Het zou een scène kunnen zijn uit een absurdistische komedie, ware het niet dat het de harde realiteit betreft: de Belgische justitie die zich voor de zoveelste keer in de voet schiet, een beklaagde die niet opdaagt in een dossier dat zij zélf heeft aangespannen, en een labyrintische procedure die onbegrijpelijk is voor wie géén jarenlange juridische ervaring heeft. Afgelopen week bleek dat Sihame El Kaouakibi, voorheen hét politieke toptalent van Vlaanderen, niet kwam opdagen voor een zitting van de raadkamer in de zaak die zij nota bene tegen het satirische blad ’tScheldt heeft aangespannen. De gevolgde procedures (en vooral het gebrek daaraan) zijn tekenend voor een justitieel systeem dat moeizaam, traag en soms ronduit ondoorzichtig functioneert. In de wandelgangen van het Antwerpse Vlinderpaleis ontaardde wat een simpele raadkamerzitting had moeten zijn in een tragikomisch schouwspel van opgefokte advocaten, fluisterende griffiers en een luidruchtige parade van bevriende toga’s.

De Kafkaiaanse wereld van gang D

Wie zich in de ‘D-gang’ van het Antwerpse justitiepaleis begeeft, betreedt ogenschijnlijk een parallel universum. Talloze advocaten, getooid met zwarte toga’s en witte befjes, drentelen zenuwachtig rond tussen het ene zaaltje en het andere. Onder hen ook de alomtegenwoordige strafpleiter Walter Damen, bij wie de agenda overloopt van dossiers waarin hij telkens snel moet opdraven om de verschillende raadkamers te bedienen. De logistiek is al even bizar als hilarisch: om de beurt stoppen advocaten een handgeschreven briefje met de zaakgegevens onder de neus van een zittingsdeurwaarder; gaat er eentje onverwacht de mist in, komt het hele circus tot stilstand. Een digitaal systeem om dat proces te stroomlijnen? Daar doet men in België niet aan. Terwijl de klant van Walter Damen in ene zaal wordt behandeld, staan in de andere raadkamer alle andere zaken ongeduldig te wachten op zijn hereniging met toga en alibi.

In het specifieke dossier rond ’tScheldt en Sihame El Kaouakibi werd het nog absurder: waar was El Kaouakibi zelf? Haar advocaat? Het bleef windstil. Fluisterende griffiers vroegen zich af op welk adres men haar had kunnen bereiken en of er intussen wéér van raadsman was gewisseld. Intussen stond een medewerker van ’tScheldt – niet vergezeld door een duur advocatenteam – eenzaam in de zaal, afwachtend tot de voorzitter hoofdschuddend concludeerde dat niemand de zaak in haar oorspronkelijke vorm kon bepleiten. Resultaat: uitstel naar een nieuwe datum. De dure en gretig gespendeerde tijd van de Raadkamer – waar ook veel serieuzere dossiers worden behandeld – alweer verloren.

Een systeem in verval

Waarom is dit dossier zo pijnlijk emblematisch? Het laat zich lezen als een symbolische parabel over een justitieel apparaat dat op een surrealistische manier zélf aan lopende band heksenjachten uitvoert op (soms relatief onschuldige) journalisten en satirische publicaties. Tegelijkertijd laat het – veel te vaak – grote criminelen door de mazen van het net glippen. Nergens wordt duidelijker hoe zeer de prioriteiten in Vlaanderen en daarbuiten verkeerd liggen dan in een zaak waarbij de “Directie bestrijding zware en georganiseerde criminaliteit” zich buigt over de vraag of je een politica al dan niet een “sjoemelpoedel” mocht noemen. Elders worden moordenaars, zware drugsbendes en potentieel terroristische cellen niet proactief gecheckt omdat men niet genoeg “manuren” heeft, terwijl men hier alle geweldsmensen opvordert voor een kwestie van satirische woordkeuze.

Diezelfde dubbelzinnigheid is voelbaar in de gangen van het rechtspaleis. Het is een insidercultuur, waar formele en informele netwerken zich vermengen. “Ons kent ons” is er wel vaker het devies, of het nu gaat om grote namen in de strafrechtadvocatuur of om prominente politici. Dat breed uitmeten van macht – soms zonder daadwerkelijke dossierkennis – wekt de indruk dat de kern van waar gerecht voor hoort te staan, ondergesneeuwd raakt: de bescherming van fundamentele rechten, de onschendbaarheid van bepaalde vrijheden zoals die van meningsuiting, én de plicht om nu net de écht gevaarlijke individuen in onze samenleving te vervolgen.

