Vredesonderwijs schuift op naar het hart van het klaslokaal

7 december 2025

Online conferentie vanuit Parijs brengt onderwijs en beleid samen

Op vrijdag 5 december 2025 vond vanuit Parijs een internationale online conferentie plaats onder de naam “Peace Education in Action: From Policy to Practice”. Ongeveer honderd vertegenwoordigers van overheden, UNESCO, scholen, jeugdorganisaties, media en partnerinstellingen bespraken hoe onderwijs jongeren kan helpen met verschil en spanning om te gaan voordat conflicten ontsporen. De bijeenkomst stond in het teken van vredesonderwijs, mensenrechten, internationaal begrip en onderwijs voor duurzame ontwikkeling, in lijn met de doelstelling SDG 4.7.

De conferentie werd georganiseerd door HWPL, in samenwerking met permanente delegaties bij UNESCO, nationale commissies, scholen uit het UNESCO ASPnet-netwerk en verschillende partnerorganisaties. In de inleidende bijdragen werd duidelijk gemaakt dat veel onderwijssystemen onder druk staan en dat lessen over vrede en rechtvaardigheid niet beperkt mogen blijven tot losse projecten. De bedoeling is om deze thema’s een vaste plaats te geven in leerplannen en schoolcultuur, zodat leerlingen naast kennis ook vaardigheden opbouwen rond luisteren, onderhandelen en verantwoordelijkheid opnemen.

Jongeren laten zien hoe vrede leren in de klas werkt

Tijdens een jongerensessie werd concreet getoond hoe vredesonderwijs er in het dagelijkse schoolleven uitziet. Vertegenwoordigers van The European Youth Press, AFEV 91 en Bridging Life Gaps brachten voorbeelden uit scholen waar leerlingen zelf bemiddelen tussen klasgenoten, steunstructuren uitbouwen en het gesprek openen wanneer het in de klas of op de speelplaats dreigt vast te lopen.

Uit hun bijdragen kwam naar voren dat vredesonderwijs pas echt resultaat oplevert wanneer het niet beperkt blijft tot één projectweek of een afzonderlijk vak. Scholen die vooruitgang boeken, werken met vaste overlegmomenten, duidelijke afspraken over omgangsvormen en ruimte voor leerlingen om mee na te denken over regels en oplossingen. De jongeren maakten duidelijk dat zij niet alleen deelnemer willen zijn, maar mede-organisator van initiatieven rond vrede en samenleven.

Ook kinderen zelf kregen het woord. Zij vertelden hoe ze op school leren om hun eigen reacties te herkennen, hoe ze klasgenoten aanspreken wanneer iets kwetsend overkomt en hoe leerkrachten hen begeleiden bij het zoeken naar afspraken die door iedereen gedragen kunnen worden. Die verhalen brachten de grote internationale ambities terug naar een herkenbare situatie in het klaslokaal, waar dagelijks wordt geoefend met luisteren, spreken en grenzen trekken.

Nieuwe verklaring voor cultuur van vrede in het onderwijs

Een belangrijk moment tijdens de conferentie was de voorstelling van de “Supporting Statement for the Promotion of a Culture of Peace and the Implementation of Peace Education”. Daarbij werden de eerste staten in de kijker gezet die deze verklaring onderschrijven, verspreid over Afrika, Azië, Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Zij engageren zich om vredesonderwijs sterker in hun beleid te verankeren en scholen te ondersteunen die daar in de praktijk mee aan de slag gaan.

In de verklaring staat dat onderwijssystemen leerlingen moeten voorbereiden om op een constructieve manier met verschillen om te gaan en samen naar oplossingen te zoeken. Het gaat zowel om kennis over mensenrechten en mondiale vraagstukken als om vaardigheden om in de eigen leefwereld met onenigheid om te gaan. De ondertekenaars erkennen dat dit niet op het conto van één vak kan worden geschreven, maar dat het de bredere benadering van het schoolleven raakt.

Ms Cathia Dirath, directeur van de Lony Society en ere-onderdirecteur van HWPL France, wees erop dat scholen plekken zijn waar toekomstige burgers leren hoe ze met meningsverschillen omgaan. Volgens haar volstaat het niet dat jongeren weten wat hun rechten en plichten zijn; zij moeten ook ervaren hoe overleg werkt en hoe beslissingen tot stand komen als mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren.

