Van Seoul naar Diksmuide: Monica Ha en Joris Hindryckx volgen samen met indegazette.be het spoor van oorlog naar vrede

4 juni 2026
Diksmuide kreeg op woensdag 3 juni 2026 bezoek van Monica Ha, International Liaison van HWPL Global 08 Branch, die speciaal vanuit Zuid-Korea naar België kwam voor een vredesprogramma in de stad. De dag bracht internationale vredeswerking, lokale ontmoeting, sociale inzet, Vlaamse frontgeschiedenis en de herinnering aan de Koreaanse Oorlog samen. Het programma begon met een rondgang op de Markt van Diksmuide en in het centrum. Daarna volgde een lunchmoment in Biezoender Bar, in LDC Dienstencentrum Ten Patershove. Ook Joris Hindryckx nam deel aan het programma. Hij is de vroegere burgemeester van Houthulst, vandaag schepen in Houthulst en tevens de man achter de Automotive School in Waregem. Nadien volgde een bezoek aan de Ijzertoren, waar Peter Verplancke van VZW Aan de IJzer het gezelschap ontving. De dag eindigde in de sfeer van de Koreaanse herinnering, met een bezoek aan het Koreamonument en een indringend gesprek met Benny Aelbrecht, zoon van Koreastrijder Lodewijk Aelbrecht.
Een vredesbezoek uit Zuid-Korea
Monica Ha vertegenwoordigde in Diksmuide Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light, internationaal bekend als HWPL. De organisatie is een internationale vredes-ngo uit Zuid-Korea en werkt wereldwijd rond vrede, het beëindigen van oorlog en het verspreiden van een vredescultuur. HWPL is geregistreerd bij het stadsbestuur van Seoel in de Republiek Korea, is geassocieerd met het UN Department of Global Communications en heeft een Special Consultative Status bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties. De organisatie werkt samen met de International Women’s Peace Group en de International Peace Youth Group. Via fora, onderwijs, campagnes, vrijwilligerswerk en overleg met maatschappelijke leiders wil HWPL vredesdenken concreet maken. In Diksmuide kreeg die internationale inzet een plaats tussen historische sites die zelf uit oorlogservaring zijn ontstaan. Dat gaf de dag een bijzondere draagwijdte: een Zuid-Koreaanse vredesvertegenwoordiger bezocht een West-Vlaamse stad waar oorlog, herdenking en vredesboodschappen diep in het landschap aanwezig zijn.
De Markt als eerste halte
Voor het formele deel van het programma begon, werd Monica Ha rondgeleid op de Markt van Diksmuide en in het omliggende centrum. Die eerste stap was belangrijk, omdat een stad niet alleen wordt begrepen via monumenten, maar ook via haar dagelijkse leven. De Markt toonde Diksmuide als een plaats waar mensen elkaar aanspreken, herkennen en bevragen. Tijdens de wandeling kwamen spontane gesprekken tot stand met inwoners en lokale ondernemers. Daarbij werd uitgelegd wie Monica Ha was, waarom zij vanuit Zuid-Korea naar Diksmuide was gekomen en hoe het bezoek paste binnen een ruimer vredesprogramma. De rondgang maakte het bezoek meteen menselijk. Monica Ha zag niet alleen straten en gebouwen, maar kreeg ook een beeld van een stad waar persoonlijk contact snel ontstaat. Dat gaf de dag een ander ritme dan een louter protocollaire afspraak.
Een stad die haar verleden op straat draagt
Diksmuide is geen gewone achtergrond voor een vredesprogramma. De stad draagt sporen van oorlog, heropbouw en herdenking. De Eerste Wereldoorlog liet in de streek diepe wonden na. De Ijzer, de frontlijn, de vernieling van de stad en de latere herdenkingscultuur hebben Diksmuide blijvend getekend. Tegelijk is de stad ook een plaats waar de herinnering aan de Koreaanse Oorlog aanwezig is. Dat maakt Diksmuide geschikt voor een programma waarin vrede niet als abstract begrip wordt besproken, maar wordt geplaatst naast concrete plekken, namen en familieverhalen. De rondgang op de Markt maakte duidelijk dat het lokale leven en de historische betekenis van de stad dicht bij elkaar liggen. Voor Monica Ha werd Diksmuide daardoor geen toevallige halte, maar een stad waar Europese en Koreaanse herinnering elkaar konden raken.