De tragiek van de afwezigheid

Het idee alleen al dat een aangifte wegens “smaad” of “belediging” tot een verhoor leidt bij de cel die zich normaliter bezighoudt met wapentrafiek, georganiseerde misdaad en terrorisme, spreekt boekdelen over de disbalans binnen justitie. De kernvraag blijft: waar was Sihame El Kaouakibi, de persoon om wie het in de eerste plaats draait, in deze zittingszaal? Als klachtindiener tegen ’tScheldt zou zij net staan te popelen om haar argumenten uit te leggen en eventueel het satirische blad te confronteren. Die confrontatie is immers de essentie van hoe rechtspraak hoort te functioneren: argument versus argument, bewijs versus tegenbewijs. Maar in deze zaak was er enkel een oorverdovende stilte van de zijde van El Kaouakibi en haar raadsman. De zaak wordt nu nogmaals uitgesteld. Ondertussen blijft het gerecht op volle toeren draaien, worden er zittingsdeurwaarders en griffiers ingeschakeld, wachten grote groepen verdachten of beklaagden in de gangen – en stijgen de kosten voor de belastingbetaler.

De ware tragedie

Het wrange aan deze hele vaudeville is niet alleen de geestdodende inefficiëntie, maar vooral hoe ze ingaat tegen het basisidee van rechtvaardigheid: iedereen zou gelijke toegang tot en bescherming door het rechtssysteem moeten hebben. In realiteit is dat systeem er echter vooral voor wie zich advocaten kan veroorloven om eindeloos te blijven procederen, aan te modderen of – desnoods – net zo lang te rekken tot van een aanklacht of dossier weinig overblijft. Volgens critici voedt dit de perceptie dat de rechtbanken en hun procedures meer bestaan ter multiple acrobatiek van topadvocaten en minder voor waarheidsvinding, laat staan eenvoudige en snelle rechtspraak.

Dat is meteen ook de reden waarom een satirische publicatie als ’tScheldt keihard op de korrel neemt wat er in de bevoorrechte milieus van politiek, advocatuur en magistratuur misloopt. Diezelfde wereld, waar “hand-en-spandiensten” en lobbywerk al te vaak de norm lijken, reageert vervolgens geschokt als zo’n blad scheurt in hun zorgvuldig opgebouwd aura van ongenaakbaarheid.

Krachtige statement: herwaardering van de rechtsstaat

Zonder fundamentele hervorming en herwaardering van de rechtsstaat staat België – en bij uitstek Vlaanderen – voor een breed maatschappelijk probleem. Zolang absurde procedures en kafkaiaanse toestanden het halen van transparantie en duidelijkheid, gaan we de kern van justitie, namelijk het verzekeren van gerechtigheid, verder uithollen. Zolang het verdedigen van een opinie (satirisch of niet) onder ‘zware criminaliteit’ blijft vallen, hangt er een schaduw van ridicule over het hele systeem. En zolang sleutelfiguren in zo’n dossier simpelweg niet op komen dagen, moet men zich de vraag durven stellen of de rechtspraak in deze vorm nog wel serieus genomen kan worden.

De roep om hervorming is luid. “Snel, transparant en efficiënt” moet de drievoudige leuze worden in elke justitiële hervorming, of het nu gaat om strafdossiers van internationaal belang of een satirisch geschil. Pas als de overheid en de gerechtelijke wereld hun achterhaalde, weinig toegankelijke en soms ondoorgrondelijke werkwijzen durven te vervangen door een overzichtelijk, digitaal en modern systeem, herwinnen we de geloofwaardigheid van Justitie. Zonder die geloofwaardigheid dreigt een samenleving af te glijden, en ontstaat een klimaat waarin niet alleen moordenaars en grote criminelen vrij spel krijgen, maar ook het cynisme over de geloofwaardigheid van de democratische rechtsorde blijft groeien. Dat is een prijs die geen enkele rechtsstaat kan of mag betalen.

Bron: https://www.tscheldt.be/breaking-sihame-el-kaouakibi-daagt-niet-op-voor-raadkamer-in-zaak-die-zij-zelf-lanceerde-tegen-tscheldt-een-tell-all-story/