheid van digitale platforms bij de bestrijding van seksueel misbruik. David Dusa vertegenwoordigde het project ‘Protagonista Podcast’, waarin onderzoeksjournalisten hun werkwijzen en ervaringen toelichten. De opname van deze uiteenlopende onderzoeken maakte duidelijk hoe breed het begrip onderzoeksjournalistiek inmiddels is geworden.
De tien finalisten tonen de veelzijdigheid van Europese onderzoeksjournalistiek
De officiële selectie voor 2026 omvatte tien journalistieke projecten die samen een opvallend breed beeld van hedendaagse Europese machtsverhoudingen opleverden. Ze behandelden Russische militaire activiteiten, de invoer van Russische energie, de financiering van de wapenindustrie, informatiesystemen van Europol, de milieukosten van datacentra, de behandeling van migranten in Albanië, georganiseerde digitale haat, desinformatie, online seksueel misbruik en de ervaringen van onderzoeksjournalisten. Het onderzoek van indegazette.be bevond zich daarmee in een bijzonder sterke internationale selectie. Sommige projecten steunden op teams van tientallen journalisten uit verschillende landen. Andere waren het resultaat van kleinere redacties of zelfstandige onderzoekers. Dat verschil in schaal vormde op zichzelf een belangrijk onderdeel van de dag. Onderzoeksjournalistiek kan verschillende organisatorische vormen aannemen, maar vereist telkens nauwkeurigheid, controle van bewijsmateriaal, volharding en de bereidheid om vragen te stellen die mogelijk weerstand oproepen.
Om 17.45 uur eindigt het seminar, maar de belangrijkste plechtigheid moet nog beginnen
Volgens het officiële programma eindigde het persseminar om 17.45 uur. De bijeenkomst had tegen dan een uitzonderlijk groot aantal thema’s behandeld: de bescherming van journalisten, de toestand van de persvrijheid, politieke druk op redacties, het juridische vervolg van moordzaken, propaganda, digitale surveillance, de financiering van journalistiek en een reeks concrete Europese onderzoeksprojecten. De aanwezigen verplaatsten zich vervolgens naar het avondprogramma. De prijsuitreiking stond gepland om 18.00 uur in de Daphne Caruana Galizia Press Conference Room van het Europees Parlement. De ceremonie werd uitgezonden via Europe by Satellite, met vertolking in het Engels, Duits, Frans, Italiaans en Maltees. Door die internationale uitzending kregen niet alleen de aanwezige finalisten, maar ook een breder Europees publiek toegang tot de toespraken en de uiteindelijke prijsbekendmaking. De overgang van het inhoudelijke seminar naar de plechtige ceremonie was betekenisvol: gedurende de namiddag was besproken waarom vrije journalistiek noodzakelijk is; tijdens de avond werd zichtbaar hoe Europese instellingen de mensen achter die journalistiek publiekelijk wilden erkennen.
Pina Picierno opent de ceremonie met een oproep tot blijvende moed
De prijsuitreiking begon met een verwelkoming door Pina Picierno. Zij benadrukte opnieuw dat een sterk en vrij Europa niet kan bestaan zonder sterke en vrije informatievoorziening. Vooral wanneer desinformatie en politieke manipulatie toenemen, moeten Europese instellingen volgens haar duidelijk maken dat onafhankelijke journalisten een noodzakelijke democratische functie vervullen. Picierno verwees naar de strijd tegen angst, leugens en autoritaire machtsuitoefening. Ze herinnerde aan historische figuren die zich tegen onderdrukking hadden verzet, onder wie Andrej Sacharov en Anna Politkovskaja. De aanwezigheid van Vera Politkovskaja gaf haar woorden een bijzondere persoonlijke betekenis. Volgens Picierno wordt de kracht van democratische instellingen uiteindelijk zichtbaar in de manier waarop zij omgaan met mensen die ondanks bedreigingen de waarheid blijven zoeken. Ze bedankte Roberta Metsola voor haar inzet voor mensenrechten, democratie en de rechtsstaat en gaf vervolgens het woord aan de voorzitter van het Europees Parlement.
