1,7 miljard euro: tweede verblijvers maken Kust onstuitbaar

2 april 2025
De Belgische Kust blijft een magneet voor tweede verblijvers, en dat laat zich voelen in de portemonnee van de regio. Een nieuwe studie, voorgesteld op woensdag 2 april 2025, legt bloot hoe deze groep het kusttoerisme jaarlijks met 1,7 miljard euro aandrijft. Met hun trouwe aanwezigheid en actieve levensstijl vormen ze de ruggengraat van de lokale economie, zo blijkt uit een uitgebreide bevraging onder 3200 eigenaars van vakantiewoningen.
Een thuis weg van huis
Ruim 106.000 vakantiewoningen telt de Kust, en die zijn vooral in Belgische handen. Driekwart van de eigenaars komt uit Vlaanderen, 13 procent uit Wallonië en 6 procent uit Brussel, terwijl de resterende 6 procent buitenlandse eigenaars betreft, voornamelijk uit buurlanden. In 2023 waren deze woningen goed voor 18,4 miljoen overnachtingen. Huurders namen 6 miljoen nachten voor hun rekening, maar het gros – 12,4 miljoen nachten – kwam van tweede verblijvers die hun eigendom zelf gebruiken. Gemiddeld brengen zij 74 nachten per jaar door in hun vakantiewoning, tegenover 13 nachten die ze uitlenen of verhuren. Die verhuur, slechts door 7 procent van de eigenaars, dient vooral om kosten te drukken. Vrijheid staat voorop: de meeste tweede verblijvers willen zelf bepalen wanneer ze naar zee komen.
Waarom de Kust?
De aantrekkingskracht van de Kust is geen raadsel. Zee en strand vormen de grote troeven, aangevuld met een sfeer die direct ontspanning biedt. Negen op tien eigenaars kocht hun vakantiewoning, vaak om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur of qualitytime met familie en vrienden te garanderen. Voor een derde speelt ook de gedachte aan een lange-termijninvestering mee. De gezonde omgeving trekt eveneens, en dat maakt de Kust een bestemming die het hele jaar door leeft. Zelfs buiten de drukke zomermaanden, wanneer meer dan 60 procent van de woningen bezet is, blijven tweede verblijvers komen.
Actief aan zee
Tweede verblijvers zijn geen stilzitters. Bijna allemaal – 94 procent – arriveren ze met de wagen. Wandelen staat bovenaan hun lijstje, gevolgd door terrasjes, strandbars, restaurants, winkelen en fietsen. Ze beperken zich niet tot hun eigen kustgemeente: velen trekken eropuit naar andere badplaatsen of het hinterland. Slechts 11 procent blijft altijd ter plaatse. Die mobiliteit en activiteit vertalen zich in forse uitgaven. Per nacht besteedt een tweede verblijver gemiddeld 67 euro, vooral aan eten, drinken en shoppen. Dat is 11 euro meer dan wat huurders uitgeven, wat hun economische waarde nog onderstreept.
Toekomst aan de Kust
De band met de Kust gaat diep. Maar liefst 23 procent van de eigenaars denkt erover om later permanent naar hun vakantiewoning te verhuizen. De aantrekkelijke en gezonde leefomgeving motiveert hen om van hun tweede thuis een hoofdbasis te maken. Toch zijn er aandachtspunten. Parkeergelegenheid blijft een zorg, en tweede verblijvers willen beter op de hoogte blijven van wat er speelt in hun badplaats. Evenementen, nieuwe eetplekken en winkels wekken hun interesse, zowel in hun eigen gemeente als daarbuiten.
Economische motor
Met een gemiddelde jaarkost van 8000 euro per vakantiewoning en hun forse bestedingen zorgen tweede verblijvers voor een financiële injectie van 1,7 miljard euro in 2024, zo berekende men op basis van voorlopige cijfers. Jurgen Vanlerberghe, gedeputeerde voor toerisme en voorzitter van Westtoer, ziet hierin een unieke dynamiek. Maar liefst 42 procent van het woonpatrimonium aan de Kust dient als tweede verblijf of vakantiewoning. Dat stuwt niet alleen de werkgelegenheid, maar legt ook een stevige basis voor duurzame groei in de regio. De Kust, met 27,3 miljoen overnachtingen per jaar, blijft zo een topbestemming in België, waarbij tweede verblijvers 46 procent van dat totaal invullen.


