Van acht mensen rond één tafel naar tienduizenden in Alton

23 juli 2026
Op donderdag 23 juli 2026 reisden Belgische leden van de Ahmadiyya-beweging en enkele genodigden naar Zuid-Engeland voor de Jalsa Salana UK. De religieuze bijeenkomst vindt van vrijdag 24 tot en met zondag 26 juli 2026 plaats in Hadeeqatul Mahdi, nabij Alton in het Engelse graafschap Hampshire. Daar worden ruim 50.000 deelnemers uit ruim 90 landen verwacht. De reis draaide echter niet alleen om een bestemming op de landkaart. Tijdens de overtocht ontstond een persoonlijk gesprek over geloof, gehoorzaamheid, gebed, vervolging, morele opvoeding en de groei van een beweging die ooit in een klein dorp in India begon. Frans, Engels en Nederlands liepen door elkaar. Mensen onderbraken elkaar, zochten naar de juiste woorden en hielpen elkaar om moeilijke religieuze begrippen uit te leggen. Precies daardoor werd zichtbaar wat Jalsa Salana voor de reizigers betekent: geen gewone conferentie, maar een gebeurtenis waaraan jaren van geloof, herinneringen en persoonlijke offers vastzitten.
Een reis die al vóór Alton begon
De gesprekken begonnen terwijl de groep nog onderweg was. Het internet werkte niet overal, telefoonnummers moesten met enige moeite worden uitgewisseld en niet iedereen wist hoe een QR-code met een telefooncamera moest worden gescand. Er werd gezocht naar bagage, bananen en koekjes. Zonder chauffeur bleek zelfs een korte verplaatsing niet eenvoudig. Tussen die kleine gebeurtenissen door kwamen grote onderwerpen ter sprake. De reizigers spraken over bijeenkomsten in België, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, over gebedsplaatsen in Luik en Ukkel en over familieleden die eveneens aan internationale Jalsa’s deelnemen. De reis kreeg daardoor het karakter van een lange ontmoeting waarin praktische vragen voortdurend plaatsmaakten voor geloofsvragen. Wie voor het eerst meeging, kreeg niet alleen informatie over het programma in Engeland, maar hoorde ook persoonlijke verhalen die binnen families en lokale afdelingen al tientallen jaren worden doorgegeven.
Van acht of tien mensen naar een wereldwijde beweging
Een van de aanwezigen keerde in zijn herinneringen terug naar 1993. Toen bestond de kring die hij kende uit slechts acht, negen of tien mensen. Hij beschreef hoe de geestelijke leider dicht bij hen zat, ongeveer zoals de reizigers tijdens de overtocht bij elkaar zaten. Er waren geen immense terreinen, rijen tenten of duizenden vrijwilligers. Er was een kleine groep die luisterde en geloofde dat de boodschap zich verder zou verspreiden. Die herinnering kreeg extra betekenis nu de groep onderweg was naar een bijeenkomst waar tienduizenden mensen worden verwacht. De aanwezige vertelde hoe moeilijk het in die beginjaren was om zich voor te stellen dat Ahmadis uit Canada, Afrika, Azië, Europa en andere delen van de wereld ooit gezamenlijk naar dezelfde plaats zouden reizen. Voor hem was de groei geen statistiek, maar een ontwikkeling die hij persoonlijk had meegemaakt.
“Toen waren er acht, negen of tien mensen,” vertelde hij. “Hij zat bij ons zoals wij hier nu zitten.”
Dat ene beeld bleef tijdens het gesprek terugkeren. Een kleine kring rond een geestelijke leider werd naast het huidige internationale netwerk geplaatst. De deelnemers spraken over ruim 200 landen waar de beweging actief is. Over het precieze wereldwijde ledental bestond tijdens het gesprek geen zekerheid. Een aanvankelijk genoemd cijfer werd onmiddellijk gecorrigeerd, waarna werd uitgelegd dat tellingen in sommige Afrikaanse regio’s moeilijk zijn. Die aarzeling liet zien dat niet ieder genoemd getal als vaststaand feit werd aanvaard. De betekenis die de aanwezigen aan de groei geven, lag vooral in de geografische spreiding en in het feit dat mensen met sterk verschillende achtergronden dezelfde geestelijke leiding aanvaarden.