Roberta Metsola: negen jaar na de moord op Daphne wachten we nog altijd op volledige gerechtigheid
Roberta Metsola, voorzitter van het Europees Parlement, bracht een bijzonder persoonlijke toespraak. Als Maltese herinnerde zij eraan hoe diep de moord op Daphne Caruana Galizia haar land in oktober 2017 had geschokt. Daphne werd op 16 oktober 2017 in Malta omgebracht door een autobom, niet ver van haar woning. Volgens Metsola veranderde die gebeurtenis de manier waarop veel Maltese burgers en politici naar hun democratische instellingen keken. De moord maakte duidelijk dat corruptie en politiek geweld ook binnen de Europese Unie levensgevaarlijke gevolgen konden hebben. Metsola sprak over het blijvende verdriet van de familie en over de gerechtelijke teleurstellingen waarmee de nabestaanden opnieuw werden geconfronteerd. Ze stelde dat beloften over een volledig onderzoek niet mogen blijven steken in officiële verklaringen. De aanbevelingen van het Maltese openbare onderzoek moeten volgens haar worden uitgevoerd en iedereen die verantwoordelijk is voor de aanslag of voor pogingen om de waarheid te verbergen, moet ter verantwoording worden geroepen.
De persoonlijke herinneringen aan Daphne maken de plechtigheid bijzonder aangrijpend
Roberta Metsola herinnerde eraan dat Daphne Caruana Galizia veel meer was dan een onderzoeksjournaliste die corruptie onderzocht. Wie haar kende, herinnert zich ook haar humor, scherpe opmerkingen, schrijftalent en vermogen om ingewikkelde situaties begrijpelijk te maken. Metsola sprak over haar journalistieke kritiek die politici kon dwingen om beter na te denken over hun handelen, maar ook over de alledaagse menselijke eigenschappen die na haar dood zo sterk worden gemist. In Valletta blijven burgers bloemen, kaarsen en foto’s neerleggen om haar te herdenken. Volgens Metsola bewijst die voortdurende herdenking dat de poging om Daphne het zwijgen op te leggen op maatschappelijk vlak niet is geslaagd. Haar werk blijft nieuwe generaties journalisten inspireren. De parlementsvoorzitter verbond dit met de dood van Ján Kuciak en Martina Kušnírová in Slowakije en met de twintigste verjaardag van de moord op Anna Politkovskaja. Ze benadrukte dat Europa zich geen gewenning aan dergelijk geweld mag veroorloven. Journalisten die corruptie onderzoeken of machthebbers ter verantwoording roepen, mogen volgens haar niet worden beschouwd als personen die nu eenmaal moeten aanvaarden dat hun beroep levensgevaarlijk is.
Anti-SLAPP-regels moeten voorkomen dat machtige personen kritische stemmen financieel uitputten
Metsola verwees ook naar de Europese regels ter bestrijding van strategische rechtszaken tegen publieke participatie, doorgaans aangeduid als anti-SLAPP-maatregelen. Dergelijke procedures kunnen worden ingezet om journalisten, activisten en andere critici financieel of psychologisch onder druk te zetten. Het Europees Parlement wil volgens Metsola nauwlettend volgen hoe de lidstaten de nieuwe bescherming toepassen. Zij bracht hulde aan de jury van de Daphne Caruana Galizia-prijs en bedankte in het bijzonder Europarlementslid David Casa voor zijn inzet bij het tot stand brengen van de onderscheiding. Ook Pina Picierno kreeg erkenning voor haar voortdurende betrokkenheid. Metsola sprak rechtstreeks tot de finalisten en benadrukte dat zij allen een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren. De erkenning geldt volgens haar niet alleen voor de uiteindelijke winnaar, maar voor alle journalisten die bereid zijn om moeilijke vragen te stellen en zich niet laten tegenhouden door de mogelijke gevolgen van hun publicaties.