Biezoender Bar als sociale start van het programma
Om 12.00 uur volgde het lunchmoment in Biezoender Bar, in LDC Dienstencentrum Ten Patershove aan de Maria Doolaeghestraat 2A in Diksmuide. De keuze voor deze plaats was betekenisvol. Biezoender Bar is een inclusief project waar sociale deelname, zinvol werk en toegankelijke ontmoeting centraal staan. In het kader van een vredesbezoek was dat geen detail. Vrede gaat niet alleen over internationale verdragen, maar ook over hoe mensen in hun eigen stad kansen krijgen, hoe ze zichtbaar worden en hoe ze kunnen deelnemen aan het sociale leven. Een bezoek aan zo’n plaats gaf de dag daarom een sociale basis. De internationale vredesboodschap van HWPL werd er naast een concreet Diksmuids project geplaatst, waar waardigheid en deelname dagelijks vorm krijgen. Zo begon het programma niet bij steen of geschiedenis, maar bij mensen.
Joris Hindryckx als lokale gesprekspartner
Ook Joris Hindryckx sloot aan bij dit deel van het programma. Zijn aanwezigheid gaf de ontmoeting een duidelijke lokale en maatschappelijke inbedding. Hindryckx is de vroegere burgemeester van Houthulst en is vandaag schepen in Houthulst. Daarnaast is hij de man achter de Automotive School in Waregem, een onderwijsproject dat jongeren, technische vorming en de automotivesector dichter bij elkaar brengt. Door zijn achtergrond in lokaal bestuur, onderwijs en maatschappelijke projecten kon hij de ontmoeting mee plaatsen in een bredere context. In een gesprek over vrede, herinnering en verantwoordelijkheid is het belangrijk dat niet alleen internationale organisaties aan tafel zitten, maar ook mensen die lokale besturen, onderwijs en sociale noden goed kennen. De aanwezigheid van Joris Hindryckx maakte duidelijk dat het bezoek van Monica Ha ook ging over de vraag hoe steden, scholen en lokale bestuurders kunnen bijdragen aan burgerschap, wederzijds begrip en vredeseducatie.Zijn rol krijgt bovendien een internationale dimensie, omdat hij zal worden ingezet voor een internationaal vredeseducatieprogramma. Daardoor werd zijn aanwezigheid in Diksmuide niet alleen een lokale betrokkenheid, maar ook een eerste brug tussen lokaal bestuur, onderwijs, jongerenvorming en internationale vredeseducatie.
Van sociale inzet naar oorlogserfgoed
Na het lunchmoment trok het gezelschap richting Ijzertoren. Die overgang was inhoudelijk sterk. Eerst was er de ontmoeting in Biezoender Bar, waar inclusie en sociale deelname centraal staan. Daarna volgde een bezoek aan een van de belangrijkste herinneringsplaatsen van Diksmuide. Daardoor kreeg het programma een duidelijke opbouw. Vrede werd niet alleen besproken als internationale doelstelling, maar ook bekeken vanuit de zorg voor mensen vandaag en vanuit de herinnering aan oorlogsslachtoffers uit het verleden. Die twee lijnen horen samen. Een samenleving die vrede ernstig neemt, moet oog hebben voor mensen die vandaag aan de rand kunnen staan én voor de doden en gewonden die oorlogen hebben achtergelaten. In Diksmuide kwamen die twee dimensies op één namiddag samen.
Ontvangst aan de Ijzertoren
Rond 13.00 uur werd het gezelschap ontvangen aan de Ijzertoren aan de Ijzerdijk 49 in Diksmuide. Peter Verplancke, conservator van VZW Aan de IJzer, had bevestigd dat hij het gezelschap kon verwelkomen en toelichting kon geven. De site was die dag gesloten voor het publiek, waardoor het bezoek een bijzonder karakter kreeg. De ontvangst door Peter Verplancke gaf het bezoek extra gewicht, omdat de Ijzertoren geen gewone toeristische plek is. De toren is tegelijk memoriaal, museumsite, symbool van Vlaamse ontvoogding en drager van een vredesboodschap. Het Museum aan de IJzer brengt oorlog, vrede en Vlaamse ontvoogding samen. Die drie woorden vatten goed samen waarom de plaats zo belangrijk is voor Diksmuide en Vlaanderen. Voor Monica Ha werd duidelijk dat de Ijzertoren niet alleen over de Eerste Wereldoorlog spreekt, maar ook over hoe oorlog later wordt herdacht, besproken en doorgegeven.
