Wankel front: van Zuid-Libanon tot Suwayda groeit verzet tegen gewapende netwerken

5 augustus 2025
Iran herstructureert militaire top na chaotisch optreden in oorlog tegen Israël
Teheran heeft zijn militaire besluitvorming een nieuwe vorm gegeven. Met de oprichting van een Defensieraad op 3 augustus probeert de Iraanse leiding de structurele zwaktes blootgelegd tijdens de oorlog tegen Israël te herstellen. Maar achter deze reorganisatie schuilt meer dan louter technische herstructurering: het legt de vrees voor toekomstige conflicten bloot, en tegelijk een diepgaande interne verschuiving binnen het Iraanse machtssysteem.
De Defensieraad, opgericht onder de paraplu van de Opperste Nationale Veiligheidsraad (SNSC), moet in crisistijd sneller en efficiënter kunnen optreden. Daarmee erkent het regime impliciet dat de militaire coördinatie tijdens het conflict met Israël tekortschoot. Verschillende instellingen leken langs elkaar heen te werken, waardoor essentiële beslissingen werden vertraagd of simpelweg niet vielen. Dat falen dreigt Iran bij een volgend conflict duur te komen staan.
Wat opvalt is wie wel — en wie niet — deel uitmaakt van de nieuwe structuur. De ministers van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken zijn uitgesloten. In hun plaats krijgt de commandant van het Khatam ol Anbia Centraal Hoofdkwartier, de spil van Irans gezamenlijke militaire operaties, een zetel aan tafel. Dit versterkt de directe lijn tussen militaire bevelhebbers en de politieke top, al blijft de werkelijke controle stevig in handen van Opperste Leider Ali Khamenei.
Macht blijft geconcentreerd, ondanks façade van hervorming
Op papier geeft de nieuwe raad het leger meer slagkracht. Maar zolang de besluitvorming gecentraliseerd blijft rond Khamenei, is de autonomie van militaire leiders beperkt. Zonder de vrijheid om zelfstandig te reageren op dreigingen, dreigt ook deze structuur in te storten onder zijn eigen gewicht. Wat Iran presenteert als ‘efficiëntie’ zou evengoed geïnterpreteerd kunnen worden als controlezucht, vermomd als hervorming.
Toch is de samenstelling niet zonder betekenis. President Masoud Pezeshkian, die bekendstaat als een gematigde hervormer, leidt zowel de SNSC als de nieuwe Defensieraad. Achter de schermen zou hij overwegen Mohammad Bagher Ghalibaf, voorzitter van het parlement en voormalig commandant van de Revolutionaire Garde, te benoemen tot secretaris. Ghalibaf, een pragmatische hardliner met stevige militaire wortels, geldt als architect achter de oprichting van de raad.
Binnen Iraanse media gaan stemmen op dat ook Ali Larijani mogelijk terugkeert in een sleutelrol. Zijn reputatie als pragmatisch strateeg maakt hem voor velen een tegengewicht voor de ideologisch gedreven vleugel rond ultrahardliners als Saeed Jalili. Het idee dat het regime zich stilaan openstelt voor een technocratisch realisme klinkt hoopvol — maar blijft voorlopig speculatief.
Hezbollah verliest moreel gezag in eigen achtertuin
Parallel aan deze interne herstructurering in Iran verliest Hezbollah terrein, niet op het slagveld, maar onder zijn eigen achterban. Sinds de oorlog met Israël eind vorig jaar heerst onder de sjiitische bevolking in Zuid-Libanon diepe teleurstelling. Waar Hezbollah zich jarenlang presenteerde als beschermende kracht én sociale spil, klinkt nu woede en wantrouwen. Dorpen zijn verwoest, infrastructuur ligt in puin, en beloofde wederopbouw blijft uit.
De vertrouwensbreuk is ongezien. “Ze beloofden ons een overwinning, maar ze hebben onze huizen verwoest,” zei een voormalige aanhanger in een interview met The New York Times. Hezbollah, die in 2006 nog lof oogstte voor snelle wederopbouw, ziet zijn symbolische kapitaal verdampen. De financiële middelen om families te compenseren of strijders te ondersteunen slinken, en de achterban stelt daar steeds luider vragen bij.