Wat betekent Jama’at?
Toen het woord Jama’at herhaaldelijk werd gebruikt, vroeg Andy Vermaut wat het precies betekende. De aanwezigen probeerden het begrip elk vanuit hun eigen invalshoek uit te leggen.
“Wat betekent Jama’at precies?”
“Eén organisatie, één groep,” antwoordde een van hen. “Mensen met hetzelfde doel, dezelfde richting en dezelfde geest.”
Volgens de deelnemers is Jama’at niet alleen een administratieve structuur. Het woord verwijst naar mensen die zichzelf als onderdeel van één geloofsgroep beschouwen en daarbij ook verantwoordelijkheden tegenover elkaar aanvaarden. Een aanwezige legde uit dat mensen buiten zo’n structuur elk hun eigen richting kunnen volgen, terwijl leden van een Jama’at proberen vanuit een gezamenlijk religieus uitgangspunt te handelen. Dat betekent niet dat iedereen identiek denkt of dezelfde persoonlijkheid heeft. Het betekent volgens hem wel dat men een gedeelde geestelijke bestemming erkent en bereid is zich aan afspraken, leiding en morele regels te houden. De term kreeg tijdens het gesprek daardoor een veel diepere betekenis dan alleen vereniging of organisatie.
De khalifa als geestelijk middelpunt
De internationale Ahmadiyya-beweging staat onder leiding van Mirza Masroor Ahmad, de vijfde khalifa. De aanwezigen spraken over hem met de eretitel Huzoor. Zij omschreven hem als het geestelijke hoofd van de Jama’at en als iemand wiens leiding wereldwijd wordt gevolgd. De gesprekken gingen niet zozeer over macht in politieke zin, maar over het vertrouwen dat leden in zijn religieuze oordeel stellen. Een deelnemer vertelde over de verkiezing van de vijfde khalifa na het overlijden van zijn voorganger. Binnen de moskee bevond zich slechts een beperkte groep kiesgerechtigden, terwijl duizenden mensen buiten op straat stonden. Nog veel anderen volgden de gebeurtenis via televisie.
Volgens de getuigenis vroeg de nieuwgekozen khalifa de aanwezigen binnen om te gaan zitten. Niet alleen de mensen in de moskee gingen zitten. Ook duizenden mensen buiten namen plaats, terwijl Ahmadis die de uitzending elders bekeken hetzelfde deden.
“Hij zei alleen: ‘Ga zitten.’ De mensen binnen gingen zitten, de mensen buiten gingen zitten en zelfs mensen die thuis televisie keken, gingen zitten.”
Voor de deelnemers was dat geen voorbeeld van dwang, maar van vrijwillige gehoorzaamheid en geestelijke eensgezindheid. Zij zagen er een teken in van de bijzondere band tussen de khalifa en de leden van de Jama’at. Het verhaal werd met zichtbare overtuiging verteld. Verschillende aanwezigen vulden details aan, verbeterden elkaar en wezen erop dat er beeldmateriaal van de gebeurtenis bestaat. De herinnering maakte duidelijk waarom de aanwezigheid van de khalifa tijdens grote bijeenkomsten voor veel Ahmadis een grote persoonlijke betekenis heeft.
Orde door opvoeding en niet alleen door regels
De organisatie van een bijeenkomst met tienduizenden bezoekers kwam eveneens aan bod. Een van de aanwezigen vertelde over een Britse politieagent die tijdens een eerdere Jalsa zou hebben gezegd dat voor een voetbalwedstrijd met tienduizenden bezoekers een groot politieapparaat nodig is, terwijl binnen de Jalsa nauwelijks incidenten plaatsvinden. De precieze bewoordingen konden tijdens de reis niet worden nagegaan, maar de herinnering werd gebruikt om uit te leggen hoe sterk de interne discipline wordt gewaardeerd.