De Ijzertoren in historische context
De Ijzertoren ontstond uit de herinnering aan de Vlaamse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het Ijzerfront sneuvelden. De frontstreek rond Diksmuide werd een van de zwaarst beladen plaatsen in de Belgische oorlogsgeschiedenis. De vernieling, de loopgraven, de slachtoffers en de spanningen rond taal en erkenning maakten van de Ijzer een plaats met een sterke symbolische lading. De eerste Ijzertoren werd in de jaren 1928-1930 gebouwd als gedenkteken. Na de vernietiging van die eerste toren werd later de huidige toren gebouwd, die vandaag als herkenningspunt boven Diksmuide uittorent. Op de site bevinden zich ook de Paxpoort en de crypte. De plaats heeft daardoor verschillende lagen: rouw om gesneuvelden, Vlaamse ontvoogding, herinnering aan de Eerste Wereldoorlog en een oproep tot vrede. Die lagen maken de Ijzertoren tot een van de meest betekenisvolle plaatsen in de streek.
AVV-VVK als sleutel tot de site
Tijdens de duiding rond de Ijzertoren kreeg ook AVV-VVK een belangrijke plaats. De letters staan voor Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus. Ze zijn op de toren in kruisvorm zichtbaar en behoren tot de meest herkenbare elementen van de site. Voor bezoekers zonder historische voorkennis zijn die letters niet vanzelfsprekend. Ze verwijzen naar de Vlaamse frontbeweging, naar de taalverhoudingen in het Belgische leger tijdens de Eerste Wereldoorlog en naar de manier waarop gesneuvelde Vlaamse soldaten later werden herdacht. De leuze draagt religieuze, politieke en emotionele betekenissen. Ze werd voor vele Vlaamsgezinden een teken van trouw, rouw en erkenning. In de context van een vredesbezoek uit Zuid-Korea was die uitleg belangrijk, omdat ze toont hoe oorlog niet alleen lichamen verwondt, maar ook taal, identiteit en maatschappelijke verhoudingen raakt.
De heldenhuldezerken
De AVV-VVK-leuze is nauw verwant met de heldenhuldezerken. Dat waren graftekens voor Vlaamse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Ze droegen vaak de letters AVV-VVK en waren herkenbaar door hun bijzondere vormgeving, waarbij de naam van Joe English een belangrijke plaats inneemt. De heldenhuldezerken waren bedoeld om Vlaamse gesneuvelden een eigen herkenbaar grafteken te geven. Ze waren tegelijk een teken van persoonlijke rouw en een symbool binnen de Vlaamse beweging. Precies daardoor zijn ze historisch zo geladen. Een grafsteen lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig herdenkingsteken, maar in dit geval droeg hij ook taal, geloof, frontleed en politieke erkenning in zich. Bij een rondleiding op de Ijzersite kan die geschiedenis niet ontbreken. De heldenhuldezerken helpen begrijpen waarom de Ijzertoren zoveel betekenis kreeg en waarom de site tot vandaag vragen oproept over oorlog, identiteit en herinnering.
Van individuele rouw naar collectief geheugen
De heldenhuldezerken tonen hoe individuele rouw kan uitgroeien tot een collectief geheugen. Elke zerk verwees naar een gesneuvelde soldaat, naar een familie die iemand verloor en naar een leven dat eindigde in oorlog. Maar samen werden die zerken ook een teken van Vlaamse frontherinnering. De stap van individuele naam naar groot symbool is historisch belangrijk. Ze maakt duidelijk waarom de Ijzertoren niet louter als gebouw mag worden bekeken. De toren is ontstaan uit namen, graftekens, brieven, frontleed en de behoefte aan erkenning. Peter Verplancke kon die context plaatsen binnen de bredere betekenis van de site. Voor Monica Ha bood dit een duidelijke parallel met de Koreaanse geschiedenis, waar oorlog eveneens families tekende en herinnering tot vandaag een maatschappelijke rol speelt.

Foto Frankie Van Rossem – Kerkhof Oostkerke, de man die zijn oorlogscollectie ter beschikking stelde van het vredes -en oorlogsmuseum aan de Ijzer.