Dafydd ab Iago brengt hulde aan een journaliste die vlak voor haar dood nog publiceerde
De officiële voorstelling van de prijs en de bekendmaking van de winnaar gebeurden door Dafydd ab Iago, voorzitter van de International Press Association en lid van de jury. Hij begon met een herinnering aan de laatste uren van Daphne Caruana Galizia. Kort voordat zij op 16 oktober 2017 werd vermoord, had zij nog een bijdrage gepubliceerd op haar blog Running Commentary. Enkele minuten nadat ze haar woning had verlaten, werd haar voertuig opgeblazen. Ab Iago benadrukte dat de manier waarop zij tijdens haar leven met juridische procedures werd geconfronteerd niet mag worden vergeten. Volgens zijn toespraak had zij op het ogenblik van haar dood tientallen lasterzaken tegen zich lopen. De juridische gevolgen van dergelijke procedures kunnen ook na het overlijden van een journalist nog op de familie blijven wegen. Hij beschreef dat als een vorm van langdurige bestraffing die zelfs volgende generaties kan treffen. Hij herinnerde eraan dat Daphne zelf jaren vóór haar dood al had geschreven over onopgeloste moordzaken in Malta. Haar kritiek op straffeloosheid bleek achteraf bijzonder wrang.
De jury benadrukt dat veel onderzoeken alleen dankzij internationale samenwerking mogelijk zijn
Dafydd ab Iago stond stil bij de kwaliteit en verscheidenheid van de finalisten. Hij wees erop dat veel belangrijke onderzoeksprojecten tegenwoordig worden uitgevoerd door teams die over nationale grenzen heen samenwerken. Die samenwerking maakt het mogelijk om gegevens uit verschillende landen te vergelijken, internationale bedrijfsconstructies te volgen en ingewikkelde economische of politieke dossiers vanuit meerdere invalshoeken te onderzoeken. Hij verwees onder meer naar de podcastinterviews met onderzoeksjournalisten, het onderzoek naar georganiseerde online haat, de projecten over Europese instellingen en de onthullingen rond de behandeling van migranten. Hij benadrukte dat journalistiek werk belangrijk wordt wanneer het mensen confronteert met feiten die ze liever niet onder ogen zien. Het vermogen om ongemakkelijke waarheden zichtbaar te maken, verbindt volgens hem de nalatenschap van Daphne Caruana Galizia met het werk van de finalisten van 2026.
De Daphne Caruana Galizia-prijs 2026 gaat naar Maite Vermeulen en Giacomo Zandonini
Het beslissende moment van de avond kwam toen Dafydd ab Iago de winnaar bekendmaakte. De Daphne Caruana Galizia-prijs voor Journalistiek 2026 ging naar Maite Vermeulen en Giacomo Zandonini van het Nederlandse journalistieke platform De Correspondent. Zij werden onderscheiden voor hun onderzoek ‘Migranten opsluiten in een kooi in Albanië: Italië doet het, Nederland wil het’. De bekendmaking maakte een einde aan de spanning onder de tien finalisten. De prijs vertegenwoordigt een bedrag van 20.000 euro en vormt een belangrijke Europese erkenning voor onafhankelijk onderzoekswerk. De winnende journalisten hadden gedurende anderhalf jaar onderzoek verricht naar de samenwerking tussen Italië en Albanië inzake de opvang, detentie en behandeling van migranten. Hun publicatie onderzocht hoe Europese migratieprocedures buiten het eigenlijke grondgebied van de Europese Unie worden georganiseerd en welke gevolgen dat kan hebben voor de rechten van betrokken personen. Ook voor de andere finalisten, waaronder Andy Vermaut, bleef de selectie een belangrijke internationale erkenning van hun journalistieke werk.
