Sociale steun en erfgoedbeleid kleuren Diksmuidse gemeenteraad

19 november 2025

Waarderingssubsidies voor welzijnsverenigingen bijgestuurd

Tijdens de raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 17 november 2025 in Diksmuide lichtte schepen van sociale zaken Katleen Winne eerst de ondersteuning van welzijnsverenigingen toe. De stad werkt met een waarderingssubsidie, waarbij de financiële steun expliciet de inzet van verenigingen in het lokale sociale weefsel erkent. Het systeem blijft steunen op een vast bedrag van 150 euro per vereniging, aangevuld met een werkingssubsidie die varieert naargelang de activiteiten en inspanningen.

In het aangepaste reglement worden acties die zich richten op moeilijker bereikbare doelgroepen sterker gewaardeerd. Verenigingen die zich expliciet inzetten voor mensen die minder vlot de weg naar hulpverlening vinden, krijgen daardoor een hogere inschaling in het puntensysteem. Het bijzonder comité voor de sociale dienst gaf al eerder zijn akkoord voor deze bijsturing. De schepen vroeg nu ook de formele goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn, zodat het reglement zonder tijdverlies toegepast kan worden in de volgende subsidieronde.

Onderwijscheques sneller bij kwetsbare gezinnen

Daarna kwam het systeem van onderwijscheques aan bod. Kwetsbare kinderen die school lopen in het peuter-, kleuter-, lager of secundair onderwijs in Diksmuide kunnen in bepaalde omstandigheden een onderwijscheque krijgen. Met zo’n cheque wordt een deel van de schoolfacturen van het betrokken kind betaald. De school verrekent het bedrag rechtstreeks op de factuur en bezorgt nadien de onderwijscheque samen met een vorderingsstaat aan het Sociaal Huis, dat de terugbetaling afhandelt.

De voorgestelde wijziging gaat over artikel 5 van het reglement. Gezinnen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming of opgenomen zijn in een collectieve schuldenregeling, zullen voortaan automatisch in aanmerking komen voor onderwijscheques. Die toekenning gebeurt wel pas nadat het Sociaal Huis de situatie van het gezin heeft gecontroleerd, maar er is geen afzonderlijke beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst meer nodig. Dat maakt de procedure eenvoudiger, verlaagt de drempel voor gezinnen in een moeilijke financiële positie en verkort de wachttijd.

Volgens de schepen past de wijziging in een breder streven om schoolkosten voorspelbaarder en beter beheersbaar te maken voor gezinnen die financieel onder druk staan. Ook dit aangepaste reglement kreeg eerder al groen licht van het bijzonder comité, met de vraag aan de raad om de formele bevestiging.

Zoektocht naar rechtvaardige aanpak van luierafval

In de gemeenteraad zelf reageerde Katleen Winne op een voorstel van raadslid Debaillie over de kost van incontinentiemateriaal en luiers. Ze vertrok daarbij van een centrale vraag: in wat voor stad zullen kinderen die vandaag geboren worden later opgroeien, en hoe gaat Diksmuide tegen dan om met afval en zorg?

Het principe “de vervuiler betaalt” vormt de basis van het afvalbeleid, maar volgens de schepen ligt de situatie anders bij incontinentieproblematiek en bij luiers voor baby’s. Daar gaat het niet om bewuste vervuiling, maar om afval dat onvermijdelijk voortvloeit uit zorg, afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Voor mensen in een precaire situatie stapelen de kosten zich op, terwijl de keuzevrijheid vaak beperkt is.

Tegen die achtergrond gaf de schepen aan dat het voorstel van Debaillie haar inhoudelijk aanspreekt. Zij wil het laten uitwerken door de sociale dienst, met een eerste focus op het cliënteel van de sociale kruidenier. Het idee is om te onderzoeken of een proefproject haalbaar is dat de afvalkosten rond incontinentiemateriaal en luiers verlicht voor deze groep. Als de resultaten positief zijn, kan het project later uitgebreid worden naar andere gezinnen.

Het tweede deel van de vraag van Debaillie, over een mogelijke uitbreiding van het geboortegeschenk, werd in de gemeenteraad door de burgemeester beantwoord. Voor de schepen stond in dit dossier vooral de zorg om kwetsbare gezinnen en de betaalbaarheid van noodzakelijke zorgproducten centraal, binnen een afvalbeleid dat tegelijk duurzaam en sociaal rechtvaardig wil blijven.

Nieuw hoofdstuk in dossier funerair erfgoed Keiem

Een ander opvallend debat ontstond rond het funerair erfgoed in Keiem, na een tussenkomst van raadslid Marc Deprez. Katleen Winne maakte duidelijk dat zij de bezorgdheid rond de toekomst van het oude kerkhof deelt. Volgens haar gaat het daarbij niet alleen om stenen, namen en data, maar om de manier waarop een stad omgaat met herinnering en vergankelijkheid.