Kloof tussen beleidsnota’s en lessenrooster

In een institutionele rondetafel bespraken onderzoekers, leerkrachten, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en partnernetwerken hoe de stap van internationale kaders naar de klaspraktijk kan worden gezet. Onder de deelnemers bevonden zich onder andere Héritage & Civilisation, Sorbonne University en Wise Community.

Het gesprek vertrok vanuit de herziening van de Aanbeveling van 1974 over onderwijs voor vrede, mensenrechten en internationaal begrip en vanuit de doelstellingen van SDG 4.7. Verschillende landen hebben de voorbije jaren nieuwe kaders uitgewerkt rond wereldburgerschap en conflictbewust werken. Tegelijk bleek uit de tussenkomsten dat de toepassing in leerplannen, lesmateriaal en evaluatievormen ongelijk blijft en in sommige contexten nog zeer beperkt is. Wat op papier staat, vindt niet altijd de weg naar het klaslokaal.

De deelnemers wezen op een aantal terugkerende spanningsvelden. Scholen vinden moeilijk ruimte in het uurrooster, leerkrachten voelen zich niet altijd voldoende opgeleid of gesteund en de druk om te presteren in traditionele vakken blijft groot. Voor veel scholen is het zoeken naar manieren om werk te maken van vredesonderwijs zonder dat dit als bijkomende last wordt ervaren.

Aanbevelingen en opvolging om woorden om te zetten in praktijk

Om met die realiteit om te gaan, werd tijdens de conferentie een reeks operationele aanbevelingen uitgewerkt. Die moeten overheden, scholen en opleidingsinstellingen helpen om de doelstellingen van SDG 4.7, de hernieuwde Aanbeveling van 1974 en de prioriteiten van onderwijs voor duurzame ontwikkeling concreet te vertalen. Belangrijke lijnen in deze voorstellen zijn een systematische opname van vredesonderwijs in leerplannen, gerichte ondersteuning en opleiding voor leerkrachten en nauwere samenwerking tussen ministeries van onderwijs, UNESCO-netwerken en lokale partners.

Daarnaast werd een mechanisme voor monitoring en jaarlijkse rapportering gelanceerd. Dat moet het mogelijk maken om de vorderingen van landen in kaart te brengen, ervaringen tussen regio’s uit te wisselen en de afstemming met de globale onderwijsstrategie van UNESCO te behouden. Voor beleidsverantwoordelijken biedt zo’n terugkerend moment een kans om gemaakte afspraken niet te laten wegzakken, maar op te volgen en bij te sturen.

De aanbevelingen zullen worden voorgelegd aan komende mondiale conferenties van UNESCO en opgenomen in een jaarlijks rapport aan de Algemene Conferentie. Vanaf 2026 plant HWPL, samen met verschillende nationale commissies voor UNESCO, regionale workshops. Die moeten landen en scholen ondersteunen bij het aanpassen van curricula, schoolprojecten en beleid aan de lokale context, en bij de voorbereiding van scholen die willen aansluiten bij het ASPnet-netwerk.

Wereldwijd netwerk rond vredesonderwijs breidt uit

De organisatoren wezen erop dat vredesonderwijs geen louter theoretisch project is. Tijdens de conferentie werden modellen getoond die in meer dan honderd landen al in gebruik zijn, onder meer via het HWPL Peace Education Training Program dat door partnerinstellingen wordt toegepast. In die programma’s krijgen leerlingen en leerkrachten vaste momenten om met elkaar in gesprek te gaan, elkaars achtergrond beter te begrijpen en samen oplossingen te zoeken voor spanningen op school.

HWPL werkt in een groot aantal landen rond een cultuur van vrede via onderwijs, institutionele samenwerking en burgerinitiatieven. Het netwerk omvat meer dan 2.800 opgeleide vredesonderwijzers in tachtig landen, met een duidelijke aanwezigheid in Afrika, Azië en Europa. Daarmee groeit een veld waarin scholen, lokale organisaties en internationale partners stap voor stap methodes uitwisselen en verfijnen.

Volgens een regeringsvertegenwoordiger toont deze conferentie dat vooruitgang in vredesonderwijs alleen haalbaar is wanneer regeringen, scholen, jongeren en organisaties doelgericht samenwerken. In zijn commentaar wees hij erop dat het er uiteindelijk om gaat leeromgevingen te creëren waarin samenwerking, empathie en verantwoordelijkheidszin centraal staan en waarin jongeren ervaren dat hun stem telt.