De vredesboodschap van de Ijzersite
De Ijzersite spreekt niet alleen over Vlaamse geschiedenis. Ze stelt ook een fundamentele vraag: wat blijft er over van mensen en landen na oorlog? Die vraag past sterk bij een bezoek van HWPL. De organisatie wil een cultuur van vrede verspreiden en oorlog helpen voorkomen. De Ijzertoren toont waarom dat nodig is. Een toren, een crypte, namen, graftekens en symbolen zijn geen neutrale zaken. Ze zijn restanten van menselijk verlies. Ze dwingen bezoekers om na te denken over wat oorlog doet met jonge mensen, met families, met talen, met politieke rechten en met de manier waarop latere generaties omgaan met dodenherdenking. De komst van Monica Ha gaf die boodschap een internationale dimensie. Zuid-Korea kent zelf de erfenis van een oorlog die families uit elkaar haalde en het schiereiland tot vandaag verdeelt.
Van de Ijzer naar Korea
Na het bezoek aan de Ijzertoren ging de route naar het Koreamonument in Diksmuide. Daarmee verschoof de focus van de Eerste Wereldoorlog naar de Koreaanse Oorlog. Die stap was bijzonder betekenisvol. Diksmuide wordt vaak in de eerste plaats geassocieerd met 1914-1918, maar de stad bewaart ook een herinnering aan Belgische vrijwilligers die naar Korea trokken. Voor Monica Ha, die uit Zuid-Korea kwam, gaf dat moment een sterke lading aan het bezoek. Het Koreamonument toont dat de band tussen België en Korea niet alleen diplomatiek of cultureel is, maar ook voortkomt uit een oorlog waarin Belgische vrijwilligers aan de zijde van Zuid-Korea vochten. In die zin lag de geschiedenis niet ver weg. Ze stond daar, in Diksmuide, tastbaar in het landschap.
Koreaanse aarde in Diksmuide
Bij het Koreamonument werd uitgelegd dat er aarde uit Zuid-Korea naar Diksmuide werd gebracht en in het monument werd verwerkt. Dat detail gaf de plaats een bijzondere betekenis. Het monument verwijst niet alleen naar Korea, maar bevat ook letterlijk grond uit Korea. Voor een Zuid-Koreaanse bezoeker is dat een sterk gegeven. Het toont dat Diksmuide de Koreaanse herinnering niet op afstand bewaart, maar een tastbaar stukje Zuid-Korea in haar eigen bodem draagt. Ook de symbolen op het monument kwamen aan bod, met onder meer verwijzingen naar strijdtekens zoals de Franse bijl en de Vlaamse goeiedag. Zo werd duidelijk dat het monument verschillende lagen samenbrengt: Belgische militaire inzet, Vlaamse symboliek, Koreaanse dankbaarheid en lokale herdenking.
Belgische vrijwilligers in de Koreaanse Oorlog
De Koreaanse Oorlog begon in 1950 en werd een internationaal conflict onder de vlag van de Verenigde Naties. België stuurde vrijwilligers naar Korea. In totaal zouden ruim 3.000 Belgische vrijwilligers in het Belgian United Nations Command dienen. Zij vochten ver van huis, in een oorlog die voor veel Belgische families onbekend terrein was. De Belgische inzet in Korea verdient blijvende aandacht, omdat ze vaak minder bekend is dan de herinnering aan de twee wereldoorlogen. Toch had ook deze oorlog diepe gevolgen voor de mannen die vertrokken en voor de families die hen zagen terugkeren of verloren. In Diksmuide krijgt die geschiedenis een plaats via het Koreamonument en via de mensen die de herinnering levend houden. Het bezoek van Monica Ha bracht die vergeten of minder gekende laag opnieuw naar voren.
Het huis van de Koreaanse veteranen
Bij het Koreamonument kwam ook de plaats van de Koreaanse veteranen in beeld. Door de regen werd het gesprek naar binnen verplaatst, waar namen, foto’s en herinneringen dichterbij kwamen. Buiten spreekt een monument via steen, aarde en symbolen. Binnen spreken mensen, documenten en familieverhalen. Voor Monica Ha was dat belangrijk, omdat zij niet alleen een officieel monument zag, maar ook de menselijke laag erachter. Er werd gesproken over veteranen, over namen en over de manier waarop de herinnering aan Korea in Diksmuide wordt bewaard. De ruimte maakte duidelijk dat herdenken niet alleen gebeurt tijdens plechtigheden, maar ook door mensen die deuren openen, verhalen vertellen en namen blijven noemen.