Het winnende onderzoek legt de menselijke gevolgen van Europese migratiepolitiek bloot
De bekroonde publicatie van Maite Vermeulen en Giacomo Zandonini onderzocht de migratieafspraken tussen Italië en Albanië. Onder die samenwerking werden voorzieningen ingericht op Albanees grondgebied om migranten onder Italiaans beheer op te vangen, vast te houden of hun asielprocedure te behandelen. De betrokken centra bevinden zich onder meer in Shëngjin en Gjadër. Het onderzoek ging na hoe deze constructie in de praktijk functioneert en welke gevolgen ze heeft voor mensen die op weg naar Europa werden onderschept of overgebracht. De journalisten besteedden bijzondere aandacht aan de rechtspositie van migranten, de praktische omstandigheden in de centra en de vraag in hoeverre de betrokken procedures verenigbaar zijn met fundamentele rechten. Het onderzoek kreeg ook een bredere politieke betekenis omdat verschillende Europese landen belangstelling hebben getoond voor constructies waarbij migratie- en terugkeerprocedures gedeeltelijk buiten de eigen grenzen plaatsvinden. De prijsjury bekroonde daarmee een onderzoek dat een rechtstreeks verband legt tussen Europees beleid en de concrete behandeling van kwetsbare mensen.
Internationale waardering voor een onderzoek dat politiek bijzonder gevoelig ligt
De keuze voor het onderzoek van De Correspondent paste binnen de uitgangspunten van de prijs. De Daphne Caruana Galizia-prijs wil journalistiek erkennen die de waarden van de Europese Unie verdedigt en tegelijkertijd machthebbers kritisch onderzoekt. Het migratiedossier is politiek bijzonder gevoelig omdat het raakt aan grensbeheer, asielprocedures, internationale samenwerking, mensenrechten en de verantwoordelijkheden van Europese staten. Vermeulen en Zandonini brachten hun bevindingen samen in een publicatie die ook buiten Nederland aandacht kreeg. Hun bekroning werd dezelfde avond bevestigd door verschillende Europese nieuwsorganisaties en journalistenverenigingen. De prijs werd uitgereikt in aanwezigheid van Roberta Metsola en Pina Picierno. De winnaars reageerden zichtbaar verheugd op de onderscheiding en bedankten hun collega’s voor de erkenning. De plechtigheid liet zien dat onderzoeksjournalistiek over migratiebeleid, ondanks de politieke gevoeligheid van het onderwerp, een belangrijke plaats inneemt binnen de Europese journalistieke traditie.
Andy Vermaut sluit de finale af met internationale erkenning voor het onderzoek naar Zeebrugge
Voor Andy Vermaut betekende de bekendmaking dat de hoofdprijs naar een ander onderzoeksproject ging, maar ook dat zijn eigen publicatie officieel tot de tien geselecteerde werken van 2026 behoorde. Zijn deelname was bijzonder omdat het onderzoek afkomstig was van indegazette.be, een zelfstandig journalistiek platform uit België, en niet van een grote internationale redactie. Tijdens zijn tussenkomst had hij de aanwezigen gewezen op concrete scheepsbewegingen, handelsstromen en de tegenstelling tussen Europese politieke beloften en de aanhoudende invoer van Russisch vloeibaar aardgas. Ook tijdens de vragenronde bleef hij aandacht vragen voor de verantwoordelijkheid van overheden die niet of onvoldoende reageren op inhoudelijke journalistieke vragen. De internationale selectie gaf het dossier over Zeebrugge een bredere Europese betekenis. Het onderzoek staat voortaan vermeld naast projecten die door grote journalistieke teams, publieke omroepen en internationale samenwerkingsverbanden werden gerealiseerd. De erkenning onderstreept dat ook relatief kleine nieuwsorganisaties en individuele journalisten internationaal relevante onderzoeken kunnen publiceren.
De fotomomenten tonen een andere kant van de internationale journalistiek
Na de officiële bekendmaking volgden verschillende fotomomenten met de winnaars, juryleden en andere aanwezigen. De opnames van die gesprekken laten zien hoe de plechtige sfeer geleidelijk overging in informele ontmoetingen. Journalisten feliciteerden elkaar, maakten groepsfoto’s, wisselden contactgegevens uit en spraken af om beelden later te delen. Ook Andy Vermaut nam deel aan gesprekken met andere finalisten en aanwezige journalisten. De sfeer was zichtbaar collegiaal: hoewel slechts één onderzoek de hoofdprijs kon ontvangen, bestond onder de deelnemers belangstelling voor elkaars werk en een bereidheid om elkaar erkenning te geven. Daarbij kwamen ook gesprekken over de praktische omstandigheden van onafhankelijk journalistiek werk opnieuw naar voren. Verschillende aanwezigen toonden belangstelling voor het feit dat een journalist met beperkte middelen een internationaal erkend onderzoek had kunnen realiseren. De ontmoetingen boden mogelijkheden om nieuwe contacten te leggen en ervaringen uit te wisselen die ver buiten het onmiddellijke programma van de prijsuitreiking reikten.
