Wetenschappelijk comité rond feminicides zoekt oorzaken achter de cijfers

9 december 2025

Op dinsdag 9 december 2025, om 8.09 uur, is in Brussel het Wetenschappelijk Comité voor de analyse van feminicides en gendergerelateerde dodingen officieel gestart met zijn werkzaamheden. Het comité maakt deel uit van de uitvoering van de feminicidewet van 13 juli 2023 en moet beter in kaart brengen waarom vrouwen in België door gendergerelateerd geweld om het leven komen. Het uiteindelijke doel is helder: gerichte aanbevelingen formuleren die overheden helpen om dergelijke doding in de toekomst te voorkomen.

Een multidisciplinair comité met een duidelijke opdracht

Het Wetenschappelijk Comité wordt geleid door onderzoekers van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Zij brengen vertegenwoordigers samen van de Hoge Raad voor de Justitie, het College van procureurs-generaal, de lokale en de federale politie en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Door deze verschillende perspectieven samen te brengen, wil het comité niet alleen afzonderlijke dossiers bestuderen, maar ook de bredere patronen die in België spelen rond feminicides en gendergerelateerd geweld.

De opdracht van het comité bestaat erin de mechanismen en dynamieken te analyseren die aan deze dodelijke feiten voorafgaan. Het gaat daarbij onder meer om de relatie tussen slachtoffer en dader, eerdere meldingen of strafdossiers, de manier waarop hulpdiensten en justitie tussenkomen en de rol van maatschappelijke en economische factoren. Landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen werken al langer met gelijkaardige structuren. België sluit zich daar nu bij aan met een eigen wetenschappelijke aanpak, ingebed in het federale beleid.

Verder kijken dan de cijfers alleen

In het publieke debat gaat veel aandacht naar aantallen, maar volgens het comité geven die slechts een deel van de werkelijkheid weer. In België worden elke maand twee vrouwen gedood door een (ex-)partner of een familielid. Achter elk cijfer schuilen een levensverhaal, eerdere signalen en vaak een voorgeschiedenis van geweld.

Voorzitter Sarah Van Praet geeft aan dat het comité net dieper wil gaan dan de statistieken. De focus ligt op patronen, waarschuwingssignalen en knelpunten die in uiteenlopende dossiers terugkeren. Het kan gaan om eerdere meldingen bij de politie, contacten met hulpverlening, beslissingen van magistraten, maar ook om omstandigheden in de familiale of relationele sfeer. Door deze elementen systematisch te bekijken, ontstaat een duidelijker beeld van waar het vandaag misloopt en waar het beleid kan bijsturen.

Het comité wil daarbij niet alleen kijken naar de onmiddellijke aanleiding van een feminicide, maar ook naar de trajecten daarvoor. Die trajecten kunnen zich uitstrekken over jaren, met periodes van spanning, controle, isolatie of escalerend geweld. Door die processen in kaart te brengen, hoopt men beter te begrijpen welke interventies op welk moment nodig zijn om levens te redden.

Jaarlijks geanonimiseerd rapport voor beleid en praktijk

Om tot blijvende inzichten te komen, zal het Wetenschappelijk Comité elk jaar een geanonimiseerd rapport publiceren. Daarin worden verschillende dossiers van feminicide en gendergerelateerde doding in detail geanalyseerd. De persoonlijke gegevens van slachtoffers en betrokkenen worden daarbij beschermd, maar de structurele lessen worden helder beschreven.

In het rapport zullen zowel de bevindingen over concrete gevallen als aanbevelingen voor beleid en praktijk worden opgenomen. Het gaat dan om voorstellen die de preventie van gendergerelateerd geweld moeten versterken, de samenwerking tussen diensten moeten verbeteren en de opvolging van risicosituaties moeten verfijnen. Het comité werkt in dat opzicht binnen het kader van het Nationaal Actieplan 2021–2025 tegen gendergerelateerd geweld en de verplichtingen van het Verdrag van Istanbul, dat België bindt aan duidelijke normen rond bescherming, preventie en vervolging.

Door elk jaar opnieuw te rapporteren, kan worden nagegaan of genomen maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Nieuwe trends of verschuivingen worden daardoor sneller opgemerkt. Dat maakt het voor beleidsmakers, magistraten, politiediensten en hulpverleners mogelijk om hun aanpak voortdurend te toetsen aan recente gegevens en inzichten.

Drie federale ministers leggen de focus op preventie

Voor minister van Gelijke Kansen Rob Beenders vormt het nieuwe comité een belangrijk instrument in de strijd tegen feminicides. Hij wijst erop dat elke maand twee vrouwen door een (ex-)partner of familielid worden gedood, wat hij onaanvaardbaar noemt in een land met de middelen van België. Volgens hem zijn cijfers noodzakelijk om het probleem zichtbaar te maken, maar tonen ze nooit het volledige beeld. Het Wetenschappelijk Comité moet volgens de minister de structurele ongelijkheden en de gemiste signalen beter zichtbaar maken, zodat het beleid kan steunen op kennis en gerichte preventie.

Minister van Justitie Annelies Verlinden koppelt het werk van het comité aan de bredere hervorming van justitie. Elke feminicide ziet zij als een tragedie die aantoont dat de aanpak van gendergerelateerd geweld nog versterking vraagt. Door systematisch gegevens te verzamelen, wetenschappelijke analyses uit te voeren en daar concrete maatregelen aan te koppelen, krijgen slachtoffers volgens haar achteraf een stem en kan toekomstig geweld worden voorkomen. Voor justitie en politie betekent dit bijkomende handvatten om risicofactoren te herkennen en sneller tussen te komen.

Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quintin legt de nadruk op de rol van de geïntegreerde politie. Volgens hem is het voorkomen van feminicides een kernprioriteit. Dankzij het Wetenschappelijk Comité kan het fenomeen in detail worden bestudeerd: wie de slachtoffers zijn, wie de daders zijn en welke mechanismen leiden tot dodelijke situaties. Die kennis moet de ketenaanpak ondersteunen, van eerste signalen en preventie tot interventie en nazorg. Voor zowel de federale als de lokale politie biedt dat extra mogelijkheden om procedures aan te passen, opleidingen bij te sturen en informatie-uitwisseling te verbeteren.

Inbedding in breder beleid rond gendergelijkheid

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen speelt een sleutelrol in het comité en plaatst de analyses in een ruimer kader. Het Instituut voert al geruime tijd onderzoeken uit naar onder meer gendergelijkheid op de arbeidsmarkt, de situatie van transgender en non-binaire personen en de loonkloof. Die studies tonen aan dat ongelijkheden op verschillende levensdomeinen elkaar kunnen versterken.

Het nieuwe Wetenschappelijk Comité sluit daarbij aan door specifiek te kijken naar de ernstigste vorm van gendergerelateerd geweld. Door de vaststellingen van het comité te koppelen aan eerdere onderzoeken over werk, welzijn en discriminatie ontstaat een vollediger beeld van de risico’s die bepaalde groepen lopen. Dat is niet alleen relevant voor federale overheden, maar ook voor lokale besturen, werkgevers en organisaties die met slachtoffers en plegers in contact komen.

Bronnen:
News.belgium
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie
Federale Overheidsdienst Justitie
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
www.belgium.be
http://igvm-iefh.belgium.be
Perscontact Aline Defer
Woordvoerster Véronique De Baets

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)