Ze schetste eerst de stappen die al gezet zijn. Er werd een studie besteld voor de begraafplaatsen van Keiem, Esen en Diksmuide, met een totale kostprijs van 20.957,20 euro. In die studie zaten de inventarisatie van de graftekens, de opmaak van kaarten en de uitwerking van een globale lay-out per kerkhof. De kost werd verdeeld per begraafplaats, in verhouding tot het aantal graven, zodat duidelijk is welke uitgave bij welk kerkhof hoort. Die oefening levert een eerste overzicht op van de grafmonumenten die vandaag aanwezig zijn.

De studie moest antwoorden helpen voorbereiden op drie kernvragen: hoe om te gaan met verlopen concessies, welke graven omwille van hun erfgoedwaarde extra bescherming verdienen en hoe rekening gehouden kan worden met wensen uit het dorp. De schepen noemde de inventaris een belangrijk werkinstrument voor de toekomst, al blijft het noodzakelijk om keuzes te maken. Niet elk graf kan bewaard blijven, en er moet ruimte zijn voor zowel het verleden als de noden van vandaag en de langere termijn.

De sluiting van de oude begraafplaats in Keiem werd al op 28 oktober 2019 goedgekeurd in de gemeenteraad. De inventaris van het funerair erfgoed in Keiem werd vervolgens in januari 2022 afgerond. Toch heeft deze inventaris op zich geen juridische kracht als erkenning. Voor een officiële bescherming is een expliciete beslissing van de gemeenteraad nodig, waarin bepaalde grafmonumenten formeel als funerair erfgoed worden aangemerkt. Die stap is in het verleden niet gezet, waardoor de graftekens op dit moment nog niet juridisch erkend zijn als erfgoed.

Volgens de schepen betekent dit dat de stad als beheerder nog relatief vrije ruimte heeft om keuzes te maken, al wil zij daarbij zorgvuldig te werk gaan. Ze herinnerde eraan dat het kerkhof niet volledig verdwijnt: het lapidarium blijft behouden als drager van een aantal waardevolle grafstenen. Op de delen die recent werden ontruimd, zal de ruimte opnieuw worden ingericht met groen.

Van inventaris naar bescherming en toekomstig beheer

Katleen Winne stelde dat er in het meerjarenplan niets is ingeschreven dat wijst op een afbouw van de zorg voor erfgoed. Integendeel, erfgoed is als prioritaire actie opgenomen. Dat neemt volgens haar niet weg dat de stad nog een stap moet zetten om tot een volledig onderbouwd en juridisch sluitend kader te komen voor het beheer van funerair erfgoed.

Samen met erfgoedconsulenten zal nu bekeken worden welke beschermingsvormen mogelijk zijn. Die analyse moet duidelijk maken welke graftekens beschermd kunnen worden, welke ingrepen niet toelaatbaar zijn en welke beslissingen enkel kunnen na extern advies of bijkomende voorwaarden. Pas wanneer dat overzicht klaar is, kan de stad beslissingen nemen die zowel juridisch stevig zijn als rekening houden met de gevoeligheden van nabestaanden en buurtbewoners.

In het antwoord wees de schepen er ook op dat de inspraak van inwoners belangrijk blijft, maar dat het niet altijd evident is om in te schatten in welke mate bepaalde standpunten representatief zijn voor het hele dorp. Om die reden wil zij het inhoudelijke werk rond inventaris en bescherming eerst afronden, zodat latere keuzes beter uitgelegd kunnen worden.

Begraafplaatsen als plaatsen van rouw en natuur

Tot slot stond Katleen Winne stil bij de bredere betekenis van begraafplaatsen. Volgens haar zijn kerkhoven plekken waar families hun wortels terugvinden en waar de geschiedenis van de stad zichtbaar aanwezig blijft. Ze vormen tegelijk een noodzakelijke ruimte voor rouw en stilte, omdat emoties er niet weggeduwd hoeven te worden.

Daarnaast wees ze op de ecologische waarde van deze plaatsen. Doordat menselijke ingrepen er vaak beperkt blijven, groeien heel wat kerkhoven uit tot groene zones met vogels, insecten en plantensoorten die elders moeilijk standhouden. In de woorden van de schepen krijgen begraafplaatsen daardoor een dubbele rol: ze bewaren herinneringen en leveren tegelijk een concrete bijdrage aan natuur in een stedelijke omgeving.

Die dubbele betekenis maakt beslissingen over ontruiming, herinrichting en bescherming des te gevoeliger. De schepen gaf aan dat Diksmuide de komende periode wil toewerken naar een beheer dat rekening houdt met juridische verplichtingen, historische waarde, rouwcultuur en biodiversiteit. De oefening die nu samen met de erfgoedconsulenten wordt opgestart, moet daarvoor de basis leggen.

Bronnen:
Schepen Katleen Winne, tussenkomsten raad voor maatschappelijk welzijn 17 november 2025
Schepen Katleen Winne, tussenkomsten gemeenteraad Diksmuide 17 november 2025

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)