De Libanese regering ruikt haar kans. President Joseph Aoun en premier Nawaf Salam pleiten openlijk voor een exclusief staatsmonopolie op wapengeweld. Zelfs Nabih Berri, lange tijd een trouwe bondgenoot van Hezbollah, lijkt zich aan te sluiten bij dat standpunt. Dat binnen de eigen kring openlijk wordt getwijfeld aan het wapenbezit van Hezbollah, zou enkele jaren geleden ondenkbaar zijn geweest.
De beweging reageert met verstarring. De leiding wijst ontwapening categorisch af, maar de realiteit schuift onder hun voeten. Waar Hezbollah zich traditioneel positioneerde als hoeder van de sjiitische bevolking, ontstaat nu een vacuüm dat de Libanese staat probeert te vullen — met beperkt succes, maar groeiende legitimiteit.
Druzen in Syrië eisen autonomie na vertrouwensbreuk
Ook in Syrië brokkelt het vertrouwen in centrale macht af. In de provincie Suwayda leidde een kortstondige wapenstilstand op 3 augustus tot nieuwe gevechten tussen Druzenmilities en troepen van het Syrische regime. Het conflict draaide om Tell Hadid, een strategisch gelegen heuvel die uitkijkt over Suwayda-stad. Wat begon als lokale escalatie, groeide uit tot een symbolisch moment van verzet.
Voor veel Druzen is het centrale gezag simpelweg niet langer geloofwaardig. “Autonomie of afscheiding is de enige oplossing,” stelde een lid van de Sheikh al Karama-militie openlijk. De overgangsregering in Damascus zou, volgens hem, niet in staat zijn minderheden te beschermen of serieus te betrekken in het bestuur. Die boodschap vindt weerklank, niet alleen bij Druzen, maar ook bij Koerden en Alawieten.
Het Syrische model van centralisatie botst op zijn limieten. De geplande integratie van Suwayda in staatsstructuren blijft steken in wantrouwen, zelfs al worden infrastructuur en hulp langzaam hersteld. De vraag is niet langer of, maar wanneer minderheden in Syrië politieke alternatieven zullen eisen — met of zonder medewerking van Damascus.
Iran investeert in grensroutes, maar de spanningen blijven dichtbij
Terwijl Iran intern herstructureert en zijn bondgenoten verliest aan legitimiteit, probeert het via andere wegen zijn invloed te behouden. In Islamabad sloot president Pezeshkian akkoorden over een gezamenlijke grenspost en een vrijhandelszone. Deze routes liggen niet toevallig in Sistan en Baluchistan — een provincie waar ook de salafistische groepering Jaish al Adl actief is, en waar spanningen met Pakistan al jaren sluimeren.
De grensprojecten passen in een bredere strategie: Iran wil zich onmisbaar maken binnen China’s Belt and Road Initiative. Door zich aan te bieden als schakel tussen de China-Pakistan Economic Corridor en Europa, poogt Teheran zijn economische isolement te omzeilen. IRGC-media stellen openlijk dat Iran zichzelf ziet als poort naar open wateren voor landlocked landen in Centraal-Azië.
Dat Iran kiest voor economische diplomatie betekent niet dat militaire dreiging verdwijnt. De toenemende militaire spanningen aan de zuidoostgrens en de dreiging van grensoverschrijdende aanvallen vormen een permanente onderstroom in deze relaties. Achter de handelsakkoorden schuilt een fragiele balans tussen samenwerking en onderdrukking.
Amerikaanse druk op Irak als hefboom tegen Iraanse oliehandel
Ook in Irak is Iran op een kwetsbaar punt geraakt. Amerikaanse sanctiedreiging tegen de Iraakse oliemarktorganisatie SOMO legt bloot hoe Washington via economische druk het netwerk van Iraanse oliesmokkel probeert te ondermijnen. De beschuldiging: Iran gebruikt Iraakse territoriale wateren om illegale olie te verplaatsen, wat volgens schattingen jaarlijks een miljard dollar oplevert voor Teheran en zijn bondgenoten.
Bagdad ontkent, maar de VS dreigt met blokkering van 350 miljoen dollar aan olie-inkomsten. Door via sancties op perifere actoren druk uit te oefenen, hoopt Washington de bredere Iraanse invloedssfeer te destabiliseren — zonder directe militaire confrontatie. Olie is daarmee niet alleen handelswaar, maar ook geopolitiek wapen.
Bronnen:
ISW Press (Iran Update, 4 augustus 2025)
Critical Threats Project – American Enterprise Institute
The New York Times
Libanese en Syrische media (zoals geciteerd in het rapport)
Andy Vermaut +32499357495