Indegazette.be wees erop dat een dergelijke bijeenkomst vanzelfsprekend goed moet worden georganiseerd en dat vrijwilligers een grote rol spelen. Een aanwezige reageerde onmiddellijk.
“Het is niet alleen organisatie. Het is tarbiyyat.”
Tarbiyyat werd daarna omschreven als opvoeding, vorming en het aanleren van gedrag. Het gaat volgens de aanwezigen om de manier waarop een Ahmadi leert omgaan met geld, afspraken, verantwoordelijkheid, conflicten en leiding. Een deelnemer gaf het voorbeeld van iemand die geld ontvangt en weigert het terug te betalen. Wanneer daar bewijs voor bestaat, kan de Jama’at volgens hem optreden. De bedoeling van die interne regels is dat geloof niet alleen zichtbaar wordt tijdens gebed of toespraken, maar ook in alledaags gedrag. De orde tijdens Jalsa Salana ontstaat volgens hen daarom niet uitsluitend door hekken, politie of reglementen. Zij moet voortkomen uit de houding van de deelnemers zelf.
Vrijwilligers als ruggengraat van Jalsa Salana
Tijdens de driedaagse bijeenkomst nemen vrijwilligers taken op zich bij de maaltijden, het verkeer, de ontvangst, de gebedsruimten, de vertaling, de medische diensten en de begeleiding van bezoekers. Veel van hen nemen verlof of reizen eerder naar het terrein om voorbereidingen uit te voeren. De aanwezigen zagen dat werk als een religieuze dienst. Wie een maaltijd uitdeelt, een parkeerplaats aanwijst of de vloer schoonmaakt, verricht volgens hen geen minderwaardige taak. Dienstbaarheid wordt juist beschouwd als een manier om het eigen karakter te vormen. Die visie verklaart waarom oudere deelnemers, jongeren en mensen met professionele functies tijdens Jalsa Salana vaak naast elkaar dezelfde praktische opdrachten uitvoeren.
De reizigers spraken met trots over die inzet, maar ook met vanzelfsprekendheid. Niemand deed alsof het terrein zonder regels functioneert. Er zijn veiligheidsmaatregelen, verkeersafspraken en contacten met de plaatselijke autoriteiten. Toch geloven de deelnemers dat de houding van de bezoekers minstens even belangrijk is als de technische voorbereiding. Tienduizenden mensen moeten bereid zijn aanwijzingen te volgen, op elkaar te wachten en persoonlijke voorkeuren tijdelijk ondergeschikt te maken aan het verloop van de bijeenkomst. Dat is volgens hen de praktische betekenis van tarbiyyat.
Qadian als beginpunt
De oorsprong van de beweging bracht het gesprek naar Qadian, een plaats in Punjab in India. Mirza Ghulam Ahmad werd daar geboren en richtte er aan het einde van de negentiende eeuw de Ahmadiyya-beweging op. De aanwezigen spraken over hem als de beloofde messias en imam Mahdi. Zij vertelden hoe hij, toen hij nog weinig aanhangers had, verklaarde dat zijn boodschap uiteindelijk de uithoeken van de aarde zou bereiken. Tegenstanders zouden volgens hun verhaal hebben gezegd dat zijn stem zelfs het dorp niet zou verlaten.
Een van de reizigers wees op het internationale televisienetwerk van de beweging en op de verspreiding van toespraken via satelliet, internet en vertaling. Voor hem vormde die hedendaagse communicatie het tastbare antwoord op de vroegere voorspelling. Een uitspraak die ooit in een afgelegen dorp werd gedaan, kan nu op hetzelfde ogenblik in Europa, Afrika, Azië en Noord-Amerika worden gehoord. De aanwezigen spraken daar niet over als een technisch succes, maar als de vervulling van een religieuze belofte.
Een levende God die ook vandaag antwoordt
Het meest persoonlijke deel van de reis ging over gebed. Verschillende aanwezigen vertelden dat vrijwel iedere Ahmadi-familie volgens hen verhalen kent over gebeden die werden beantwoord, hulp op beslissende momenten of dromen en ervaringen waaraan zij een godsdienstige betekenis geven. Zij maakten duidelijk dat hun geloof niet uitsluitend steunt op oude teksten en gebeurtenissen uit een ver verleden. De overtuiging dat God ook vandaag mensen hoort en leiding geeft, staat centraal.