Verhalen en gezichten achter beleidsteksten

Naast de meer technische onderdelen was er ruimte voor verhalen die de cijfers een menselijk gezicht geven. Leerlingen van de school St Exupéry in Villeneuve Saint Georges brachten het lied “We are all unique”, dat als symbool stond voor waardering van verschil in de klas. De keuze voor een eenvoudig lied, gezongen door kinderen, maakte op een directe manier duidelijk waar vredesonderwijs om draait: gezien worden, ook wanneer iemand afwijkt van de meerderheid.

In het Franse luik van het programma schetste Ms Kelly Aka, algemeen directeur van HWPL France, de context en ambities voor de komende jaren. Zij verwees naar scholen die dagelijks met spanningen en polarisering geconfronteerd worden en naar de nood aan steun voor leerkrachten die in die omstandigheden het gesprek over vrede en samenleven moeten begeleiden.

Dr Marie-Pierre Lescure, psychopedagoge en academisch directeur van Éduc’AT en bedenker van de methode Tatou Kompry, leidde een artistieke bijdrage waarin kunst en onderwijs samenkwamen. Volgens haar helpt creatief werk kinderen om woorden te vinden voor wat hen bezighoudt, ook wanneer dat raakt aan conflict en onrecht.

Tijdens de jongerensessie “Learning, living, sharing peace” kwamen onder meer Mr Bilal Ata Aktas van The European Youth Press, Ms Mélanie Janvier van AFEV 91 en Mr Jari Fathi El van Bridging Life Gaps aan het woord. Zij beschreven hoe jongeren projecten opzetten in scholen, hoe zij vertrouwenspersonen tussen leeftijdsgenoten uitbouwen en hoe zij zelf rolmodellen worden voor anderen. Met voorbeelden uit de praktijk maakten zij duidelijk hoe een klasgesprek wordt voorbereid, hoe bemiddelaars worden gekozen en hoe leerlingen elkaar steunen in moeilijke situaties.

Een panelgesprek onder de titel “Institutionalising Peace Education: Challenges and Opportunities” bracht vervolgens verschillende stemmen samen. Mr Charles Hidier, voorzitter van de raad van bestuur van Wise Community, ging in op netwerken die scholen en organisaties met elkaar in contact brengen. Mr Pierre Lignée, gespecialiseerd leerkracht en docent aan INSPE Paris (Sorbonne University), sprak over wat hij in de lerarenopleiding ziet aan noden en kansen. Ms Lara-Scarlett Gervais, voorzitter van de vereniging Héritage & Civilisation en oprichter van Odyssée Éducation, en Ms Marion Fellrath, onderzoeker en leerkracht in het basisonderwijs, brachten voorbeelden uit hun eigen praktijk.

Het evenement werd afgesloten met een gezamenlijke groepsfoto, als zichtbaar eindpunt van een dag waarop beleid, praktijk en jongeren samen in beeld kwamen. Wie de onderwijswereld volgt, merkt dat jongeren zich steeds nadrukkelijker laten horen in gesprekken over vrede en samenleven, terwijl instellingen proberen gelijke tred te houden. Net die beweging, waarin verschillende actoren elkaar opzoeken, zal bepalen hoe geloofwaardig het verhaal van vredesonderwijs de komende jaren wordt.

Het verslag uit Parijs schetst een onderwijsveld dat tegelijk ambitieus en zoekend is. Internationale instellingen werken aan nieuwe kaders, organisaties zoals HWPL bouwen netwerken van duizenden vredesonderwijzers uit en scholen proberen dat alles in te passen in een volle schooldag. Voor lezers van indegazette.be dringt zich de vraag op hoe scholen in hun eigen omgeving met conflict en verschil omgaan, welke steun leerkrachten daarbij krijgen en hoeveel ruimte jongeren hebben om zelf het gesprek over vrede te trekken. Juist in die dagelijkse keuzes, ver van grote conferentiezalen, blijkt of vredesonderwijs een steun wordt waar leerlingen en leerkrachten echt op kunnen rekenen.

Bronnen:
HWPL – persbericht “Global conference advances Peace Education and ESD to accelerate progress on SDG 4.7”, Parijs, 5 december 2025
Programmagegevens en partners van “Peace Education in Action: From Policy to Practice”

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)