Benny Aelbrecht brengt een familieverhaal
Via bemiddeling van Sarah Feys kwam het gezelschap in contact met Benny Aelbrecht, zoon van Koreastrijder Lodewijk Aelbrecht. Die ontmoeting werd een van de sterkste momenten van de dag. Benny Aelbrecht vertelde dat zijn vader niet in Korea overleed, maar in 1997 in België stierf nadat hij in Korea had gevochten. Lodewijk Aelbrecht was afkomstig uit de streek van Oudenaarde en was tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij het verzet. Na de oorlog ging hij bij de luchtmacht en werd hij in Koksijde gekazerneerd. Zijn levensweg bracht hem naar Diksmuide, naar Korea en later terug naar België. Door het verhaal van zijn zoon kreeg het Koreamonument een gezicht. Het ging niet langer alleen over Belgische vrijwilligers in algemene zin, maar over één man, één familie en één zoon die het verhaal verder draagt.
Van Veurne naar Het Tramstation
Benny Aelbrecht vertelde hoe zijn vader zijn latere vrouw leerde kennen in Veurne. Zij had hem verteld dat haar familie in Diksmuide een café openhield. Later kwam Lodewijk Aelbrecht opnieuw in Diksmuide terecht, waar hij bij café Het Tramstation in de Stationsstraat 12 belandde. In het familieverhaal herkende zijn latere vrouw hem aanvankelijk niet meteen, tot ze zijn opvallende schoenen zag. Dat kleine detail gaf het verhaal een menselijke toon. Geschiedenis bestaat niet alleen uit data en militaire bewegingen. Ze bestaat ook uit jonge mensen die elkaar ontmoeten, uit cafés, stationsstraten, toevallige haltes en keuzes die later een heel leven bepalen. Via dat verhaal werd duidelijk hoe Diksmuide deel werd van het leven van een man die later naar Korea zou vertrekken.
Een stunt die zijn leven richting gaf
Een opvallend deel van het familieverhaal ging over Lodewijk Aelbrecht en zijn loopbaan bij de luchtmacht. Hij wilde piloot worden, maar dat liep anders na een stunt met een vliegtuig. Hij zou hebben gewed dat hij met een tweedekker op een autosnelweg kon landen. De landing zou gelukt zijn, maar het toestel kon nadien niet veilig opnieuw opstijgen en moest met een vrachtwagen worden weggehaald. Dat incident viel slecht bij het leger. Lodewijk Aelbrecht werd gedegradeerd. Daarna zou hem zijn voorgehouden dat hij zijn graad kon terugkrijgen als hij naar Korea ging. Daarmee kreeg een persoonlijke gebeurtenis plots gevolgen op wereldschaal. Een luchtmachtverhaal, een weddenschap en een militaire sanctie leidden uiteindelijk naar een oorlog op het Koreaanse schiereiland.
Tussen twee liefdes en één oorlog
Benny Aelbrecht bracht ook de persoonlijke twijfel van zijn vader ter sprake. Lodewijk Aelbrecht kende een meisje in de streek van Oudenaarde en een meisje in Diksmuide. Hij wist niet goed welke richting hij met zijn leven moest uitgaan. Korea werd daardoor niet alleen een militaire bestemming, maar ook een periode van afstand. De oorlog werd zo verweven met een heel persoonlijk levensverhaal. Zulke details maken geschiedenis sterker, omdat ze tonen dat grote gebeurtenissen vaak doorwerken in de meest intieme keuzes van mensen. Wie naar Korea vertrok, liet niet alleen een land achter, maar ook relaties, plannen, twijfels en beloften. Voor Monica Ha gaf dat verhaal een menselijk beeld van Belgische betrokkenheid bij de oorlog die haar land zo diep heeft getekend.
De reis met de Kamina
De reis naar Korea verliep via Antwerpen, waar de Kamina klaar lag. In het verhaal van Benny Aelbrecht werd de Kamina omschreven als een oude bananenboot die in korte tijd was aangepast om militairen te vervoeren. De omstandigheden aan boord waren zwaar. Mannen sliepen dicht op elkaar in kleine kajuiten. De verluchting was slecht. Ook sanitair en technische voorzieningen lieten te wensen over. Veel mannen werden zeeziek. De boot kende onderweg problemen en viel al vroeg stil. De vrijwilligers moesten meehelpen om de reis opnieuw op gang te krijgen. De tocht duurde veel langer dan verwacht. Daardoor begon de oorlogservaring niet pas in Korea, maar al op zee. De Belgische vrijwilligers werden al tijdens de reis geconfronteerd met ongemak, onzekerheid en fysieke uitputting.