“Wij geloven in een levende God,” zei een van de deelnemers.
Hij legde uit dat een levende God volgens zijn overtuiging niet alleen in de tijd van Abraham, Mozes, Jezus of Mohammed sprak, maar ook nu mensen kan leiden. Hij formuleerde zijn standpunt erg uitgesproken. De kern van zijn uitleg was dat geloof voor hem persoonlijk bewijs moet kunnen krijgen door gebed, verandering en ervaring. Mirza Ghulam Ahmad zou mensen hebben opgeroepen gedurende veertig dagen oprecht te bidden en God zelf te vragen of zijn aanspraken waar waren. Volgens de deelnemers mag geloof daarom niet alleen worden opgelegd door familie of traditie. De gelovige moet zelf zoeken, vragen en bidden.
Bidden vraagt volgens hen ook discipline
Een andere reiziger legde uit dat gebed volgens hem niet werkt als een achteloze vraag die zonder inspanning wordt uitgesproken. Hij vergeleek het benaderen van God met het ontmoeten van een koning. Wie een koning wil spreken, volgt regels, meldt zich aan en toont respect.
“Je kunt niet zomaar bij een koning binnenlopen,” zei hij.
Achter het luchtige gesprek bleef de vergelijking met gebed overeind. Volgens de aanwezigen vraagt een oprechte zoektocht naar God tijd, nederigheid en volharding. De mens kan niet eisen dat ieder gebed onmiddellijk op de gewenste manier wordt beantwoord. Hij moet zichzelf onderzoeken, zijn gedrag aanpassen en bereid zijn het antwoord te aanvaarden, ook wanneer dat antwoord anders is dan verwacht.
De band tussen God en mens herstellen
Een deelnemer vatte de opdracht van Mirza Ghulam Ahmad samen in twee relaties die volgens hem beschadigd waren geraakt. De eerste is de band tussen God en de mens. De tweede is de band tussen mensen onderling. De stichter zou hebben verklaard dat hij was gekomen om beide banden opnieuw te herstellen. De aanwezigen zagen hun persoonlijke gebedservaringen als een bevestiging van de eerste opdracht. Dienstbaarheid, eerlijkheid en het motto Love for all, hatred for none moesten volgens hen de tweede opdracht zichtbaar maken.
“De mens raakt telkens van God verwijderd,” legde een aanwezige uit. “Daarom stuurt God mensen die hem opnieuw naar de juiste richting brengen.”
De deelnemers plaatsten Mirza Ghulam Ahmad binnen een lange religieuze geschiedenis waarin profeten en hervormers mensen terugroepen naar geloof en moreel gedrag. Zij geloven dat hij geen nieuwe godsdienst of nieuwe islamitische wet bracht, maar moslims wilde terugbrengen naar de vreedzame en geestelijke kern van de islam.
Overeenkomsten met het Christendom
Tijdens het gesprek kwam ook de verhouding tot het christendom aan bod. Een deelnemer stelde dat er talrijke overeenkomsten bestaan tussen de boodschap van Jezus en de leer van de Ahmadiyya-beweging. Toen hem werd gevraagd welke overeenkomsten hij bedoelde, verwees hij eerst naar liefde. Christenen spreken over naastenliefde, terwijl Ahmadis hun boodschap vaak samenvatten met Love for all, hatred for none: liefde voor iedereen en haat voor niemand.
Daarna ging het gesprek dieper. Volgens de aanwezigen kwam Jezus niet om de wet van Mozes af te schaffen, maar om mensen moreel te hervormen. Zij zien een overeenkomst met Mirza Ghulam Ahmad, die volgens hun leer evenmin kwam om de islamitische wet van de profeet Mohammed te veranderen. Hij zou zijn gekomen om moslims te hervormen en duidelijk te maken dat de verwachte overwinning van de messias geen wereldrijk of militaire macht betekende, maar een geestelijke overwinning.