Om 19 uur wordt de dag afgesloten met een receptie in WEISS Salon C3.1
Volgens het officiële programma begon om 19.00 uur een receptie in WEISS Salon C3.1 van het Europees Parlement. Na een dag van interviews, publieke debatten, getuigenissen en officiële toespraken bood deze bijeenkomst de gelegenheid om gesprekken op een informelere manier voort te zetten. De aanwezigen konden elkaar feliciteren, ervaringen uitwisselen en contacten onderhouden met journalisten uit andere landen. De informele gesprekken bevestigden een van de belangrijkste inzichten van het seminar: onderzoeksjournalistiek is vaak een internationaal vakgebied geworden waarin kennisdeling, samenwerking en wederzijdse steun steeds belangrijker zijn. Voor zelfstandige journalisten kan zo’n netwerk bovendien een belangrijke bron van praktische steun vormen. De ontmoetingen tussen journalisten uit grote redacties en kleinere nieuwsorganisaties maakten duidelijk dat de zoektocht naar betrouwbare informatie niet aan één institutioneel of financieel model is gebonden.
Een dag die de tegenstelling tussen officiële erkenning en dagelijkse journalistieke werkelijkheid blootlegt
De gebeurtenissen van 21 oktober 2026 vormden samen een bijzonder scherpe illustratie van de toestand van de Europese journalistiek. Enerzijds was er de erkenning door het Europees Parlement, de aanwezigheid van de hoogste vertegenwoordigers van de instelling en de internationale belangstelling voor de tien geselecteerde onderzoeken. Anderzijds werd gedurende de hele dag gesproken over journalisten die worden vermoord, bedreigd, financieel uitgeput of geconfronteerd met politieke en juridische tegenwerking. De families van Daphne Caruana Galizia, Anna Politkovskaja en Ján Kuciak lieten zien hoe zwaar de persoonlijke gevolgen kunnen zijn wanneer instellingen tekortschieten. De vertegenwoordigers van Reporters Without Borders en de verschillende beroepsorganisaties wezen op structurele bedreigingen voor onafhankelijke media. De finalisten maakten vervolgens concreet welke feiten journalisten ondanks die omstandigheden blijven onderzoeken. Daarmee ontstond een bijzonder krachtig geheel: de Europese instellingen erkennen de noodzaak van onafhankelijke journalistiek, terwijl de journalisten en nabestaanden tegelijkertijd duidelijk maken dat erkenning zonder praktische bescherming onvoldoende is.
De grootste uitdaging begint wanneer de camera’s verdwijnen en de politieke vragen blijven liggen
Het meest fundamentele inzicht van de dag lag misschien niet in de bekendmaking van de winnaar, maar in de terugkerende vraag wat er gebeurt nadat een journalist zijn onderzoek heeft gepubliceerd. Een onthulling over corruptie heeft pas maatschappelijke gevolgen wanneer bevoegde instellingen bereid zijn feiten te onderzoeken en eventuele verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Een publicatie over internationale energiehandel vraagt om politieke duidelijkheid wanneer de werkelijkheid niet lijkt overeen te stemmen met eerdere beleidsbeloften. Onderzoeken naar digitale platforms, migratiebeleid, surveillance of Europese agentschappen krijgen pas hun volledige betekenis wanneer burgers en beleidsmakers bereid zijn de bevindingen ernstig te bespreken. De tussenkomst van Andy Vermaut over het uitblijven van antwoorden op zijn vragen naar Russische gasstromen raakte daardoor aan dezelfde fundamentele problematiek als de getuigenissen van Matthew Caruana Galizia en Vera Politkovskaja: de waarheid publiceren is één stap, maar de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de gevolgen van die waarheid ligt niet uitsluitend bij journalisten.