Kerstavond op zee
Een van de meest sprekende herinneringen ging over kerstavond aan boord. De gewone soldaten kregen eenvoudige kost, terwijl officieren in de herinnering van het verhaal beter eten kregen. Dat contrast bleef hangen. Het beeld van jonge mannen, onderweg naar een oorlog aan de andere kant van de wereld, op een schip met slechte voorzieningen, ver van hun familie en met weinig comfort, toont hoe hard die overtocht moet zijn geweest. Oorlog begint vaak voor het eerste schot dat iemand zelf hoort. Ze begint bij het vertrek, bij het afscheid op de kade, bij de zeeziekte, bij de slechte slaapplaats, bij de onzekerheid over wat er komt. In dat opzicht was de Kamina niet alleen een transportmiddel, maar een eerste beproeving.
Een Koreastrijder met journalistieke blik
Bijzonder was ook het verhaal dat Lodewijk Aelbrecht tijdens de reis journalistiek werk deed voor Het Laatste Nieuws. Hij zou dat niet openlijk hebben gedaan binnen de compagnieën. Zijn camera speelde daarbij een belangrijke rol. In het familieverhaal had hij zijn camera eerst bij zijn toekomstige vrouw gelaten, maar kon die bij het vertrek alsnog aan hem worden doorgegeven. Daardoor kon hij foto’s maken en verslag uitbrengen. Dat detail is bijzonder voor indegazette.be, omdat het oorlog, getuigenis en journalistiek samenbrengt. Lodewijk Aelbrecht was niet alleen een soldaat op weg naar Korea, maar ook iemand die keek, vastlegde en probeerde door te geven wat er gebeurde. Zijn verhaal gaf de dag daardoor ook een journalistieke diepte.
Korea als blijvend litteken
Voor Zuid-Korea is de Koreaanse Oorlog geen afgesloten hoofdstuk. Het conflict leidde tot een blijvende verdeling van het Koreaanse schiereiland. Families raakten gescheiden. De wapenstilstand bracht geen vredesverdrag dat de oorlog definitief beëindigde. Net daarom is een organisatie als HWPL voor Zuid-Korea zo betekenisvol. Ze werkt vanuit een land waar oorlog en vredesverlangen geen louter historische begrippen zijn. De aanwezigheid van Monica Ha in Diksmuide gaf die realiteit een gezicht. Zij kwam uit een land dat nog altijd leeft met de gevolgen van verdeeldheid. In Diksmuide ontmoette zij een stad die eveneens weet hoe oorlog generaties kan tekenen. De afstand tussen Vlaanderen en Korea leek daardoor kleiner dan men op een kaart zou denken.
Waarom de Ijzer en Korea elkaar raken
De Ijzertoren en het Koreamonument verwijzen naar verschillende oorlogen, verschillende werelddelen en verschillende periodes. Toch was er tijdens het bezoek een duidelijke samenhang. Aan de Ijzer gaat het over frontsoldaten, taal, rouw, erkenning en vrede na verwoesting. Bij het Koreamonument gaat het over Belgische vrijwilligers, internationale solidariteit, Zuid-Koreaanse dankbaarheid en families die herinneringen bewaren. Beide plaatsen tonen dat oorlog niet eindigt op het moment dat wapens zwijgen. Ze leeft voort in monumenten, in verhalen van kinderen en kleinkinderen, in jaarlijkse plechtigheden en in vragen die later blijven terugkomen. Voor Monica Ha werd Diksmuide daardoor een plaats waar Europese en Koreaanse herinnering elkaar konden aanvullen.
De rol van lokale bestuurders en onderwijs
De aanwezigheid van Joris Hindryckx gaf ook een hedendaagse dimensie aan de dag. Als vroegere burgemeester van Houthulst en huidig schepen kent hij de betekenis van lokaal bestuur in het bewaren van herinnering en het ondersteunen van maatschappelijke projecten. Als man achter de Automotive School in Waregem staat hij ook voor onderwijs, opleiding en toekomstgericht werken met jongeren. Dat sloot goed aan bij de vredesboodschap van HWPL. Vredeseducatie kan niet alleen in internationale conferenties plaatsvinden. Ze moet ook jongeren bereiken, scholen aanspreken en lokale besturen betrekken. Door zijn aanwezigheid werd duidelijk dat het bezoek aan Diksmuide niet alleen naar het verleden keek, maar ook naar de vraag hoe nieuwe generaties met geschiedenis kunnen omgaan.