De deelnemers verwezen ook naar afwijzing en vervolging. Jezus werd volgens de christelijke geschiedenis door veel tijdgenoten verworpen. Mirza Ghulam Ahmad kreeg volgens hen eveneens te maken met felle tegenstand, beschuldigingen en pogingen om hem juridisch of maatschappelijk uit te schakelen. Zij maakten daarbij duidelijk dat hij niet werd gedood. Volgens hun verhaal werd hij in verschillende rechtszaken beschermd doordat Britse bestuurders en rechters bewijzen zorgvuldig onderzochten.
Geen zwaard maar geestelijke hervorming
De aanwezigen keerden zich tijdens het gesprek tegen de voorstelling dat de beloofde messias zou komen om tegenstanders te doden of mensen met geweld tot geloof te dwingen. Volgens hun uitleg wachten sommige moslims op een figuur die wereldlijke macht zal vestigen en vijanden zal verslaan. De Ahmadiyya-beweging geeft daar een andere invulling aan. De overwinning van de messias moet volgens hen plaatsvinden door argumenten, gebed, moreel gedrag en overtuiging.
De reizigers brachten dit rechtstreeks in verband met Jalsa Salana. De bijeenkomst is voor hen geen machtsvertoon en geen politieke mobilisatie. Zij zien het als een plaats waar gelovigen worden opgeroepen om hun eigen gedrag te verbeteren. De grote aantallen hebben alleen betekenis wanneer de deelnemers na afloop eerlijker, behulpzamer en verantwoordelijker naar huis gaan. Een terrein met tienduizenden aanwezigen bewijst volgens hen op zichzelf niets. De ware toets ligt in de manier waarop mensen daarna leven.
Een moskee in Ukkel en een gebedsruimte in Luik
Ook de ontwikkeling in België kwam uitvoerig ter sprake. De aanwezigen spraken over de moskee in Ukkel, die nog officieel moet worden ingehuldigd, en over de hoop dat Mirza Masroor Ahmad daarvoor naar België zal komen. Zij maakten duidelijk dat een bezoek nog niet als vaststaand kon worden beschouwd. De wens leeft echter sterk, omdat de aanwezigheid van de khalifa voor Belgische leden een belangrijke gebeurtenis zou zijn.
Over Luik werd uitgelegd dat daar al een plaats voor gebed beschikbaar is, met ruimten voor mannen en vrouwen en huisvesting voor een missionaris. Het gebouw heeft volgens de aanwezigen nog niet alle kenmerken van een traditionele moskee met koepel en minaret. Procedures en praktische werkzaamheden lopen nog. Toch wordt er al gebeden en komt de lokale afdeling er bijeen. Dat onderscheid was belangrijk voor de gesprekspartners: een gebedsplaats kan religieus functioneren voordat ieder bouwkundig of administratief onderdeel is afgerond.
België als jonge afdeling
De Belgische afdeling werd door de deelnemers als relatief jong omschreven. Een aanwezige sprak over ongeveer 2.000 leden, maar dat aantal werd tijdens de reis niet aan officiële gegevens getoetst. Belangrijker voor de gesprekspartners was de ontwikkeling over meerdere generaties. Zij spraken over hun kinderen en kleinkinderen en over het idee dat een religieuze organisatie niet in enkele jaren wordt opgebouwd. Wat vandaag klein begint, kan volgens hen later sterker worden wanneer kinderen de taal beheersen, opleidingen volgen en verantwoordelijkheid opnemen.
Dat generatieperspectief kwam geregeld terug. Oudere deelnemers vertelden hoe zij als migranten naar Europa kwamen en in een land met andere gewoonten en talen opnieuw moesten beginnen. Hun kinderen groeiden in België op en spreken Nederlands of Frans. De geloofsbeleving bleef dezelfde, maar de manier waarop zij met de samenleving communiceren veranderde. Voor hen staat de toekomst van de Jama’at daarom niet alleen in moskeeën of aantallen geschreven, maar ook in de opleiding en inzet van jongeren.