Straatsburg eert Daphne Caruana Galizia, maar haar belangrijkste boodschap blijft actueel
Negen jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia kreeg haar naam in het Europees Parlement opnieuw internationale betekenis. De prijsuitreiking was tegelijk een eerbetoon aan een vermoorde journaliste, een erkenning van uitzonderlijk onderzoekswerk en een publieke waarschuwing dat democratische rechten bescherming nodig hebben. De toespraken van Pina Picierno en Roberta Metsola benadrukten de politieke verantwoordelijkheid van Europese instellingen. Vera Politkovskaja herinnerde eraan dat journalisten geen helden moeten worden genoemd om vervolgens zonder bescherming te worden achtergelaten. Matthew Caruana Galizia stelde de verantwoordelijkheid van de staat en de blijvende strijd tegen straffeloosheid centraal. De ouders van Ján Kuciak en hun advocaat maakten duidelijk hoe langdurige gerechtelijke procedures het leven van nabestaanden blijven beheersen. De internationale finalisten toonden hoe journalisten met documenten, gegevens, bronnen, samenwerking en vasthoudendheid proberen verborgen feiten aan het licht te brengen. De bekroning van Maite Vermeulen en Giacomo Zandonini van De Correspondent vormde het officiële hoogtepunt, maar de betekenis van de dag was veel breder. Voor de Belgische finalist Andy Vermaut betekende Straatsburg een internationale erkenning van zijn onderzoek naar Russische energiehandel via Zeebrugge en een gelegenheid om zijn vragen rechtstreeks onder de aandacht van Europese journalisten en vertegenwoordigers te brengen. De dag eindigde met felicitaties, groepsfoto’s en een receptie, maar de belangrijkste vragen bleven overeind: wie beschermt journalisten wanneer hun onderzoek machtige belangen raakt, wie neemt verantwoordelijkheid wanneer gerechtigheid uitblijft, en hoe geloofwaardig blijft een democratie wanneer zij de waarheid wel publiekelijk eert, maar niet altijd bereid blijkt om de gevolgen ervan onder ogen te zien?
Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be – jouw bijdrage maakt nieuwe onderzoeken mogelijk!
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar. Maar grondig onderzoek, het controleren van feiten, het opvolgen van dossiers en het publiceren van nieuws kosten niet alleen veel tijd en energie, maar ook geld.
Bij indegazette.be zetten we ons iedere dag in om verhalen te brengen die anders misschien onderbelicht blijven. Van de Westhoek tot Brussel, van Europa tot de rest van de wereld. We stellen kritische vragen, onderzoeken maatschappelijke problemen en geven aandacht aan mensen en onderwerpen die gehoord moeten worden.
Onze berichtgeving blijft gratis toegankelijk, maar dat betekent niet dat journalistiek onderzoek zonder middelen mogelijk is.
Daarom doen we een persoonlijke oproep aan iedereen die onze journalistiek waardeert.
Wil je dat indegazette.be verder kan blijven onderzoeken, publiceren en onafhankelijke berichtgeving brengen? Dan kun jij daar vandaag rechtstreeks aan bijdragen.
Ook een kleine gift van 3, 5 of 10 euro maakt een verschil. Wie meer kan missen, helpt ons om nog ambitieuzere onderzoeksprojecten mogelijk te maken. Iedere bijdrage is volledig vrijwillig.
Je kunt ons op twee manieren steunen:
☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Klik op een van de bovenstaande links en kies zelf het bedrag waarmee je onze journalistieke werking wilt ondersteunen.
Kun je momenteel geen financiële bijdrage leveren? Dan help je ons ook door onze artikels te lezen, te delen en anderen kennis te laten maken met indegazette.be.
Onafhankelijke journalistiek heeft lezers nodig die niet alleen willen weten wat er gebeurt, maar ook willen begrijpen waarom het gebeurt.
Dank aan iedereen die onze redactie een warm hart toedraagt. Met jullie steun kunnen we verder blijven zoeken naar antwoorden, want belangrijke vragen verdienen onafhankelijk onderzoek.
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