Peter Verplancke als gids door gelaagde geschiedenis
De ontvangst door Peter Verplancke aan de Ijzertoren was voor de historische diepgang van de dag belangrijk. Een plaats als de Ijzertoren vraagt zorgvuldige duiding. Zonder uitleg blijven AVV-VVK, de heldenhuldezerken, de crypte en de vredesboodschap moeilijk te begrijpen voor wie de Vlaamse geschiedenis niet kent. Peter Verplancke kon de site plaatsen in haar historische, culturele en maatschappelijke betekenis. Voor een buitenlandse bezoeker is dat essentieel. De Ijzertoren is geen gewoon monument met één eenvoudige boodschap. De site draagt rouw, Vlaamse emancipatie, religieuze symboliek, politieke strijd en vredesdenken in zich. Precies die gelaagdheid maakte het bezoek relevant voor HWPL.
Diksmuide als plaats voor vredeseducatie
Diksmuide heeft door haar geschiedenis een bijzondere rol in vredeseducatie. De stad werd zwaar getroffen door de Eerste Wereldoorlog en bouwde later een herdenkingscultuur uit die tot vandaag aanwezig is. De Ijzertoren, de Paxpoort, de crypte en het Museum aan de IJzer vormen samen een omgeving waar bezoekers worden geconfronteerd met oorlog en vrede. Het Koreamonument voegt daar een internationale laag aan toe. Het herinnert eraan dat ook na de wereldoorlogen Belgische vrijwilligers naar een ander continent trokken om in een nieuw conflict te vechten. Door Monica Ha, Joris Hindryckx, Peter Verplancke en Benny Aelbrecht op één dag in dit programma samen te brengen, werd Diksmuide getoond als een plaats waar vredeseducatie niet alleen theorie is, maar voortkomt uit lokale en internationale herinnering.
Een dag met verschillende lagen
Het programma had een sterke opbouw. De Markt toonde het dagelijkse Diksmuide. Biezoender Bar bracht sociale deelname en inclusie in beeld. Joris Hindryckx bracht lokale bestuurskracht, onderwijs en maatschappelijke inzet binnen. De Ijzertoren bracht de Eerste Wereldoorlog, AVV-VVK, de heldenhuldezerken, Vlaamse ontvoogding en vredesdenken samen. Het Koreamonument bracht de Belgische deelname aan de Koreaanse Oorlog dichterbij. Benny Aelbrecht gaf die geschiedenis een familieverhaal. Monica Ha bracht het Zuid-Koreaanse vredesperspectief in. Daardoor werd de dag geen gewone rondleiding, maar een tocht door herinnering, verantwoordelijkheid en hoop op vrede.
Een menselijk slot bij het Koreamonument
Het verhaal van Benny Aelbrecht gaf het bezoek een krachtig slot. Monumenten zijn nodig, maar ze spreken pas echt wanneer iemand er een naam en een familiegeschiedenis aan koppelt. Lodewijk Aelbrecht werd in het gesprek niet alleen een Koreastrijder, maar ook een man uit een familie, een oud-verzetsman, een militair, een bijna-piloot, een man met liefdestwijfel, een reiziger op de Kamina en iemand met een journalistieke blik. Zo werd de Koreaanse Oorlog in Diksmuide opnieuw concreet. Voor Monica Ha was dat ongetwijfeld betekenisvol. Zij kwam uit Zuid-Korea en hoorde in Diksmuide hoe een Belgische familie de herinnering aan Korea blijft bewaren.
Bronnen:
Aangeleverde programma-informatie van Andy Vermaut
Aangeleverde inhoud over het bezoek in Diksmuide – Dank aan Sarah Feys om mij in contact te brengen met Benny Aelbrecht
Officiële informatie van Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light
United Nations Civil Society Participation, profiel Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light
Lokaal bestuur Houthulst, profiel Joris Hindryckx
KW, berichtgeving over Joris Hindryckx en Automotive School
Museum aan de IJzer
Bezoek Diksmuide, Museum aan de IJzer
CegeSoma, informatie over België en de Koreaanse Oorlog
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