Een gesprek dat de hele wereldkaart raakte
De reis voerde in woorden langs Manchester, Duitsland, India, Korea, Japan, China, Israël en verschillende Afrikaanse landen. Zodra een land werd genoemd, wist iemand wel iets over een plaatselijke afdeling, een moskee, familieleden of een bijeenkomst te vertellen. Toen Andy Vermaut sprak over komende reizen naar Korea, antwoordden de aanwezigen dat hij ook daar naar contacten binnen de Ahmadiyya-beweging kon zoeken. Toen India ter sprake kwam, keerde het gesprek telkens terug naar Qadian, het kleine dorp dat voor Ahmadis een grote religieuze betekenis heeft.
De wereldkaart werd daardoor persoonlijk. Landen waren niet alleen politieke eenheden, maar plaatsen waar mensen baden, bijeenkwamen en elkaar ontvingen. De reizigers boden spontaan aan om contacten door te geven. Een telefoonnummer of visitekaartje was daarvoor voldoende, al kostte het enige moeite om alles correct in een telefoon te krijgen. Het zwakke internet, het zoeken naar de juiste knop en het verkeerd uitgesproken achternaam zorgden voor gelach. Juist die gewone momenten maakten de internationale ambities menselijk.
Niet iedereen sprak dezelfde taal, maar iedereen wilde uitleggen
De gesprekken verliepen soms chaotisch. Terwijl één persoon een religieus punt probeerde uit te leggen, sprak iemand anders over vervoer, eten of afspraken voor de terugreis. Zinnen begonnen in het Frans, gingen verder in het Engels en eindigden in het Nederlands. Woorden als Jama’at, tarbiyyat, khalifa, Huzoor en Inshallah bleven in hun oorspronkelijke vorm staan omdat een gewone vertaling volgens de aanwezigen niet altijd dezelfde betekenis draagt.
Toch was er voortdurend de bereidheid om opnieuw te beginnen wanneer iets niet duidelijk was. Wie een vraag niet begreep, vroeg om herhaling. Wie het Engelse woord niet vond, liet iemand anders aanvullen. Wie een datum niet zeker wist, corrigeerde zichzelf. Het gesprek kreeg daardoor geen gladgestreken vorm. Het liet mensen zien die hun geloof wilden uitleggen zonder altijd onmiddellijk de juiste woorden te vinden. De overtuiging was sterk, maar de uitleg bleef menselijk.
Van persoonlijke herinnering naar een terrein met 50.000 bezoekers
De afstand tussen de herinnering aan acht of tien mensen in 1993 en de verwachte aanwezigheid van ruim 50.000 bezoekers in Alton vormt de kern van deze reis. Voor de deelnemers is Jalsa Salana het zichtbare resultaat van tientallen jaren geloof, organisatie en vrijwillige inzet. Voor een buitenstaander is het tegelijk een gelegenheid om te kijken hoe mensen uit ruim 90 landen gedurende drie dagen samenleven, bidden, luisteren en werken.
De gesprekken tijdens de overtocht van Calais naar Dover en maakten duidelijk dat achter de grote aantallen afzonderlijke levensverhalen schuilgaan. Er zijn migranten die in Europa opnieuw begonnen, kinderen die opgroeiden met meerdere talen, vrijwilligers die jaarlijks terugkeren en ouderen die zich nog herinneren hoe klein alles ooit was. Er zijn ook vragen waarop niet iedereen hetzelfde antwoord geeft en cijfers die eerst moeten worden nagegaan. De ziel van Jalsa Salana ligt daarom niet alleen op het grote terrein in Alton. Zij was al aanwezig tijdens de reis, in een groep mensen die elkaar onderbrak, verbeterde, hielp en telkens opnieuw probeerde uit te leggen waarom deze bijeenkomst voor hen zoveel betekent.
Bronnen:
Gesprekken tijdens de reis naar Engeland op 23 juli 2026
Jalsa Salana UK
Ahmadiyya Muslim Association UK
Al Islam, officiële website van de Ahmadiyya-beweging
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


